Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-06-03
ECLI:NL:RBGEL:2026:5230
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11180266 \ CV EXPL 24-5337 Vonnis van 3 juni 2026 in de zaak van 1 MONTEA TIEL B.V., te Tilburg,2. MONTEA PANOVEN I B.V. , te Tilburg,3. MONTEA PANOVEN II B.V. , te Tilburg,4. MONTEA PANOVEN III B.V. , te Tilburg,5. MONTEA PANOVEN IV B.V. , te Tilburg,6. MONTEA PANOVEN V B.V. , te Tilburg,7. MONTEA PANOVEN VI B.V. , te Tilburg, eisende partijen in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv, gedaagde partijen in het incident ex artikel 843a Rv, hierna te noemen: gezamenlijk Montea c.s., dan wel apart Montea, Panoven I, Panoven II, Panoven III, Panoven IV, Panoven V en Panoven VI, gemachtigden: mrs. S. van der Kamp en N. van Tamelen, tegen RECYCLING TIEL B.V. , te Tiel, gedaagde partij in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv, eisende partij in het incident ex artikel 843a Rv, hierna te noemen: Recycling Tiel, gemachtigden: mrs. D.J.A. van den Berg en P.J.C. van Twaalfhoven. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 juni 2025 met de daarin genoemde stukken; - de akte overlegging aanvullende producties met productie 133 tot en met 138 van 6 oktober 2025 van de zijde van Recycling Tiel. 1.2. Op 16 oktober 2025 is een regiezitting gehouden, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. 1.3. Voorafgaande aan de regiezitting is door de gemachtigde van Recycling Tiel een akte met producties 133 tot en met 138 in het geding gebracht. Deze is in eerste instantie geweigerd. De akte is tijdens de regiezitting alsnog toegestaan en Montea c.s. is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Dit heeft zij gedaan met een akte met (wederom) productie 57. 1.4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 6 juli 2018 is tussen Montea Nederland N.V. (Montea Nederland) en De Kellen B.V. (hierna: De Kellen - de moedermaatschappij van Recycling Tiel) een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot meerdere kadastrale percelen gelegen aan de Panovenweg te Tiel (hierna: de koopovereenkomst). Het verkochte betreft het terrein dat tot 2013 in gebruik was als glasfabriek. De Kellen heeft de percelen in Tiel op 30 november 2012 in eigendom gekregen, nadat bekend werd dat de glasfabriek zou gaan sluiten. De Kellen en Recycling Tiel hebben sinds het 2e kwartaal 2018 de sloop van de glasfabriek en de afvoer van de materialen ter hand genomen. De fabriek was al gedeeltelijk door De Kellen gesloopt, toen Montea Nederland het terrein aankocht. Op het terrein bevonden zich nog wel enkele opstallen. 2.2. Montea Nederland behoort tot de Belgische beursgenoteerde Montea-groep die zich bezighoudt met het ontwikkelen van en beleggen in logistiek vastgoed in onder andere Nederland. Montea Nederland kocht het terrein aan om het op termijn te kunnen ontwikkelen. Op 6 juli 2018 is tussen Montea Nederland en Recycling Kombinatie REKO B.V. (hierna: REKO – eveneens gelieerd aan De Kellen en Recycling Tiel) een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een deel van het terrein (verkochte II). 2.3. In de koopovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “5.2. Verplichtingen inzake illegale bomenkap Verkoper garandeert alle nodige maatregelen te zullen treffen, uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid, kosten en risico, opdat tijdig en correct, en uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, zal zijn voldaan aan alle verplichtingen opgelegd in (i) het handhavingsbesluit van het College van B&W van de gemeente Tiel d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469077, en (ii) het handhavingsbesluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland d.d. 18 januari 2017, met kenmerk 021469079, beide inzake de illegale kap van bomen, beide betekend door Omgevingsdienst Rivierenland aan Recycling Tiel B.V., en beide in kopie opgenomen in de Data Room, en Verkoper zal Koper integraal schadelo 10. Verplichtingen inzake archeologie Uiterlijk op het ogenblik waarop de huurtermijn van de Huurovereenkomst Verkochte II wordt beëindigd, overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen uiteengezet in de Huurovereenkomst Verkochte II, zal er, terzake het Verkochte II, geen enkele verplichting inzake archeologie (…) meer gelden uit hoofde van enige wet- en/of regelgeving, en/of enig besluit van het terzake bevoegde gezag inzake archeologie (waaronder doch niet beperkt tot enige selectiebesluit van de Gemeente Tiel), en er zal uiterlijk vanaf dat ogenblik, dadelijk op het Verkochte II kunnen worden gestart met een standaard fundering middels heipalen (voor structuur).” 2.4. Situatietekening van het Verkochte I en het Verkochte II 2.5. In de huurovereenkomst staat onder meer: (…) 1.5 In afwijking op artikelen 4.1. en 4.2. van de algemene bepalingen komen Partijen overeen dat Huurder verantwoordelijk is voor het verkrijgen van alle vergunningen, ontheffingen en toestemmingen, alsmede dat (a) alle kosten verbonden aan het verkrijgen van die vergunningen , ontheffingen en toestemmingen en (b) de kosten van aanpassingen van het gehuurde om aan de voorwaarden van die vergunningen, ontheffingen en toestemmingen te voldoen voor rekening zijn van Huurder. (…) 9.2 Aan Verhuurder is niet bekend dat in, op of aan het Gehuurde een verontreiniging aanwezig is die van dien aard is dat op grond van de geldende wetgeving ten tijde van het tekenen van de huurovereenkomst het nemen van maatregelen noodzakelijk is, behoudens indien op enigerlei wijze anders uiteengezet in de Koopovereenkomst en/of in enige bijlage aan de Koopovereenkomst (…) De onbekendheid van Verhuurder met aanwezigheid van een verontreiniging in, op of aan het Gehuurde ten tijde van het tekenen van de huurovereenkomst houdt uitdrukkelijk geen garantie in van Verhuurder dat er geen verontreiniging aanwezig is. Partijen erkennen en aanvaarden uitdrukkelijk dat onderhavig Art. 9.2. van deze huurovereenkomst, op generlei wijze afbreuk doet aan de verplichtingen van de Huurder inzake Bouwrijke Staat uiteengezet in Art. 11.4. van deze huurovereenkomst. (…) 11.2 Gebruik Het Gehuurde zal door of vanwege Huurder worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten welke zijn toegestaan binnen het kader van het vigerende bestemmingsplan, onverminderd evenwel hetgeen hierna uiteengezet. op of in de directe omgeving van het Gehuurde enige milieugevaarlijke zaken in de ruimste zin des woords op te (doen) slaan, waaronder stank verspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare zaken, en/of om; het Gehuurde zodanig te (doen) gebruiken dat door dit gebruik enige waardevermindering in de meest ruime zin van het Gehuurde kan ontstaan (waaronder doch niet beperkt tot enige bodem- of andere milieuverontreiniging, schade aan het Gehuurde of aan het aanzien van het Gehuurde, en/of om; het Gehuurde voor fabricage-, montage-, of reparatiewerkzaamheden te (doen) gebruiken of om aldaar olie te (doen) verversen, en/of om; enige materialen en/of goederen in en/of op het Gehuurde in, en/of op enigerlei wijze op te slaan (zelfs kortstondig), te recycleren en/of enigerlei andere wijze te bewerken of de aanwezigheid ervan in en/of op het Gehuurde te dulden, indien deze naar het oordeel van Verhuurder resulteert in hetgeen bepaald hiervoor onder (a), (b) en/of (c). Onverminderd enige andere verplichtingen van Huurder uiteengezet in, en/of op enigerlei wijze voortvloeiend uit deze huurovereenkomst, zal Huurder ten aanzien van diens gebruik van het Gehuurde, te allen tijde, en uitsluitend op diens kosten, risico en verantwoordelijkheid, verzekeren dat: i) alle toepasselijke wettelijke en/of reglementaire verplichtingen, alsook alle maatregelen en voorschriften van enige bevoegde overheidsinstantie en/of autoriteiten, alsook alle verplichtingen uiteengezet in enige vergunningen, ontheffingen en/of toestemmingen, correct en tijdig zijn nageleefd; ii) alle vereiste vergunningen, ontheffingen en toestemmingen tijdig zijn aangevraag Hieronder vallen tevens alle meldingen die van overheidswege verplicht zijn/worden gesteld ter zake van het gebruik van het gehuurde in overeenstemming met de hiervoor bedoelde overeengekomen bestemming. Met de hiervoor bedoelde meldingen van overheidswege worden onder meer verstaan meldingen die op grond van het meest recente Bouwbesluit en het meest recente Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) verplicht zijn. 5.1 Huurder zal het gehuurde - gedurende de gehele duur van de huurovereenkomst - daadwerkelijk, geheel, behoorlijk en zelf gebruiken uitsluitend overeenkomstig de in de huurovereenkomst aangegeven bestemming. Huurder zal hierbij bestaande beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en de van overheidswege en vanwege de nutsbedrijven gestelde of nog te stellen eisen (waaronder eisen ten aanzien van het bedrijf van Huurder, ten aanzien van het gebruik van het gehuurde, alsmede ten aanzien van alles wat in of aan het gehuurde aanwezig is) in acht nemen. (…) 7.1 Huurder en Verhuurder zullen richtlijnen, voorschriften of aanwijzingen van de overheid of andere bevoegde instanties ten aanzien van het (gescheiden) aanbieden van afvalstoffen nauwgezet naleven. Bij de niet of niet volledige nakoming van deze verplichting is de nalatige partij aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende financiële, strafrechtelijke en mogelijke andere consequenties. 