Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-08-25
ECLI:NL:RBGEL:2026:6673
VvE-zaak. Vervangende machtiging (5:121 BW). Plaatsing warmtepomp. Na mondelinge behandeling zaak aangehouden, teneinde vergadering van eigenaars zich uit te laten over verzoek. Toestemming verkregen voor plaatsing warmtepomp. Toch gevraagd om beschikking wegens vrees dat nadere voorwaarden kunnen worden bepaald. Verzoek afgewezen, want geen sprake van situatie in de zin van 5:121 lid BW. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 11948081 \ AZ VERZ 25-52 Beschikking van 25 augustus 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. P.W.J.C. van Peer (ARAG rechtsbijstand), tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [x] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: mr. J.G.M. Scholte (Rijssenbeek advocaten). 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 t/m 17; - het verweerschrift met producties 1 t/m 5; - de akte van [verzoeker] van 21 juli 2026 met productie 18; - de akte van de VvE van 3 augustus 2026. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. [verzoeker] is verschenen, samen met haar partner en haar gemachtigde. Namens de VvE zijn verschenen haar drie bestuursleden, te weten de heren [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] . Ook is de gemachtigde van de VvE verschenen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken. 1.3. Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak op verzoek van partijen aangehouden, teneinde de eerstvolgende vergadering van eigenaars van de VvE af te wachten. Nadat deze vergadering op 4 juni 2026 heeft plaatsgevonden, heeft [verzoeker] de kantonrechter verzocht alsnog een beschikking te geven. De VvE heeft hierop ook haar standpunt kenbaar gemaakt. 1.4. De beschikking is nader bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Bij notariële akte van splitsing van 29 oktober 1999 is het perceel grond aan de [adres 1] en [adres 2] , kadastraal bekend gemeente Arnhem, [sectie] nummer [nummer 1] en [nummer 2] , waarop [appartemenstgebouw] ’ is gebouwd, gesplitst in appartementsrechten. De splitsing omvat 88 woonappartementen, een kinderdagverblijf en parkeerplaatsen. 2.2. In de splitsingsakte, waarbij ook de VvE is opgericht, is het modelreglement 1992 (hierna: het modelreglement) van toepassing verklaard. Op grond van het modelreglement behoren - onder meer – de dragende muren en de buitengevel van het appartementsgebouw tot de gemeenschappelijke gedeelten. Het modelreglement bevat – onder meer – de volgende bepalingen: “ Artikel 9 (…) 2. Het is een eigenaar of gebruiker zonder toestemming van de vergadering niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in de privé gedeelten bevinden. (…) Artikel 12 (…) 2 - De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en dergelijke. 3. - De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde handelingen toestemming verlenen en een reeds verleende toestemming intrekken. (…) Artikel 13 (…) 2. - Het aanbrengen aan de buitenzijde van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonneschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het hangen van wasgoed aan de buitenzijde van het gebouw mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. (…) Artikel 14 De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar zou worden gebracht.” 2.3. [verzoeker] is eigenaar van de appartementsrechten met indexnummers A2 en A90. Het betreffen respectievelijk een woonappartement met berging in de kelder en een parkeerplaats. [verzoeker] is van rechtswege lid van de VvE. 2.4. Tijdens de vergadering van eigenaars, die op 4 juni 2026 heeft plaatsgevonden, is in stemming gebracht het voorstel van [verzoeker] tot verkrijging van toestemming voor het plaatsen van een warmtepomp. De notulen van voornoemde vergadering bevat de volgende passage: “ 9. Juridisch 1: Warmtepomp aanvraag en gerechtelijke procedure Mevrouw [verzoeker] eigenaar van appartementsindex A-002, [adres 2] , heeft een verzoek ingediend voor het plaatsen van een hybride warmtepomp [persoon 2] licht toe dat hij met een ander bestuurslid