Rechtspraak Rechtbank Limburg 2017-11-17
ECLI:NL:RBLIM:2017:11181
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/704515-17 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 november 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , gedetineerd in Vught PPC te Vught. De verdachte is verschenen en wordt bijgestaan door mr. A. Çinar, advocaat kantoorhoudende te Heerlen . De benadeelde partij [moeder slachtoffer] is eveneens verschenen, tevens is zij verschenen in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van het slachtoffer en benadeelde partij, [slachtoffer] en wordt ter terechtzitting bijgestaan door mr. M.J.E. Spauwen en mr. A.P.M Janssen, advocaten, kantoorhoudende te Kerkrade. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 november 2017. De officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 1 juni 2016 tot en met 16 december 2016 meermalen, in elk geval eenmaal, seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] , die destijds 11 jaar oud was, waarbij de verdachte [slachtoffer] tevoren in een staat van bewusteloosheid en onmacht heeft gebracht door haar temazepam toe te dienen. Hierna zal de rechtbank [slachtoffer] aanduiden als ‘het meisje’. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte tenminste eenmaal seksueel is binnengedrongen bij het meisje. Het meisje is zwanger geraakt van de verdachte. De zwangerschap is met 17 weken door abortus geëindigd. De officier van justitie heeft verwezen naar het DNA-verwantschapsonderzoek, waaruit is gebleken dat de verdachte de vader van de foetus is. De officier van justitie acht eveneens bewezen dat de verdachte het meisje daarbij van tevoren in een staat van bewusteloosheid of onmacht heeft gebracht door haar temazepam toe te dienen. Zij heeft daartoe verwezen naar het toxicologisch onderzoek, waaruit is gebleken dat het meisje blootgesteld is geweest aan temazepam. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman refereert zich ten aanzien van het bewijs aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van het bewijs De aangifte Op 4 februari 2017 heeft [moeder slachtoffer] , de moeder van het meisje, namens het meisje aangifte gedaan tegen de verdachte wegens het door hem seksueel binnendringen bij haar 11-jarige dochter, ten gevolge waarvan het meisje zwanger is geraakt. Haar dochter wordt op [geboortedag slachtoffer] 2017 12 jaar. De ouders van het meisje zijn gescheiden en het meisje verbleef in de periode dat ze zwanger moet zijn geraakt bij haar vader in [woonplaats vader] , in wiens woning de verdachte toen ook verbleef. De verdachte was in de woning van de vader, omdat hij deze woning opknapte en is gedurende een lange periode ook in de woning blijven overnachten. De moeder van het meisje verdenkt de verdachte, omdat hij altijd heel zorgzaam was voor haar dochter en haar dagelijks berichtjes stuurde. Het meisje weet niet hoe zij zwanger heeft kunnen raken. De moeder van het meisje heeft haar meerdere malen alle mogelijke vragen gesteld. Zo heeft zij, onder meer, gevraagd of ze iets heeft gevoeld, of dat ze misschien een vriendje had waarmee ze dingen wilde uitproberen, maar het meisje heeft consequent verteld dat dit niet het geval was en ze echt niet wist hoe ze zwanger is geraakt. Toen het meisje hoorde dat ze zwanger was, is ze ingestort. Het meisje is gehoord in de kindvriendelijke verhoorstudio te Eindhoven door een zedenrechercheur, die gecertificeerd is voor het horen van jonge getuigen. Het meisje heeft ook toen verklaard dat ze niet weet hoe het kwam dat ze zwanger was. Ze heeft verklaard dat ze niks heeft gedaan en niks heeft gevoeld. Over de verdachte heeft ze verklaard dat hij de woning opknapte van DNA-verwantschapsonderzoek Nadat de zwangerschap van het meisje op 7 februari 2017 door een abortus is beëindigd, is de foetus voor een DNA-verwantschapsonderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) overgebracht . Bij dit onderzoek is het DNA-profiel van de foetus met de DNA-profielen van het meisje en de verdachte vergeleken. Het NFI heeft op grond van het onderzoek geconcludeerd, dat de verdachte de biologische vader van de foetus is (met een waarschijnlijkheid van 99.8974%). Onderzoek naar de computer van de verdachte Bij onderzoek van een notebook van de verdachte bleek dat de verdachte op 23 december 2015 op Google op de volgende termen heeft gezocht: - verdovingsmiddel; - bedwelmingsmiddel; - chloroform; - zware slaapmiddelen. Toxicologisch onderzoek Omdat het meisje niet kan verklaren hoe