Rechtspraak Rechtbank Limburg 2017-11-30
ECLI:NL:RBLIM:2017:11741
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht Zaaknummer: ROE 17/1823 Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2017 in de zaak tussen [Team X] , te Meijel, eiser, alsmede [naam] en 36 anderen , zoals genoemd in de bij deze uitspraak behorende bijlage, te Meijel, eisers en de Minister van Infrastructuur en Milieu , thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Bungalowpark “De Stille Wille” Meijel B.V. , te Meijel (gemachtigde: mr. T.I.P. Jeltema). Procesverloop Op 29 juni 2017 heeft de toenmalige gemachtigde van eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een door haar namens eiser ingediend handhavingsverzoek. Bij brief van 28 juli 2017 heeft de gemachtigde de beroepsgronden aangevuld en - op verzoek van de rechtbank - nadere informatie verschaft over de hoedanigheid van eiser. Tevens heeft zij hierin aangegeven dat het [Team X] bestaat uit 87 individuele personen. Bij brieven van 7 september 2017 en 11 oktober 2017 heeft zij het beroep nogmaals nader aangevuld. Bij brief van 3 november 2017 heeft zij aangegeven dat van de aanvankelijk genoemde 87 individuele personen een aantal personen zijn afgevallen en dat er 37 overblijven. Op 9 november 2017 heeft de gemachtigde van eiser zich als zodanig teruggetrokken. Op 20 juli 2017 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Verweerder heeft dit verweerschrift op 2 november 2017 aangevuld. De derde partij heeft zich gesteld en haar standpunt schriftelijk toegelicht. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2017. Partijen zijn niet verschenen, waarvan verweerder en de derde partij met bericht van verhindering. Overwegingen Procespartij / belanghebbende 1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser, dan wel eisers, in de onderhavige beroepsprocedure als procespartij kunnen worden aangemerkt. 2. De rechtbank overweegt hieromtrent dat ingevolge artikel 8:1, van de Awb tegen een besluit beroep bij de bestuursrechter kan worden ingediend door een belanghebbende. 2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van de vraag wie of wat onder “degene” moet worden verstaan, volgt uit de tekst en de totstandkomings-geschiedenis van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, dat de hoedanigheid van belanghebbende niet is voorbehouden aan (al dan niet informele) rechtspersonen of natuurlijke personen. Ook andere entiteiten kunnen belanghebbende zijn, mits zij als zodanig herkenbaar zijn in het rechtsverkeer. 2.2. In de nadere informatie die de toenmalige gemachtigde op 28 juli 2017 heeft verschaft, staat dat het [Team X] geen rechtspersoon, noch een vereniging is, maar bestaat uit 87 individuele personen. De gemachtigde heeft bij deze informatie een lijst gevoegd met hierop de namen van al deze 87 personen en de bungalownummers waarin zij wonen. In de brief van 3 november 2017 heeft zij deze lijst ingekort tot 37 van de oorspronkelijke 87 personen. De lijst met deze 37 namen (die begint met de naam van [naam] ) is bij deze uitspraak bijgevoegd als bijlage. 2.3. Gelet op hetgeen de rechtbank in punt 2.1 heeft overwogen, vormt het feit dat het [Team X] geen rechtspersoon of vereniging is, in beginsel geen beletsel om in de onderhavige procedure als belanghebbende te worden aangemerkt. Hiervoor is dan wel vereist dat het [Team X] als entiteit herkenbaar is in het rechtsverkeer. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De rechtbank overweegt hiertoe dat niet is gebleken dat eiser beschikt over een bestuur, statuten of een reglement, noch over andere geschreven of ongeschreven regels betreffende het functioneren van het team. Ook anderszins is eiser niet herkenbaar in het rechtsverkeer, nu niet duidelijk is of er een gezamenlijk doel is, hoe besluiten worden genomen, of hoe andere zaken worden geregeld. Gelet hierop kan