Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2022-09-23
ECLI:NL:RBLIM:2022:7227
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,695 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Inloopteam Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 21/3265 Rectificatie pagina 4 en 5
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. L.J.G.G. Reijnen).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
Securitas BV, uit Badhoevedorp,
(gemachtigde: E.P.C. Bergsma).
Procesverloop
Met het besluit van 22 januari 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV per 4 april 2021 aan eiser een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is bepaald op 80-100%.
Met het besluit van 1 november 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de restverdiencapaciteit van eiser opnieuw vastgesteld. De mate van arbeidsongeschiktheid is per 4 april 2021 bepaald op 36,61%. Eiser krijgt vanaf 3 januari 2022 een WGA-vervolguitkering naar dit percentage.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
De ex-werkgever van eiser, Securitas BV, heeft verklaard als derde-partij aan het geding te willen deelnemen. Eiser heeft geen toestemming gegeven om medische gegevens te delen met zijn ex-werkgever. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist dat alleen de gemachtigde van de ex-werkgever van de medische stukken kennis mag nemen.
Met toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Geen toestemming delen medische gegevens
1. De rechtbank zal in de uitspraak geen medische informatie opnemen, om te voorkomen dat de ex-werkgever alsnog kennisneemt van de medische situatie van eiser.
Wat er aan deze procedure voorafging
2. Eiser werkte als coördinator/centralist. Hij heeft zich op 6 april 2017 wegens medische klachten ziekgemeld voor dit werk.
3. Eiser had een WGA-loongerelateerde uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Met het primaire besluit van 22 januari 2021 heeft het UWV de uitkering per 4 april 2021 omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering.
4. Op verzoek van de ex-werkgever van eiser heeft het UWV een herbeoordeling gedaan van eisers arbeidsgeschiktheid.
5. Een verzekeringsarts van het UWV heeft eiser onderzocht en beoordeeld wat de arbeidsbeperkingen van eiser zijn per 9 februari 2021. Deze beperkingen heeft de verzekeringsarts opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige van het UWV vastgesteld dat er drie functies zijn die eiser, met zijn beperkingen, nog zou kunnen uitvoeren. De arbeidsdeskundige heeft berekend dat eiser met de middelste van deze functies 62,92% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij zich ziekmeldde. De mate van arbeidsongeschiktheid is gelet hierop bepaald op 37,08%.
6. Eiser heeft hiertegen zijn bezwaren kenbaar gemaakt. Een arts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben opnieuw naar de zaak van eiser gekeken. Volgens de arts bezwaar en beroep is eiser meer beperkt dan de verzekeringsarts heeft aangenomen. Hij heeft een nieuwe FML opgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens nieuwe functies geduid en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 36,61%. Nadat het UWV hierover een voornemen heeft verstuurd aan partijen, heeft het UWV het bestreden besluit genomen.
Wat eiser vindt
7. Eiser is het niet met het UWV eens. Hij voert aan dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Volgens eiser is zijn medische situatie slechter en heeft hij meer beperkingen dan het UWV heeft aangenomen.
Waarover het gaat in deze zaak
8. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiser voor 36,61% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiser daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiser op 4 april 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
Wat de rechtbank vindt
9. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiser voor 36,61% arbeidsongeschikt is (en dus recht heeft op een WIA-uitkering naar dat percentage). De rechtbank zal dat uitleggen.
10. Het UWV mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de rapporten moeten begrijpelijk zijn. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze voorwaarden voldoen.
De voorwaarden waaraan de rapporten moeten voldoen
11. De verzekeringsarts heeft het dossier en de daarin aanwezige medische informatie over eiser bestudeerd. Hij heeft eiser op het spreekuur gezien en onderzocht. Hij beschrijft (onder andere) de klachten van eiser, het dagverhaal, de diagnose en de prognose.
12. De arts bezwaar en beroep heeft het standpunt van de verzekeringsarts in zijn rapporten van 3 augustus 2021 en 17 september 2021 heroverwogen. Hij heeft het dossier en informatie van de behandelaars bestudeerd. Ook heeft hij eiser gesproken op de hoorzitting. De arts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd waarom hij aanleiding ziet anders te denken over de belastbaarheid dan de verzekeringsarts.
13. Eiser vindt dat het onderzoek onzorgvuldig is omdat de beoordeling in bezwaar niet door een verzekeringsarts heeft plaatsgevonden. Ook was er ten onrechte geen verzekeringsarts bezwaar en beroep bij de hoorzitting aanwezig.
14. De rechtbank volgt eiser niet. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is te achten als een geregistreerde verzekeringsarts het rapport van een niet als verzekeringsarts geregistreerde arts beoordeelt, waarbij de verzekeringsarts de beschikking heeft over het gehele dossier en het rapport mede ondertekent. Deze rechtspraak ziet weliswaar op de beoordeling door de primaire (verzekerings-)arts, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om deze rechtspraak niet ook van toepassing te achten op een verzekeringsarts bezwaar en beroep die een rapport van een arts bezwaar en beroep mede ondertekent. Omdat de hoorzitting onderdeel uitmaakt van het onderzoek en bij de beoordeling is betrokken, kan ook de grond dat er ten onrechte geen verzekeringsarts bezwaar en beroep aanwezig was bij de hoorzitting niet slagen.
15. De arts bezwaar en beroep heeft verder alle klachten van eiser en de informatie van de behandelaars betrokken in zijn beoordeling. Gelet op deze onderzoeksactiviteiten is de rechtbank van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De arts bezwaar en beroep heeft bovendien eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zijn beoordeling tot stand is gekomen. Dat betekent dat het rapport aan de drie voorwaarden voldoet.
De medische beoordeling
16. De verzekeringsarts heeft aangenomen dat eiser beperkt wordt door medische klachten. In de FML heeft de verzekeringsarts beperkingen opgenomen voor sociaal en persoonlijk functioneren, en werktijden.
17. De arts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 3 augustus 2021 uiteengezet op welke punten hij tot een andere conclusie dan de verzekeringsarts komt. Eiser wordt in de FML meer en/of aanvullend beperkt geacht voor een voorspelbare werksituatie, mate van zelfstandigheid, conflicthantering, samenwerken, werk waarin doorgaans weinig of geen rechtstreeks contact met klanten is vereist, werk waarin doorgaans weinig of geen contact met patiënten of hulpbehoevende is vereist, en werk dat geen leidinggevende aspecten bevat. Bovendien wordt eiser beperkt op fysieke omgevingseisen (item 3.8 van de FML). In het aanvullend rapport van 17 september 2021 ziet de arts bezwaar en beroep geen aanleiding om zijn standpunt te wijzigen, omdat er geen nieuwe medisch inhoudelijke argumenten naar voren zijn gebracht in het aanvullend bezwaarschrift.
18.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit [voor zover het de uitlooptermijn van de WGA-loonaanvullingsuitkering betreft];
herroept het primaire besluit [voor zover daarbij is beslist dat eiser een WGA-loonaanvullingsuitkering tot en met 3 april 2021 ontvangt.], bepaalt dat de uitlooptermijn van de WGA-loonaanvullingsuitkering wordt vastgesteld op 24 maanden, met aanvangsdatum op 1 november 2021 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.300,-.
Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2022 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Als u het niet eens bent met deze uitspraak
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Dit medisch oordeel is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Zie uitspraak van 2 februari 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:431) en 15 januari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:39).