ze zwanger is geraakt, en ook geen herinnering zegt te hebben aan op wat voor manier dan ook het daarvoor noodzakelijk lichamelijk contact met de verdachte, en gelet op het zoekgedrag naar bedwelmende middelen op de computer van de verdachte, is besloten tot onderzoek naar de aanwezigheid van bedwelmingsmiddelen in het lichaam van het meisje. Dit is gebeurd door middel van haaronderzoek. Het NFI heeft (in Frankrijk) daartoe toxicologisch onderzoek laten verrichten aan de hoofdharen van het meisje. De resultaten van dit onderzoek wijzen op blootstelling aan temazepam. Er is uitgelegd hoe dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Zo is, onder meer, aangegeven dat de haren van het meisje een lengte hadden van meer dan 20 centimeter. Omdat het meisje ten tijde van het toxicologisch onderzoek 11 jaar oud was, is bij het onderzoek uitgegaan van een haargroeisnelheid van 1 centimeter per maand, 10 dagen voor uitgroei van het haar boven de schedel, ervan uitgegaan dat er geen haar is achtergebleven op de hoofdhuid bij afname. De afname van het haar vond plaats in maart 2017. Vermeld wordt dat haargroeisnelheden in kinderen erg variabel zijn en dat gezien de leeftijd van 11 jaar van het meisje, is uitgegaan van een haargroeisnelheid van een volwassene. In totaal zijn 3 segmenten van elk 3 centimeter onderzocht (in totaal 9 centimeter) op de aanwezigheid van bewustzijnsverlagende middelen en verdovende middelen. In alle 3 segmenten (van elk 3 cm) is temazepam aangetoond in lage concentraties, passend bij incidenteel gebruik. Toegelicht is verder dat temazepam een bewustzijns-verlagend middel is en bij volwassenen wordt toegepast als slaapmiddel. Medische gegevens van de verdachte Uit de medische gegevens van de verdachte is gebleken dat aan hem, onder meer, temazepam is voorgeschreven. De verdachte heeft op 15 augustus 2016, 19 september 2016 en 20 september 2016 zijn temazepam bij de apotheek opgehaald. Iedere keer betrof het een doosje met 30 pillen. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij anderhalf jaar bezig is geweest met het opknappen van de woning van de vader van het meisje, aan de [adres vader] te [woonplaats vader] . Ongeveer anderhalve maand nadat hij was begonnen met het opknappen van de woning, bleef hij daar ook slapen. In die tijd verbleef het meisje heel vaak bij haar vader. De verdachte kookte vaker. De verdachte heeft verklaard dat hij op 16 december 2016 door de politie is aangehouden (in ander verband) en daarna niet meer in de woning van de vader van het meisje is teruggekeerd. De verdachte heeft verklaard dat hij medicijnen gebruikte, onder meer temazepam. Hij heeft verklaard dat de filmpjes van het meisje, die zijn aangetroffen op zijn notebook, door hem in de vroege ochtend van 28 en 29 juni 2015 zijn gemaakt. Overwegingen en conclusies ten aanzien van het bewijs Gelet op de zwangerschap van het meisje en de resultaten van het DNA-verwantschaps-onderzoek, staat het voor de rechtbank vast dat de verdachte het lichaam van het meisje in ieder geval één keer seksueel is binnengedrongen. Gelet op de duur van de zwangerschap, staat ook vast dat dit is gebe Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De psychiater dr. [naam] heeft over de geestvermogens van de verdachte op 24 mei 2017 een rapport uitgebracht. De psychiater heeft vastgesteld dat, hoewel de verdachte aangeeft klachten te hebben van vergeetachtigheid, er geen concrete aanwijzingen zijn gevonden voor geheugenproblematiek. Bij de beoordeling van de persoonlijkheid worden geen duidelijke aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van persoonlijkheidsproblematiek. Op basis van alle verzamelende informatie komt de psychiater tot de conclusie dat er bij de verdachte ten tijde van het psychiatrische onderzoek geen aanwijzingen worden gevonden voor een psychiatrisch ziektebeeld in engere zin, zoals een depressie stoornis, een angststoornis, een psychotische stoornis of een autismespectrumstoornis. Er worden eveneens geen aanwijzingen gevonden voor problematisch gebruik van middelen. Alles afwegend komt de psychiater tot de conclusie dat er bij de verdachte, zowel tijdens het onderzoek als in de periode waarin het ten laste gelegde plaatsvond, geen sprake was een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en ook niet van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Dr. [naam] , psycholoog en dr. [naam] , GGZ-psycholoog hebben op 16 mei 2017 eveneens een rapport uitgebracht over de geestvermogens van de