een rechtszitting van ruim twee uur heeft bijgewoond. De rechter heeft geen directe uitspraak gedaan, maar heeft de procedure 'op pauze gezet' en geadviseerd het verzoek opnieuw ter besluitvorming aan de vergadering van eigenaars voor te leggen. [persoon 4] benadrukt dat de door hem voorgenomen warmtepomp voldoet aan alle wettelijke geluidseisen (ruim onder 40 dB) en de Bouwbesluitregelgeving (Bbl). Hij stelt dat de rechter expliciet heeft aangegeven dat een besluit hierover genomen kan worden zonder aanpassing van het huishoudelijk reglement (HHR). [persoon 4] vraagt toestemming voor de plaatsing, onder de voorwaarde dat aan de wet wordt voldaan en alle overlast wordt voorkomen. 2: Standpunt van het bestuur en discussie over beleid Het bestuur reageert dat eerder onderzoek naar verduurzaming de warmtepomp als optie naar voren bracht, maar dat toen ook de noodzaak voor breder onderzoek naar toepassing voor het gehele complex werd geconstateerd, onder andere vanwege mogelijke geluidsoverlast bij de ronde bouw. De voorzitter geeft aan dat de VvE in de toekomst veel kosten kan besparen als zaken zoals de plaatsing van warmtepompen en laadpalen collectief en met duidelijk beleid worden geregeld. [persoon 5] vraagt waarom het bestuur niet eerder heeft gemeld dat de rechter heeft geoordeeld dat een warmtepomp zonder HHR-aanpassing geplaatst kan worden. De voorzitter legt uit dat het bestuur geen specialist is in complexe juridische materie en dat dit soort situaties juist aantonen dat duidelijke afspraken en een vastgelegd beleidsstuk in het HHR nodig zijn. [persoon 5] meldt dat de rechter heeft gezegd dat zonder aanpassing van het HHR een warmtepomp aangelegd kan worden en dat hij niet begrijpt waarom het bestuur dit niet heeft gemeld. [persoon 2] herhaalt dat er eerst duidelijke afspraken gemaakt moeten worden. [persoon 5] stelt dat het HHR dus eerst aangepast moet worden. De voorzitter voegt toe dat indien de vergadering nu toestemming geeft voor de plaatsing, maar later beleid hieraan andere eisen stelt, de installatie op eigen kosten moet worden aangepast. [persoon 6] merkt op dat een ZAV-verklaring dit aspect al afdekt. [persoon 6] stelt echter een praktisch punt aan de orde: hij hoopt dat de warmtepomp niet aan de binnenring wordt geplaatst, aangezien dit in eerdere discussies over airco's voor hem een bezwaar was. [persoon 4] doet een aanvulling over wet- en regelgeving en de benodigde toestemming. Hij merkt op dat zijn huisnummer wel in aanmerking kwam voor plaatsing aan de binnenring. Diverse aanwezigen benadrukken het belang van een collectieve oplossing en duidelijk beleid voor toekomstige aanvragen, zoals laadpalen of thuisbatterijen, en stellen dat het formuleren van beleid een taak van het bestuur is. 3: Stemming en vaststelling Na de uitgebreide discussie wordt de aanvraag van mevrouw [verzoeker] [adres 2] voor het plaatsen van een hybride warmtepomp ter stemming gebracht. Op verzoek van een lid wordt er schriftelijk gestemd. De uitslag is als volgt: 72 onthoudingen, 159 stemmen tegen en 1136 stemmen voor. Aangezien het geen verzwaard besluit betreft, is het verzoek van mevrouw [verzoeker] unaniem aangenomen. De aanvragen voor het plaatsen van airco's bij appartementsindex A-087 en A-055 zijn reeds geregeld via de procedure van zelf aangebrachte voorzieningen Tot slot wordt geconstateerd dat aanpassing van het huishoudelijk reglement op dit moment niet mogelijk is, omdat het benodigde tweederde quorum niet aanwezig is. ” 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter haar vervangende machtiging te verlenen voor het (doen) plaatsen van een warmtepomp, met veroordeling van de VvE in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek, dat is gebaseerd op artikel 5:121 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat zij haar woonappartement wenst te verduurzamen door plaatsing van een warmtepomp. Alhoewel de vergadering van eigenaars bij besluit van 4 juni 2026 aan [verzoeker] toestemming heeft verleend tot plaatsing van een warmtepomp is [verzoeker] bevreesd dat de inhoud van de notulen van de vergadering van eigenaars ruimte laat voor de VvE om aan de plaatsing van de hybride warmtepomp de voorwaarde te verbinden dat tevoren ter zake het huishoudelijk reglement dient te worden aangepast, dan wel dat middels later beleid andere eisen aan de plaatsing van de hybride warmtepomp kunnen worden gesteld. Daarom wenst zij dat de kantonrechter een vervangende machtiging verleent. 