Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-08-17
ECLI:NL:RBGEL:2026:6465
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het openbaar maken van seksueel getinte afbeeldingen van zijn partner. De rechtbank vindt dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging ter zake van de belediging van diezelfde partner, omdat de rechtbank uit het procesdossier afleidt dat zijn partner niet alleen aangifte heeft gedaan van belediging, maar ook de wens had dat er vervolging zou worden ingesteld vanwege dit feit. De rechtbank veroordeelt verdachte wegens deze belediging en daarnaast de belaging van de ouders van zijn partner tot een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Daarnaast een contact- en gebiedsverbod ten aanzien van zijn partner en haar ouders. Ook deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar. Toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging, die wordt omgezet in een taakstraf. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot schadevergoeding die door de partner is ingediend. Gehele toewijzing van de vordering tot schadevergoeding die door de moeder van partner is ingediend. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05/273134-25 en 05/360196-24 (tul) Datum uitspraak : 17 augustus 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2024 tot en met 13 oktober 2025 te Druten, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] en/of [aangever 2] , door - meermaals (al dan niet anoniem) telefonisch contact op te nemen met [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 1] en/of [aangever 2] te bellen via sociale media (Instagram), - meermaals berichten te sturen via sociale media (WhatsApp en/of Facebook) en/of per SMS en/of via iMessage naar [aangever 1] en/of [aangever 2] , en/of - meermaals berichten met een intimiderende en/of beledigende inhoud te sturen via sociale media (WhatsApp) en/of via iMessage naar [aangever 1] en/of [aangever 2] , te weten: “jullie komen hier niet mee weg je kan niet altijd de tumor van je vrouw gebruiken om jullie zin te krijgen zieke mensen” en/of “Je dochter is een slet Doe er wat aan nu je er nog bent Ach ja zo een dochter krijg je nou eenmaal met zo een familie waarvan de ooms met hun nichtjes bezig zijn” en/of “Uw dochter is niet goed wijs net zoals uw vrouw allebei gek in hun kanker hoofd” en/of "Hoelang heeft uw vrouw nog?? Kneus hoelang ga je nog je kind slaan met die bezopen kop van je" en/of "Hoe is het met uw moeder? Oja… Achh binnenkort zie je haar weer. Wanneer de kanker heeft gewonnen" en/of "Ze word lekker uitgestrooid op een plek waar jij niet eens bij kan En voor dat je daar ben ben je al dood door kanker Vieze kanker teef Als ik je bekijk vanaf een foto wat [aangever 3] me laat zien heb ik gelijk een standaard stinkende geur die naat boven komt met jullie in me hoofd Gadverdamme Stinkend hoertje" en/of “Kanker zionist Dat je bent” en/of "Zorg dat ze haar kk telefoon opneemt [naam] Ga maar naar de politie voor "stalking" hahaha dan gaan ze je doorverwijzen naar de blokkeerknop Nu wil ik [aangever 3] spreken Zorg ermaar voor dat die telefoon t doet Haal je kk dochter op", met het oogmerk voornoemde [aangever 1] en/of [aangever 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 oktober 2025 te Druten, althans in Nederland, een of meerdere visuele weergaven van seksuele aard, te weten een of meerdere foto's en/of een of meerdere filmpjes van een persoon, te weten [aangever 3] , waarop te zien is/was - dat een persoon op haar knieën zit met haar billen omhoog en/of dat die persoon een zwarte string en een zwart t-shirt draagt, - dat twee personen in beeld zijn en/of dat de voorste persoon voorover gebogen op haar knieën zit met haar ondergoed net boven haar knieën en met een bikinitop/bh aan en/of dat een persoon op zijn/haar knieën achter de voorste persoon zit met zijn/haar handen op de rug van de voorste persoon, - een stukje rug, billen en bovenbenen en/of dat er geen kleding gedragen werd, - dat een vrouw met een zwarte trui en een lichtgekleurde string aan een foto maakt van haar billen, - een vagina, en/of - een vrouw die op haar ellebogen en knieën op een bed zit en/of dat het ondergoed van die vrouw net boven haar knieën zit en/of dat die vrouw met haar blote billen omhoog op bed zit, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor voornoemde [aangever 3] kon zijn; 3. hij op of omstreeks 30 augustus 2025 te Druten, althans in Nederland, opzettelijk iemand, te weten [aangever 3] , door een toegezonden en/of aangeboden geschrift en/of afbeelding heeft beledigd, door die [aangever 3] via sociale media, althans digitaal, (onder andere) de woorden toe te voegen "jij ben ziek in kk hoofd", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. 2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie t.a.v. feit 3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging van feit 3, omdat de voor vervolging van belediging vereiste klacht ontbreekt. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft erkend dat het dossier geen klacht omvat. De beoordeling door de rechtbank Op grond van artikel 164, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bestaat een klacht uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De rechtbank constateert dat [aangever 3] in haar aangifte heeft verklaard dat verdachte haar mentaal mishandelde, onder andere door haar uit te schelden. Hoewel de politie het onderzoek naar dit uitschelden in eerste instantie niet heeft opgepakt, vindt de rechtbank dat [aangever 3] hier wel degelijk aangifte van heeft gedaan. Dat de politie dit in eerste instantie heeft gekwalificeerd als een bedreiging, doet daar niet aan af. Vervolgens moet de rechtbank vaststellen of aangeefster tijdens het doen van aangifte de wens had dat vervolging zou worden ingesteld (HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242, NJ 2019/297). Deze bedoeling kan uit verschillende feiten en omstandigheden worden afgeleid. De rechtbank constateert dat [aangever 3] in haar aangifte heeft vermeld dat zij haar schade binnen het strafproces wilde verhalen op verdachte. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat zij zich als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd. In de toelichting van haar vordering wordt expliciet genoemd dat deze vordering mede is gestoeld op de tenlastegelegde belediging. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat [aangever 3] tijdens het doen van aangifte wilde dat verdachte zou worden vervolgd ter zake van belediging. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van feit 3. 3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 3 tenlastegelegde. De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 1 geldt dat uit het procesdossier niet blijkt dat verdachte alle berichten heeft verstuurd, waardoor de voor belaging vereiste stelselmatigheid ontbreekt. Verder zijn de berichten qua aard en strekking niet dreigend of dwingend. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken van feit 1. Ook van feit 2 moet verdachte worden vrijgesproken, omdat op basis van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de foto’s heeft geplaatst en [aangever 3] daarnaast niet herkenbaar in beeld is gebracht. Tot slot moet verdachte van feit 3 worden vrijgesproken, omdat het gaat om uitlatingen van onmacht die, gelet op de aard en strekking van het bericht, niet als beledigend moeten worden gezien. Beoordeling door de rechtbank Feit 1 De bewijsmiddelen [aangever 1] heeft verklaard dat verdachte sinds april 2024 een relatie heeft met haar dochter, [aangever 3] . Er spelen vanaf mei 2024 problemen. [aangever 3] en verdachte hadden toen ongeveer zes weken verkering. Verdachte wil de controle houden en vraagt steeds waar [aangever 3] is. Verdachte belde met een anoniem nummer en appte [aangever 1] vaak, steeds met verschillende nummers. In de periode van december 2024 moest [aangever 1] vanwege het overlijden van haar moeder ook anonieme telefoongesprekken opnemen. Als ze opnam, begon verdachte te schelden met verschrikkelijke scheldwoorden en was hij zeer intimiderend. Hoewel er anoniem werd gebeld, herkende [aangever 1] verdachte aan zijn stem, omdat zij hem vaker heeft gesproken. Op 5 januari 2025 ontving [aangever 1] via het telefoonnummer van [aangever 3] (+ [telefoonnummer] ) het volgende WhatsApp-bericht: ‘Papa ik wordt anoniem bedreigd door iemand met pistool dat hij jullie komt doodschieten binnen een paar dagen’. Dit bericht was verzonden aan de man van [aangever 1] (+ [telefoonnummer] ). Volgens [aangever 1] kan [aangever 3] dit bericht niet hebben verstuurd, omdat zij sinds 24 december (de rechtbank begrijpt: 2024) de simkaart en telefoon van [aangever 3] in haar bezit had. [aangever 1] vindt het onwaarschijnlijk dat [aangever 3] die dag toegang had tot een computer, omdat [aangever 3] de computer van de bibliotheek gebruikt, maar die was die dag gesloten. Als [aangever 3] niet snel genoeg reageert, belt en appt verdachte [aangever 1] en haar man. Dit begon in juni 2024. Haar man en zij worden ook heel vaak anoniem gebeld. Dit is sinds december (de rechtbank begrijpt: 2024) enorm toegenomen. Verdachte belt soms non-stop achter elkaar en houdt niet meer op. Afgelopen weekend (de rechtbank begrijpt: 1 en 2 februari 2025) was [aangever 3] bij haar ouders. Op een gegeven moment heeft [aangever 3] haar telefoon uitgezet, waarna verdachte haar ouders bleef bellen. Toen [aangever 1] een keer opnam, werd er alleen maar gescholden, voornamelijk over haar ziekte. Op 2 februari 2025 heeft verdachte meer dan 25 keer gebeld. Op 4 februari (de rechtbank begrijpt: 2025) zei verdachte telefonisch dingen als: ‘Wat er laatst in het centrum is gebeurd, gebeurt binnenkort ook bij jullie’. Verdachte had het over een grote brand. Hij zoekt op allerlei manieren contact, zowel met [aangever 1] als haar man, waaronder via WhatsApp en door te bellen. Hij heeft telkens andere nummers en accounts op WhatsApp. Volgens [aangever 1] stuurt verdachte ook berichten via het account van [aangever 3] . Hij heeft alle inloggegevens van [aangever 3] . Op 30 april 2025 liet [aangever 1] weten dat ze nog steeds met enige regelmaat door verdachte wordt gebeld, zowel anoniem als niet anoniem. Haar eigen telefoonnummer is [telefoonnummer] . Sinds 6 maart 2025 was verdachte weer druk met bellen en appen, zowel anoniem als met een onbekend nummer. [aangever 1] wist pas dat verdachte het was als ze opnam. Verdachte heeft haar op 25 maart 2025 gebeld en geappt met het nummer [telefoonnummer] . Vanaf 18 augustus 2025 viel verdachte hen weer in volle hevigheid lastig. Hij stuurt berichten en belt veelvuldig naar hen. [aangever 1] heeft verder verklaard dat [aangever 3] een keer bij hen was en haar telefoon kapot had gegooid. Vervolgens kregen zij berichten die zogenaamd van [aangever 3] waren, terwijl haar telefoon kapot op de grond lag. Verdachte kon doen alsof hij een bericht van [aangever 3] stuurde, maar dan was hij het. Dit was in de periode van 23-24 december 2024. Door de belaging ervaarde [aangever 1] continu stress, angst en paniek. Ze durfde ’s nachts niet meer alleen te zijn en lag nachten wakker. Overdag durfde ze niet meer naar buiten om haar hond uit te laten. Verdachte heeft haar haar algehele veiligheidsgevoel afgenomen. Ze krijgt stress als ze wordt gebeld door een onbekend nummer. Ook voelt ze zich niet meer veilig in haar eigen woning. [aangever 1] heeft berichten als bijlage meegestuurd met haar aangifte. De politie heeft hier onderzoek naar gedaan. Met het telefoonnummer + [telefoonnummer] werden de volgende SMS- en iMessage-berichten aan [aangever 1] verstuurd: ‘ Hallo, hoe zit het met [aangever 3] telefoon ’; ‘ Dit is [verdachte] ’; ‘ is [aangever 3] thuis? ’; ‘ ze zou na werk naar huis gaan heb niks meer van haar gehoord ’; ‘ hallo? ’; ‘ ik maak me zorgen ’; ‘ alsjeblieft ’; ‘ jullie komen hier niet mee weg je kan niet altijd de tumor van je vrouw gebruiken om jullie zin te krijgen zieke mensen ’; ‘ is [aangever 3] thuis ’; ‘ ze zei dat ze na werk naar huis zou gaan gelijk maar heb niks meer van haar gehoord ’. Verder zijn onder de naam ‘ [verdachte] ’ de volgende berichten aan [aangever 1] verstuurd: ‘ Kk hoer ’; ‘ Je dochter is een slet ’; ‘ Doe er wat aan nu je er nog bent ’; ‘ Ach ja zo een dochter krijg je nou eenmaal met zo een familie waarvan de ooms met hun nichtjes bezig zijn ’; ‘ Uw dochter is niet goed wijs net zoals uw vrouw allebei gek in hun kanker hoofd maar dat snap ik wel na zoveel drama binnen de familie zoals die oom alleen