verdachte. De verdachte heeft aangegeven dat hij geheugenproblemen heeft en zich belangrijke gebeurtenissen niet meer kan herinneren. De psychologen hebben de verdachte onderworpen aan een symptoomvaliditeitstest die is ontworpen om echte geheugenproblemen te onderscheiden van gesimuleerde geheugenproblemen. De verdachte heeft hier positief op gescoord, dat wil zeggen dat er aanwijzingen zijn dat de verdachte zijn geheugenproblemen aanzet. De psychologen concluderen dat er bij de verdachte zowel tijdens het onderzoek als ten tijde van het ten laste gelegde geen sprake was van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling. Zij adviseren dan ook om de verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank zal de psychiater en de psychologen in hun advies volgen en neemt hun conclusies over. De verdachte is dus strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de straf te matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De toen 60-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van een 11-jarig meisje. De verdachte verbleef in de woning van de vader van het meisje, waar ook het meisje vaker verbleef. De verdachte maakte in de betreffende periode min of meer deel uit van het huishouden van de vader en werd ook door de moeder van het meisje gewaardeerd als vriend van de familie. De verdachte was zeer betrokken bij het meisje. Wat wellicht ooit als genegenheid voor het meisje begon, verwerd tot ernstig misbruik van de vertrouwensrelatie en ongezonde belangstelling voor het meisje. De verdachte heeft al in juni 2015 het meisje heimelijk gefilmd terwijl zij sliep. In december 2015 heeft hij informatie gezocht over bedwelmingsmiddelen. Op enig moment heeft de verdachte zich een krachtig slaapmiddel te weten temazepam, door zijn huisarts laten voorschrijven. In de relevante periode beschikte de verdachte over een grote hoeveelheid temazepam. Uit ha De vordering van [moeder slachtoffer] De benadeelde partij [moeder slachtoffer] , moeder van het meisje, vordert een schadevergoeding van € 25.000,00 ter zake van het tenlastegelegde feit. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, voor zover die immateriële schade thans vast staat. Daarnaast wordt namens de moeder van het meisje de wettelijke rente gevorderd vanaf het moment dat zij geconfronteerd werd met het schadeveroorzakende feit en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering is door mr. Spauwen ter terechtzitting nader toegelicht. Zij heeft verwezen naar het taxibus-arrest en aangevoerd dat er sprake is van schokschade nu de moeder van het meisje geconfronteerd is met de zwangerschap van haar 11-jarige dochter, als gevolg van een verkrachting door een man die zich presenteerde als ‘vriend van de familie’. In het bijzijn van de moeder van het meisje werd een echo gemaakt waarop een 17 weken oude foetus te zien was. Een schokkend beeld dat de moeder van het meisje niet loslaat, nu het een foetus in gevorderd stadium betrof. Bij de moeder van het meisje is PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom) vastgesteld. Dit betreft een erkend psychiatrisch ziektebeeld. Op grond van artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b Burgerlijk Wetboek komt ingeval van schokschade zowel de materiele als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast heeft mr. Spauwen verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank waarin sprake was van een soortgelijke situatie en de moeder van het slachtoffer in aanmerking kwam voor een schadevergoeding omdat er sprake was van schokschade. 7.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide vorderingen in zijn geheel toewijsbaar en vordert tevens de verdachte te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.3 Het standpunt van de verdediging De vordering van het meisje De raadsman heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu niet eenvoudig is vast te stellen hoeveel immateriële schade rechtstreeks door het handelen van de verdachte is toegebracht. De behandeling van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Subsidiair verzoekt de raadsman de rechtbank om een gedeelte toe te wijzen en het overige niet ontvankelijk te verklaren. In dit kader verwijst de raadsman naar een uitspraak van het Hof Amsterdam waarin de rechtbank een gedeelte van de gevorderde immateriële schade heeft toegewezen en ter compensatie een hogere schadevergoedingsmaatregel heeft opgelegd. De vordering van [moeder slachtoffer] De raadsman heeft verzocht om de vordering af te wijzen, omdat er geen sprake is van rechtstreekse schade en omdat de moeder van het meisje niet direct is geconfronteerd met de ernstige gevolgen van het misdrijf, omdat zij geen getuige is geweest van het misdrijf. De benadeelde partij heeft verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, maar in die zaak werd de moeder direct met de gevolgen geconfronteerd doordat zij de oom betrapte bij het plegen van ontucht met haar dochter. 