3.3. De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe, voorzover nog relevant, aan dat de vergadering van eigenaars aan [verzoeker] toestemming heeft verleend tot de plaatsing van de hybride warmtepomp, zodat van een situatie als bedoeld in artikel 5:121 lid 1 BW geen sprake meer is. 4 De beoordeling 4.1. In alle gevallen waarin een appartementseigenaar voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot de gemeenschappelijk gedeelten toestemming behoeft van een of meer andere appartementseigenaars, kan die toestemming op verzoek van degene die haar behoeft, worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter. Op grond van het bepaalde in artikel 5:121 lid 1 BW kan een vervangende machtiging worden verleend, indien de toestemming zonder redelijke grond is geweigerd of degene die haar moet geven zich niet heeft verklaard. 4.2. Vast staat dat [verzoeker] op grond van de splitsingsakte, specifiek de in overweging 2.2 genoemde bepalingen uit het modelreglement, voorafgaande toestemming behoeft van de vergadering van eigenaars voor de plaatsing van een (hybride) warmtepomp. Niet alleen dient een buitenunit te worden geplaatst aan de gemeenschappelijk buitengevel, ook moeten gaten worden geboord in diezelfde gevel. Van toestemmingsverlening was nog geen sprake ten tijde van de indiening van het verzoekschrift. Ook tijdens de mondelinge behandeling was er nog geen sprake van een verleende toestemming. Uit de overgelegde stukken is het de kantonrechter echter ook niet gebleken dat aan de vergadering van eigenaars een concreet verzoek tot toestemmingsverlening is voorgelegd. Tussen het bestuur van de VvE en [verzoeker] is weliswaar meermaals gecorrespondeerd over de plaatsing van een hybride warmtepomp, maar dat heeft nimmer geleid tot een concreet voorstel aan de vergadering. De vraag of sprake is van een niet verklaren, kan echter in het midden blijven. Het bestuur van de VvE heeft namelijk tijdens de mondelinge behandeling toegezegd een concreet voorstel voor te leggen aan de vergadering van eigenaars. Hierop is de behandeling van het verzoekschrift voor bepaalde tijd aangehouden. 4.3. Partijen hebben de kantonrechter vervolgens bij akte geïnformeerd over de uitkomst van de vergadering van eigenaars van 4 juni 2026. De uitkomst voor [verzoeker] is positief, immers de gevraagde toestemming is verleend. Terecht is dan ook door de VvE aangevoerd dat geen grond bestaat voor toewijzing van het verzoek. Aan de wettelijke voorwaarde voor de vervangende machtiging, zoals bepaald in artikel 5:121 lid 1 BW, wordt namelijk niet meer voldaan. Van een weigering of niet-verklaren is immers geen sprake meer. Reeds hierop strandt het verzoek van [verzoeker] dan ook en daarom wijst de kantonrechter haar verzoek dan ook af. 4.4. Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog als volgt. Of de vrees, die [verzoeker] ten grondslag legt aan haar verzoek tot het alsnog geven van een beschikking, terecht is, kan in het midden blijven. Immers, [verzoeker] heeft haar verzoek, zoals opgenomen in het verzoekschrift, niet gewijzigd. De kantonrechter ziet dan ook niet in wat de ‘meerwaarde’ is van de verzochte vervangende machtiging tot plaatsing van een warmtepomp ten opzichte van de toestemming die inmiddels aan [verzoeker] is verleend. 4.5. [verzoeker] wordt in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen aan de zijde van de VvE. De proceskosten van de VvE worden begroot op: - salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 720,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst het verzoek af, 5.2. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart deze beschikking met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! 415 \ 51588