Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-03-31
ECLI:NL:RBGEL:2026:5350
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummers / rekestnummers: 12073558 \ HA VERZ 26-17 12077145 \ HA VERZ 26-19 Beschikking van 31 maart 2026 in de zaak met nummer 12073558 \ HA VERZ 26-17 [naam voormalig werknemer] , wonend te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [de voormalige werknemer] , gemachtigde: mr. M.J. Draaisma en mr. A.B. Abeln, tegen DHOMUS B.V. , gevestigd te Waardenburg, verwerende partij, hierna te noemen: Dhomus, gemachtigde: mr. T. van Liempd. en in de zaak met nummer 12077145 \ HA VERZ 26-19 DHOMUS B.V. , gevestigd te Waardenburg, verzoekende partij, hierna te noemen: Dhomus, gemachtigde: mr. T. van Liempd tegen [naam voormalig werknemer] , wonend te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [de voormalige werknemer] , gemachtigde: mr. M.J. Draaisma en mr. A.B. Abeln 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: in de zaak 12073558 \ HA VERZ 26-17: - het verzoekschrift van [de voormalige werknemer] met 8 producties, ontvangen op 22 januari 2026 - het verweerschrift van Dhomus, ontvangen op 20 februari 2026 in de zaak 12077145 \ HA VERZ 26-19: - het verzoekschrift van Dhomus met 27 producties, ontvangen op 27 januari 2026 - het verweerschrift van [de voormalige werknemer] , ontvangen op 20 februari 2026 - de brief met aanvullende producties 28 en 29 van de zijde van Dhomus, - de brief met aanvullende productie 30 van de zijde van Dhomus, - de brief met aanvullende productie 9 van [de voormalige werknemer] , 1.2. De zaken zijn mondeling behandeld op 3 maart 2026 waarbij de gemachtigden pleitaantekeningen hebben overgelegd en voorgedragen en waarbij de griffier van het overige aantekeningen heeft gemaakt. De gemachtigde van [de voormalige werknemer] heeft tijdens de mondelinge behandeling twee producties overgelegd. 1.3. De beschikking in beide zaken is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Dhomus is een onderneming die zich als landelijke projectpartner bezighoudt met dienstverlening die zich uitstrekt van ontwerp en advisering tot en met realisatie van keukens, sanitair en tegels richting oplevering, veelal in het kader van nieuwbouwprojecten. Zij fungeert als schakel tussen bouwondernemingen en kopers van nieuwbouwprojecten en bedient opdrachtgevers en kopers mede vanuit showrooms, onder meer in Waardenburg, Rotterdam en Amsterdam. 2.2. [de voormalige werknemer] is sinds 1 november 2021 in dienst bij Dhomus. Vanaf 1 januari 2025 is hij voor onbepaalde tijd in dienst in de functie van Servicemedewerker B voor 40 uur per week. Het laatstgenoten salaris bedraagt € 3.367,57 bruto per maand, exclusief emolumenten. Als Servicemedewerker B is hij verantwoordelijk voor het afhandelen van inkomende klantcontacten en van eventuele klachten, de nauwkeurige registratie van klantgegevens en het signaleren van verbetermogelijkheden ter verhoging van de klanttevredenheid en efficiëntie. 2.3. Op vrijdag 28 november 2025 ontslaat Dhomus [de voormalige werknemer] , na een hoor- en wederhoorgesprek, op staande voet. 2.4. Bij aangetekende brief van maandag 1 december 2025 bevestigt Dhomus het ontslag op staande voet aan [de voormalige werknemer] met de volgende toelichting: “Hierbij bevestigen wij dat je op vrijdag 28 november j.l. per direct op staande voet bent ontslagen. Op 27 november 2025 hebben wij geconstateerd dat jij gedurende jouw werkzaamheden binnen de organisatie gebruik hebt gemaakt van valse autorisaties, althans zonder daadwerkelijke autorisatie van de betreffende persoon/personen, bij het accorderen van creditnota’s. Het ging daarbij om autorisaties van de CEO en/of de Manager Service en minimaal in één geval van een externe partij. Na intern onderzoek op 28 november 2025 is vastgesteld dat de door jou gehanteerde werkwijze bestond uit de volgende stappen: 1. Opstellen van een autorisatieverzoek Jij hebt