7.4 Het oordeel van de rechtbank De vordering van het meisje De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het meisje is komen vast te staan dat zij door het hiervoor bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Nu de verdachte ter zake van dat feit tot een straf veroordeeld zal worden, kan zij in beginsel worden ontvangen in de vordering die haar moeder namens haar heeft ingediend. De rechtbank stelt voorop dat de vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade ex artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek slechts in beperkte gevallen toewijsbaar is. De Nederlandse wet kent immers een restrictief stelsel ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding bestaat slechts: wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart); ij lic De daardoor ontstane immateriële schade komt op grond van het bepaalde in art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking (‘shockschade’). Daarvoor is wel vereist dat het geestelijk letsel, in rechte kan worden vastgesteld. Dit is over het algemeen slechts het geval als sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Voor toekenning van ‘shockschade’ is het voldoende dat een rechtstreeks verband bestaat tussen het handelen enerzijds en het geestelijk letsel dat een derde door de confrontatie met de gevolgen van dit handelen oploopt anderzijds. Deze confrontatie kan ook plaatsvinden nadat de gebeurtenis die tot het letsel van een ander heeft geleid, heeft plaatsgevonden. Omdat de moeder van het meisje op 1 februari 2017 geconfronteerd is met de zwangerschap van haar destijds 11-jarige dochter, haar kind vervolgens moest begeleiden in het begrijpen dat zij zwanger was, het beslissen over het al dan niet afbreken van een 17 weken oude foetus, te zien op de echo, en haar begeleiden bij het ondergaan van de pijnlijke zwangerschapsafbreking, is de rechtbank van oordeel dat zij direct geconfronteerd is met de ernstige gevolgen van het handelen van de verdachte. Het lijdt geen twijfel, en dat wordt ook niet betwist, dat zij hierdoor ernstig geschockt is. Verder is op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting genoegzaam komen vast te staan dat dit alles heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij blijkt dat de moeder van het meisje lijdt aan PTSS samenhangend met het misbruik van haar dochter. Dit leidt tot de slotsom dat voldaan is aan alle in de jurisprudentie geformuleerde vereisten voor het toekennen van ‘shock-schade’. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de verdachte ook onrechtmatig jegens mevrouw [moeder slachtoffer] heeft gehandeld en dat hij gehouden is de schade te vergoeden die zij als gevolg daarvan lijdt. In de rechtspraak is onvoldoende steun voor toekenning van het gevorderde bedrag van € 25.000,00. De rechtbank zal daarom voor de hoogte van het toe te kennen bedrag aansluiting zoeken bij de genormeerde bedragen van de letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven in de op deze casus van toepassing zijnde letselcategorie. Dit betreft letselcategorie 2 (€ 2.500,00). Deze is van toepassing wanneer sprake is waarneming van of de directe confrontatie met de gevolgen van een geweldsmisdrijf, waarbij een naaste zeer ernstig letsel (letselcategorie 4 of hoger) is toegebracht. Gelet op de aard van deze specifieke casus, dit specifieke delict en de impact die het delict heeft op het meisje en het leven van de moeder van het meisje, komt de rechtbank toepassing van deze categorie in dit geval ook redelijk voor. Conclusie In totaal acht de rechtbank een bedrag van € 2.500,00 toewijsbaar. Het meer gevorderde zal de rechtbank afwijzen. Tevens zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017 tot aan de dag van volledige voldoening. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. 8 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f en 244 in samenhang met artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9 De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren ; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht