Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-02-05
ECLI:NL:RBGEL:2026:837
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/4739 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser en de korpschef van de Nationale Politie (gemachtigden: T. Top en L.M. Bouwens). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek om inzage in politiegegevens die over hem zijn verwerkt. Eiser is het niet eens met deze gedeeltelijke afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek om inzage. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef het verzoek om inzage gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 14 februari 2024 verzocht om inzage in politiegegevens die over hem zijn verwerkt op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Voor zover verzameling en verwerking van eisers persoonsgegevens in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) heeft plaatsgevonden, verzoekt eiser inzage in deze persoonsgegevens. 2.1. Met het besluit van 6 juni 2024 heeft de korpschef het verzoek op grond van de Wpg gedeeltelijk ingewilligd. Voor een deel van de politiegegevens heeft de korpschef het verzoek afgewezen ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Voor inzage in gegevens die onder de Wjsg vallen, verwijst de korpschef eiser naar het Openbaar Ministerie. Eiser ontvangt een apart bericht op het inzageverzoek op grond van de AVG. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De korpschef heeft tijdens de beroepsprocedure de stukken waarvan inzage is geweigerd en een nadere motivering van het bestreden besluit naar de rechtbank toegestuurd, waarbij is verzocht dat uitsluitend de rechtbank kennis zal nemen van deze stukken. 2.4. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft op 11 juni 2025 beslist dat de beperkte kennisneming van de nadere motivering gerechtvaardigd is. Voor de stukken waarvan inzage is geweigerd handelt de bestuursrechter alsof de bestuursrechter heeft besloten dat beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. 2.5. Eiser heeft toestemming gegeven om mede op grondslag van de stukken waarvan inzage is geweigerd en de nadere motivering uitspraak te doen. 2.6. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de korpschef. Beoordeling door de rechtbank Het beoordelingskader 3. Gegevens die zijn verwerkt in het kader van de uitoefening van de politietaak moeten worden aangemerkt als politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 25 van de Wpg volgt dat degene op wie een politiegegeven betrekking heeft in beginsel een recht op kennisneming van die gegevens heeft met het oog op de uitoefening van zijn rechten tot verbetering of verwijdering van die gegevens. Ook heeft iemand het recht om informatie te verkrijgen over: de doelen en de rechtsgrond van de verwerking; de betrokken categorieën van politiegegevens; de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties; e voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen; het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens; het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit; de herkomst, voor zover beschikbaar