Rechtspraak 1999-03-17
ECLI:NL:RBGRO:1999:AA3905
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE GRONINGEN SECTOR BESTUURSRECHT ENKELVOUDIGE KAMER Reg.nr.: AWB 97/448 GEMWT V12 U I T S P R A A K inzake het geschil tussen A, wonende te B, eiser, gemachtigde: mw mr G.I.T. Spaan, advocaat en procureur te Groningen, en burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, verweerders, gemachtigde: mr S.H. Spoormans, werkzaam bij de gemeente Groningen. 1. PROCESVERLOOP Verweerders hebben bij brief van 25 juli 1996 geweigerd te beslissen op de aanvraag van eiser om een vergunning op grond van de Verordening openbaar vaarwater voor het hebben van een ligplaats in de zogeheten oude arm van het Hoornsediep. Terzake van die weigering heeft eiser een bezwaarschrift ingediend. Verweerders hebben bij het thans bestreden besluit van 22 januari 1997, nr. BD 97.4427 Bestuur, eisers bezwaar deels gegrond, deels ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit bij beroepschrift van 5 maart 1997 beroep ingesteld en bij brief van 27 maart 1997 de gronden van het beroep aangevuld. Verweerders hebben op 28 april 1997 de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden en een verweerschrift ingediend. Op verzoek van de rechtbank heeft eiser bij brief van 15 januari 1999 nader inlichtingen verstrekt. Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, door de griffier aan partijen toegezonden. Het geschil is behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 9 maart 1999. Eiser is aldaar in persoon verschenen en bijgestaan door mr Spaan voornoemd en de heer M. Sarolea. Verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde. 2. RECHTSOVERWEGINGEN 2.1. De feiten. Eiser heeft enige jaren geleden met zijn woonboot ligplaats ingenomen in de oude arm van het Hoornsediep. Voor het gebied waarin het Hoornsediep is gelegen geldt de gemeenschappelijke regeling voor het Meerschap Paterswolde. In deze regeling, waarin de gemeenten Haren, Groningen en Eelde participeren, is het beheer van het tot het Meerschap behorende gebied geregeld. Het Meerschap is een openbaar lichaam met de bevoegdheid nadere regels te stellen binnen het kader van de belangen die door het Meerschap worden behartigd. Met betrekking tot het innemen van ligplaatsen door woonschepen heeft het Meerschap van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. In artikel 15, eerste lid, van de Algemene Verordening voor het Meerschap Paterswolde (hierna: Meerschapsverordening), is bepaald dat het verboden is in de openbare wateren in het gebied met enig bedrijfsvaartuig of woonschip ligplaats te hebben. Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Meerschapsverordening kan ontheffing verleend worden van het verbod tot het hebben van een ligplaats. Deze ontheffing is ingevolge het tweede lid van dat artikel slechts van kracht voor degene te wiens naam die ontheffing is verleend. Voorts is in artikel 2, eerste lid, van de Meerschapsverordening bepaald dat de Algemene Politieverordeningen van de gemeenten Haren, Groningen en Eelde voor het gebied van het Meerschap niet meer gelden, voorzover in het in deze Algemene Politieverordeningen geregelde bij of krachtens de Meerschapsverordening wordt voorzien. Door het dagelijks bestuur van het Meerschap Paterswolde is aan eiser een ontheffing verleend voor het innemen van de onderhavige ligplaats. De gemeenteraad van Groningen heeft op 16 februari 1994 de Verordening openbaar vaarwater (Vov) vastgesteld, welke verordening op 6 april 1994 in werking is getreden. Deze verordening gold niet voor alle openbare vaarwateren binnen de gemeente. Onder meer niet voor de oude arm van het Hoornsediep. Bij besluit van 20 december 1995, in werking getreden op 15 januari 1996, heeft de gemeenteraad de Vov gewijzigd in die zin dat de Vov thans van toepassing is op alle openbare vaarwateren binnen de gemeente Groningen. In artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vov is bepaald dat in de gemeente Groningen alleen, in daartoe aangewezen gedeelten van het openbaar vaarwate