7.2 Het is Huurder niet toegestaan: a. in, op, aan of in de directe omgeving van het gehuurde milieugevaarlijke zaken te hebben, waaronder stankverspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare zaken; b. het gehuurde zodanig te gebruiken dat door dit gebruik bodem- of andere milieuverontreiniging optreedt. 7.3 Verhuurder vrijwaart Huurder niet tegen overheidsbevelen tot het uitvoeren van een milieuonderzoek ter zake van het gehuurde dan wel het treffen van maatregelen in geval onder, in, aan of rondom het gehuurde verontreiniging wordt aangetroffen. (…) 8.1 Huurder zal bij het gebruik van het gehuurde geen hinder of overlast veroorzaken, noch schade veroorzaken in, op, aan of onder het gehuurde of complex van gebouwen waarvan het gehuurde deel uit maakt. Onder schade aan het gehuurde wordt onder andere verstaan het gebruiken van transportmiddelen waardoor vloeren en wanden (kunnen) worden beschadigd. Huurder zal er voor zorgdragen dat vanwege hem aanwezige derden dit evenmin doen. Dit geldt eveneens ten aanzien van het gebouw of complex van gebouwen waarvan het gehuurde deel uitmaakt. 8.2 Het is Huurder niet toegestaan: (…) b. wijzigingen of voorzieningen aan te brengen in, op of aan het gehuurde die in strijd zijn met voorschriften van de overheid en van de nutsbedrijven dan wel met de voorwaarden waaronder de eigenaar van het gehuurde de eigendom van het gehuurde heeft verworven of met andere beperkte rechten, of die voor andere Huurders of omwonenden tot overlast leiden dan wel deze hinderen in hun gebruik. (…) 10.1 Huurder is jegens Verhuurder aansprakelijk voor alle schade aan het gehuurde, tenzij Huurder bewijst dat de schade hem en de personen waarvoor Huurder verantwoordelijk is, niet is toe te rekenen. 10.2 Huurder vrijwaart Verhuurder tegen boetes die Verhuurder worden opgelegd door gedragingen of nalatigheden van Huurder. (…) 22.1 Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen zal Huurder het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst of bij het einde van het gebruik van het gehuurde, aan Verhuurder opleveren in de staat die bij aanvang van de huur in het proces-verbaal van oplevering is beschreven, behoudens normale slijtage en veroudering. 22.2 Mocht er bij aanvang van de huur geen proces-verbaal van oplevering zijn opgemaakt, dan wordt het gehuurde geacht, behoudens tegenbewijs door Huurder bij aanvang van de huurovereenkomst te zijn opgeleverd in goed onderhouden staat, zonder gebreken en vrij van schade en dient Huurder het gehuurde, behoudens normale slijtage en veroudering, in die staat aan het einde van de huurovereenkomst a Op 20, 24 en 25 oktober 2022 is een optieovereenkomst gesloten tussen SFG (de Nederlandse ontwikkelvennootschap van Montea), Montea en REKO (hierna: de optieovereenkomst). In de optieovereenkomst is overeengekomen dat SFG/Montea het recht heeft de huurovereenkomst tegen betaling van een optievergoeding tussentijds te doen beëindigen, indien een huurder wordt gevonden voor de door haar beoogde ontwikkeling (hierna: de optie). 2.13. In een door REKO, De Kellen, Recycling Tiel en REKO Holding op 11 augustus 2023 en op 2 oktober 2023 door Montea en SPG ondertekend addendum op de koopovereenkomst, de huurovereenkomst en de optieovereenkomst is de huurovereenkomst overgedragen op Recycling Tiel en zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de garanties. In het addendum is onder punt 2.4 het volgende opgenomen: “Partijen erkennen en aanvaarden dat SFG inmiddels de Optie heeft uitgeoefend op 1 juli 2023 en dat de Huurovereenkomst tussentijds zal worden beëindigd op 31 december 2023 . Recycling Tiel zal derhalve uiterlijk op die einddatum het Gehuurde opleveren conform de verplichtingen van de Huurovereenkomst.” 2.14. Bij e-mailbericht van 3 oktober 2023 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht: “Bijgaand het door jouw getekende addendum door ons getekend retour. Wij hebben de afgelopen 2 maanden veelvuldig geprobeerd om uitwerkingsafspraken te maken over het opleveringsniveau en het leek ons praktisch om dat te doen door het addendum nog wat aan te vullen. Dat is tot op heden helaas niet gelukt zodat we dan maar zijn uitgegaan van de oorspronkelijke tekst. Dat betekent dat we qua afspraken daarvan uitgaan. (…)” 2.15. Bij brief van 10 oktober 2023 heeft REKO Montea onder meer als volgt bericht: “(…) Eerder hebben wij gezamenlijk de inhoud van dit addendum met elkaar besproken, waarna ik het addendum heb ondertekend op 11 augustus 2023. Voorts bleken er onduidelijkheden te bestaan en hebben wij o.a. gesprekken gevoerd over afwijkende opleverhoogten van het terrein, waarbij ik heb aangegeven dit voor u te willen realiseren. Gedurende de voorbereiding van de door u voorgenomen ontwikkeling hebben wij u steeds vrij toegang verschaft tot alle betreffende terreinen. Op basis van de door u aan ons beschikbaar gestelde ontwerpgegevens en opleverhoogten zijn wij zoals door u gevraagd uitgegaan van de opleverhoogten van het terrein zoals in die gegevens is weergegeven. Een en ander is als zodanig met u besproken in enkele bijeenkomsten, waarbij een aantal keren ook uw opdrachtnemer aanwezig was. Gedurende de periode dat wij die gesprekken gevoerd hebben en deze uitgangspunten gezamenlijk hebben uitgewerkt en vastgesteld , heeft u het door mij op 11 augustus 2023 getekende addendum niet bevestigd en ook niet getekend teruggestuurd. Dit omdat er nog diverse onduidelijkheden waren en derhalve het addendum nog niet in werking was getreden. Ook op grond van diverse zaken is door u blijk gegeven dat er vanuit uw zijde geen instemming bleek met dat addendum. Zo heeft u bijvoorbeeld reeds betaalde huur teruggestort. Eerst op 3 oktober 2023 hebben wij van u een ondertekend addendum ontvangen, waarbij u benadrukt dat u, ondanks diverse overleggen nu alsnog vasthoudt aan de opleverhoogten uit de huurovereenkomst. Aangezien deze hoogten fors afwijken van de ontwerphoogten die u mij gedurende het voortraject kenbaar gemaakt heeft, en waarop wij op uw verzoek en op verzoek van uw opdrachtnemer gestuurd hebben zullen wij het terrein op uw verzoek dan toch opleveren op de door u nu definitief vastgestelde opleverhoogten. Echter hierbij moeten wij dan wel vasthouden aan de oorspronkelijke oplevertermijn van 6 maanden. Eerdere oplevering is technisch namelijk niet mogelijk. Wij zullen dan ook de overeengekomen termijn van 6 maanden aanhouden nadat definitief van beide zijden overeenstemming is bereikt over het addendum, zijnde 3 oktober jl., de datum waarop ik van u het ook door u ondertekende addendum terug heb ontvangen. Derhalve laat ik u weten dat Bij e-mailbericht van 15 januari 2024 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht: “Zoals bij jullie bekend had het terrein uiterlijk op 31 december 2023 bouwrijp moeten zijn opgeleverd conform artikel 11.4 van de huurovereenkomst. Ook had de issue met betrekking tot de illegale bomenkap uiterlijk 31 december 2023 moeten zijn opgelost (zie artikel 5.2 van de koopovereenkomst). Dat betekent dat jullie formeel in verzuim zijn. In goed overleg