e-mailberichten opgesteld gericht aan [CEO] (CEO) en/of [manager 1] (Manager Service), waarin jij vroeg om goedkeuring van cr Hierbij heb je geen nieuwe informatie gedeeld. Daarop is het gesprek voor korte tijd geschorst. Ontslag op staande voet De hierboven genoemde gedragingen vormen zowel ieder voor zich, als alle tezamen in onderling verband beschouwd, een dringende reden om jouw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op 28 november 2025 te beëindigen. De arbeidsovereenkomst is dus op 28 november 2025 met onmiddellijke ingang opgezegd. Bij het nemen van de beslissing om jouw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen hebben wij rekening gehouden met alle omstandigheden, en de voor jou verstrekkende gevolgen daarvan, waaronder de financiële gevolgen. Wij menen echter niet anders te kunnen. Doordat jij DHOMUS in een positie hebt gebracht waarin wij niet anders kunnen dan de arbeidsovereenkomst met jou met onmiddellijke ingang te beëindigen ben je aan DHOMUS een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. Met de eindafrekening zal de gefixeerde schadevergoeding worden verrekend. Mocht de schadevergoeding groter zijn dan het bedrag wat jij tegoed hebt, zullen we vanuit goed werkgeverschap deze kosten kwijtschelden en geen factuur nasturen. Daarnaast beschouwt DHOMUS de dringende redenen, als ernstig verwijtbaar, zodat geen aanspraak bestaat op de transitievergoeding. DHOMUS behoudt zich daarnaast nadrukkelijk het recht voor om alle directe en indirecte schade, opgelegde boetes en eventuele aansprakelijkstellingen door derden, voortvloeiend uit jouw handelen of nalaten, integraal op jou te verhalen. Daarnaast dien jij je te houden aan de beperkende bedingen zoals opgenomen in jouw arbeidsovereenkomst. Indien je aan het voorgaande geen gehoor geeft, dan handel je (wederom) in strijd met duidelijke instructies, en geef je DHOMUS een dringende reden voor een tweede ontslag op staande voet. (…)” 2.5. Bij brief van 5 december 2025 schrijft de gemachtigde van [de voormalige werknemer] aan Dhomus dat [de voormalige werknemer] ontkent dat hij fraude heeft gepleegd, dat hij van mening is dat een dringende reden voor het ontslag ontbreekt waardoor het ontslag op staande voet niet rechtmatig is en dat hij niet berust in het ontslag en zich beschikbaar houdt voor zijn werkzaamheden. Ook wordt verzocht om toezending van de documentatie, informatie en stukken waarop het ontslag is gebaseerd en om [de voormalige werknemer] toegang te verlenen tot zijn e-mailbox om de juistheid van de bestanden en de op basis daarvan getrokken conclusies en stellingen aan de hand daarvan te kunnen controleren. Daarnaast wordt verzocht om een nadere toelichting op de wijze en momenten waarop het onderzoek naar de vermeende fraude is uitgevoerd. 2.6. Bij brief van 8 december 2025, met 20 bijlagen, antwoordt Dhomus hierop het volgende: “In reactie op uw brief van 5 december jl. stuur ik u hierbij een nadere toelichting van de feiten die geleid hebben tot het ontslag op staande voet van uw cliënt, de heer [de voormalige werknemer] , op 28 november jl. Alvorens op uw specifieke vragen in te gaan is het relevant op te merken dat de heer [de voormalige werknemer] afgelopen jaar door onze interne coach (mevr. [coach] ) werd ondersteund met de hulpvraag: ‘Ik wil binnen 1 jaar mezelf beter uitspreken en mijn grenzen beter aangeven, zodat ik meer rust in werk creëer en gestructureerder kan werken.” (Zie bijlage 1). Onderstaand vindt u een puntsgewijze beantwoording van uw vragen (1-14). Ondersteunende bijlagen zijn opgenomen in het overzicht onderaan deze brief en worden separaat meegestuurd. Een aantal relevante citaten uit de bijlagen is opgenomen in deze brief. 1. De volgens DHOMUS vervalste autorisaties 2. De documentatie waaruit blijkt dat de autorisatiebevoegdheid van mevrouw [manager 1] volgens DHOMUS oneigenlijk is gebruikt De gemanipuleerde autorisaties zijn opgenomen in de bijlagen 2, 3, 4, 5, 7, 12, 15, 19 en 20. Ons onderzoek is niet uitputtend geweest, maar de aangetoonde manipulaties betreft ten minste de onderstaande referenties en klanten. Bijlage Referent De bevestiging is ontvangen dat maandag dit afgewikkeld wordt. Ik maak graag een afspraak met u om maandag ochtend rond 11:00 met elkaar te bellen of dat het bedrag op de rekening staat. Anders zal ik intern aangeven dat we het bedrag moete gaan ophogen gezien de doorlooptijd,” 5. Wanneer en door wie zijn welke onregelmatigheden aangetroffen in het klantvolgsysteem (DIMS)? De onregelmatigheden zijn aangetroffen door ondergetekende op donderdagavond 27 november jl. rond 18u. In gesprek met de heer [manager 2] (Manager Projectbureau) werd ik terloops geattendeerd op het dossier [klant 1] waarin het nodige verkeerd zou lopen. Op het toevallig openstaande scherm van het klantvolgsysteem (DIMS) zag ik vervolgens autorisaties (Euro 3.496,62 en Euro 5.000,00) uit mijn naam die zeer uitzonderlijk zouden zijn en nooit door mij zijn verstuurd. Bovendien in een schrijfstijl die ik niet gebruik. Vervolgens heb ik de heer [manager 2] die de (op dat moment nog vermoede) manipulaties niet kon geloven, in detail mijn verstuurde en ontvangen berichten getoond. Ook de heer [accountmanager] (Acountmanager) was in de kamer aanwezig en heeft kunnen bevestigen dat betreffende berichten van en aan [de voormalige werknemer] niet in mijn mailbox aanwezig zijn. Nog diezelfde avond heeft DHOMUS HR Manager [HR manager] afstemming gezocht met mr. T. van Liempd, advocaat arbeidsrecht bij Snijders advocaten. Gezien de aard van het onderzoek is op dat moment een voldoende zwaarwegend belang aanwezig om mailbox te onderzoeken, met focus op enkel de betreffende mails die fraude impliceren. 6. Wanneer en door wie zijn de computers van de heer [CEO] en mevrouw [manager 1] gecontroleerd? 7. Op welke wijze is dit gebeurd en welke verslaglegging is hiervan gemaakt? 8. Wanneer deze check heeft plaatsgevonden ( “gerichte check” mailbestanden van cliënt) 9. Op welke wijze deze check is uitgevoerd 10. Hoe de resultaten/bevindingen van deze check zijn vastgelegd Genoemde aanvullende onderzoek van de mailbox van [de voormalige werknemer] heb ik de volgende dag uitgevoerd in het bijzijn van [manager 2] en [finance-medewerker] . Daarbij werd de manipulatie in het dossier [klant 1] (her) bevestigd en werden -n.a.v. extra inputs van [finance-medewerker] - vergelijkbare manipulaties in andere dossiers aangetroffen. In een aantal daarvan waren ook autorisaties van de leidinggevende van [de voormalige werknemer] (mevr. [manager 1] ) gemanipuleerd (zie bijlagen 15-20). Daarop is [manager 1] op haar verlofdag naar kantoor gekomen en betrokken bij het verdere onderzoek. De verstuurde en ontvangen berichten in de mailbox van [manager 1] zijn op 28/11 gecontroleerd door [CEO] , [finance-medewerker] en [manager 1] op dezelfde manier waarop de mailbox van [CEO] is gecontroleerd door [manager 2] en [finance-medewerker] . Vastlegging van bevindingen door [CEO] heeft plaatsgevonden door het printen van de relevante emails vanuit de mailbox van [de voormalige werknemer] . Voor deze toelichting ben ik opnieuw door de mailbox van [de voormalige werknemer] gegaan en heb ik de bewijsmaterialen nu ook digitaal opgeslagen (zie o.a. de bijlagen). 11. Welke afstemming met uw jurist heeft plaatsgevonden 12. Op welke wijze de belangen van cliënt (waaronder zijn privacy) hierbij zijn meegenomen De eerste afstemming met mr. Van Liempd over dit dossier, op donderdagavond 27/7, is reeds genoemd. Na bevestiging van manipulatie met verschillende credit autorisaties op 28/7 is door ondergetekende telefonisch overleg gevoerd met Van Liempd over de volledigheid van het bewijsmateriaal en het inplannen van het hoor en wederhoor gesprek met [de voormalige werknemer] . Tot slot, t.a.v. het meenemen van het belang van [de voormalige werknemer] in dit