Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-10
ECLI:NL:RBGEL:2026:930
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
875 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:930 text/xml public 2026-02-13T17:00:03 2026-02-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-10 AWB-25_4874 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Arnhem Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:930 text/html public 2026-02-10T08:51:29 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:930 Rechtbank Gelderland , 10-02-2026 / AWB-25_4874 Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de minister van 5 augustus 2025. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de minister heeft toegezegd het besluit van 5 augustus 2025 in te zullen trekken. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/4874 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen [verzoeker], gedetineerd in de PI in Alphen aan den Rijn, verzoeker en de minister van Justitie en Veiligheid. Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de minister van 5 augustus 2025. 1.1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Verzoeker heeft op 5 augustus 2025 een aanvraag ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid om aan hem bepaalde gegevens te verstrekken op grond van artikel 18 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister de aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter hangende bezwaar verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Verzoeker heeft deelgenomen aan de zitting. Namens de minister was de heer [naam] aanwezig. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. Op zitting heeft de minister toegelicht dat op 16 september 2025 al een beslissing is genomen op de aanvraag van verzoeker. Het besluit van 14 oktober 2025 had volgens de minister niet genomen mogen worden, omdat het niet toegestaan is om twee keer op dezelfde aanvraag te beslissen. 4. Nog daargelaten dat afgevraagd kan worden of het besluit van 14 oktober 2025 op rechtsgevolg is gericht (omdat al eerder op de aanvraag is beslist), heeft de minister op zitting toegezegd dat het besluit van 14 oktober 2025 zal worden ingetrokken. De voorzieningenrechter ziet vanwege die toezegging geen aanleiding om ten aanzien van dit besluit een voorlopige voorziening te treffen. Conclusie en gevolgen 5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.