Rechtspraak Rechtbank Limburg 2017-10-17
ECLI:NL:RBLIM:2017:10040
RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 6238472 AZ VERZ 17-109 Beschikking van de kantonrechter van 17 oktober 2017 in de zaak van [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] , wonend aan de [adres] , [woonplaats] , verzoekende partij, tevens verwerende partij in het zelfstandig tegenverzoek, gemachtigde mr. D.M. Gijzen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FLEXPOINT DIENSTEN GROEP B.V. , gevestigd en kantoorhoudend aan de Roda J.C. Ring 101, 6466 NH Kerkrade, verwerende partij, tevens verzoekende partij in het zelfstandig tegenverzoek, gemachtigde mr. M.M.J.F. Sijben. Partijen zullen hierna respectievelijk [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] en Flexpoint genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het op 14 augustus 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift het op 5 oktober 2017 ter griffie ontvangen verweerschrift inclusief een zelfstandig tegenverzoek de op 6 oktober van Flexpoint ontvangen (in het verweerschrift ontbrekende) bijlage 4 de mondelinge behandeling op 10 oktober 2017 ter gelegenheid waarvan partijen hun standpunten nader hebben toegelicht. 1.2. Ten slotte is beschikking bepaald. 2 De feiten 2.1. [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] , geboren op [geboortedag] 1969, is sedert 1 februari 2016 in dienst van Flexpoint, krachtens een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, in de functie van medior operator. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor uitzendkrachten van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (hierna: cao) van toepassing (bijlage 1 verzoekschrift). 2.2. Flexpoint heeft [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] met ingang van 1 februari 2016 gedetacheerd bij - zijn voormalig werkgever - Tredegar, waar [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] voorafgaand aan de dienstbetrekking van Flexpoint van 4 november 2002 tot en met 31 januari 2016 in dienst is geweest. 2.3. Naar aanleiding van een voorval op 27 juli 2017 heeft Flexpoint diezelfde dag [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] , na hem daarover gesproken te hebben, op staande voet ontslagen. Bij brief van 28 juli 2017 heeft (de gemachtigde van) Flexpoint het aan [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] gegeven ontslag op staande voet bevestigd. In de brief staat, voor zover van belang (bijlage 2 verzoekschrift): “(…) Gisteren heeft cliënte u meegedeeld dat u op staande voet bent ontslagen. Dit wordt vandaag bij deze brief aan u bevestigd. De reden van het ontslag op staande voet is dat u ernstige bedreigingen heeft geuit naar uw voormalig werkgever en inlener en klant van uw werkgeefster, alsmede richting cliënte en medewerkers van cliënte. Mensen voelen zich daardoor ernstig bedreigd en hebben ter zake ook de Politie ingeschakeld en aangifte gedaan bij Justitie. Het voorval betreft uw handelwijze in de nacht van 26 op 27 juli, waarin u voor de poort bij Tredegar ernstige dreigementen heeft geuit en ook heeft aangegeven terug te zullen komen met een wapen en mensen bij cliënte en Tredegar te doden. Deze handelwijze kan door cliënte niet worden geaccepteerd en daarom is er nu ontslag op staande voet verleend. (…) U was ook gewaarschuwd. In een gesprek dat gehouden is op 13 juli is u door [naam 1] en [naam 2] absoluut verboden om nog enig contact te zoeken met uw voormalig werkgever Tredegar. U viel Tredegar immers al geruime tijd lastig, zowel door telefonisch te stalken, alsook in woord en gedrag. U was ter zake dan ook gewaarschuwd. (…)” 3 Het geschil 3.1. [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] verzoekt Flexpoint te veroordelen tot betaling aan [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] van: een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, vermeerderd met de wettelijke rente, een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW van € 5.270,40 bruto, vermeerderd met de wettel [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] heeft volstaan met een enkele blote ontkenning terwijl het op zijn weg had gelegen om op zijn minst toe te lichten hoe zijn ontkenning valt te rijmen met het aan hem verleende ontslag op staande voet en de inhoud van de door Flexpoint in het geding gebrachte verklaring van de heer [medewerker Tredegar] , werkzaam bij Tredegar (bijlage 1 verweerschrift: de e-mail van 27 juli 2017 om 3.10 uur aan zijn leidinggevende de heer [naam leidinggevende] ). [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] heeft - om hem moverende redenen - er voor gekozen om zelf niet ter zitting te verschijnen, terwijl hij juist degene is die zijn handelen op de bewuste dag en de periode daaraan voorafgaand ter zitting had kunnen verduidelijken en van een nadere toelichting had kunnen voorzien. Zijn gemachtigde is immers destijds niet daarbij aanwezig geweest. 4.8. De heer [medewerker Tredegar] verklaart:“(…) Afgelopen nacht werden we rond het tijdstip van 2.10 uur “vereerd” met het bezoek van [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] . Hij belde, in beschonken toestand, aan bij terreinpoort C (hoofdpoort). Hij was verbaal dreigend/agressief en uitte zijn ongenoegen naar Tredegar en flexpoint toe. Hij gaf aan morgen (vandaag dus) terug te komen met een wapen (letterlijk 8 mm pistool) (…)” 4.9. De verklaring is voldoende feitelijk. Daarin is de geuite bedreiging concreet omschreven. Voorts is van de zijde van Flexpoint gesteld dat [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] eerder - tijdens een op 29 juni 2017 plaatsgevonden gesprek - te kennen heeft gegeven niet voor zichzelf te kunnen instaan (bijlage 4 verweerschrift). De kantonrechter oordeelt dat bedreiging op zichzelf reeds een dringende reden is en dat dergelijk gedrag kan worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen. Nu door [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] onvoldoende is weerlegd dat hij dergelijke bedreigingen heeft geuit, moet er van uit worden gegaan dat hij zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen. Flexpoint als werkgever hoeft dergelijk gedrag niet te tolereren. Voorts was [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] een gewaarschuwd man. [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] is reeds eerder aangesproken op zijn gedrag en aan hem is door de heer [naam 1] meegedeeld dat het niet langer toegestaan was om contact op te nemen met Tredegar. [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] heeft dit advies niet opgevolgd, maar heeft Tredegar opnieuw opgezocht en aldaar bedreigingen geuit. Door [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] zijn geen omstandigheden gesteld en ook anderszins zijn die niet gebleken die zijn handelen c.q. gedrag in een ander daglicht plaatsen. Evenmin zijn door [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] omstandigheden aangevoerd die de conclusie rechtvaardigen dat in dit concrete geval het ontslag niet gerechtvaardigd zou zijn. Ook anderszins is daarvan niet gebleken. 4.10. Gelet op het vorenstaande is [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] er niet in geslaagd om aan te tonen dat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Nu er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:673 lid 7 sub c BW betekent dit dat Flexpoint in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd is aan [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] . Op grond van artikel 7:673 lid 8 BW kan de rechter, in afwijking van artikel 7:673 lid 7 sub c BW, de transitievergoeding geheel of gedeeltelijk aan de werknemer toekennen indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Van de zijde van [verzoeker, tevens verweerder in het zelfstandig tegenverzoek] is geen beroep hierop gedaan althans is niet gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid e