Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-07-20
ECLI:NL:RBGEL:2026:6137
Het ontslag op staande voet blijft in stand. Werknemer was een gewaarschuwd mens. Het had hem op basis van de waarschuwingsbrief duidelijk moeten zijn dat het werkgever menens was en dat werkenmer zich niet veel meer kon veroorloven. Desondanks was in korte tijd daarna sprake van een aantal gedragingen die alle vergelijkbaar zijn met dat waarvoor werkgever heeft gewaarschuwd, namelijk zonder overleg eerder van werk vertrekken, laat op het werk verschijnen en geen pauze registreren. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 12201010 \ HA VERZ 26-79 Beschikking van 20 juli 2026 in de zaak van [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [de verzoeker] , gemachtigde: mr. M. Djamal, toevoegingsnummer: [toevoegingsnummer] , tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HORNBACH BOUWMARKT B.V. , gevestigd te Houten, verwerende partij, hierna te noemen: Hornbach, vertegenwoordigd door: dhr. K. Lagas en mw. R. Berg. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 t/m 4, ingekomen ter griffie op 17 april 2026 - het verweerschrift met producties 1 t/m 4, ingekomen ter griffie op 27 mei 2026. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026, waarvan door griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [de verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 augustus 2019 in dienst bij Hornbach. De functie van [de verzoeker] is medewerker GO/GU met een loon van € 2.754,88 bruto per maand op basis van 38 uur per week. 2.2. In de brief van 31 december 2025, die Hornbach als productie 1 bij verweerschrift heeft overgelegd, staat, voor zover relevant: “Beste [de verzoeker] , Je ontvangt hierbij een officiële tevens laatste waarschuwing wegens structureel overschrijdend gedrag. Met deze brief wordt vastgelegd dat jij herhaaldelijk en aantoonbaar tekortschiet in het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit jouw arbeidsovereenkomst en de binnen HORNBACH geldende huisregels, procedures en richtlijnen. Allereerst is vastgesteld dat jij structureel te laat op het werk verschijnt. Dit gedrag is geen incident, maar een terugkerend patroon dat meerdere malen is vastgelegd en gedocumenteerd. Ondanks eerdere correcties en duidelijke verwachtingen vanuit de organisatie, heb jij hierin geen verbetering laten zien. bewijs hiervan is toegevoegd aan deze brief. Daarnaast maak jij overmatig gebruik van je privételefoon tijdens werktijd, zonder hiervoor voorafgaand overleg of toestemming te hebben. Dit gedrag is in strijd met de huisregels en heeft een negatieve invloed op jouw inzet, focus en functie op de werkvloer. Verder is sprake geweest van onzorgvuldig en nalatig handelen met goederen. Jij hebt een volle pallet laminaat op een andere pallet geplaatst zonder vooraf te controleren wat zich daaronder bevond, waardoor schade is ontstaan. Nadat jij hierop bent aangesproken, heb je aangegeven deze controle nooit uit te voeren. Deze opstelling wordt door HORNBACH aangemerkt als ernstige nalatigheid. Aan jou is teruggekoppeld dat het controleren van goederen een vast onderdeel is van jouw werkzaamheden en dat dit in de toekomst onverkort van jou wordt verwacht. Bewijs van het beschadigde materiaal is toegevoegd aan deze brief. Ook rondom verlof en aanwezigheid toon jij structureel gedrag dat niet acceptabel is. Jij blijft verlof op zeer korte termijn aanvragen, terwijl de huisregels voorschrijven dat verlof minimaal één maand vooraf dient te worden aangevraagd. In situaties waarin dit verlof niet wordt toegekend, is het voorgekomen dat jij niet op het werk verschijnt. Dit terwijl jij reeds eerder een officiële waarschuwing hebt ontvangen voor het overtreden van de huisregels. Daarnaast is gebleken dat jij achteraf gemaakte afspraken over verlof ter discussie stelt, hetgeen het vertrouwen verder onder druk zet. Tot slot ben jij op 13 november jl. zonder enig overleg of melding naar huis gegaan. Op dat moment wist niemand waar jij was of waarom jij je werkplek had verlaten. Dit gedrag is onacceptabel en vormt een ernstige schending van de geldende afspraken en verantwoordelijkheden. Door bovenstaande gedragingen heb jij het vertrouwen dat HORNBACH in haar medewerkers stelt ernstig geschaad. Ik ben van mening dat jij de verplichtingen die voortvloeien uit jouw arbeidsovereenkomst in ernstige mate hebt veronachtzaamd. Jouw handelswijze is voor HORNBACH onacceptabel. Dit alles is voor mij aanleiding jou een officiële, tevens laatste waarschuwing op te leggen. Je dient er nadrukkelijk rekening mee te houden dat bij herhaling van dergelijk handelen, dan wel bij enig ander verwijtbaar gedrag, jouw dienstverband onherroepelijk zal worden beëindigd. HORNBACH verwacht dat jij je per direct en volledig conformeert aan alle huisregels, procedures en richtlijnen en dat jouw gedrag blijvend en aantoonbaar verbetert. Een kopie van deze waarschuwing wordt opgenomen in je E-dossier. (…)” 2.3. Hornbach heeft [de verzoeker] per 13 februari 2026 geschorst in afwachting van nader onderzoek. 2.4. [de verzoeker] is vervolgens op 16 februari 2026 door Hornbach uitgenodigd voor een gesprek op 18 februari 2026. 2.5. Op 18 februari 2026 is [de verzoeker] op staande voet ontslagen door Hornbach. Bij brief van 18 februari 2026 heeft Hornbach dit ontslag bevestigd (productie 4 verzoekschrift): “Beste [de verzoeker] , Bij brief van 31 december 2025 heb je een laatste officiële waarschuwing gekregen waarin is aangegeven dat je je dient te conformeren aan de gemaakte afspraken en procedures en huisregels van HORNBACH. In de brief van 31 december 2025 hebben wij expliciet uiteengezet dat je je dient te houden aan de gemaakte afspraken binnen HORNBACH, waaronder het tijdig aanwezig zijn op het werk, het beperken van het gebruik van je privé telefoon tijdens werktijd, het zorgvuldig omgaan met goederen, en het niet zonder overleg eerder vertrekken van je werkplek. Ook is benadrukt dat ander verwijtbaar gedrag, waaronder nalatig handelen, niet wordt getolereerd. Wij hebben toen ook aangegeven dat, als je je opnieuw niet conformeert aan deze afspraken, dit zal leiden tot onherroepelijke beëindiging van jouw dienstverband. Op 9 februari 2026 is vastgesteld dat je 2,5 uur eerder bent vertrokken, zonder dit te overleggen. Op 11 februari 2026 was je wederom te laat aanwezig op het werk en heb je jouw pauzes niet geregistreerd. Op 13 februari 2026 ben je bovendien twee keer in de kantine geweest zonder je pauzetijden te klokken. Ondanks de officiële waarschuwing van 31 december 2025 heb je je niet aan de gemaakte afspraken gehouden die van jou als werknemer worden verwacht. Op basis van bovenstaande bevindingen ben je op 13 februari 2026 geschorst door [de bedrijfsleider] (Bedrijfsleider) en uitgenodigd voor een vervolggesprek op 18 februari 2026 met [de bedrijfsleider] (bedrijfsleider) en [de hr-medewerker] (HR Business Partner). Tijdens het gesprek op 18 februari 2026 zijn de genoemde constateringen met je besproken. Ook is gevraagd of er relevante omstandigheden zijn waarmee wij rekening dienen te houden. Je hebt hierop gereageerd met: “geen discussies, no worries en jullie horen van mijn advocaat.” De ernst van deze overtredingen en het herhaaldelijk niet naleven van de huisregels en procedures vormen voor ons een duidelijke grond voor ontslag op staande voet. HORNBACH heeft dan ook besloten het met jou bestaande dienstverband op grond van (een) dringende reden(en) conform de artikelen 7:677 en 678 BW met onmiddellijke ingang, te weten 18 februari 2026 te beëindigen. Dit betekent dat jouw dienstverband op en ingaande 18 februari 2026 met onmiddellijke ingang is geëindigd op grond van een dringende reden, te weten je niet structureel houden aan gemaakte afspraken, het niet volgen van procedures en huisregels van HORNBACH en ongeoorloofd eerder weggaan op 9 februari 2026. Per 18 februari 2026 wordt een eindafrekening opgesteld van hetgeen HORNBACH aan jou alsdan uit hoofde van de arbeidsovereenkomst nog verschuldigd is. Betaling van een eventueel resterend saldo vindt plaats één maand opvolgend na het einde van de arbeidsovereenkomst. HORNBACH beschouwt de hiervoor omschreven dringende reden als ernstig verwijtbaar handelen waardoor je geen aanspraak bestaat op de transitievergoeding. Deze brief is zowel per gewone als aangetekende post verstuurd. Een kopie van deze brief staat in je E-dossier. (…)” 2.6. In de verklaring van de bedrijfsleider, de heer [de bedrijfsleider] (hierna: [de bedrijfsleider] ), van 21 mei 2026 staat, voor zover relevant: “(…) Op 6 januari 2026 heeft een gesprek plaatsgevonden met de heer [de verzoeker] waarbij ondergetekende aanwezig was, samen met [de teamleider] (Teamleider). Tijdens dit gesprek is de heer [de verzoeker] aangesproken op bovengenoemde punten en is duidelijk aangegeven dat verbetering werd verwacht. Naar mijn waarneming bood de heer [de verzoeker] tijdens dit gesprek weinig inhoudelijke weerstand en was voor hem duidelijk dat zijn gedrag bespreekbaar was gemaakt. Daarnaast ben ik bekend met de schriftelijke waarschuwing die aan de heer [de verzoeker] is verstrekt. Deze waarschuwing heb ik afgegeven aan hem en is met hem besproken. (…)”. 3 Het verzoek 3.1. [de verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat Hornbach de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd c.q. in strijd heeft opgezegd met de wet; II. het ontslag op staande voet te vernietigen; III. Hornbach te veroordelen tot betaling aan [de verzoeker] binnen vijf dagen na betekening van de te bepalen beschikking van: a. het salaris van € 2.754,88 bruto per maand vanaf 18 februari 2026 zolang de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden, te vermeerderen met de wettelijke verhoging; b. de wettelijke rente over de onder a genoemde bedragen vanaf 18 februari 2026 tot aan de dag van algehele betaling; IV. Hornbach te veroordelen in de proceskosten en nakosten. 3.2. Volgens [de verzoeker] is het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Allereerst betwist hij dat hij een officiële waarschuwing op 31 december 2025 heeft ontvangen. Daarnaast betwist hij de door Hornbach aangevoerde gronden, namelijk dat [de verzoeker] niet tijdig op het werk aanwezig zou zijn geweest, dat hij zijn privételefoon tijdens werktijd ongeoorloofd zou hebben gebruikt, dat hij onzorgvuldig met goederen zou zijn omgegaan en dat hij zonder overleg het werk zou hebben verlaten. 3.3. Hornbach voert aan dat de verzoeken van [de verzoeker] moeten worden afgewezen. Op het verweer wordt in de beoordeling, voor zover van belang, ingegaan. 4 De beoordeling Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of het door Hornbach aan [de verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen. Ontvangst waarschuwingsbrief 4.2. [de verzoeker] heeft de ontvangst van de waarschuwingsbrief van 31 december 2025 van Hornbach betwist. Hornbach heeft toegelicht dat weliswaar op basis van haar personeelsinformatiesysteem niet kan vastgesteld dat deze brief door [de verzoeker] via die weg is ontvangen, maar dat de brief op 6 januari 2026 met hem is besproken en bij die gelegenheid ook aan hem is uitgereikt. Bij dat gesprek waren aanwezig een medewerker van Hornbach (teamleider [de teamleider] ) en [de bedrijfsleider] . Hornbach heeft hierbij verwezen naar een verklaring, waarin [de bedrijfsleider] heeft verklaard dat hij de waarschuwingsbrief van 31 december 2025 tijdens het gesprek op 6 januari 2026 aan [de verzoeker] heeft overhandigd en besproken (zie 2.6). Ter zitting heeft [de verzoeker] het voorgaande ontkend. De kantonrechter is echter van oordeel dat Hornbach voldoende heeft onderbouwd dat dit gesprek heeft plaatsgevonden. Behalve uit de verklaring van [de bedrijfsleider] , blijkt dat ook uit door Hornbach overgelegde interne correspondentie tussen [de bedrijfsleider] en R. Berg van 4 en 6 januari 2026. Met de verklaring van [de bedrijfsleider] is bovendien voldoende onderbouwd dat de brief bij dit gesprek is overhandigd. [de verzoeker] heeft volstaan met slechts een ontkenning. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de waarschuwingsbrief van 31 december 2025 heeft ontvangen, zodat de ontvangst daarvan vast komt te staan. Dringende reden 4.3. Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is iedere partij bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de dringende reden dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen in dit geval bij de werkgever. 4.4. Voor de beoordeling van de vraag of de door Hornbach aan [de verzoeker] gedane opzegging rechtsgeldig is, zijn de aan [de verzoeker] opgegeven redenen zoals vermeld in de hiervoor in 2.5 weergegeven ontslagbrief van 18 februari 2026 maatgevend. 9 februari 2026: vertrek van werk 2,5 uur eerder, zonder overleg 4.4.1. [de verzoeker] heeft aangevoerd dat het een vergissing betreft dat hij op 9 februari 2026 2,5 uur eerder is vertrokken van werk. Hij had voor de datum 10 februari 2026 2,5 uur verlof aangevraagd en verkregen in verband met een afspraak op de school van zijn zoon. [de verzoeker] is naar zijn zeggen echter op 9 februari 2026 2,5 uur eerder vertrokken, omdat hij toen dacht dat het 10 februari 2026 was. Hornbach heeft bevestigd dat [de verzoeker] verlof had verkregen voor 10 februari 2026 en aangegeven dat uit het dienstrooster van [de verzoeker] blijkt dat hij zowel op 9 als op 10 februari 2026 2,5 uur eerder van werk is vertrokken, terwijl hij voor 9 februari 2026 geen toestemming van Hornbach had. [de verzoeker] heeft dit erkend. Daarmee staat dus vast dat het verwijt dat Hornbach [de verzoeker] hier maakt feitelijk juist is. Voor zover sprake is geweest van een vergissing in datum, is de kantonrechter van oordeel dat [de verzoeker] , mede bezien in het licht van de waarschuwingsbrief van 31 december 2025, dit ten onrechte niet direct aan Hornbach heeft gemeld en besproken. Ter zitting heeft [de verzoeker] verklaard dat hij het op 10 februari 2026 niet kon bespreken omdat er toen geen leidinggevende aanwezig was en dat hij het vervolgens op vrijdag 13 februari 2026 met [de teamleider] heeft besproken, maar Hornbach heeft dit weersproken en [de verzoeker] heeft het verder niet onderbouwd. Ook tijdens het gesprek van 18 februari 2026 heeft [de verzoeker] geen melding gemaakt van de nu gestelde vergissing. [de verzoeker] heeft aangevoerd dat hij in het gesprek van 18 februari 2026 de kans niet van Hornbach heeft gekregen om de vergissing te bespreken. De kantonrechter volgt hem daarin niet, nu uit de verklaring van [de bedrijfsleider] volgt dat [de verzoeker] zelf op 18 februari 2026 niet inhoudelijk wenste te reageren en [de verzoeker] zijn verweer verder niet heeft onderbouwd. Aldus komt vast te staan dat [de verzoeker] op 9 februari 2026 zonder toestemming van Hornbach 2,5 uur eerder van werk is vertrokken. 11 februari 2026: te laat aanwezig op het werk en niet registeren pauzes 4.4.2. Dat [de verzoeker] op 11 februari 2026 te laat op het werk is verschenen en geen pauze heeft geregistreerd, wordt niet door [de verzoeker] betwist. Dit staat dan ook eveneens vast. 13 februari 2026: twee keer naar de kantine zonder pauzetijden te klokken 4.4.3. [de verzoeker] heeft verder aangevoerd dat hij op 13 februari 2026 naar de kantine was gegaan om zijn medicijn in te nemen en dat hij dit heeft gemeld aan [restaurantleider] . Voor dit kantinebezoek heeft hij geen pauze geregistreerd, omdat hij naar zijn zeggen binnen tien minuten klaar was.