Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-07-01
ECLI:NL:RBGEL:2026:6183
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11163995 \ CV EXPL 24-5044 Vonnis van 1 juli 2026 in de zaak van [naam eisend vve] , te [plaatsnaam] , eisende partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: CW en Partners B.V., tegen 1 [naam gedaagde 1] , te [woonplaats] , 2. [naam gedaagde 2] , te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna te noemen: [gedaagde 1] , [gedaagde 2] of gezamenlijk [de gedaagden] , gemachtigde: [gemachtigde] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 januari 2026 met de daarin genoemde processtukken, - de akte voor comparitie van 12 mei 2026 mede inhoudende een wijziging van eis van de zijde van de VvE, - de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gemachtigde] aangegeven dat als gemachtigde optreedt voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De VvE is de VvE van de panden aan de [adres] te [plaatsnaam] . Het pand bestaat uit een winkel, maisonnette, flatwoning, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden. Het pand is bij splitsingsakte van 13 juli 2009 opgesplitst in vier appartementsrechten, te weten [straatnaam] [huisnummer 1] (index 1) en [straatnaam] [huisnummer 2] I tot en met III (index 2 tot en met 4). 2.2. In de splitsingsakte is onder meer het volgende opgenomen: “B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn Artikel 8 1. De eigenaars zijn voor elk te hunnen name staand appartementsrecht in de gemeenschap gerechtigd voor de navolgende aandelen: het appartementsrecht met index 1: voor het onverdeeld vijfhonderd vijftig/zevenhonderd éénentachtigste (550/781) gedeelte; het appartementsrecht met index 2: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd éénentachtigste (7 7/781) gedeelte; het appartementsrecht met index 3: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd eenentachtigste (77/781) gedeelte; het appartementsrecht met index 4: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd eenentachtigste (7 7/781) gedeelte; */* Deze aandelen zijn gebaseerd op de navolgende grondslag: oppervlakten van de appartementsrechten. Een kopie van de berekening is aangehecht. 2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen en zijn voor diezelfde breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn. (…) D. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen Artikel 11 1. Voor de aanvang van elk boekjaar legt het bestuur aan de vergadering over een begroting voor dat boekjaar, in welke begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn onderscheiden: a. de schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid; b. de aan het desbetreffende boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van het onderhoudsplan als bedoeld in artikel 10 tweede en derde lid; c. toevoegingen aan het reservefonds; en d. de baten bedoeld in artikel 9 tweede lid. 2. De begroting wordt vastgesteld door de vergadering. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid. 3. De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen, tenzij de vergadering anders besluit. De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de vereniging of de gezamenlijke eigenaars. Zolang door de vergadering niet de voorschotbijdrage Het totaal aantal stemmen is gelijk aan zevenhonderd éénentachtig (781). Het aantal stemmen dat kan worden uitgebracht is voor: - het appartementsrecht met index 1 vijfhonderd vijftig (550); - het appartementsrecht met index 2 zevenenzeventig (77); - het appartementsrecht met index 3 zevenenzeventig (77); - het appartementsrecht met index 4 zevenenzeventig (77). (…) Artikel 48 1. Indien een appartementsrecht, anders dan ingeval van ondersplitsing, aan meer eigenaars toekomt zullen dezen hun stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door middel van één hunner of van een derde, daartoe schriftelijk aangewezen. (…) Artikel 49 Iedere eigenaar is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijk gevolmachtigde die al dan niet lid van de vereniging is, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met inachtneming van het bepaalde in artikel 47 derde lid en artikel 48 eerste lid. Een bestuurder kan niet als gevolmachtigde optreden. Iedere eigenaar en gevolmachtigde is bevoegd zich te doen vergezellen van een jurist of een accountant die ter vergadering het woord mag voeren. Artikel $0 1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt hier verstaan: meer dan de helft van de ter vergadering uitgebrachte stemmen; blanco stemmen, ongeldige stemmen en (verklaringen van) stemonthouding worden niet tot de uitgebrachte stemmen gerekend. (…) Artikel 51 Besluiten zijn vernietigbaar overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de artikelen 2:15 en 5:130 van het Burgerlijk Wetboek. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te verzoeken vervalt door verloop van een maand, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan kennis heeft kunnen nemen. (…) Artikel 52 1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover de beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt. De vergadering stelt het in het vijfde lid bedoelde bedrag vast met inachtneming van de daar genoemde wijze van besluitvorming. (…) 5. Besluiten door de vergadering tot: a. het doen van buiten het in artikel 9 eerste lid sub a en b bedoelde onderhoud vallende uitgaven; b. het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds; c. het aangaan van verplichtingen met een financieel belang die een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan; kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. De laatste zinsnede van artikel 50 eerste lid is van overeenkomstige toepassing. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het hiervoor bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen. 6. In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste. In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering kan worden uitgebracht. (…) 9. Bij deze besluiten dient tevens te worden vastgesteld welke eigenaars in welke verhouding moeten bijdragen in de kosten. Deze verhouding kan afwijken van het bepaalde in artikel 8 tweede lid. Een afwijkende kostenverdeling dient te worden opgenomen in het huishoudelijk reglement. (…) Q. Geschillenbeslecht Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uw betaling graag tegemoet. Mochten er nog vragen zijn dan horen wij dit graag.” 2.9. [gedaagde 1] heeft daarop gevraagd waarom hij zoveel in een keer moet betalen en hoeveel de andere eigenaren betalen. 2.10. Hierop heeft de beheerder als volgt gereageerd: “Met verbazing hebben wij kennis genomen van uw email. Dit is de VvE bijdrage conform de splitsingsakte en besluit ALV. U kunt hier niet op tegen zijn zoals bekend. U kunt de bijdrages lezen in de agendastukken van de algemene leden vergaderingen, welke staan in ons automatiseringssysteem. U kunt 24 u per dag hierop inloggen. Het is een geheel te verwachten gevolg van het niet willen aanpassen van de splitsingsakte, maar dat heeft u als enige tegen gehouden zoals bekend.” 2.11. Hierop heeft [gedaagde 1] op 22 september 2023 als volgt gereageerd: “Hoe dan ook ik ben niet akkoord. Voorheen was altijd zo gegaan. Tijdens de aankoop van de pand. Is bij iedereen al bekend. Ik ben bereid is meer betalen bij de greote onderhoud.” 2.12. Daarop heeft de beheerder op 25 september 2023 als volgt gereageerd: “Het is duidelijk geworden en besproken dat de hantering van de splitsingsakte in het verleden niet goed is gegaan. Zoals u aangeeft is iedereen bij aankoop op de hoogte geweest van de splitsingsakte, maar de toepassing ervan is niet goed gebleken. U geeft terecht aan dat u meer bereid bent te betalen bij groot onderhoud, maar dat is een onderdeel van de VvE bijdrage en als er een extra storting wordt gevraagd voor groot onderhoud dan zult u ook meer moeten betalen. De vereniging van eigenaren is nu bijna 10 maanden verder en er zijn de nodige vergaderingen geweest en zelfs de optie geweest de splitsingsakte aan te laten passen. U heeft er niet voor gekozen om de splitsingsakte te laten aanpassen en dan is dit de consequentie. U betaald de verenigingsbijdrage conform de splitsingsakte en de besluiten in de algemene leden vergaderingen. Wij zijn als beheerder nu al heel veel extra tijd kwijt met uitleg etc. Om een eindeloze emailcorrespondentie te voorkomen als er een duidelijke vraag is kunt u deze stellen anders verzoeken wij u vriendelijk met de leden van uw VvE contact op te nemen. Wij kunnen niet anders, wanneer u de verenigingsbijdrage niet betaald betalingsherinnering/ aanmaning, WIK en incassotraject in gang zetten, wij hopen dat u het niet zover zult laten komen.” 2.13. Op 21 februari 2024 heeft de gemachtigde van [gedaagde 1] de beheerder van de VvE onder meer als volgt bericht: “Inmiddels heb ik cliënt gesproken over de prolongatie betreffende de voorschotbijdrage [de VvE] . Ook heb ik de mailwisselingen hierover bestudeerd. Uit de stukken maak ik op dat u bij brief van 31 augustus 2022 aan mevrouw [naam 2] een voorstel heeft gedaan voor de Vereniging van Eigenaren betreffende het complete beheer voor het complex aan de [straatnaam] [huisnummer 1] & [huisnummer 2] te [plaatsnaam] voor het jaar 2023. Vervolgens geeft u in voornoemde brief aan dat u op 14 september 2022 contact met mevrouw [naam 2] zult opnemen om eventuele vragen te kunnen beantwoorden en om verdere afspraken te maken. Nu komt heel duidelijk uit de stukken naar voren dat cliënt zich niet kan verenigen met prolongatie aangaande de bijdrage VvE aan dc [straatnaam] [huisnummer 1] te [plaatsnaam] , hetgeen thans is vastgesteld op een bedrag van € 313,86 per maand. Cliënt vraagt zich af hoe dit bedrag tot stand is gekomen en waaruit blijkt dat afspraken zoals u deze schetst zijn aangenomen c.q ook door cliënt zijn geaccepteerd. Namens cliënt verzoek ik u mij hieromtrent opheldering te geven. Cliënt heeft hier uiteraard recht op. Cliënt geeft namelijk aan dat hij hier nimmer mee zou hebben ingestemd. Tot slot lees ik in uw brief van 25 september 2023 dat cliënt er niet voor gekozen zou hebben om de splitsingsakte aan te laten passen en dat de situatie waarin hij nu zit hiervan de consequentie zou zijn. Ik ga ervan uit dat u er weet van heeft dat het ver De VvE vordert, na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht te verklaren dat [de gedaagden] tekortgeschoten is in de naleving van zijn verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte, te verklaren dat [de gedaagden] onderdeel is van de VvE en daarmee moet voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden, de veroordeling van [de gedaagden] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 9.745,97 aan achterstallige bijdragen aan de VvE over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026 inclusief wettelijke rente, een bedrag van € 956,72 aan buitengerechtelijke kosten, € 5.23.8,47 aan juridische kosten, de verhoging van de VvE bijdrage per 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 van € 857,80, de betaling van een bedrag van € 485,42 per maand vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat de VvE besluit tot een ander bedrag aan vergoeding, de proceskosten inclusief een vergoeding voor de gemachtigde van € 1.403,60 en de nakosten indien en voor zover [de gedaagden] niet binnen de wettelijke vereiste termijn van 2 dagen, althans binnen een door de kantonrechter redelijk geachte termijnna betekening aan dit vonnis heeft voldaan. 3.2. VvE legt aan de vordering ten grondslag dat [de gedaagden] ondanks schriftelijke aanmaningen berekend tot en met mei 2026 een achterstand in de betaling van de verplichte bijdrage heeft laten ontstaan van € 9.371,12. Hij is daarom de wettelijke rente van € 374,84 berekend tot en met 31 mei 2026 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 956,72 inclusief btw verschuldigd geworden. Daarnaast heeft de VvE € 5.238,47 aan juridische kosten gemaakt, nog te verhogen met de kosten voor de mondelinge behandeling en voorbereiding daarvan welke is geschat op € 1.403,60. 3.3. [de gedaagden] voert verweer. [de gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de VvE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 3.4. [de gedaagden] voert daartoe – kort samengevat – aan dat de verdeling in het verleden altijd anders was, het besluit niet op de juiste wijze tot stand is gekomen, dat hij hiermee niet heeft ingestemd en dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Achterstallige bijdragen 4.1. De VvE vordert een bedrag van € 9.745,97 inclusief wettelijke rente aan achterstallige bijdragen over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026. 4.2. Tussen partijen staat vast dat de Algemene Ledenvergadering (ALV) bij besluit van 15 september 2023 de bijdrage per 1 januari 2023 vastgesteld. Verder staat tussen partijen vast dat het pand van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een aandeel van 550/781e deel heeft. Op grond van de in de splitsingsakte opgenomen verdeelsleutel komt de verplichte bijdrage voor [de gedaagden] daarmee op € 313,86 per maand. 4.3. [de gedaagden] is het niet eens met de wijze waarop het besluit van 15 september 2023 tot stand is gekomen. Hij heeft echter niet (tijdig) om vernietiging van het besluit verzocht. Het besluit is daarmee onaantastbaar en dus geldig. Dat het besluit buiten zijn aanwezigheid en met toepassing van artikel 52 lid 6 van de splitsingsakte tot stand is gekomen in plaats van dat artikel 60 van de splitsingsakte is toegepast, terwijl de beheerder op de hoogte was van zijn verhindering en maakt dit niet anders. Hoewel het voor de hand ligt dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de verhinderingen van de leden, is dit niet altijd mogelijk. Daarnaast is artikel 52 lid 6 van de splitsingsakte de aangewezen weg indien de vereiste meerderheid niet bereikt kan worden door de afwezigheid van een groot deel van de stemmen. [de gedaagden] had zich bovendien op de vergadering kunnen laten vertegenwoordigen of achteraf kunnen proberen het besluit te vernietigen. Dat heeft hij beide niet gedaan. Dat [de gedaagden] het destijds n