ik had het zwaar onderschat... ik echt meelijden met u dat u met zulke mensen het huis moet delen. Maar even serieus van man tot man ik lieg niet er zijn veel dingen die [aangever 3] jullie nooit zal vertellen maar ik wel weet, haar oom is er een van. Ik wens u veel succes met deze psychische wijven ik ben er klaar mee. ’; ‘ Ze is gewoon met mij ’; ‘ Geloof haar niet alsjeblieft ’; ‘ Hoelang heeft uw vrouw nog?? Kneus hoelang ga je nog je kind slaan met die bezopen kop van je. Ik heb je nooit iets aangedaan maar wel politie meerdere keren naar me huis waar kleine kinderen wonen om je zin te krijgen. ’ Daarnaast zijn met het telefoonnummer + [telefoonnummer] de volgende berichten aan [aangever 1] verstuurd: ‘ Zoveel over mijn moeder gepraat dat god de jouwe heeft genomen ’; ‘ Lekker bezig ’; ‘ Hoe is het met uw moeder? ’; ‘ Oja ... ’; ‘ Achh binnenkort zie je haar weer ’; ‘ Wanneer de kanker heeft gewonnen ’; ‘ Ze word lekker uitgestrooid op een plek waar jj niet eens bij kan ’; ‘ En voor dat je daar ben ben je al dood door kanker ’; ‘ Vieze kanker teef ’; ‘ Als ik je bekijk vanaf een foto wat [aangever 3] me laat zien heb ik gelijk een standaard stinkende geur die naat boven komt met jullie in me hoofd ’; ‘ Gadverdamme ’; ‘ Stinkend hoertje ’; ‘ En dit wat ik doenis niet iligaal ’; ‘ Je kan me op deze app blokkeren en ook zelfs op je telefoon dan kan ik jullie niet lastig vallen dis ookal geven jullie dit aan bij de politie gaan ze je jullie dit precies zeggen ’; ‘ Kanker zionist ’; ‘ Dat je bent ’; ‘ Met je lange okselhaar ’; ‘ Zorg dat ze haar kk telefoon opneemt ’; ‘ [naam] ’; ‘ Ga maar naar de politie voor "stalking" hahaha dan gaan ze je doorverwijzen naar de blokkeerknop ’; ‘ Nu wil ik [aangever 3] spreken ’; ‘ Zorg ermaar voor dat die telefoon t doet ’; ‘ Haal je kk dochter op ’. Tot slot heeft [aangever 1] het volgende WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 3] : ‘ Papa ik wordt anoniem bedreigd door iemand met pistool dat hij jullie komt doodschieten binnen een paar dagen ’. Verdachte heeft in een verhoor in het kader van een andere zaak op 23 februari 2025 verklaard dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer] is. Op de terechtzitting van 3 augustus 2026 heeft verdachte dit bevestigd. De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Volgens de politie is het opvallend dat de tegennummers, die naar deze telefoonnummers proberen in te bellen, bij beide telefoonnummers overeenkomen. Daarom is het volgens de politie zeer waarschijnlijk dat beide telefoonnummers bij dezelfde persoon in gebruik zijn geweest. [aangever 1] werd op 20 december 2024 negentien keer anoniem gebeld, te weten om 07.43, 07,44, 07.47, 07.49, 07.50, 07.54, 07,55, 07.56, 07.58, 08.02, 08.03, 08.06, 08.07, 08.08, 08,09, 08.10, 08.11,08.19 en 08.22 uur. Op 24 december 2024 werd zij vier keer gebeld, waarvan één keer door het telefoonnummer [telefoonnummer] om 9:24 uur en om 09.29, 09.38 en 10.11 uur door een onbekend/anoniem nummer. Op 7 januari 2025 werd ze twee keer anoniem gebeld en op 14 januari 2025 drie keer. Op 17 januari 2025 werd zij zeven keer anoniem gebeld op de tijdstippen: 09.57, 10.00, 10.14, 10.20, 10.21, 10.50 en 11.52 uur. Op 19 januari 2025 werd ze twee keer anoniem gebeld. Op 20 januari 2025 en op 28 januari 2025 werd ze één keer anoniem gebeld. Op 31 januari 2025 werd ze drie keer anoniem gebeld. Op 1 februari 2025 werd ze tien keer anoniem gebeld op de volgende tijdstippen: 06.28, 06.33, 06.41, 06.50, 06.51, 08.58, 13.16, 13.32, 14.21, 14.22 uur. Op 3 februari 2025 werd ze vijf keer anoniem gebeld, te weten om 11.37, 11.53, 11.58, 12.05 en 16.31 uur. Op 9 februari 2025 werd ze drie keer anoniem gebeld. Op 19 februari 2025 werd ze drie keer anoniem gebeld. Op 20 maart 2025 werd ze vijf keer gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer] om 03.15 , 05.11 , 09.36, 09.19 en 09.18 uur. Op 23 maart 2025 werd ze drie keer gebeld via WhatsApp met het telefoonnummer [telefoonnummer] . [aangever 2] heeft verklaard dat zijn vrouw en hij constant lastig werden gevallen door verdachte. Als verdachte [aangever 3] niet kon bereiken, dan probeerde hij via hen controle over [aangever 3] te krijgen. Als [aangever 3] niet reageerde, dan werden zij bedreigd. Op 18 augustus 2025 ontving [aangever 2] een Instagram-bericht van verdachte. Zijn vrouw en hij werden gebeld via de WhatsApp van [aangever 3] , maar dan was het verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij de ouders van [aangever 3] heeft beledigd. Het kan zijn dat hij haar ouders meerdere keren per dag belde. Soms was dat met een anoniem telefoonnummer. Verdachte heeft een paar keer een aantal keer achter elkaar gebeld. Verdachte nam regelmatig contact op met de ouders van [aangever 3] . Hij heeft hen vervelende berichten gestuurd. Verdachte voelde zich soms aangevallen en beledigd en had het gevoel dat hij dat terug moest doen, maar dan erger. Verdachte probeerde hen hierin te overtreffen. Verdachte heeft hen veel beledigende teksten gestuurd. Toen de politie hem voorhield dat met het telefoonnummer + [telefoonnummer] een bericht met de tekst ‘ Dit is [verdachte] ’ aan [aangever 1] is verstuurd, gaf verdachte aan dat hij dat dan wel zou hebben verstuurd. Verdachte heeft de volgende berichten aan [aangever 1] verstuurd: ‘ Hoe is het met uw moeder? ’; ‘ Oja ... ’; ‘ Achh binnenkort zie je haar weer ’; ‘ Wanneer de kanker heeft gewonnen ’. De beoordeling door de rechtbank Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De rechtbank overweegt dat de inhoud van de berichten die de ouders van [aangever 3] hebben ontvangen en de grote aantallen telefonische contactmomenten of pogingen daartoe passen bij de verklaringen van de ouders van [aangever 3] , namelijk dat verdachte, destijds de partner van hun dochter, boos werd als hij geen contact met [aangever 3] kon krijgen. Zo werd via de telefoonnummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] regelmatig gevraagd of [aangever 3] thuis is, geïnformeerd naar de telefoon van [aangever 3] of gezegd dat de verstuurder [aangever 3] niet kan bereiken. Bovendien werd er ook contact opgenomen met de ouders van [aangever 3] op momenten waarin het onmogelijk of onlogisch was dat [aangever 3] contact met hen zou zoeken, bijvoorbeeld