hebben wij besloten dat wij jullie drie maanden langer de tijd geven voor bovenstaande en wel tot 1 april 2024 om het terrein bouwrijp op te leveren conform (i) geldende wet- en regelgeving, (ii) artikel 11.4 van de huurovereenkomst en (iii) de nader besproken uitgangspunten voor zover die van de huurovereenkomst afwijken alsmede de kwestie omtrent de illegale bomenkap op te lossen conform de huurovereenkomst. We onderschrijven dan we de komende maanden intensief contact zullen (moeten) hebben over de uitvoering van het bovenstaande waarbij de volgende milestones zijn overeengekomen; Start resterende sonderingen Intergamma 1 februari 2024 Start akoestisch doormeten aanwezige heipalen 1 februari 2024 Oplevering bouwterrein Intergamma 1 maart 2024 Oplevering hele terrein 1 april 2024 Bij de oplevering van het bouwterrein van Intergamma zal dit terrein vrij en goed toegankelijk zijn (zonder obstakels) voor bouwverkeer teneinde hier direct te kunnen starten met de funderingswerkzaamheden, een en ander zoals bovenstaand omschreven. Zoals we constateerden tijdens de rondgang met [naam 1] van de ODRN op 9 januari jl. zijn nog niet alle activiteiten in zijn optiek beëindigd. Zo haalde hij onder andere de berg gips, tanks en andere zaken aan. Als de omgevingsdienst daadwerkelijk stelt dat er activiteiten zijn die het proces met de provincie vertragen zullen deze per direct moeten worden verwijderd/beëindigd. (…)” 2.24. Bij e-mailbericht van 22 februari 2024 heeft Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht: “Afgelopen vrijdag was ik op de Panovenweg . Ik was blij om te zien dat er vorderingen zijn. Ik ga aanstaande vrijdag tweeën een halve week naar het buitenland en wilde daarom toch even deze mail sturen. Ik zag dat er nog heel veel moet gebeuren om het terrein bouwrijp (zoals overeengekomen) te kunnen opleveren op 31 maart aanstaande. Ook is er nog geen steeds geen oplossing voor de illegale bomenkap. Dit heeft al heel veel problemen en vertragingen gegeven bij de benodigde vergunningen en tot op heden hebben jullie nog steeds geen locatie aangedragen waar het bevoegd gezag mee akkoord is. Als dit niet opgelost is betekent dit voor ons een hele grote schade/waardevermindering. Ik wil jullie daarom nogmaals vragen alle urgentie hieraan te geven. Een volgende week, 1 maart, hebben we afgesproken dat het terrein voor Intergamma bouwrijp (conform afspraak) opgeleverd zal worden. Het Intergamma plot moet vrij en goed toegankelijk zijn (zonder obstakels) voor bouwverkeer. Ook hebben we afgesproken dat al het gips voor 1 maart weg zou zijn. Afgelopen maandag zag ik dat er nog steeds twee bergen gips aanwezig zijn. [naam 1] van de ODRN gaf begin januari aan dat nog niet alle activiteiten naar zijn mening zijn beëindigd (berg gips, tanks ect). Wij gaan ervan uit dat er na volgende week geen activiteiten meer zijn. (…)” 2.25. Op 6 maart 2024 mailt Montea aan Recycling Tiel: “(...)Tussen Montea enerzijds en Reko/Recycling Tiel anderzijds zijn duidelijke contractuele afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een koopovereenkomst, huurovereenkomst, optieovereenkomst en bijbehorende allonges. De belangrijkste afspraak is dat bij het einde van de huurovereenkomst (dus 31 december 2023) het gehele terrein bouwrijp door Recycling Tiel aan Montea moet zijn opgeleverd en dat ook het ‘bomenissue’ uiterlijk per die datum is opgelost. Omdat al ruim voor 31 december 2023 duidelijk was dat Recycling Tiel niet tijdig aan de verplichtingen zou gaan voldoen, en per 1 januari 2024 dus effectief al in Het moge duidelijk zijn dat we ronduit teleurgesteld zijn dat ook nadat Montea ruimhartig is geweest in het verlenen van uitstel en het meewerken om e.e.a. opgelost te krijgen, Reko/Recycling Tiel op haar beurt opnieuw niet aan de afspraken heeft voldaan en ook op 1 april 2024 het gehele terrein hoogstwaarschijnlijk niet aan Montea zal worden opgeleverd conform de afspraken uit de huurovereenkomst (die nadien op punten concreet zijn uitgewerkt) en ook het ‘bomenissue’ dan niet zal zijn opgelost. Wij roepen jullie dan ook om de komende weken alles op alles te zetten om alsnog alles voor 1 april 2024 geregeld te krijgen. Daarbij verwachten we dat jullie telkens met ons overleg zoeken en niet eenzijdig beslissingen zullen nemen als de grondwerker sommeren de werkzaamheden te staken. Als het terrein niet op 1 april 2024 is opgeleverd conform de afspraken, dan zal Montea de resterende werkzaamheden zelf doen uitvoeren en alle kosten van deze werkzaamheden en de schade van de extra vertraging op Reko/Recycling Tiel verhalen. (…)” 2.26. Montea Panoven I heeft een omgevingsvergunning voor het bouwen van een logistiek gebouw met kantoor (op het perceel sectie [sectie] nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ) aangevraagd, welke vergunning is verleend bij besluit van 22 maart 2024. In bijlage 1 bij het besluit is onder meer het volgende vermeld: “(...) Conclusie Op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (tot 1 januari 2024) en paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving (vanaf 1 januari 2024) mag ECO-filler in dit geval niet als bouwstof worden toegepast. De aanvrager wordt geadviseerd om rekening te houden met bovenstaande opmerkingen, omdat dit mogelijk gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. (...)” 2.27. Op 26 maart 2024 mailt Montea aan Recycling Tiel: “(...) Op 1 april 2024 zal een eindoplevering worden gehouden. (...) Als 1 april 2024 niet mogelijk is omdat het een feestdag betreft, dan (...) zijn wij bereid de eindoplevering te laten plaatsvinden op 2 april (...) Ten slotte wijzen wij u erop dat wij vooralsnog geen toestemming hebben gekregen om de ecofiller te laten liggen, ook niet op die delen van het terrein die bebouwd zullen worden. (...)” 2.28. Bij e-mailbericht van 28 maart 2024 heeft Recycling Tiel Montea onder meer als volgt bericht: “Op maandag 25 maart jl. hebben wij u gesproken inzake de situatie aangaande het bouwrijp maken van het terrein aan de Panovenweg in Tiel. In dit overleg heeft u ons een kopie gegeven van de Omgevingsvergunning voor het bouwen van een logistiek gebouw met kantoor, welke is verleend op 22 maart 2024 (…). Middels een huurovereenkomst was er sprake van het gebruik van de locatie ten behoeve van voorgenomen recyclingactiviteiten op het terrein door Recycling Tiel B.V.. hiertoe heeft Recycling Tiel een aanvraag omgevingsvergunning ingediend bij de bevoegde autoriteit voor de aspecten bouwen en milieu. Daarnaast beschikte Recycling Tiel over aanlegvergunningen van het bevoegd gezag voor de aanleg van het terrein ten behoeve van de door haar voorgenomen activiteiten, onder andere op- en overslag van puin en secundaire grondstoffen (Eco-ganulaat, Eco-filler). Ten behoeve van deze activiteiten was het aanleggen van een verhardingsconstructie essentieel. Gelet op de omvangrijke depotvorming die daarmee samenhangt was de solide funderingsconstructie onder de definitieve verhardingsconstructie een vereiste. Recycling Tiel is vervolgens aangevangen met de aanleg van het terrein. Dit in overleg met en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten. Na diverse initiatieven van Montea om een ander invulling te geven aan de ontwikkeling van het terrein, in de zin van de bouw van bijvoorbeeld distributiecentra, is uiteindelijk een optieovereenkomst gesloten tussen Recycling Kombinatie REKO B.V. en Montea/SFG, op basis waarvan voor Montea/SFG de mogelijkheid ontstond dergelijke plannen op het terrein te ontwikkelen. Ten tijde van het sluiten van de optieov De gemeente Tiel heeft bij besluit van 29 maart 2024 handhavend opgetreden tegen het toepassen van ecofiller op de percelen kadastraal bekend gemeente Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 5] en [nummer 6] (eigendom van Montea Panoven VI). In dit besluit staat onder meer: “(...) Tijdens de controle is geconstateerd dat u een bouwstof toepast om de bodem op te hogen voor het verwezenlijken van een bedrijventerrein. Dit is een overtreding (...). De werkzaamheden moeten daarom onmiddellijk stoppen.” Bij brief van 15 mei 2024 heeft zij laten weten voornemens te zijn een last onder dwangsom op te leggen. 