Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-06-03
ECLI:NL:RBGEL:2026:5280
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/459966 / HZ ZA 25-345 Vonnis van 3 juni 2026 in de zaak van DE WERELDBAZAR OG B.V. , te Bad Nieuweschans, eisende partij, hierna te noemen: WOG, advocaat: mr. M. Schuring, tegen ACHMEA SCHADEVERZEKERING N.V. , te Apeldoorn, gedaagde partij, hierna te noemen: Achmea, advocaat: mr. A. Robustella. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 februari 2026 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 april 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben op 8 maart 2017 een verzuimverzekeringsovereenkomst gesloten. Op grond van de verzuimverzuimverzekeringsovereenkomst was WOG verzekerd voor de schade die zij leed als gevolg van de loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid van één of meer van haar werknemers voor maximaal 104 weken. 2.2. De heer [de werknemer] (hierna te noemen: “ [de werknemer] ”) is door mevrouw [de bestuurder] (hierna te noemen: “ [de bestuurder] ”), destijds bestuurder van WOG, als werknemer aangemeld voor de verzuimverzekering. 2.3. Op 6 september 2017 heeft WOG aan Achmea kenbaar gemaakt dat [de werknemer] arbeidsongeschikt was. Achmea heeft over de periode van 6 september 2017 tot 19 februari 2019 een bedrag van € 102.529,62 aan WOG uitgekeerd voor de arbeidsongeschiktheid van [de werknemer] . 2.4. Achmea heeft bij brief van 11 april 2019 (productie 3 bij conclusie van antwoord) aangekondigd de verzuimverzekering stop te zetten omdat er volgens haar geen arbeidsovereenkomst tussen WOG en [de werknemer] bestond. Achmea heeft daarbij tevens aanspraak gemaakt op terugbetaling van de verstrekte uitkeringen, voor een bedrag van € 102.529,62. 2.5. Achmea heeft WOG, [de bestuurder] en [de werknemer] in rechte aangesproken voor betaling van € 102.529,62, vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten (hierna: “de terugvorderingsprocedure”). Bij vonnis van 3 augustus 2022 heeft de rechtbank Noord-Nederland de vordering van Achmea afgewezen. 2.6. Achmea heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep bij arrest van 29 oktober 2024 en herstelarrest van 17 december 2024 verworpen. 2.7. WOG heeft bij e-mail van 6 november 2024 (productie 6 bij dagvaarding) Achmea verzocht om een overzicht te maken van aan haar toekomende uitkeringen uit hoofde van de verzuimverzekeringsovereenkomst. 2.8. Bij e-mail van 5 februari 2025 (productie 8 bij dagvaarding) heeft WOG aanspraak gemaakt op betaling van een bedrag van € 38.105,84 (€ 64.767,37 inclusief wettelijke rente) omdat Achmea volgens haar tot 6 september 2019 had dienen uit te keren onder de verzuimverzekering. Bij e-mail van 11 februari 2025 (productie 9 bij dagvaarding) heeft Achmea aan WOG kenbaar gemaakt dat zij niet tot betaling overgaat. 3 Het geschil 3.1. WOG vordert na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Achmea te veroordelen om aan WOG te betalen een bedrag van € 38.105,84, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf 19 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Achmea in de proceskosten. 3.2. Achmea voert verweer. Achmea concludeert tot afwijzing van de vordering van WOG, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WOG in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. WOG stelt dat zij recht heeft op uitkering voor de volledige periode van 104 weken arbeidsongeschiktheid van [de werknemer] uit hoofde van de verzuimverzekeringsovereenkomst. Omdat Achmea slechts heeft uitgekeerd over de periode 6 september 2017 tot 19 februari 2019, maakt WOG in deze procedure aanspraak op de uitkering over de periode 19 februari 2019 tot 6 september 2019. Achmea betwist dat WOG aanspraak