Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-02-05
ECLI:NL:RBGEL:2026:833
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/4102 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser (gemachtigde: [gemachtigde]), en de korpschef van politie (gemachtigden: T. Top en L.M. Bouwens). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek om inzage in politiegegevens die over hem zijn verwerkt. Eiser is het niet eens met deze gedeeltelijke afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek om inzage. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef het verzoek om inzage gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 13 februari 2024 verzocht om inzage in politiegegevens die over hem zijn verwerkt op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg). Meer in het bijzonder verzoekt eiser om inzage in de processen-verbaal uit 2009, 2014 en 2015. 2.1. Met het besluit van 8 mei 2024 heeft de korpschef het verzoek gedeeltelijk ingewilligd. Voor een deel van de politiegegevens heeft de korpschef het verzoek afgewezen ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de ten uitvoerlegging van straffen en ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft, hangende deze beroepsprocedure, de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 2.3. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij de uitspraak van 25 oktober 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. 2.4. De korpschef heeft tijdens de beroepsprocedure de stukken waarvan inzage is geweigerd en een nadere motivering van het bestreden besluit naar de rechtbank toegestuurd, waarbij is verzocht dat uitsluitend de rechtbank kennis zal nemen van deze stukken. 2.5. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft op 11 juni 2025 beslist dat de beperkte kennisneming van de nadere motivering gerechtvaardigd is. Voor de stukken waarvan inzage is geweigerd handelt de bestuursrechter alsof de bestuursrechter heeft besloten dat beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. 2.6. Eiser heeft toestemming gegeven om mede op grondslag van de stukken waarvan inzage is geweigerd en de nadere motivering uitspraak te doen. 2.7. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de korpschef. Beoordeling door de rechtbank Het beoordelingskader 3. Gegevens die zijn verwerkt in het kader van de uitoefening van de politietaak moeten worden aangemerkt als politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 25 van de Wpg volgt dat degene op wie een politiegegeven betrekking heeft in beginsel een recht op kennisneming van die gegevens heeft met het oog op de uitoefening van zijn rechten tot verbetering of verwijdering van die gegevens. Het inzagerecht ziet op inzage in de politiegegevens van de verzoeker en niet van anderen. 3.1. Het recht op kennisneming van de politiegegevens is geen absoluut recht. Uit artikel 27, eerste lid, van de Wpg volgt dat een verzoek om kennisneming van politiegegevens wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is vanwege de in die bepaling vermelde belangen. Aan een weigering op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wpg moet een belangenafweging ten grondslag liggen. Is het bestreden besluit in strijd met het recht op een eerlijk proces? 4. Eiser stelt dat het bestreden besluit in strijd is met zijn recht op een eerlijk proces op grond van artikel 6 van het EV