Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-06-13
ECLI:NL:RBLIM:2023:3797
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,049 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 22/1763
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.J. Jacobs-Hellebrekers)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder,
(gemachtigde: J.E. Day)
Procesverloop
Bij besluit van 8 maart 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor hulp bij het huishouden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) afgewezen, omdat de echtgenoot van eiseres in staat wordt geacht de huishoudelijke taken te kunnen verrichten in het kader van gebruikelijke hulp.
Bij besluit van 25 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2022. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en haar echtgenoot. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt vast dat de kern van het geschil is of de echtgenoot van eiseres de huishoudelijke taken kan verrichten in het kader van gebruikelijke hulp. De GGD zegt in het medisch advies dat de echtgenoot dit kan, verdeeld over de week en verweerder baseert zijn besluit op dit advies.
3. De rechtbank is van oordeel dat het GGD onderzoek zorgvuldig is. De GGD-arts heeft de echtgenoot van eiseres gezien op het spreekuur en ze heeft in het advies een opmerking gemaakt dat het lopen en bewegen is geobserveerd. De arts beschikte over het volledige medische dossier. Er zijn twee keer aanvullende medische stukken ingebracht door eiseres en deze zijn beoordeeld. De arts heeft geen aanleiding gezien om zelf lichamelijk onderzoek te doen. Het valt binnen haar expertise als arts om te beoordelen of eigen lichamelijk onderzoek iets kan toevoegen aan de beoordeling. Dat eigen lichamelijk onderzoek tot objectivering van de klachten had kunnen leiden, zoals eiseres ter zitting heeft gesteld, is daarom niet aannemelijk.
4. Het GGD-advies is naar het oordeel van de rechtbank navolgbaar en concludent. Er zijn geen tegenstrijdigheden en het is te volgen in de redeneringen. Daarbij is van belang dat de arts bepaalde beperkingen (die de echtgenoot van eiseres ook zelf noemt) vaststelt. De klachten kunnen volgens de GGD-arts alleen (objectief gezien) niet verklaren waarom de echtgenoot van eiseres de huishoudelijk taken niet zou kunnen doen, verspreid over de week. Eiseres heeft geen medische stukken in geding gebracht die doen twijfelen aan die conclusie van de GGD-arts.
Conclusie
5. De rechtbank concludeert dat verweerder het besluit op het medisch advies van de GGD mag baseren. De aanvraag van eiseres is terecht afgewezen.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 28 juni 2023.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.