proces. Zoals ook genoemd in de ontslagbrief van 28/7 heeft [de voormalige werknemer] uitgebreid de gelegenheid gehad te verklaren wat er is voorgevallen en wat zijn beweegredenen zijn geweest. In het bijzijn van [manager 1] en [HR medewerker] (HR Officer) hebben w Beantwoording van gestelde vragen: De berichten kunnen eenvoudig over het hoofd gezien zijn. Zelfs na uitvoerig zoeken in alle betrokken mailboxen van [CEO] , [manager 1] en die van [naam voormalig werknemer] is er geen bewijs gevonden van ontvangen of verzonden e-mails waarin autorisatie is gegeven door [CEO] of [manager 1] . Er kan sprake zijn van een technische- of systeemfout. Wij begrijpen dat de heer [de voormalige werknemer] in augustus en september meerdere keren van laptop is gewisseld. De laptop is inderdaad verwisseld, de mailbox bevindt zich in Exchange online en kan op meerdere apparaten worden geraadpleegd, mist de gekoppelde gebruiker daarop ingelogd is. Er is niets zichtbaar van een technische of systeemfout. Mocht er door een onverklaarbare reden toch mails zijn verwijderd van het systeem van [de voormalige werknemer] , dan zouden de e-mails met de verzoeken voor autorisatie en de e-mails met de gegeven autorisaties alsnog zichtbaar moeten zijn in de mailboxen van [CEO] en [manager 1] . Voor dergelijke gevallen van eventuele systeem- of systeemfouten, hoe klein het risico ook is, hebben we de back-up software draaien die het risico op dataverlies wegneemt. De mails kunnen (inmiddels) verwijderd zijn Dit kan inderdaad gebeuren en in de praktijk gebeurt dit ook, zij het bewust of onbewust. Ook in dit geval kan de back-up de verloren data terughalen. De e-mails van en naar [CEO] en [manager 1] zijn hier niet aangetroffen.” 3 De verzoeken en het verweer in de zaak met nummer 12073558 \ HA VERZ 26-17 3.1. Na intrekking ter zitting van het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag en tot veroordeling van Dhomus tot wedertewerkstelling met doorbetaling van loon, verzoekt [de voormalige werknemer] de kantonrechter, om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair : I. Dhomus te veroordelen tot betaling aan hem van een billijke vergoeding van € 50.000,-- bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding; II. Dhomus te veroordelen tot betaling aan hem van een transitievergoeding van € 4.950,34; III. Dhomus te veroordelen tot betaling aan hem van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, te berekenen vanaf 28 november 2025 tot en met 1 februari 2026, heden begroot op € 7.273,96 bruto; IV. Dhomus te veroordelen tot een deugdelijke eindafrekening onder overlegging van een deugdelijke specificatie, op straffe van een dwangsom van € 1.500,-- voor elke dag of gedeelte daarvan dat Dhomus in gebreke blijft, althans een door de kantonrechter te bepalen dwangsom; Subsidiair : I. voor het geval de arbeidsovereenkomst wel rechtsgeldig zou zijn geëindigd door het ontslag op staande voet, Dhomus te veroordelen tot betaling aan [de voormalige werknemer] van een transitievergoeding van € 4.950,34 bruto; II. Dhomus te veroordelen tot een deugdelijke eindafrekening onder overlegging van een deugdelijke specificatie, op straffe van een dwangsom van € 1.500,-- voor elke dag of gedeelte daarvan dat Dhomus in gebreke blijft, althans een door de kantonrechter te bepalen dwangsom; In alle gevallen : I. Dhomus te veroordelen tot betaling aan [de voormalige werknemer] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag van algehele voldoening; II. Dhomus te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure, daaronder begrepen de daadwerkelijke advocaatkosten die [de voormalige werknemer] in dezen tot op heden heeft moeten maken in en buiten rechte ten bedrage van (thans begroot op) € 12.000,- (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie nader te bepalen bedrag; III. Dhomus te veroordelen in de kosten en nakosten van deze procedure een bedrag aan salaris van de