2.30. Bij e-mailbericht van 5 april 2024 heeft Montea Recycling Tiel de link naar de opnamestaat (en bijlage) met daarin een fotoverslag van 2 april 2024 van de opname van het terrein en de hoogtekaart toegezonden. Zij geeft verder te kennen dat de exacte gegevens van de inmetingen van de depots en de resultaten van het eerste bodemonderzoek van het Intergamma terrein nog worden nagezonden en de overige bodemonderzoeken op korte termijn worden ingepland omdat deze nog niet plaats kunnen vinden vanwege de staat van (de aanwezige depots ophet terrein. Ten slotte geeft zij aan dat zij aanvullingen of opmerkingen graag uiterlijk 12 april 2024 ontvangt en de stukken anders als definitief beschouwt. 2.31. Bij brief van 18 april 2024 heeft de gemachtigde van Montea Recycling Tiel onder meer als volgt bericht: “(…) De Huurovereenkomst is geëindigd per 31 december 2023. In de Huurovereenkomst is in artikel 11.4 afgesproken op welke wijze het Gehuurde door Recycling Tiel aan Montea moet worden opgeleverd. Partijen hebben daaromtrent aanvullende afspraken gemaakt. Op 31 december 2023 voldeed het Gehuurde volstrekt niet aan hetgeen is afgesproken in artikel 11.4 en de nadere afspraken, zodat Montea Recycling Tiel de gelegenheid heeft gegeven nog tot 1 april 2024 werkzaamheden op het Gehuurde te verrichten om alsnog aan de afspraken te voldoen (waarbij Tiel Noord – zie hierna – al op 1 maart 2024 aan Montea had moeten worden opgeleverd). (…) Op 2 april 2024 is het Gehuurde aan Montea opgeleverd. Tiel Noord is niet al op 1 maart 2024 aan Montea opgeleverd. Het gehuurde is opgedeeld in drie delen, die wel worden aangeduid “Tiel Noord”, “Tiel Midden” en “Tiel Zuid”. Als bekend heeft Montea ten aanzien van Tiel Noord al een overeenkomst gesloten om het daar te ontwikkelen distributiecentrum te verhuren aan Intergamma B.V. Tiel Noord is opgehoogd met Eco filler tot aan het afgesproken peil. Op het te bebouwen terrein liggen nog drie depots, waarvan twee van menggranulaat en een depot van ca 21.543 m3 Eco filler (…). Het is gelet op de gemaakte afspraken volstrekt helder dat het Depot Eco filler door Recycling Tiel had moeten worden verwijderd. Montea hoort op korte termijn ook of de Eco filler die onder de te bouwen distributiecentra ligt al dan niet moet worden verwijderd op last van het bevoegd gezag en komt daar nog op terug. Het Depot Eco filler moet hoe dan ook op heel korte termijn worden verwijderd op last van de provincie omdat het de bouwwerkzaamheden die op korte termijn zullen moeten aanvangen in ieder geval in de weg staat en vertraging oplevert als het niet zo spoedig mogelijk wordt verwijderd. Montea kan het Depot Eco filler niet afvoeren want kan het effectief nergens kwijt buiten het terrein van het (voormalige) Gehuurde en zal derhalve genoodzaakt zijn het Depot Eco filler te verplaatsen naar terreindeel Tiel Midden. Van Tiel Midden zal de Eco filler uiteindelijk moeten worden afgevoerd zodat de tijdelijke verplaatsing aanzienlijke extra kosten met zich mee zal brengen die voor rekening van Recycling Tiel zullen worden gebracht. Die extra kosten kunnen worden voorkomen als het Depot Eco filler direct kan worden afgevoerd met een schip of schepen vanaf de kade. Indien u uiterlijk morgen vrijdag 19 april schriftelijk bevestigt dat het Depot Eco Filler door u uiterlijk op 10 mei 2024 volledig zal zijn afgevoerd vanaf de kade (waarbi (…) Montea heeft aanwijzingen dat zelfs de bestaande bodem van/onder het Gehuurde die bestond uit zand gedeeltelijk is afgegraven, het zand mogelijk is verwijderd en daarvoor Eco-filler in de plaats is gestort. Montea doet daar thans nog nader onderzoek naar. Het staat in ieder geval vast dat het grootschalig storten van Eco-filler op en in het Gehuurde in strijd is met artikel 11.2 van de Huurovereenkomst. Ook de betrokken bestuursorganen, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (Provincie) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel (Gemeente), alsmede de hen ondersteunende omgevingsdiensten zijn al geruime tijd ervan op de hoogte geraakt dat er grootschalig Eco-filler op het terrein van het Gehuurde is gestort. De bevoegde gezagen van de Provincie (bevoegd voor Tiel Noord en Tiel Midden) en de Gemeente (bevoegd voor Tiel Zuid) hebben reeds aangekondigd handhavend te zullen optreden tegen aanwezigheid van Ecofiller. De Gemeente heeft daartoe reeds een handhavingsbesluit genomen op 29 maart 2024 en een last onder dwangsom opgelegd, zoals u bekend. Met het bevoegd gezag van de Provincie is recent een discussie gevoerd of Eco-filler als bouwstof zou kunnen worden gekwalificeerd die nuttig wordt toegepast bij de bouw van de distributiecentra op Tiel Noord en Tiel Midden. Het enkel ophogen van het terrein met Eco-filler is niet toegestaan, maar indien de door Recycling Tiel met Eco-filler gerealiseerde opvulling zou kwalificeren als ‘functionele toepassing’ (ten behoeve van een civieltechnisch goede constructie) en ook aan de andere eisen en regels voldoet, dan zou de Eco-filler die onder de footprint van de op te terrein van het Gehuurde te ontwikkelen distributiecentra ligt, wellicht niet hoeven te worden verwijderd. N.B.: de Eco-filler die buiten de footprint van de nog te ontwikkelen distributiecentra ligt, moest in ieder geval al worden verwijderd. (…). Hoewel de Gemeente haar standpunt al kenbaar heeft gemaakt in het handhavingsbesluit van 29 maart 2024 (de Eco-filler is uitsluitend gebruikt als ophoging en dus moet alle Eco-filler weg), hebben er meerdere gesprekken met de Provincie plaatsgevonden waarbij Montea – ook in het belang van Recycling Tiel – de Provincie ervan heeft proberen te overtuigen dat de Eco-filler wel degelijk (ten dele) functioneel/nuttig is/wordt toegepast. De Provincie heeft inmiddels aangekondigd dat op korte termijn een handhavingsbesluit wordt genomen. Het is gelet op de verplichtingen uit de Huurovereenkomst en de aanvullende afspraken evident dat niet is voldaan aan – in ieder geval – de verplichtingen uit artikel 11.2 van de Huurovereenkomst en dat evenmin het Gehuurde bouwrijp aan Montea is opgeleverd op de wijze als in artikel 11.4 bepaald. Gevolgen en sommatie De gevolgen voor Montea zijn enorm. Effectief zal er ca. 260.000 m3 Eco-filler op korte termijn moeten worden afgevoerd, mogelijk meer als blijkt dat er meer zand en/of grond door Eco-filler is vervangen dan Montea nu weet. Als bekend moet de bouw van Tiel Noord op zeer korte termijn aanvangen waarbij Montea de nu aanwezige Eco-filler geheel zal moeten laten afgraven en vervangen door andere materialen die wel voldoen aan de wet- en regelgeving. Montea kan de Eco-filler echter niet kwijt en het is niet toegestaan om depots te vormen op het Terrein. Montea heeft ook geen afzetkanaal voor de Eco-filler. Het leidt tot enorme kosten en tot verdere vertraging van de bouw en de bouwplanning waarbij inmiddels zelfs het risico bestaat dat Intergamma als huurder voor Tiel Noord afhaakt omdat de tussen Montea en Intergamma overeengekomen ‘Long Stop Date’ voor oplevering niet wordt gehaald. Recycling Tiel, althans een aan haar gelieerde vennootschap, heeft de Eco-filler geproduceerd. Recycling Tiel heeft in strijd met de Huurovereenkomst grootschalig op en mogelijk in het Gehuurde Eco-filler gestort en verwerkt in de bodem. Recycling Tiel heeft verzuimd de Eco-filler bij het einde van de Huurovereenk geldt (nogmaals) dat cliënte niet de opdrachtgever was/is van [bedrijf 1] . Dat was/is Montea dan wel Civil Support onder verantwoordelijkheid van Montea. Voor zover cliënte toch als opdrachtgever zou moeten worden gezien, is relevant dat Montea c.q. Civil Support alle instructies aan [bedrijf 1] gaf. Verder zijn de in Bijlage 1 opgenomen hoogtes later door Montea weer gewijzigd. Ook is anders dan aangegeven in dit memo de bomenkap geen issue dat nog voor rekening van cliënte komt. Wij verwijzen naar onze brief van dinsdagmiddag jl. in antwoord op uw sommatie van 18 april jl. Daarnaast betwist cliënte dat tussen partijen is overeengekomen dat het terrein uiterlijk op 31 december 2023 bouwrijp zou zijn. Dat kon qua tijd ook helemaal niet, nu Montea eerst op 2 oktober 2023 de optie heeft ingeroepen. Onderaan blad 4 wordt opgemerkt dat tijdens de rondgang met de heer [naam 1] van ODRN op 9 januari jl. zou zijn geconstateerd dat nog niet alle activiteiten