Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-08-13
ECLI:NL:RBGEL:2026:6395
Beroep ongegrond. Huishoudelijke hulp. Het college heeft terecht 2 uur en 45 minuten per week toegekend. Eiseres heeft niet medisch onderbouwd dat haar COPD frequenter schoonmaken noodzakelijk maakt. Ook bestaat geen aanleiding voor extra tijd vanwege het meerpersoonshuishouden, een extra kamer of de wasverzorging. RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/2314 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. K. Wevers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, het college (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de omvang van de aan eiseres verstrekte maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres kan zich niet verenigen met de toegekende omvang van in totaal twee uur en vijfenveertig minuten (165 minuten) per week. Zij vindt dit veel te weinig. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de urenomvang van de in geding zijnde maatwerkvoorziening. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar indicatie maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Het college heeft met het besluit van 28 februari 2023 (primaire besluit 1) de aanvraag afgewezen. Met het besluit van 27 september 2023 (primaire besluit 2) heeft het college het primaire besluit 1 herzien (de rechtbank begrijpt: ingetrokken) en aan eiseres alsnog huishoudelijke hulp toegekend, voor twee uur en vijftien minuten (135 minuten). Naar aanleiding van de behandeling van het bezwaar van eiseres op de hoorzitting, heeft het college met het besluit van 20 december 2023 (primaire besluit 3), het primaire besluit 2 aangepast, voor zover het ziet op het aantal toegewezen uren. Daarbij is aan eiseres de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp toegekend voor twee uur en vijfenveertig minuten (165 minuten). 2.1. Met het besluit van 7 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft het college in lijn met het advies van de Commissie bezwaarschriften (commissie), de bezwaren van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard, met dien verstaande dat de toekenning van vijftien minuten voor wasverzorging nader is gemotiveerd. Voor het overige heeft het college de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. In het kader van het vooronderzoek heeft de rechtbank eiseres bij brief van 23 april 2026 om een nadere toelichting gevraagd. Eiseres heeft hierop gereageerd met de e-mail van 19 mei 2026. Het college heeft vervolgens bij verweerschrift van 15 juni 2026 op nadere toelichting gereageerd. 2.4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank Artikel 6:19 van de Awb 3.De rechtbank stelt vast dat primair besluit 2 en primair besluit 3 besluiten zijn als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Het bezwaar van eiseres had daarom van rechtswege betrekking op deze besluiten. De rechtbank gaat bij de inhoudelijke beoordeling uit van primair besluit 3, zoals nader gemotiveerd in het bestreden besluit. Totstandkoming van het bestreden besluit 4. Eiseres, geboren in 1953, is bekend met lichamelijke aandoeningen, waaronder COPD en ervaart daardoor beperkingen bij het verrichten van huishoudelijke taken. Zij ontving een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp voor drie uur en dertig minuten (210 minuten) op grond van de Wmo 2015. Op 10 oktober 2022 heeft eiseres zich gemeld voor de verlenging van deze indicatie. In verband met deze melding heeft er op 26 oktober 2022 een keukentafelgesprek plaatsgevonden en is vervolgens een medisch advies uitgebracht door Argonaut. Hierop is het primaire besluit 1 genomen. 4.1. Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit 1, waarin zij – onder meer – heeft gesteld dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, heeft het college Argonaut verzocht om een second opinion uit te brengen. Argonaut heeft gerapporteerd dat ook de echtgenoot van eiseres blijvende beperkingen heeft en hij daardoor slechts in staat wordt geacht om lichte huishoudelijke taken en de wastaken over te nemen. Dit advies heeft het college aanleiding gegeven om het primaire besluit 1 te herzien ( de rechtbank begrijpt: in te trekken) en eiseres met het primaire besluit 2 alsnog in aanmerking te brengen voor de huishoudelijke hulp met een omvang van twee uur en vijftien minuten per week. 4.2. In het kader van de behandeling van het bezwaar heeft op 5 december 2023 een hoorzitting bij de commissie plaatsgevonden. Naar aanleiding van het verhandelde tijdens de hoorzitting heeft het college het primaire besluit 3 genomen, waarbij het primaire besluit 2 is herzien en eiseres in aanmerking is gebracht voor huishoudelijke hulp met een omvang van twee uur en vijfenveertig minuten per week. Bij het bestreden besluit heeft het college deze toegekende maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp gehandhaafd. Waarvoor heeft eiseres hoeveel uren toegekend gekregen? 5. Eiseres heeft – rekening houdende met haar woon- en leefsituatie en haar medische beperkingen – het volgende toegekend gekregen: basismodule huishoudelijke hulp - honderdvijfentwintig minuten (125 minuten) per week met aftrek wegens de eigen mogelijkheden van de partner: vijftien minuten (15 minuten) per week; twee extra, niet-structureel in gebruik zijnde ruimtes: twee keer vijf minuten (2x5 minuten) per week; incidenteel vouwen van de was: vijftien minuten (15 minuten) per week; extra inzet wegens COPD: dertig minuten (30 minuten) per week. In totaal twee uur en vijfenveertig minuten (165 minuten) per week. Stappenplan 6. In de rechtspraak is een stappenplan ontwikkeld dat het college moet volgen wanneer er een melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Het college zal ten eerste moeten vaststellen wat de hulpvraag is (stap 1). Ten tweede moet worden vastgesteld welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, of het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 2). Ten derde moet worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 3). Ten vierde moet bezien worden in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden niet toereikend zijn, dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen (stap 4). Met de vierde stap wordt aangesloten bij artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015. Hieruit volgt, kort gezegd, dat het college een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid die iemand ondervindt verstrekt, voor zover deze persoon de beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk kan verminderen of wegnemen. Waarover gaat het geschil? 7. Uit de beroepsgronden leidt de rechtbank af dat eiseres niet heeft betwist dat het college het hiervoor genoemde stappenplan heeft gevolgd. Verder volgt hieruit dat eiseres haar – door het college in kaart gebrachte – hulpvraag niet heeft bestreden (stap 1). Evenmin is tussen partijen in geschil dat eiseres vanwege haar medische problematiek beperkingen ondervindt bij het schoonhouden van haar woning en het doen van de was (stap 2). De beroepsgronden van eiseres richten zich tegen de passendheid van de door het college verleende compensatie in de vorm van het toegekende aantal minuten huishoudelijke hulp (stap 3). Meer in het bijzonder stelt eiseres dat het college ten onrechte slechts dertig minuten extra inzet heeft toegekend vanwege haar COPD-klachten, terwijl volgens haar zestig minuten hadden moeten worden toegekend. Daarnaast voert eiseres aan dat ten onrechte geen aanvullende tijd is toegekend voor een meerpersoonshuishouden, een extra kamer en de wasverzorging. Volgens eiseres had aan haar daarom een omvangrijkere maatwerkvoorziening moeten worden toegekend. Had het college meer tijd moeten toekennen vanwege de COPD-klachten? 8. Uit het HHM-Normenkader volgt dat, indien sprake is van beperkingen of belemmeringen waardoor extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt, dertig tot zestig minuten extra inzet kan worden geïndiceerd. Tot dertig minuten extra inzet is met name aan de orde als uitbreiding op het ene wekelijkse werkmoment van de hulp nodig is. Tot zestig minuten extra inzet is in het algemeen aan de orde als een tweede werkmoment per week noodzakelijk is. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat van een dergelijke noodzaak bij eiseres geen sprake is. Uit de stukken blijkt dat eiseres ook in het verleden eenmaal per week huishoudelijke hulp ontving. Niet is gebleken dat deze frequentie ontoereikend was om een schoon en leefbaar huis te realiseren. Evenmin is uit het onderzoek naar voren gekomen dat de ondersteuningsbehoefte van eiseres ten opzichte van eerdere indicaties is gewijzigd. Dat in het verleden meer minuten werden toegekend, betekent daarom niet dat thans een tweede werkmoment per week noodzakelijk is. De rechtbank kan het college hierin volgen. Dat eiseres COPD heeft, is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat een tweede werkmoment per week noodzakelijk is. Anders dan eiseres stelt, volgt uit het HHM-normenkader niet dat de diagnose COPD betekent dat zonder meer boven op de extra dertig minuten nog eens dertig minuten moet worden toegekend. Vastgesteld zal moeten worden dat door de beperkingen en belemmeringen die de COPD veroorzaakt, extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt. Eiseres heeft geen objectieve en verifieerbare medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat vanwege haar COPD een tweede moment per week noodzakelijk is. De enkele stelling dat haar COPD in fase 3 frequenter schoonmaken vereist, is daarvoor onvoldoende. Deze beroepsgrond slaagt niet. Had het college meer tijd moeten toekennen vanwege het meerpersoonshuishouden? 9. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat het HHM-normenkader geen aanleiding geeft om uitsluitend vanwege meerpersoonshuishouden aanvullende tijd toe te kennen. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het HHM-normenkader is gebaseerd op objectief en onafhankelijk onderzoek naar de tijd die redelijkerwijs noodzakelijk is voor het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Uit het normenkader volgt dat de tijd die benodigd is voor de kernactiviteiten, zoals stofzuigen, afstoffen, het reinigen van sanitair, het schoonmaken van de keuken en het onderhouden van de leefruimten, in een eenpersoonshuishouden en een tweepersoonshuishouden gelijk is. De aard en de omvang van de werkzaamheden verschillen immers niet wezenlijk. Het enkele feit dat sprake is van een meerpersoonshuishouden leidt daarom niet zonder meer tot een hogere indicatie. Eiseres heeft geen objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat in haar individuele situatie van het HHM-normenkader had moeten worden afgeweken. Dat zij zich beroept op het destijds geldende CIZ-protocol en het KPMG-rapport Eindhoven, maakt dit niet anders. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Had het college eiseres meer uren moeten toekennen voor extra kamers? 10. De rechtbank volgt het college ook in zijn standpunt dat bij de vaststelling van de omvang van de huishoudelijke hulp rekening is gehouden met de extra kamers in de woning van eiseres. Het college heeft hiervoor, overeenkomstig het HHM-normenkader, vijf minuten per week extra per kamer geïndiceerd voor de logeerkamer en de opslagruimte. Het college is er daarbij vanuit gegaan dat eiseres deze twee kamers niet als slaapkamer gebruikt, wat eiseres niet heeft bestreden. De door het college toegekende tijd is in overeenstemming met het HHM-normenkader, namelijk tien minuten per week. Eiseres heeft geen objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat in haar situatie aanleiding bestond om van het HHM-normenkader af te wijken. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de extra kamers. Deze beroepsgrond slaagt niet. Had het college meer minuten moeten indiceren voor de wasverzorging? 11. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat geen aanleiding bestaat voor aanvullende huishoudelijke hulp voor de wasverzorging. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het Wmo-verslag volgt dat de partner van eiseres de wastaken overneemt en dat de wasverzorging geen onderdeel uitmaakte van de hulpvraag. Ook uit het medisch advies van Argonaut volgt niet dat een medische noodzaak bestaat om voor de wasverzorging huishoudelijke hulp te indiceren. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de zorgvuldigheid of juistheid van dit advies. Eiseres heeft geen aanknopingspunten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Daar komt nog bij dat het college in weerwil van de resultaten van het (medisch) onderzoek toch nog vijftien minuten heeft toegekend voor het vouwen van de was. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college daarbovenop nog aanvullende tijd voor de wasverzorging had moeten toekennen. Wat eiseres heeft betoogd over het oordeel van de Centrale Raad van Beroep met betrekking tot de wasverzorging volgens het HHM-normenkader 2019, kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat het college dit normenkader niet heeft gebruikt bij de toekenning van huishoudelijke hulp voor wasverzorging. Deze is zo blijkt uit de stukken ten overvloede toegekend. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college op goede gronden heeft besloten om eiseres in totaal twee uur en vijfenveertig minuten per week toe te kennen voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mamedova, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. COPD = chronic obstructive pulmonary disease. Zie het rapport van 7 februari 2023. Het rapport van 14 september 2023. Artikel 6:19 Awb. Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819. Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning. Zie de uitspraak van de CRvB van 3 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1003.