gemachtigde daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente als b Het onderzoeksrapport van SPS bevestigt dat Dhomus bij haar onderzoek geen berichten over het hoofd heeft gezien en dat geen sprake was van een technische fout of systeemfout of (inmiddels) verwijderde e-mails. Op grond van primair artikel 7:661 BW en subsidiair artikel 6:162 BW is [de voormalige werknemer] aansprakelijk voor deze schade, aldus Dhomus, omdat de schade het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Ook de onderzoekskosten van SPS (waarvan zij nog geen factuur heeft ontvangen) wil zij als schade vergoed krijgen als redelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid. 3.6. [de voormalige werknemer] voert verweer en verzoekt om afwijzing van de verzoeken van Dhomus. Hij blijft bij zijn standpunt dat de vermeende e-mailvervalsingen niet zijn komen vast te staan en dat het onderzoek niet onafhankelijk en zorgvuldig is uitgevoerd. |Als er al sprake zou zijn van manipulatie of vervalsing van e-mails, zijn er geen concrete aanwijzingen dat [de voormalige werknemer] dit zou hebben gedaan. Er is geen bewijs overgelegd van door [de voormalige werknemer] eerst naar zichzelf doorgestuurde en vervolgens bewerkte autorisatieverzoeken. De hoofdletters in de maandnamen kunnen eenvoudig worden veroorzaakt door het gebruik van bepaalde applicaties of besturingssystemen (Windows, iOS of Android) die invloed hebben op de datumweergave, zoals blijkt uit de ter zitting overgelegde voorbeelden van een interne e-mailwisseling. SPS kan niet worden beschouwd als een onafhankelijke partij omdat zij samenwerkt met Dhomus. Ook voert hij aan dat eventueel onbevoegde opdrachten voor creditnota’s geen schade kunnen veroorzaken omdat in KOMAS, het boekhoudsysteem van Dhomus, een aanvullend controlemechanisme is ingebouwd, waarbij voordat tot betaling wordt overgegaan (van een inkoopfactuur of creditfactuur), altijd nog om goedkeuring van de bij het dossier betrokken medewerker wordt verzocht via de knop ‘memo’ in KOMAS. Het causaal verband tussen het beweerdelijk frauduleuze handelen en de schade ontbreekt daarom en Dhomus heeft daarnaast de hoogte van de eventuele schade onvoldoende onderbouwd. 3.7. Op de stellingen van partijen en het verweer in beide zaken zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan. 4 De beoordeling in de zaak met nummer 12073558 \ HA VERZ 26-17 4.1. Het gaat in deze zaak ten eerste om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. 4.2. Een ontslag op staande voet is een ingrijpend middel om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen, waarvan een werkgever niet zomaar gebruik mag maken. In artikel 7:677 lid 1 BW zijn drie voorwaarden genoemd waaraan een ontslag op staande voet moet voldoen: - de werkgever moet een dringende reden hebben om de werknemer te ontslaan; - het ontslag moet onverwijld worden gegeven; - de werkgever moet de werknemer de reden voor het ontslag onverwijld meedelen . Als aan één van die drie voorwaarden niet is voldaan is het ontslag niet rechtsgeldig. dringende reden 4.3. Artikel 7:678 lid 1 BW bepaalt dat als dringende redenen worden beschouwd zodanige omstandigheden die als gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De wet geeft daar ook voorbeelden van. Uit die opsomming blijkt dat het moet gaan om zeer ernstige omstandigheden die objectief bekeken maken dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevraagd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werkgever is de partij die moet onderbouwen en zo nodig bewijzen dat er een dringende reden bestond voor het ontslag op staande voet. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, zoals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, hoe lang hij al voor de werkgever werkte, hoe hij heeft gefunctioneerd en wat het ontslag op staande voet voor gevolgen voor hem heeft. 