van cliënte zouden zijn beëindigd. Indien en voor zover de heer [naam 1] daar iets over heeft gezegd, betreft dat blijkbaar zijn eigen mening en niet die van GS. Cliënte heeft hierover van GS/ODRN ook nooit enig bericht ontvangen. Ad 3. Weergave oplevering Ad a. Op 2 april 2024 is de feitelijke situatie opgenomen door een groot aantal, onaangekondigde, personen van (of namens) Montea. Cliënte had, in antwoord op de uitnodigingsbrief van 26 maart jl., tevoren laten weten dat van haar kant de heren [naam 2] en [naam 3] aanwezig zouden zijn. [naam 2] en [naam 3] hebben die ochtend slechts gesproken met [naam 4] en [naam 5] , terwijl alle andere namens Montea aanwezige personen zich hebben verspreid over het terrein. Verdere aanwezigen zijn niet aan cliënte voorgesteld en de heren [naam 2] en [naam 3] konden onmogelijk alle personen vergezellen. Cliënte betwist dat in aanwezigheid van beide partijen een opnamestaat is gemaakt. Cliënte heeft kennis genomen van het 396 pagina’s tellende document met daarin een fotoreportage van de feitelijke situatie van dat moment. Ad c. Cliënte heeft de volumes op een (iets) eerder moment ook ingemeten. Tussen de als Bijlage 4 meegezonden inmeting en die van cliënte bestaan geringe verschillen. Ad e. Cliënte bestrijdt de saneringsvisie van [bedrijf 6] (Bijlage 6). Cliënte zal haar commentaar nog laten weten. Zij heeft daarvoor meer tijd nodig. Ad f. Cliënte betwist dat zij de verharding aangegeven op Bijlage 7 had moeten verwijderen. Dit is de weg die zowel door [bedrijf 5] en [bedrijf 2] , als door Struyk Verwo wordt gebruikt. Cliënte betwist verder dat er aanleiding is om (nader) bodemonderzoek te doen. Cliënte heeft diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd. Montea beschikt over al deze gegevens; deze zijn meerdere keren al aan Montea toegestuurd. Cliënte heeft geen activiteiten uitgevoerd die zouden kunnen leiden tot bodemverontreiniging. Ad 4. Oplevergebreken Cliënte betwist dat de meeste van de hier sub i. t/m ix. genoemde “oplevergebreken” werkelijk oplevergebreken zijn en licht dat als volgt toe. Ad i. Depots Ten aanzien van de Eco-filler geldt dat deze is overgenomen door Montea. Wij verwijzen naar onze reactie op uw sommatie van 24 april jl. Ten aanzien van ca. 50.000 m3 Eco-filler heeft cliënte uit coulance toegezegd deze nog weg te (laten) halen na herberekening van de grondstoffenbalans voor het project van Montea. Aanvankelijk was op basis van de berekening van Civil Support sprake van een gesloten materialenbalans (er zou niets over en ook niets te kort zijn), maar later bleek er 50.000 m3 over te zijn. Alle overige depots met uitzondering van het “zand 0/4” zijn door [bedrijf 1] overgenomen met het doel deze depots toe te passen bij het bouwrijp maken van het terrein voor Montea. [bedrijf 1] zou ook het depot zand 0/4 overnemen maar daar is geen concreet gevolg meer aan gegeven. Montea heeft de kwaliteitsgegevens van alle partijen ontvangen. Welke bedoeling heeft Montea met het zand 0/4? Ad ii. Hardmaasgebouw De reden waarom het Tot slot Cliënte behoudt zich het recht voor om nog nader te reageren. Gelet op de door Montea gestelde reactietermijn van heden, 3 mei 2024, wordt nu, vooralsnog, volstaan met het bovenstaande. (…)” 2.35. Bij brief van 3 mei 2024 met als onderwerp “Waarschuwing & voornemen last onder dwangsom” heeft de provincie eisers 1 tot en met 5 en 7, alsmede gedaagde bericht dat zij verwacht dat Montea en Recycling Tiel gezamenlijk zorgdragen voor het verwijderen van de toegepaste ecofiller op het noordelijke deel van het terrein, te weten de percelen Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 7] (voor zover gelegen naast [nummer 3] ), [nummer 4] , [nummer 8] en [nummer 9] . Uitgezonderd van deze plicht is de ecofiller die precies ligt onder het te bouwen bouwwerk, waarvoor op 22 maart 2024 een omgevingsvergunning is verleend. Daarnaast verwacht zij dat de ecofiller die is toegepast op het middelste deel van het terrein, te weten de percelen Tiel, sectie [sectie] , nummers [nummer 10] , [nummer 7] (voor zover gelegen naast [nummer 11] ), [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 12] en [nummer 13] wordt verwijderd uiterlijk 22 september 2024. 2.36. Bij besluit van 27 mei 2024 is Panoven I ontheffing verleend voor herplant van eerder gekapte houtopstand/bomen op een andere dan de kaplocatie. 2.37. Op 19 juni 2024 mailt de gemachtigde van Montea aan de gemachtigde van Recycling Tiel: “(...) Omdat Montea een van de huurovereenkomst afwijkende hoogte wenste is afgesproken dat dat (hogere) niveau conform de tekening van Civil Support d.d. 12 september 2023 zou worden aangehouden. Dat was alleen maar in het voordeel van Recycling Tiel omdat er daardoor minder eco-filler en ander materiaal hoefde te worden afgevoerd. Niettemin heeft Montea zich bereid verklaard om voor het extra materiaal dat benodigd zou zijn voor de extra hoogte verwerken van de Eco-filler voor de extra hoogte (sic) een prijs van Euro 2,50 per m3 te betalen, dit zou achteraf worden verrekend. Het ging om een geschatte hoeveelheid van 115.000m3. (...)” 3 De geschillen 3.1. Montea c.s. vordert na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: in de hoofdzaak: a. te verklaren voor recht dat Recycling Tiel aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van de opleveringsgebreken zoals genoemd in de dagvaarding, waaronder de kosten die verband houden met de aanwezigheid van ecofiller en de overige gebreken als genoemd in het Opleveringsrapport; Recycling Tiel te veroordelen tot betaling aan eiseres Montea van een bedrag van € 11.900.972,50 aan voorlopig geraamde schade; Recycling Tiel te veroordelen tot betaling aan Montea van een bedrag van € 2.926.429,47 gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024; Recycling Tiel te veroordelen tot vergoeding van overige schade, nader op te maken bij staat; Recycling Tiel te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, het salaris van de gemachtigde en nakosten daaronder begrepen; in het incident ex artikel 223 Rv: onder de voorwaarde dat het gevorderde sub a in de hoofdzaak wordt toegewezen Recycling Tiel te veroordelen tot betaling van een voorschot op het gevorderde in de hoofdzaak ter grootte van € 14.900.000,00, althans een in goede justitie te bepalen voorschot. 3.2. Recycling Tiel voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Montea, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Montea c.s. in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente. in het incident ex artikel 843 Rv: Verder vordert Recycling Tiel in het incident ex artikel 843a Rv om, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Montea c.s. te veroordelen om binnen drie dagen na dagtekening van het vonnis in dit incident, aan Recycling Tiel afschrift te verstrekken van: de bouwplanning en de gewijzigde bouwplanning(en) tussen gedaagden in het incident en haar a Het door Recycling Tiel gedane bewijsaanbod, terzake de gang van zaken rond de oplevering op 2 april 2024 en de ontzegging van de toegang tot het gehuurde door Montea c.s., wordt gepasseerd. Het is, gelet op het hiervoor overwogene, niet relevant. 4.5. Uit de dagvaarding en het Opleveringsrapport blijkt dat het gaat om de volgende opleveringsgebreken: aanwezigheid van ecofiller; aanwezigheid van depots materiaal; niet slopen Hardmaasgebouw ; niet inmeten en verwijderen bestaande ondergrondse funderingspalen; niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur; aanwezigheid van allerhande materiaal; dieper afgegraven; ophoging terrein tussen de Panovenweg en Struyk Verwo; niet saneren van verontreinigingen; 4.6. Recycling Tiel heeft in dit kader nog aangevoerd dat niet meer of andere gebreken aan de vordering ten grondslag kunnen worden gelegd dan in het opleveringsrapport vermeld. In tegenstelling tot hetgeen Recycling Tiel heeft betoogd, komen voornoemde gebreken alle naar voren in het opleveringsrapport, zodat de kantonrechter deze gebreken achtereenvolgens zal dienen te bespreken. a. aanwezigheid van ecofiller 4.7. Recycling Tiel betwist dat sprake is van een opleveringsgebrek. Volgens haar is het Opleveringsrapport in dit verband niet doorslaggevend, omdat daarin staat dat Recycling Tiel de in dat rapport genoemde ecofiller in en op de terreinen Tiel Noord, Midden en Zuid dient te verwijderen, terwijl Montea c.s. zich anderzijds op het standpunt stelt dat uitsluitend de ecofiller moet worden verwijderd voor zover het bevoegd gezag dat bepaalt. De ecofiller onder de footprint van Tiel Noord mocht na toestemming van het bevoegd gezag blijven liggen. 