als zij bij haar ouders was. Verder verklaart [aangever 1] dat verdachte vaak degene was die ze aan de lijn kreeg als ze de telefoon opnam wanneer ze werd gebeld. Daarbij komt dat verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig contact opnam met de ouders van [aangever 3] en hen meerdere keren heeft gebeld, ook met een anoniem nummer, en soms meerdere keren op één dag. Verder heeft hij verklaard dat hij hen veel beledigende berichten heeft gestuurd, waaronder een aantal van de tenlastegelegde teksten. Gelet op zijn verklaring dat hij zich aangevallen en beledigd voelde en de ouders van [aangever 3] hierin wilde overtreffen, was de inhoud van de berichten dus ook bedoeld om hen te raken. Dat past ook bij het Facebook-bericht dat hij aan [aangever 3] stuurde, namelijk dat hij haar ouders zou gaan lastig vallen. Ook de verklaring van verdachte zelf past dus bij de verklaringen van de ouders van [aangever 3] . Al deze afzonderlijke feiten en omstandigheden staan – naar het oordeel van de rechtbank – volledig los van het feit dat [aangever 3] ook wel eens de telefoon van verdachte gebruikte om contact te zoeken met haar ouders, zoals zowel zij als [aangever 1] bij de rechter-commissaris heeft verklaard. Bovendien was haar doel om contact te krijgen met haar ouders en niet haar ouders aanvallen of beledigen, zoals verdachte heeft verklaard. De inhoud van een aantal berichten is daarnaast zó afschuwelijk, gelet op het feit dat [aangever 1] lijdt aan terminale kanker, dat het moeilijk voorstelbaar is dat deze van [aangever 3] zelf afkomstig zijn. Ook al kan de rechtbank niet specifiek vaststellen welke berichten en telefoontjes van verdachte en welke van [aangever 3] zijn, voor de rechtbank staat in ieder geval vast dat verdachte vaak genoeg contact met haar ouders heeft opgenomen, gedurende een periode van meer dan een jaar, dat dit leidt tot het oordeel dat sprake was van een stelstelmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer. De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Hierbij verwijst de rechtbank in het bijzonder naar de inhoud van de berichten, die grof, respectloos en buitengewoon kwetsend zijn en (mede) waren gericht aan [aangever 1] , die lijdt aan kanker en ongeneeslijk ziek is. Uit die berichten en uit de hoeveelheid telefoontjes komt naar voren dat verdachte op indringende wijze heeft geprobeerd met de slachtoffers in contact te komen. De gedragingen van verdachte hebben vergaande gevolgen gehad voor het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [aangever 1] . Gelet op de verklaring van verdachte – dat hij de ouders van [aangever 3] probeerde aan te vallen en te beledigen – en het bericht dat hij aan [aangever 3] heeft verstuurd, waarin hij aangaf haar ouders te gaan lastigvallen, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte opzettelijk een inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van haar ouders. Ook gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte het oogmerk had om hen enerzijds te dwingen te dulden dat er stelselmatig contact met hen werd gezocht en anderzijds vrees aan te jagen, gelet op de inhoud van de verstuurde berichten. Aangezien de berichten gericht zijn aan beide ouders van [aangever 3] gaat de rechtbank ervan uit dat het opzet van verdachte op hen allebei was gericht. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt. Feit 2 Op zitting heeft verdachte heeft bevestigd foto’s van [aangever 3] online te hebben gezet zonder haar toestemming. Verdachte betwist nadrukkelijk dat het daarbij ging om foto’s zoals omschreven onder feit 2. Op basis van het procesdossier kan de rechtbank met onvoldoende zekerheid vaststellen wie de foto’s van [aangever 3] , zoals weergegeven in de tenlastelegging, openbaar heeft gemaakt, omdat er meerdere mensen toegang hadden tot de telefoon van verdachte en verdachte heeft verklaard dat meerdere mensen beschikten over de tenlastegelegde afbeeldingen. De rechtbank kan niet uitsluiten dat iemand anders dan verdachte de afbeeldingen openbaar heeft gemaakt. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde. Feit 3 De bewijsmiddelen [aangever 3] [aangever 2] heeft verklaard dat verdachte haar mentaal mishandelde, onder andere door haar uit te schelden. De moeder van [aangever 3] heeft kanker en is ongeneeslijk ziek. De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte. Hieruit kwam naar voren dat verdachte via TikTok contact had met ‘ [aangever 3] ’, het account op de telefoon van [aangever 3] , aan wie hij op 30 augustus 2025 het volgende bericht stuurde: ‘jij ben ziek in kk hoofd’. Verdachte heeft verklaard dat hij vooral beledigde. Hij wist dat de moeder van [aangever 3] kanker heeft. De beoordeling door de rechtbank Een uitlating die in iemands tegenwoordigheid wordt gedaan, moet als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer of goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is, zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (vgl. HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9796). De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. Het is een feit van algemene bekendheid dat “kk” in deze context “kanker” betekent. Verdachte heeft in een bericht aan [aangever 3] gezegd dat ze ziek is in haar kankerhoofd, wetende dat haar moeder lijdt aan een terminale vorm van kanker. De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte gebruikte woorden in het algemeen hedendaags taalgebruik als scheldwoorden worden ervaren en onmiskenbaar ertoe strekten de eer en goede naam van [aangever 3] aan te tasten, zeker door het gebruik van het woord ‘kanker’, en al helemaal nu hij wist dat haar moeder lijdt aan een terminale vorm van kanker. De rechtbank acht daarmee het onder 3 ten laste gelegde bewezen. 4 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2024 tot en met 13 oktober 2025 te Druten, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] en /of [aangever 2] , door - meermaals ( al dan niet anoniem ) telefonisch contact op te nemen met [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 1] en/of [aangever 2] te bellen via sociale media (Instagram), - meermaals berichten te sturen via sociale media (WhatsApp en/of Facebook) en /of per SMS en /of via iMessage naar [aangever 1] en/of [aangever 2] , en /of - meermaals berichten met een intimiderende en /of beledigende inhoud te sturen via sociale media (WhatsApp) en/of via iMessage naar [aangever 1] en/of [aangever 2] , te weten: “jullie komen hier niet mee weg je kan niet altijd de tumor van je vrouw gebruiken om jullie zin te krijgen zieke mensen” en /of “Je dochter is een slet Doe er wat aan nu je er nog bent Ach ja zo een dochter krijg je nou eenmaal met zo een familie waarvan de ooms met hun nichtjes bezig zijn” en /of “Uw dochter is niet goed wijs net zoals uw vrouw allebei gek in hun kanker hoofd” en /of "Hoelang heeft uw vrouw nog?? Kneus hoelang ga je nog je kind slaan met die bezopen kop van je" en /of "Hoe is het met uw moeder? Oja… Achh binnenkort zie je haar weer. Wanneer de kanker heeft gewonnen" en /of "Ze word lekker uitgestrooid op een plek waar jij niet eens bij kan En voor dat je daar ben ben je al dood door kanker Vieze kanker teef Als ik je bekijk vanaf een foto wat [aangever 3] me laat zien heb ik gelijk een standaard stinkende geur die naat boven komt met jullie in me hoofd Gadverdamme Stinkend hoertje" en /of “Kanker zionist Dat je bent” en /of "Zorg dat ze haar kk telefoon opneemt [naam] Ga maar naar de politie voor "stalking" hahaha dan gaan ze je doorverwijzen naar de blokkeerknop Nu wil ik [aangever 3] spreken Zorg ermaar voor dat die telefoon t doet Haal je kk dochter op", met het oogmerk voornoemde [aangever 1] en/of [aangever 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; 3. hij op of omstreeks 30 augustus 2025 te Druten, althans in Nederland, opzettelijk iemand, te weten [aangever 3] , door een toegezonden en/of aangeboden geschrift en/of afbeelding heeft beledigd, door die [aangever 2] via sociale media, althans digitaal, (onder andere) de woorden toe te voegen "jij ben ziek in kk hoofd", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: belaging; feit 3: eenvoudige belediging. 6 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 7 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 8 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 100 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar moeten worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats is, gelet op het belang dat zowel verdachte als de samenleving heeft bij zijn behandeling en begeleiding. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De ernst van de feiten Verdachte heeft de ouders van [aangever 3] meer dan een jaar belaagd. Hij heeft hen heel vaak gebeld en als zij opnamen, beledigde hij hen. Daarnaast heeft hij een grote hoeveelheid berichten gestuurd met een beledigende en intimiderende inhoud. Verdachte had ook de intentie om hen aan te vallen en te kwetsen. Verdachte stuurde de moeder van [aangever 3] diverse berichten, waarin hij haar ziekte gebruikte om haar pijn te doen. De rechtbank vindt de inhoud van die berichten bijzonder verwerpelijk. Verdachte heeft de moeder van [aangever 3] met zijn gedrag zóveel angst aangejaagd dat zij ’s nachts niet meer alleen thuis durfde te zijn en overdag het huis niet eens meer durfde te verlaten om de hond uit te laten. Ook voelde ze zich genoodzaakt om extra veiligheidsmaatregelen te nemen rondom haar huis. Volgens de ouders van [aangever 3] deed hij dit, omdat hij geen contact met [aangever 3] kon krijgen. Volgens hemzelf deed hij dit omdat hij zich aangevallen voelde. Ongeacht de reden was het gedrag van verdachte buitensporig en overschreed het alle fatsoensnormen. Dit rekent de rechtbank hem aan. Verdachte heeft ook zijn (toenmalige) partner beledigd. Dit is niet hoe je in een liefdevolle relatie met elkaar om hoort te gaan. Ook dit vindt de rechtbank kwalijk, zeker omdat uit het procesdossier blijkt dat hij vaker zo met haar omging. De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het strafblad van verdachte d.d. 20 juli 2026 blijkt dat hij op 13 december 2024 is veroordeeld wegens mishandeling van zijn levensgezel. Van het voorwaardelijk deel van deze straf wordt nu de tenuitvoerlegging gevorderd. Uit het procesdossier blijkt dat het slachtoffer in die zaak [aangever 3] was. De rechtbank neemt het verdachte ten zeerste kwalijk dat hij opnieuw een strafbaar feit heeft begaan tegen zijn partner. GZ-psycholoog F.A.M. de Reeper heeft op 26 februari 2026 een PJ-rapport uitgebracht. Volgens de psycholoog leed verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en paranoïde trekken en een lichte stoornis in het gebruik van cannabis die zijn gedragskeuzes en gedragingen beïnvloedden. De intenties van verdachte om zich positief te presenteren en behulpzaam te willen zijn naar [aangever 3] werden volgens de psycholoog door haar ouders bij herhaling negatief ontvangen. Zij keken op verdachte neer, wat zijn wantrouwen en boosheid voedde en zijn lage zelfwaardering bevestigde. Verdachte kon volgens de psycholoog zijn negatieve emoties, die hij sowieso al lastig kan verwoorden en bespreekbaar kan maken, niet goed meer reguleren. Hij kon geen afstand nemen, raakte gefrustreerd, gekwetst en gekrenkt en kwam in een fuik van impulsief negatief reageren. In zijn contacten via sociale media slaagde hij er niet in conflicten adequaat te hanteren en kwam hij, mede door de stress, tot explosieve, vijandige en wraakzuchtige reacties met belaging en bedreiging als gevolg. Eenzelfde, voor zijn stoornis kenmerkend patroon van reageren kan volgens de psycholoog worden geschetst in de omgang en relatie met [aangever 3] . Het betreft een meisje met een verstoorde verhouding met haar ouders, wat ook bij haar tot gedragsproblemen heeft geleid. De problemen met haar ouders veroorzaakten veel spanning in en tussen hen, waarbij verdachte, die bekend is met zich niet gezien of gewaardeerd en zich nergens goed ingebed voelen, zich met haar problematiek lijkt te hebben geïdentificeerd. Hij wilde [aangever 3] kunnen vertrouwen, maar leek daarbij meer toewijding van haar te verwachten dan hij ontving. Als zijn intenties in zijn beleving onvoldoende worden beantwoord, deze worden genegeerd of hij daarin wordt gekwetst, ontstaat een patroon van aantrekken en afstoten. Verdachte verdraagt het niet als [aangever 3] van hem af beweegt. De afwijzing leidt bij hem tot rigide en controlerende trekken. Het beëindiging van hun relatie vervulde verdachte met leegte, aldus de psycholoog, met drank- en middelenmisbruik en stemmingsproblemen als gevolg. Verdachte werd geraakt in zijn emotionele kwetsbaarheid. Hij zag zich bevestigd in zijn achterdocht, verlatenheid en lage zelfbeeld en werd boos en vijandig. Het wekte wraakzuchtige gedachten en gedrag bij hem op, waarbij hij de ander net zoveel pijn wilde doen als hij zelf ervaarde. In zijn reacties overschreed hij fors de grenzen. De woede van het zelf verlaten-zijn luxeert agressie en mishandeling en gedachten de ander te willen elimineren bij hem, wat resulteert in de feiten naar [aangever 3] . De invloed van het misbruik van cannabis heeft hierin volgens de psycholoog slechts een bescheiden rol gespeeld. Misbruik vertoont vaak samenhang met tragere besluitvorming en een afname in doelgerichte activiteit en zelfredzaamheid en een lagere tevredenheid over het leven. Het is wel mogelijk dat het misbruik tot een verhoging van prikkelbehoefte en minder remming heeft geleid. Het is volgens de psycholoog gunstig te noemen dat verdachte zich achteraf bewust is van zijn patroon van reageren en van zijn kwetsbaarheid. Hij schaamt zich voor zijn handelen en geeft aan dat het niet had mogen gebeuren. Hij ziet dat hij sterk neigt tot impulsief en wraakzuchtig reageren, maar slaagt er door zijn stoornis niet in om onder dergelijke intense, stressvolle en emotionele gebeurtenissen tot passend gedrag en zelfcontrole te komen. In die zin zijn de tenlastegelegde feiten verdachte niet geheel toe te rekenen. De psycholoog adviseert verdachte daarom als verminderd toerekenbaar te beschouwen. Verdachte is volgens de psycholoog te typeren als een rancuneuze stalker in relatie tot de ouders van zijn (ex-)vriendin. Het betrof belaging van (schoon)familie uit wraakzucht. Een algemeen risico voor stalking bij verdachte is zijn impulsiviteit en gebrekkige emotionele controle. Er is sprake van een ondercontrole van gevoelens van boosheid in situaties waarin hij – in zijn beleving – wordt teleurgesteld, beledigd of wordt afgewezen. Daarnaast is er sprake geweest van een belangrijke mate van volharding (in onder meer het sturen van berichtjes). Een meer specifiek risico bij het type rancuneuze stalker is het verhoogd niveau van boosheid. Er is sprake geweest van intense woede naar de ouders en pogingen om hen te kwetsen en pijn te doen, wat door verdachte in enige mate wordt gerationaliseerd of gerechtvaardigd. Het risico op terugval wordt als matig ingeschat. Er is bij verdachte geen geschiedenis van stalking. Hij heeft te realiseren plannen voor de nabije toekomst en staat open voor behandeling. Wel is de actuele situatie zorgelijk. Verdachte is nu zeer boos naar zijn ouders, c.q. zijn moeder, waarvoor de politie werd ingeschakeld en hij is uit huis gezet. Het is onduidelijk waar hij nu verblijft. Dat is te zien als een verslechtering van zijn mentale toestand. Dit, gecombineerd met de persoonlijkheidsstoornis, verhoogt in het algemeen het risico op terugval, maar het is de vraag of dit risicoverhogend is voor de stalking naar de ouders van zijn ex-vriendin. Hiertegenover staan een aantal beschermende factoren. Er is sprake van een, klinisch ingeschatte, gemiddelde intelligentie en in enige mate van een hechte band met pro-sociale volwassenen. De vrijetijdsbesteding is in enige mate ingevuld en doordat verdachte nu werkt, is er ook inkomen. Zijn financieel beheer laat echter te wensen over. Verdachte toont zich gemotiveerd voor begeleiding en behandeling. Zijn ouders, in het bijzonder zijn moeder, ondersteunen hem. Er is echter geen sprake van een woonsituatie onder supervisie of intensief toezicht Alles overziend ziet de psycholoog de kans op gewelddadig gedrag in het algemeen zonder behandeling als laag-matig, binnen intieme relaties als matig tot hoog en met behandeling als laag-matig. De psycholoog schat de kans op terugval in stalking in als matig. Voor verdachte en voor de kans op recidive is het volgens de psycholoog allereerst van belang dat er sprake is van huisvesting. Een vorm van begeleid wonen is aangewezen. Daar kan hij werken aan zijn zelfstandigheid en leren omgaan met financiën in wonen. Daarnaast moet de aandacht volgens de psycholoog uitgaan naar zijn emotieregulatie, copingvaardigheden en persoonlijkheidsproblematiek, in het bijzonder de borderline, narcistische en paranoïde trekken. De behandeling moet gericht zijn op het leren herkennen, accepteren en reguleren van emoties en het verminderen van de emotionele instabiliteit. Dialectische gedragstherapie en cognitieve gedragstherapie kunnen daarbij helpend zijn. Ook kan gedacht worden aan schema-therapie om disfunctionele patronen in denken, voelen en gedrag te doorbreken, achterdocht te verminderen – wat bedreigend gedrag in stand houdt –, het verbeteren van sociale vaardigheden en het aandragen van pro-sociale alternatieven. Voorgestelde behandelingen kunnen worden uitgevoerd in een ambulant kader bij de forensische GGZ. Er is nog geen sprake geweest van enige begeleiding of behandeling bij verdachte. Hij is volgens de psycholoog in eerste instantie gemotiveerd voor begeleiding van de meer praktische kant, maar staat ook open voor behandeling. Hij heeft nu werk, zicht op een opleiding en zegt zich aan het contact- en locatieverbod te houden. Dit, gecombineerd met zijn motivatie voor behandeling en de geschatte kans op recidive bij behandeling, maakt volgens de psycholoog dat het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel vooralsnog toereikend lijkt. Uit de wegingslijst ASR van het NIFP komt volgens de psycholoog het advies om het volwassenenstrafrecht toe te passen, wat overeenkomt met de klinische inschatting. Voor wat betreft de handelingsvaardigheden is in enige mate sprake van moeite in het organiseren van het eigen gedrag en een neiging tot impulsiviteit. Maar een pedagogische aanpak of gezinsgerichte hulpverlening is niet noodzakelijk. Integendeel, er moet juist worden ingezet op zelfstandigheid. Er is bij betrokkene geen sprake van een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis, criminele levensstijl of van antisociale persoonlijkheidsproblematiek. Daarom is er geen indicatie voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Tactus heeft op 3 maart 2026 een reclasseringsadvies