4.4. Als voornaamste ontslaggrond heeft Dhomus in haar brief van 1 december 2025 a [CEO] ontdekte op 27 november 2025 dat in het klantvolgsysteem DIMS autorisaties van hem stonden voor creditnota’s in het dossier van [klant 1] ten bedrage van € 3.496,92 en € 5.000,--, waarvan hij zich niet kon herinneren dat hij die had gegeven. Toen hij deze niet kon terugvinden in zijn mailbox bij de aan [de voormalige werknemer] verzonden berichten, heeft hij diezelfde avond [manager 2] (Manager Projectbureau) en [accountmanager] (Accountmanager) inzage gegeven in zijn mailbox. Zij hebben daarin geen e-mails met autorisaties aan [de voormalige werknemer] aangetroffen en ook niet e-mails met autorisatieverzoeken van [de voormalige werknemer] . Zij hebben hun zoekactie herhaald in het archief van de mailbox van [CEO] en daarin hebben zij wel een aantal e-mails van of aan [de voormalige werknemer] aangetroffen, maar geen daarvan inzake het dossier [klant 1] . Op 28 november 2025 is het onderzoek voortgezet in aanwezigheid van [finance-medewerker] (Medewerker Finance) en ook toen zijn de betreffende autorisatieverzoeken / autorisaties van of aan [de voormalige werknemer] niet in de mailbox van [CEO] aangetroffen. [manager 2] heeft toen vastgesteld dat in de mailbox van [finance-medewerker] wel het door [de voormalige werknemer] aan Finance doorgestuurde bericht met autorisatieverzoeken en autorisaties (de e-mailketen) aanwezig was. Naar aanleiding hiervan is [manager 1] (Manager Service en leidinggevende van [de voormalige werknemer] ) op haar vrije dag naar kantoor gekomen en is in haar aanwezigheid de situatie besproken. Zij heeft de mailboxcontroles en de gebruikte e-mailketens van [de voormalige werknemer] aan Finance geverifieerd. Zij heeft ook geconstateerd dat sprake was van autorisaties die van haar afkomstig waren (voor bedragen boven de € 200,-- maar onder de € 1.000,--) in e-mailketens van [de voormalige werknemer] aan Finance die zij niet in haar eigen mailbox aantrof en niet zelf heeft verzonden. Alle genoemde medewerkers hebben hierover verklaringen afgelegd die Dhomus heeft overgelegd. Daarna heeft Dhomus een gerichte controle uitgevoerd in de mailbox van [de voormalige werknemer] . Daarbij is vastgesteld dat [de voormalige werknemer] een werkwijze hanteerde waarbij hij autorisatieverzoeken opstelde, gericht aan [CEO] en/of [manager 1] , maar deze niet verzond, vervolgens e-mailberichten opstelde uit naam van [CEO] en/of [manager 1] en de aldus door hem geconstrueerde e-mailketens doorstuurde naar Finance met het verzoek de creditnota’s te verwerken en uit te betalen. Voorbeelden van deze e-mailketens zijn geprint. Een en ander is vervolgens op 28 november 2025 voorgelegd aan [de voormalige werknemer] , die op dat moment zijn eigen mailbox mocht controleren. Ook [de voormalige werknemer] kon de betreffende verzonden autorisatieverzoeken en ontvangen autorisaties niet in zijn mailbox terugvinden en had daar geen verklaring voor, ook niet toen hij in de gelegenheid werd gesteld om één op één met [manager 1] te spreken, een collega met wie hij een goede band had en die hij ook buiten werktijd zag. Deze ontdekkingen heeft Dhomus ten grondslag gelegd aan het ontslag in de ontslagbrief van 1 december 2025. Daarna heeft zij verder onderzoek gedaan, waarbij meer in werkwijze vergelijkbare onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen en waarvan een aantal voorbeelden zijn genoemd in de brief van 8 december 2025 en waarbij de betreffende e-mailketens als bijlagen zijn bijgevoegd. Opvallend is volgens Dhomus bijvoorbeeld de e-mail van [de voormalige werknemer] aan [finance-medewerker] zoals opgenomen in bijlage 4 bij de brief van 8 december 2025 (klant [klant 4] ). De volgens Dhomus vervalste mail (autorisatieverzoek) door [de voormalige werknemer] aan [CEO] wordt in de kop weergegeven als “ Verzonden: maandag 29 September 11:38”. De volgens Dhomus vervalste e-mail (autorisatie) van [CEO] aan [de voormalige werknemer] wordt