4.8. De kantonrechter is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een opleveringsgebrek. Montea c.s. en Recycling Tiel waren overeengekomen dat Recycling Tiel het terrein op bepaalde hoogtes zou opleveren. Daarbij is tevens bepaald (artikel 11 van de huurovereenkomst – rov. 2.5.) dat de grond: a. a) opgeschoond diende te zijn, b) voldoende draagkracht moest hebben om onmiddellijk een standaard fundering met behulp van heipalen op de aanwezige grondlagen aan te brengen zonder enige voorafgaande sloop, vereiste sanering en/of het aanvoeren en/of vervangen van grond, en c) geen bodem- en grondwatervervuiling en/of milieubelastende materialen aanwezig mochten zijn die een beperking zouden inhouden voor de geschiktheid van de beoogde toekomstige ontwikkelingen op die grond, waaronder onder meer werd begrepen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem minstens gelijk moest zijn aan de kwaliteitsklasse industrie zoals bedoeld in het Besluit Bodemkwaliteit (zoals eventueel nadien gewijzigd). 4.9. Hoewel Montea c.s. heeft ingestemd met gebruik van de ecofiller kan dit, overeenkomstig de door haar daaraan gegeven uitleg, niet anders worden begrepen dan dat zij dat heeft gedaan omdat zij, door de uitlatingen van Recycling Tiel daarover, in de veronderstelling verkeerde dat dat was toegestaan en slechts onder de voorwaarde dat dit het geval was. Het risico van het gebruik van de ecofiller om te voldoen aan de verplichting om ‘bouwrijp’ op te leveren is daarmee niet overgegaan op Montea c.s. Zij heeft Recycling Tiel ook vanaf het moment dat zij bekend werd met de bezwaren tegen het gebruik van ecofiller steeds te kennen gegeven dat deze door Recycling Tiel verwijderd diende te worden. Dit volgt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie. Hiertegen is door Recycling Tiel, behoudens in de brief van haar gemachtigde van 3 mei 2024 (r.ov. 2.33.), nimmer bezwaar gemaakt. Het had, indien Recycling Tiel van mening was geweest dat het risico voor het gebruik van ecofiller op Montea c.s. was overgegaan, wel voor de hand gelegen dat zij eerder bezwaar zou hebben gemaakt. Dat is aangevoerd noch gebleken. Door de eco-filler te gebruiken, terwijl het bevoegd gezag daar niet mee akkoord ging en aldus gebruik te maken van een ondeugdelijk product en dit niet te verwijderen voor de opleve Ondanks meerdere toezeggingen om de ecofiller te verwijderen, heeft Recycling Tiel dit nagelaten. Aan het aangeboden bewijs ten aanzien van deze afspraak wordt dan ook voorbij gegaan. 4.15. Uit het voorgaande volgt dat ten tijde van de oplevering in strijd met de opleververplichtingen depots ecofiller aanwezig waren. Daar komt nog bij dat later is gebleken dat deze op veel meer plekken was gebruikt en dat er -in strijd met de vergunningsvoorwaarden- sprake was van vermenging, niet geëgaliseerd was en een nuttige toepassing ontbrak. Dit blijkt uit de door Montea c.s. in het geding gebrachte ‘Samenvatting handhavingsproject: Panovenweg Tiel’ (productie 56) en de onderzoeken van Certicon Bodemexperts (productie 56a), Civil Support, [bedrijf 6] (productie 56b en 56c) en Medusa Exporations (productie 56d), die alle door Recycling Tiel niet, althans onvoldoende gemotiveerd, zijn betwist. Aldus is sprake van een opleveringsgebrek. Zand 0/4 4.16. Recycling Tiel voert aan dat [bedrijf 1] het voornemen had deze partij zand over te nemen, maar dat daar geen definitieve afspraken over zijn gemaakt. Omdat zij sinds 2 april 2024 geen toegang meer heeft tot het gehuurde, is haar onbekend wat de huidige omvang en locatie van het depot zijn. Montea c.s. heeft eerder meegedeeld dat zij de partij zand zou gaan gebruiken bij de bouwwerkzaamheden, maar Recycling Tiel heeft na oplevering geen concrete verzoeken met betrekking tot deze partij zand ontvangen. 4.17. Daarmee erkent Recycling Tiel dat het desbetreffende depot bij oplevering nog aanwezig was, terwijl geen afspraken tot overname daarvan tot stand waren gekomen. Aldus heeft zij op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade. Dat zij niet bekend is met de huidige omvang en locatie van het depot, doet daar niet aan af. Zij heeft het daar immers zelf achtergelaten. Overige depots 4.18. Volgens Recycling Tiel zijn de overige depots door [bedrijf 1] overgenomen met het doel deze toe te passen bij haar werkzaamheden voor Montea c.s. Recycling Tiel onderbouwt dit met facturen van De Kellen aan [bedrijf 1] van 1 maart 2024 en 3 april 2024 (productie 61 en 62 bij conclusie van antwoord) en de e-mailberichten van [bedrijf 1] aan [naam 2] van 18 januari 2024 en van [naam 6] aan [naam 2] van 23 februari 2024. Indien en voor zover op 2 april 2024 depots met materiaal aanwezig waren op het gehuurde, betreft dat materiaal dat door [bedrijf 1] is overgenomen ten behoeve van de bouw van de door Montea c.s. te ontwikkelen distributiecentra. Volgens Recycling Tiel had zij op 2 april 2024 voor deze depots geen verantwoordelijkheid meer. 4.19. De kantonrechter is van oordeel dat uit de overgelegde stukken inderdaad lijkt te volgen dat [bedrijf 1] depots van De Kellen wilde overnemen. Of dit daadwerkelijk is gebeurd, en zo ja, om welke depots met welke omvang het ging blijkt echter niet uit de stukken, zodat onvoldoende gesteld is dat alle depots zijn overgenomen. Uit de correspondentie blijkt dat Recycling Tiel de depots zou laten opmeten en [bedrijf 1] van de benodigde documenten zou voorzien. Dat dit is gebeurd, is aangevoerd noch gebleken. De inmeetrapporten en overige benodigde documenten zijn niet in het geding gebracht. Daartegenover staat dat Montea c.s. stelt dat zij alle werkzaamheden die Recycling Tiel niet was nagekomen alsnog heeft uitgevoerd, waaronder het laten inmeten, laten keuren en verplaatsen van de depots. Montea c.s. stelt verder dat tijdens de bouw meerdere verontreinigingen zijn aangetroffen, variërend van oliespot-verontreinigingen tot stortplaatsen. Het opstellen van saneringsplannen, het verkrijgen van de benodigde goedkeuringen van het bevoegd gezag en het daadwerkelijke saneren hebben voor de nodige aanvullende kosten en vertragingen gezorgd. Zo had Recycling Tiel ook een vuilstort afgedekt met ecofiller en moest deze afgegraven worden om de vuilstort te verwijderen. Uit het voorgaande Recycling Tiel stelt dat tussen partijen in afwijking van de huurovereenkomst een nadere overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende dat [bedrijf 5] , de aannemer die door Montea c.s. is ingeschakeld, de funderingspalen van de al eerder gesloopte gebouwen door Euroradar met een grondradar zou laten inmeten, zodat Recycling Tiel hier niet langer verantwoordelijk voor was. Dit blijkt uit de verslagen van de bouwvergaderingen van 17 januari, 31 januari, 14 februari, 29 februari en 13 maart 2024 (productie 74 bij conclusie van antwoord). In het verslag van 13 maart 2024 staat: “Euroradar heeft 21-2 gemeten echter kon niet overal terecht. Er zijn nog steeds een aantal “blinde vlekken”. Ontgraven en visuele inspectie is vanwege de diepte van de palen (ca 4.00+NAP) niet mogelijk. Euroradar opnieuw inplannen. Kosten Euroradar 2750 euro voor extra fase (…). 