Rechtspraak 1999-07-16
ECLI:NL:RBGRO:1999:AA4131
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE GRONINGEN SECTOR BESTUURSRECHT ENKELVOUDIGE KAMER Reg.nr.: AWB 98/461 ABW V06 U I T S P R A A K inzake het geschil tussen A te B, eiseres, gemachtigde: mr. P. van Wijngaarden, advocaat te Groningen, en burgemeester en wethouders van Eemsmond, verweerders, gemachtigde: mr. T. Nipperus, ambtenaar der gemeente. 1. PROCESVERLOOP Verweerders hebben bij besluit van 17 maart 1998, kenmerk Nip\97.5563 en 97.5985, verzonden op 27 maart 1998, het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 30 oktober 1997, waarbij haar aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) in de kosten van studiebegeleiding van haar dochter Z is afgewezen, ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit bij beroepschrift van 4 mei 1998, op nader in het aanvullend beroepschrift van 11 juni 1998 aangegeven gronden, beroep ingesteld. Verweerders hebben op 24 juli 1998 de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden, alsmede een verweerschrift ingediend. Op verzoek van de rechtbank hebben verweerders bij brief van 28 mei 1999 nog nadere stukken ingezonden. Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, door de griffier aan partijen toegezonden. Het geschil is behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 1 juli 1999. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde. 2. RECHTSOVERWEGINGEN Feiten en standpunten van partijen. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder. Haar dochter [dochter] is in het schooljaar 1996-1997 als gevolg van omstandigheden thuis voor de tweede keer blijven zitten in de derde klas van de MAVO. Daardoor kon zij haar opleiding op de betrokken school niet voortzetten, zodat zij een andere school moest zoeken. [dochter] is voor het schooljaar 1997-1998 toegelaten tot de éénjarige dagopleiding MAVO van het Alfa-college op voorwaarde dat zij voor één dagdeel (is vier lesuren) per week studiebegeleiding neemt. De studiebegeleiding wordt verzorgd door de Stichting Educatie Groningen. De daarmee gemoeide kosten bedragen f 2.250,00 per jaar. Eiseres heeft op 25 augustus 1997 bijzondere bijstand gevraagd voor deze kosten. Bij besluit van 30 oktober 1997 hebben verweerders deze aanvraag afgewezen. Hierbij is overwogen dat niet is gebleken van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten in de zin van artikel 39 Abw. Voorts hebben verweerders geoordeeld dat er een voorliggende voorziening is in de vorm van een tegemoetkoming studiekosten voor kinderen tot en met 17 jaar, welke voorziening toereikend en passend wordt geacht. Tegen dit besluit heeft eiseres op 19 november 1997, nader aangevuld op 11 december 1997, een bezwaarschrift ingediend bij verweerders. Bij het bestreden besluit hebben verweerders het bezwaar van eiseres, onder verwijzing naar een advies van de Afdeling Sociale Zaken van 17 maart 1998, ongegrond verklaard. In dit advies is gesteld dat het bedrag dat ontvangen wordt op grond van de Wet Tegemoetkoming Studiekosten (WTS) een tegemoetkoming is. De gemeente kan derhalve niet het landelijk beleid doorkruisen en tot verstrekking van het surplus aan kosten overgaan. Eiseres kan zich hiermee niet verenigen. Eiseres heeft daartoe aangevoerd dat de WTS niet is te beschouwen als een afdoende voorliggende voorziening. Eiseres is verder van mening dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor zij deze kosten niet kan voldoen uit de algemene bijstandsnorm. In het verweerschrift hebben verweerders uiteengezet dat niet gebleken is van zeer dringende redenen om op basis van artikel 17, derde lid, Abw bijstand te verlenen. Voorts is betoogd dat een deel van de kosten voor studiebegeleiding betaald dient te worden uit de tegemoetkoming op grond van de WTS en dat de overige kosten worden geacht te behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Beoorde