weergegeven als “Verzonden: maandag 29 September 14:28”. Het feit dat de maand september met een h De inhoud van het rapport van SPS geeft geen aanleiding om te denken dat haar bevindingen partijdig zijn. [de voormalige werknemer] doet weliswaar allerlei suggesties en schetst andere mogelijke scenario’s voor de verdwenen of vervalste autorisaties of onregelmatigheden in e-mails, maar dit maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders omdat de bevindingen van Dhomus heel concreet en duidelijk onderbouwd zijn. Dhomus heeft bovendien met behulp van een verklaring van een medewerker van haar financiële afdeling gemotiveerd weersproken dat door het aanvullend controlemechanisme in KOMAS geen sprake zou kunnen zijn van eventueel onbevoegde opdrachten voor creditnota’s. Zij stelt dat deze controle in KOMAS alleen wordt toegepast bij inkoopnota’s en niet bij creditnota’s. Dat is niet afdoende weersproken door [de voormalige werknemer] . 4.10. Omdat de kantonrechter hiervoor onder 4.4., 4.8. en 4.9. al heeft geoordeeld dat Dhomus de aanwezigheid van vervalste autorisaties voldoende heeft aangetoond en enkel deze aanwezigheid een voldoende dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert, zullen de andere door haar aangevoerde dringende redenen, zoals de voorbarige toezeggingen van crediteringen aan klanten, en de verweren daartegen hier niet verder worden besproken. onverwijldheid 4.11. Naar het oordeel van de kantonrechter is Dhomus na de ontdekkingen op 27 en 28 november 2025 onverwijld tot het ontslag op staande voet overgegaan en heeft zij de dringende redenen voor het ontslag in de ontslagbrief van 1 december 2025 onverwijld toegelicht en onderbouwd. [de voormalige werknemer] stelt enkel dat de door Dhomus geschetste tijdlijn niet met enig bewijsstuk is onderbouwd, maar daarmee heeft hij niet kunnen onderbouwen wat er aan de onverwijldheid schortte. persoonlijke omstandigheden 4.12. [de voormalige werknemer] stelt ten slotte dat het ontslag op staande voet ook niet rechtsgeldig is omdat Dhomus zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende heeft meegewogen. Hij was tijdens het ontslag al 4,5 jaar in dienst en heeft altijd positieve feedback ontvangen van collega’s en leidinggevenden. Daarbij komt dat hij bij herhaling, zelfs nog in de week voorafgaand aan het ontslag, heeft gemeld dat hij een hoge werkdruk ervoer. De onterechte beschuldigingen en het plotselinge ontslag hebben bovendien een grote impact op zijn mentale gesteldheid, zelfvertrouwen en toekomstige loopbaan. 4.13. Met Dhomus is de kantonrechter van oordeel dat dat de ernst van het handelen en het structurele karakter daarvan in dit geval zwaarder wegen dan de genoemde persoonlijke omstandigheden van [de voormalige werknemer] . Ook al zijn de gevolgen ingrijpend, dan nog kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de conclusie leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. conclusie 4.14. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van voldoende feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Het verzoek van [de voormalige werknemer] tot vernietiging van het ontslag zal daarom worden afgewezen. billijke vergoeding 4.15. Hiervoor is al overwogen dat Dhomus zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [de voormalige werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, en dat dit handelen een dringende reden voor ontslag oplevert. Het ontslag is dan ook niet gegeven in strijd met artikel 7:671 lid 1 onder c en artikel 7:677 lid 1 BW. Het verzoek tot toewijzing van een billijke vergoeding aan [de voormalige werknemer] wordt daarom afgewezen. transitievergoeding 4.16. Het verzoek om Dhomus te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt ook afgewezen. De kantonrechter hiervoor heeft geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden, te weten fraude, die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van d