over verdachte opgemaakt. De reclassering ziet risico’s op verschillende leefgebieden, waaronder huisvesting, financiën, psychosociaal functioneren en de relatie met partner/familie. De reclassering ziet zijn werk als enige beschermende factor. Verder is hij, ondanks de onrust in zijn leven, goed in contact met hulpverlening. Hij komt de afspraken met Tactus grotendeels na. Hij geeft aan gemotiveerd te zijn voor hulpverlening en reclasseringstoezicht, hoewel hij erkent dat hij moeite heeft met het nakomen van afspraken. De verwachting is dat het traject van verdachte strubbelingen zal hebben, nu uit het onderzoek van de psycholoog blijkt dat hij een wat paranoïde houding kan hebben. Desondanks is het, vanwege de leeftijd en geconstateerde persoonlijkheidsstoornis, van belang om verdachte in te bedden in een stevig (ambulant) forensisch kader. De reclassering adviseert om het volwassenenstrafrecht toe te passen. De reclassering schat het recidiverisico in de huidige context, waarin sprake is van betrokken hulpverlening en schorsingstoezicht, in als laag. Het recidiverisico in de relationele sfeer wordt hoger ingeschat, maar zal afnemen als verdachte profiteert van de behandeling. De reclassering schat de risico’s op recidive en letsel in als laag en het risico op onttrekken aan voorwaarden als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: de meldplicht; ambulante behandeling; verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang; een contactverbod ten aanzien van [aangever 3] en haar ouders; een locatieverbod voor de gemeente Druten; meewerken aan aflossing van zijn schulden en meewerken aan beheersing van zijn middelengebruik. Verder adviseert de reclassering de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht. Uit een e-mailbericht van de reclassering van 30 juli 2026 blijkt dat verdachte zich in de afgelopen periode niet heeft gehouden aan de huisregels van zijn verblijfplek. Volgens de reclassering lijkt het erop dat hij zich niet wil conformeren aan de afspraken. De reclassering heeft meerdere contactpogingen gedaan, maar tevergeefs. Verdachte heeft hiervoor een officiële waarschuwing gekregen. Conclusie De rechtbank neemt bovenstaande conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare. Dat betekent dat zij van oordeel is dat de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. Verder betekent dit dat de rechtbank het volwassenenstrafrecht zal toepassen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten met grote gevolgen voor de slachtoffers. Daarom is een gevangenisstraf passend. De rechtbank maakt zich ernstig zorgen over de veiligheid van [aangever 3] en haar ouders. Daarom vindt zij het van groot belang dat verdachte behandeling en begeleiding krijgt om zo de kans op herhaling te verminderen. Daarom zal zij verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 100 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het geadviseerde contact- en locatieverbod, die de rechtbank wel noodzakelijk vindt, maar waarvoor een andere vorm wordt gekozen, zoals hierna zal blijken. De rechtbank zal verder bepalen dat de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende drie jaar: geen contact mag opnemen met [aangever 3] en haar ouders en zich niet zal bevinden in de gemeente Druten, de supermarkt Jumbo aan [adres] in [plaats] of de looproute van de bushalte aan [adres] in [plaats] naar voornoemde Jumbo (zie bijlage voor de looproute). De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt één week per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank zal tot slot het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 9 De beoordeling van de civiele vorderingen De vordering van de benadeelde partij [aangever 1] De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 128,- aan materiële schade en € 3.000,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering sterk moet worden gematigd. De beoordeling door de rechtbank Materiële schade Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of zodanig verband bestaat, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend (zie ook HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Door de aanhoudende intimiderende en beledigende berichten van verdachte, voelde de benadeelde zich niet meer veilig in haar eigen woning. Daarom heeft ze een uitbreiding van haar beveiligingscamera aangeschaft, zodat ze zicht had rondom haar hele woning om zo haar gevoel van onveiligheid te verminderen. Deze camera heeft zij aangeschaft op 7 mei 2024, dus een week na aanvang van de belaging. Verder blijkt uit de toelichting op de vordering dat de gedragingen van verdachte hevige gevoelens van angst en onveiligheid hebben veroorzaakt, waardoor de benadeelde zich op een gegeven moment niet meer veilig voelde in haar eigen woning, ’s nachts niet alleen durfde te zijn en overdag niet naar buiten durfde om haar hond uit te laten. Bovendien blijkt uit het procesdossier niet alleen dat verdachte zeer verontrustende en intimiderende berichten heeft verstuurd, zoals impliceren dat er een grote brand in hun woning zou gaan woeden of berichten sturen met teksten als ‘jullie komen hier niet mee weg’, maar ook dat hij langs het huis van de benadeelde is gereden. De gevoelens van onveiligheid van de benadeelde komen dus niet uit het niets, maar zijn een rechtstreeks gevolg van het handelen van verdachte. De rechtbank merkt de kosten voor de camera aan als rechtstreekse schade als bedoeld in artikel 51f, eerste lid, Sv. Deze schadepost is verder voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade kan worden toegewezen. Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door feit 1 is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Belaging is namelijk een ernstige normschending, waarbij verdachte telkens weer een inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij. Gelet op de periode van anderhalf jaar, de intensiteit van de belaging en de grove, kwetsende en intimiderende aard van de berichten is de rechtbank van oordeel dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zodanig voor de hand liggen dat toewijzing van smartengeld gerechtvaardigd is. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.000,- vaststellen. De wettelijke rente Verdachte is vanaf 1 februari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De vordering van de benadeelde partij [aangever 3] De benadeelde partij [aangever 3] heeft in verband met feiten 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, nu de officier van justitie zich op het standpunt heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 en dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging van feit 3. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij. De beoordeling door de rechtbank Het smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door feit 3 is de benadeelde in de eer of goede naam aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 200,- vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk verklaren in de vordering. De wettelijke rente Verdachte is vanaf 30 augustus 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 10 De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/360196-24) De politierechter heeft verdachte op 13 december 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert de gehele tenuitvoerlegging van die straf, die moet worden omgezet in een taakstraf. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de tenuitvoerlegging van de straf kan worden gevorderd en dat de gevangenisstraf zou moeten worden omgezet in een taakstraf. De beoordeling door de rechtbank Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. De rechtbank zal in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf van 60 uur, subsidiair 14 dagen hechtenis, gelasten. Gelet op de problematiek van verdachte, zoals deze hiervoor uiteen is gezet, vindt de rechtbank het van belang dat hij hiervoor de juiste behandeling en begeleiding krijgt. Een gevangenisstraf zou het ingezette hulpverleningstraject doorkruisen. 11 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 57, 60a, 266 en 285b van het Wetboek van Strafrecht. 12 De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 53 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak; - verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het leren herkennen, accepteren en reguleren van emoties en het verminderen van de emotionele instabiliteit en de geconstateerde persoonlijkheidsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken; - verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een nader te noemen instelling of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt; - verdachte binnen de proeftijd meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte zal de reclassering hiertoe inzicht geven in zijn financiën en schulden; - verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst II (softdrugs). Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn; legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende: o Een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende drie jaren niet bevindt in de gemeente Druten, de supermarkt Jumbo aan [adres] in [plaats] of de looproute van de bushalte aan [adres] in [plaats] naar voornoemde Jumbo (zie bijlage voor de looproute) en o Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende drie jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met: [aangever 3] [aangever 2] , geboren op [geboortedag] 2006; [aangever 1] , geboren op [geboortedag] 1970 en [aangever 2] , geboren op [geboortedag] 1967; beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op. beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is; beveelt de tenuitvoerlegging van de op 13 december 2024 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van twee weken (parketnummer 05/360196-24); gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf een taakstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen; veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 128,- aan materiële schade en € 3.000,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald); veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 128,- aan materiële schade en € 3.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 31 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 3] van € 200,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald); veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij [aangever 3] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering tot smartengeld; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 3] , een bedrag te betalen van € 200,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 2 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 augustus 2026. [Afbeelding geanonimiseerd] Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025062503, gesloten op 4 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 12 en proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 21. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 13. Proces-verbaal van bevindingen, p. 19. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 22. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 23. Proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, p. 30-31. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever 1] , p. 40-41. Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] bij de rechter-commissaris, p. 3. Een geschrift, te weten een schade-onderbouwingformulier van [aangever 1] , p. 1-2. Proces-verbaal van bevindingen, p. 57. Proces-verbaal van bevindingen, p. 58-59. Proces-verbaal van bevindingen, p. 59. Proces-verbaal van bevindingen, p. 60. Proces-verbaal van bevindingen, p. 55. Verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 augustus 2026. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87. Proces-verbaal van bevindingen, p. 52-53. Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] , p. 45. Proces-verbaal van bevindingen, p. 76. Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] bij de rechter-commissaris, p. 3. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 224. Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris, p. 1. Verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 augustus 2026. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 225. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , p. 119. Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 21. Proces-verbaal van bevindingen, p. 93 en proces-verbaal van bevindingen, p. 108. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 225-226.