Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-06-16
ECLI:NL:RBLIM:2023:3570
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,830 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03-015737-21
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 juni 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
1Onderzoek van de zaak
Voorafgaand aan de zitting van 9 juni 2023 heeft de rechtbank kennisgenomen van de tussen het openbaar ministerie en de verdachte gesloten overeenkomst inzake de door hen gemaakte procesafspraken over de afdoening van de onderhavige zaak (de strafzaak met parketnummer 03-015737-21), de strafzaak met parketnummer 03-700009-20 en de zaak met v.i.-zaaknummer 99-000364-24.
Vervolgens is deze zaak inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 juni 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de verdachte met parketnummer 03-700009-20 en de zaak met v.i.-zaaknummer 99-000364-24.
Tijdens de behandeling van de zaak is uitgebreid aandacht besteed aan voornoemde overeenkomst inzake de procesafspraken. Vervolgens heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juni 2023.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte al dan niet samen met een ander of anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, dan wel aanwezig heeft gehad (7.453 gram hennep en 45 hennepplanten).
3De overeenkomst inzake de procesafspraken over de afdoening van de strafzaak
3.1
De inleiding
Bij dagvaarding van 26 september 2022 is de verdachte onder parketnummer 03-015737-21 gedagvaard voor de zitting van 11 oktober 2022. De rechtbank heeft toen het onderzoek in de zaak voor onbepaalde tijd geschorst en de zaak verwezen naar de rechter-commissaris om een viertal getuigen te horen. Daarnaast heeft zij de officier van justitie opdracht gegeven om een en ander uit te zoeken en het dossier aan te vullen met bepaalde stukken.
Op 11 oktober 2022 is de strafzaak tegen de verdachte met het parketnummer 03-700009-20 en de zaak met v.i.-zaaknummer 99-000364-24 gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met deze zaak. Ook in die zaken is het onderzoek ter terechtzitting – om dezelfde redenen – voor onbepaalde tijd geschorst.
Op 16 mei 2023 heeft de officier van justitie de rechtbank laten weten dat gesprekken tussen de verdediging en het openbaar ministerie over procesafspraken in de drie zaken hadden geresulteerd in een conceptovereenkomst.
3.2
De afspraken tussen het openbaar ministerie en de verdachte
Bij e-mail van 7 juni 2023 heeft de officier van justitie de rechtbank de ondertekende overeenkomst van 5 juni 2023 doen toekomen, waarin het openbaar ministerie en de verdachte procesafspraken hebben gemaakt over de afdoening van de genoemde zaken. In deze overeenkomst is vermeld dat het openbaar ministerie en de verdediging door het maken van procesafspraken beogen de behandeling van deze strafzaken zo efficiënt mogelijk te maken. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van deze afspraken.
Het openbaar ministerie en de verdediging zijn (verkort weergegeven) overeengekomen dat:
de strafzaken met de parketnummers 03-700009-20 en 03-015737-21 gevoegd worden behandeld;
het openbaar ministerie een bewezenverklaring eist voor beide feiten in de zaak met parketnummer 03-700009-20;
het openbaar ministerie hiervoor uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 17 dagen met aftrek van voorarrest vordert;
e verdachte instemt met betaling (tegen finale kwijting) van de door de benadeelde partij [slachtoffer] gevorderde schadevergoeding tot een bedrag van € 737,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 januari 2020 en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
het openbaar ministerie een integrale vrijspraak vordert voor het onder parketnummer 03-015737-21 tenlastegelegde feit;
het openbaar ministerie rekwireert tot afwijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met v.i.-zaaknummer 99-000364-24;
de verdachte alle eerder gedane onderzoekswensen uiterlijk ter terechtzitting van de meervoudige kamer van 9 juni 2023 intrekt;
door de verdediging geen verweren worden gevoerd;
de verdachte niet verplicht is om in het kader van deze afspraken een verklaring af te leggen;
de verdachte door het tekenen van de overeenkomst geen schuld bekent en enkel een voorspoedige behandeling van de zaken beoogt;
het openbaar ministerie en de verdediging afstand zullen doen van hun recht op hoger beroep;
de verdachte deze overeenkomst vrijwillig is aangegaan en zich bewust is van de rechtsgevolgen daarvan;
de verdachte verklaart dat hij bij de totstandkoming van deze procesafspraken is bijgestaan door zijn advocaat.
3.3
Overwegingen
3.3.1
Artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
De rechter kan alleen acht slaan op een door het openbaar ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het EVRM stelt. Deze waarborg is in deze zaak in het bijzonder van belang omdat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.
Op grond van het ondertekende afdoeningsvoorstel én van de bespreking hiervan met de verdachte ter zitting van 9 juni 2023, is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig, op basis van duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust is van de rechtsgevolgen van de gemaakte afspraken, gekomen is tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Verdachte, de verdediging noch de officier van justitie zijn desgevraagd onder enige druk tot dit voorstel gekomen. De rechtbank concludeert dan ook dat is voldaan aan de eisen die artikel 6 van het EVRM stelt.
3.3.2
De afspraak omtrent het voegen van de zaken (onder a)
Ter terechtzitting heeft de rechtbank aan de officier van justitie en de verdediging kenbaar gemaakt dat het, hoewel wettelijk gezien mogelijk, systeemtechnisch onmogelijk is om de strafzaken met de parketnummers 03-700009-20 en 03-015737-21 te voegen.
Het niet kunnen voegen van de twee strafzaken brengt mee dat in beide zaken afzonderlijk vonnis zal worden gewezen.
Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft hierop naar voren gebracht dat dit geen gevolgen heeft voor de overige afspraken uit het afdoeningsvoorstel en dat die onverkort gelden.
3.3.3
De afspraak omtrent het doen van afstand van onderzoekswensen (onder g)
Ter terechtzitting heeft de verdediging afstand gedaan van alle door haar gedane onderzoekswensen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het nader onderzoek waartoe op de zitting van 11 oktober 2022 is beslist, niet langer noodzakelijk is en dat daarvan wordt afgezien.
3.3.4
De afspraak omtrent het doen van afstand van het recht om hoger beroep in te stellen (onder k)
Ten aanzien van de afspraak onder k. overweegt de rechtbank dat van het recht om hoger beroep in te stellen niet voorafgaand aan het wijzen van het vonnis afstand kan worden gedaan.
3.3.5
Tot slot
De rechtbank heeft tijdens de zitting benadrukt dat het bepaalde in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend is bij de beoordeling van deze zaak en dat zij niet zal meegaan met de procesafspraken als daarvoor op basis van het dossier onvoldoende grond bestaat.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft in lijn met het afdoeningsvoorstel gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd. Zij kan zich vinden in het standpunt van de officier van justitie.
4.3
Beoordeling
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van de verdachte bij de op 14 januari 2020 aangetroffen hennep in het pand gelegen aan de Wagenaarstraat 138 te Geleen. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.
Dictum
De rechtbank:
- acht niet bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. L. Bastiaans en mr. W. Loof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 juni 2023.
Buiten staat
Mr. W. Loof is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat
hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de Wagenaarstraat 138) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7453 gram hennep en/of ongeveer 45, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.