13-3 Euroradar heeft op 7 maart opnieuw gemeten. De locatie die reeds eerder was onderzocht en geen goede meetresultaten gaf door verstoringen in de ondergrond was niet goed op tekening aangegeven (arcering en geen punten). Daardoor was deze locatie niet toegankelijk. Palen in dit vlak zijn door Euroradar geïnterpoleerd obv van de naast gelegen inmetingen. Afgehandeld.” Het inmeten is dus voor de opleveringsdatum afgehandeld, aldus Recycling Tiel. 4.23. Montea c.s. stelt dat de bestaande funderingspalen niet waren ingemeten en verwijderd, zodat zij dit moest laten uitvoeren. Om te voorkomen dat er bij het heien vermenging van ecofiller met de bodem zou optreden, diende er daarnaast ook te worden voorgeboord en aangevuld met schoon zand, aldus Montea c.s. 4.24. De kantonrechter is van oordeel dat uit de verslagen van de bouwvergaderingen niet blijkt dat het inmeten van de funderingspalen en het verwijderen daarvan niet langer de verantwoordelijkheid van Recycling Tiel was. Daarnaast eindigt het verslag van 13 maart 2024 weliswaar met ‘afgehandeld’, maar blijkt daaruit juist ook dat geen goede meetresultaten tot stand waren gekomen. Dat Recycling Tiel de funderingspalen heeft verwijderd, is aangevoerd noch gebleken. Voor zover Recycling Tiel meent dat er een nadere afspraak tot stand is gekomen, heeft zij het bestaan daarvan onvoldoende onderbouwd. Ook op dit punt is aldus sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade. e. niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur; 4.25. Recycling Tiel voert aan dat Montea c.s. haar heeft verzocht om (een gedeelte van de Panovenweg intact te laten, zodat de weg gebruikt kon worden als (tijdelijke) weg voor bouwverkeer. Dat geldt eveneens voor de nutsleidingen. Volgens Recycling Tiel heeft Montea c.s. te kennen gegeven de stroompunten te willen gebruiken bij de bouwwerkzaamheden voor het geval de nieuwe aansluitingen nog niet gebruikt zouden kunnen worden. Recycling Tiel verwijst daarvoor naar het verslag van de bouwvergadering van 13 maart 2024, waarin staat: “13- Bouwplaats toegang terrein IG is gepland voor kantoor Zuid (niet tpv de definitieve inrit Glasweg). Bestaande weg langs kantoor Reko doortrekken naar bouwplaats toegang [bedrijf 5] . Hiervoor moet het Ecofiller depot verwijderd worden. 80% van het Ecofiller depot wordt afgevoerd vanaf 12 april t/m 25 april – actie Reko. Aanleg tijdelijke bouwweg door [bedrijf 4] kan vanaf 26 april – actie Montea (Nagekomen bericht: positie bouwweg volgens tekening Civil Support wijkt af van hetgeen besproken, zie bijlage) 13-3 Huidige bouwweg handhaven tot dat de nieuwe gereed is. Zorgdragen dat deze minimaal 8m breed is zodat verkeer elkaar kan passeren – actie [bedrijf 1] .” De tekening waarop is aangegeven welk gedeelte van de weg Montea c.s. intact wilde houden is overgelegd als productie 75. Onderdeel van de volgens Montea c.s. nog te verwijderen gedeelten van de Panovenweg is bovendien de toegangsweg voor Struyck Verwo. Indien Recy Door de toename van het verharde oppervlak, is de infiltratie in de bodem onmogelijk geworden. Dit is niet aan Recycling Tiel toe te rekenen en staat los van de aanleg van het terrein tussen de Panovenweg en het Struyk Verwo-terrein door Recycling Tiel. Dit terrein is door Recycling Tiel aangelegd volgens de daartoe verleende aanlegvergunning. 4.32. De kantonrechter stelt vast dat uit de processtukken blijkt dat [bedrijf 6] onderzoek heeft uitgevoerd door middel van boringen en in haar rapport ten aanzien van Tiel Zuid (zowel het gedeelte dat Tiel Zuid wordt genoemd waar wordt ontwikkeld als het terrein tussen Struyk Verwo en Re-Match dat ook wel wordt aangeduid als Tiel zuid west) concludeert: “Beide terreindelen zijn aangevuld en opgehoogd met Eco-filler. Op het noordoostelijke terreindeel is de dikte veelal 2,0 meter. Plaatselijk zijn in- of onder de ophoging lagen puingranulaat gevonden. Er bestaan aanwijzingen dat dit terreindeel voor het ophogen is ontgrond. Op het zuidwestelijke terreindeel is de laag Eco-filler veelal 0,6 meter dik. De Eco-filler hier aan de bovenzijde bedekt door een dunne laag grindig recyclinggranulaat. Voor dit terreindeel zijn geen aanwijzingen voor ontgronding gevonden.” In het licht van dit onderzoek heeft Recycling Tiel onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij het terrein heeft opgehoogd met ecofiller terwijl dit niet was toegestaan. Gelet hierop is sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade. i. niet saneren verontreinigingen; 4.33. Recycling Tiel betwist dat er op het gehuurde nog moet worden gesaneerd en dat Montea c.s. dit zal (laten) doen. Uit de dagvaarding en het opleveringsrapport blijkt niet om welke verontreinigingen en saneringen het gaat. 4.34. Montea c.s. stelt dat tijdens de bouw meerdere verontreinigingen zijn aangetroffen, variërend van oliespot-verontreinigingen tot stortplaatsen. Daarnaast kwam bij de sloop van het Hardmaasgebouw aan het licht dat er nog asbest in het gebouw aanwezig was. Het opstellen van saneringsplannen, de benodigde goedkeuringen van het bevoegd gezag en het daadwerkelijke saneren hebben voor de nodige aanvullende kosten en vertragingen gezorgd, aldus Montea c.s.. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst zij naar het opleveringsrapport, waarin verwezen wordt naar de saneringsvisie van [bedrijf 6] , en de brief van Omgevingsdienst Regio Nijmegen van 31 januari 2025, waarin meerdere locaties worden genoemd waar sterke grondverontreiniging, waterbodemverontreiniging en grondwaterverontreiniging zijn aangetroffen. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht hiervan onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat sprake is van (ernstige) verontreiniging en dat op het terrein daarom nog gesaneerd moet worden. Dat zij wellicht een en ander gesaneerd heeft, doet daar niet aan af. Kennelijk is door of namens haar niet (volledig) of niet juist gesaneerd. Bezien in het licht van het gemotiveerde standpunt van Montea c.s. heeft Recycling Tiel haar verweer, ter zake van het saneren en de aangetroffen verontreinigingen, te weinig onderbouwd om tot (nadere) bewijslevering toegelaten te worden. Aan het gedane bewijsaanbod wordt daarom voorbij gegaan. Ook op dit punt is er, gelet op al het voorgaande, sprake van een opleveringsgebrek. Aldus heeft Recycling Tiel op dit punt niet aan haar opleveringsverplichtingen voldaan en is zij schadeplichtig ten aanzien van eventueel hieruit voortvloeiende schade. Conclusie 4.35. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van meerdere opleveringsgebreken. Voor zover Montea c.s. schade lijdt als gevolg van deze opleveringsgebreken is Recycling Tiel daarvoor aansprakelijk en dient zij deze te vergoeden. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom in zoverre worden toegewezen. Vergoeding gedurende periode van herstel 4.36. Montea c.s. vordert een vergoeding ged Dit artikel luidt: “Over de tijd die met het herstel is gemoeid, gerekend vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst, is Huurder aan Verhuurder een bedrag verschuldigd, berekend naar de laatst geldende huurprijs en vergoeding voor bijkomende levering van zaken en diensten, onverminderd Verhuurders aanspraak op vergoeding van de verdere schade en kosten.” Hieruit volgt niet dat de verhuurder al een nieuwe huurder gevonden moet hebben. Anders dan Recycling Tiel betoogt, ziet de vergoedingsplicht op de tijd die ervoor nodig is om de gebreken te herstellen en hoeft daarbij geen sprake te zijn van een nieuwe huurder (die daardoor later opgeleverd krijgt). 4.39. Artikel 22.9 van de algemene bepalingen bepaalt: Huurder is gehouden de door hem op basis van het inspectierapport uit te voeren werkzaamheden binnen de in het rapport vastgelegde - of nader tussen partijen overeengekomen - termijn op een deugdelijke wijze uit te voeren c.q. te doen uitvoeren. Indien Huurder geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van zijn uit het rapport voortvloeiende verplichtingen, is Verhuurder gerechtigd zelf deze werkzaamheden te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op Huurder te verhalen onverminderd de aanspraak van Verhuurder op vergoeding van de verdere schade en kosten. Recycling Tiel merkt terecht op dat het aan de verhuurder is om de termijn die nodig is voor herstel te onderbouwen (Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1757). Montea c.s. heeft dit gedaan door gemotiveerd toe te lichten dat veel vertraging is opgelopen en hoeveel. 4.40. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht van de door Montea c.s. gegeven onderbouwing onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat Montea c.s. bedoelde termijn nodig heeft (gehad) om te herstellen. Immers, zoals hiervoor reeds is overwogen, staat vast dat Recycling Tiel de ecofiller niet functioneel had toegepast en de bodem verontreinigd was. Hierdoor verkreeg Montea c.s. niet de vereiste vergunningen. Ook moest er, gelet op de verontreinigingen, bodemonderzoek plaatsvinden. Verder kon, door de depots die Recycling Tiel op het gehuurde had achtergelaten, niet direct met de bouw gestart worden. Daarbij komt dat de depots nog in kaart gebracht en verplaatst moesten worden. Hierdoor kon ook het bodemonderzoek niet direct en volledig plaatsvinden en konden niet alle metingen plaatsvinden. Voorts neemt de kantonrechter daarbij in aanmerking dat nog een vergunning verkregen moest worden voor de sloop van het Hardmaasgebouw . De sloop is daarna ook nog stilgelegd, omdat Recycling Tiel het gebouw niet volledig had gesaneerd. Ten slotte moesten ook de ondergrondse funderingspalen nog ingemeten en verwijderd worden en moesten de ondergrondse, de bovengrondse infrastructuur en de nutsvoorzieningen nog verwijderd worden. Het voorgaande volgt uit de door Montea c.s. overgelegde stukken. Daarnaast heeft Montea c.s tijdens de regiezitting toegelicht dat nog geen sprake is van een eindsituatie. Daarbij heeft zij (onweersproken) gesteld dat zij afhankelijk is van derden. Zo konden de gasleidingen pas eind 2025 worden verwijderd. Dat Montea c.s. Recycling Tiel een sommatie met een termijn van een maand voor het verwijderen van de ecofiller heeft gezonden, doet aan al het voorgaande niet aan af. Hieruit valt immers niet op te maken dat Montea c.s. (al) het herstel ook binnen deze termijn kon uitvoeren. Zo kan Recycling Tiel de ecofiller in tegenstelling tot Montea c.s. naar elders laten afvoeren. Dit kan zij dus, gelet op al het voorgaande, niet aan Montea c.s. tegenwerpen. 4.41. Recycling Tiel heeft zich verder op de schadebeperkingsplicht van Montea c.s. beroepen. Zonder nadere onderbouwing, welke ontbreekt, valt echter niet in te zien waarom Montea c.s. hier niet aan voldaan zou hebben. Dit geldt temeer nu uit de processtukken blijkt dat zij het bevoegd gezag ervan getracht heeft te overtuigen dat de ecofiller wel gebruikt kon worden. Dat het bevoegd ge Recycling Tiel op 15 januari 2024 als volgt bericht: “ In goed overleg hebben wij besloten dat wij jullie drie maanden langer de tijd geven voor bovenstaande en wel tot 1 april 2024 om het terrein bouwrijp op te leveren conform (i) geldende wet- en regelgeving, (ii) artikel 11.4 van de huurovereenkomst en (iii) de nader besproken uitgangspunten voor zover die van de huurovereenkomst afwijken alsmede de kwestie omtrent de illegale bomenkap op te lossen conform de huurovereenkomst.” Ook hier wordt niet gesproken over een gebruiksvergoeding over de periode tussen het einde van de huurovereenkomst en de datum van oplevering. Ten slotte heeft Montea c.s. Recycling Tiel op 6 maart 2024 het volgende bericht: Omdat al ruim voor 31 december 2023 duidelijk was dat Recycling Tiel niet tijdig aan de verplichtingen zou gaan voldoen, en per 1 januari 2024 dus effectief al in verzuim verkeerde, heeft overleg plaatsgevonden waarbij Montea uitstel van de opleververplichtingen heeft gegeven tot 1 april 2024 (…). Hoewel conform de huurovereenkomst wij een bedrag gelijk aan de huur in rekening kunnen brengen over de periode dat het terrein nog niet conform de verplichtingen uit de huurovereenkomst aan Montea is opgeleverd, hebben wij daar vooralsnog vanaf gezien.” Montea c.s. heeft Recycling Tiel aldus op 6 maart 2024 bericht dat zij (vooralsnog) afziet van een gebruiksvergoeding over de bedoelde periode. Recycling Tiel mocht er daarom (gerechtvaardigd) op vertrouwen dat zij over deze periode geen gebruiksvergoeding hoefde te betalen. Montea c.s. kan niet zonder meer eenzijdig op deze toezegging terugkomen. De vordering wordt daarom in zoverre afgewezen. Hoogte schade 4.45. Montea c.s. vordert een schadevergoeding van € 11.516.653,50 in verband met schadeposten die zij al heeft kunnen begroten. Recycling Tiel betwist dat zij gehouden is enige schade te vergoeden: de schadeposten en de bedragen die Montea c.s. in haar overzicht (productie 36 bij dagvaarding, productie 49 en stukken mondelinge behandeling 4 maart 2025) heeft opgenomen zijn niet onderbouwd met facturen of andere stukken. Recycling Tiel betwist daarom dat deze kosten zijn gemaakt en meent dat niet duidelijk is op basis waarvan zij deze zou moeten vergoeden. Verder betwist Recycling Tiel ook een aantal posten, die thans nog niet gevorderd worden maar als nog nader te bepalen in het overzicht zijn opgenomen. Nu deze posten thans nog niet in geding zijn, laat de kantonrechter deze buiten beschouwing. Verder heeft als uitgangpunt te gelden dat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen vast staat dat er sprake is van opleveringsgebreken, en dat voor zover Montea c.s. daardoor schade heeft geleden deze toe te rekenen is aan Recycling Tiel. Anders dan Recycling Tiel meent is zij is daarom aansprakelijk voor alle schade die Montea c.s. daardoor lijdt. Dus niet alleen de schade door het gebrek zelf, maar ook de gevolgschade. Montea c.s. vordert vergoeding van de volgende posten: a. aanwezigheid van depots materiaal; 4.46. Gelet op hetgeen hiervoor onder rov. 4..8. en verder is overwogen betreft de aanwezigheid van diverse depots materiaal en de ecofiller een opleveringsgebrek en is Recycling Tiel aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. Montea c.s. vordert diverse schadeposten die hierna achtereenvolgend zullen worden behandeld. Verwerken ecofiller op locatie 4.47. Montea c.s. vordert een bedrag van € 3.546.903,66 aan kosten voor het verwerken van ecofiller op locatie. Zij legt hieraan ten grondslag dat zij in overleg met de Gemeente Tiel tot een akkoord gekomen met betrekking tot Tiel Zuid (productie 40). Dit komt neer op het weggraven van de ecofiller, het scheiden van materialen, het egaliseren van de onderliggende bodem, het aanbrengen van een scheidingsdoek en het vervolgens weer aanbrengen van een laag ecofiller onder de footprint van 1,4 meter. Deze oplossing betekent dat er in totaal voor Tiel Zuid 29.570 m3 ecofiller mag worden toegepast. De kosten voor deze operatie worden begr dient uit te leggen waarom zij genoodzaakt is deze bouwwijze op Tiel Midden toe te passen, maar dat op Tiel Noord en Tiel Zuid niet het geval is. De ondergrond (bodem met ecofiller) is immers bij de drie bouwpercelen identiek. Daarnaast betwist Recycling Tiel dat Montea c.s. genoodzaakt is om een scheidingsdoek toe te passen op Tiel Zuid. De bodem is daar gelijk aan die op Tiel Noord en Tiel Midden en de ecofiller is op exact dezelfde wijze aangebracht. Voor Tiel Noord, noch voor Tiel Midden is het aanbrengen van een dergelijk doek als eis gesteld om de terugneembaarheid van de ecofiller te garanderen. Daarbij komt dat de twijfels bij het bevoegd gezag volgens Montea c.s. betrekking hadden op de functionele toepassing van ecofiller. Het aanbrengen van een dergelijk doek heeft bouwkundig geen functie. In alle gevallen dienen de kosten voor rekening van Montea c.s. te blijven, aldus Recycling Tiel. Ten slotte voert zij nog aan dat als zij uitvoering had gegeven aan het opleveringsrapport zij alle in de footprint van Tiel Noord aanwezige ecofiller onnodig had verwijderd. Verder merkt Recycling Tiel nog op dat het totaal van de gevorderde bedragen € 3.492.903,66 betreft en niet het gevorderde bedrag van € 3.546.903,66 en dat blijkens de factuur het afvoeren van de ecofiller naar Oosterhout (productie 57.1A.1.8) € 8,20 per ton bedroeg, terwijl Montea c.s. in haar brief van 6 februari 2025 (productie 45 Montea c.s.) nog een bedrag van € 22,00 per ton claimde. 4.49. De kantonrechter oordeelt als volgt. Recycling Tiel miskent met haar verweer dat, indien zij de ecofiller niet had toegepast, dan wel tijdig (dus voor de oplevering) had verwijderd en op de juiste wijze had opgeleverd, Montea c.s. ook niet was gedwongen om met het bevoegd gezag in overleg te treden om te komen tot een oplossing voor de aanwezigheid van de ecofiller. De kantonrechter verwijst voor het overige naar hetgeen in rov. 4.8. en verder reeds is overwogen. Dat ten aanzien van de diverse terreinen tot een andere oplossing is gekomen, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet aan Montea c.s. worden tegengeworpen. Zij heeft immers enerzijds te maken met de Provincie en anderzijds met de Gemeente. Beide organisaties zien de mogelijkheden om de ecofiller toe te passen kennelijk anders, zoals Montea c.s. ook heeft toegelicht. Dat Recycling Tiel de ecofiller wellicht goedkoper af had kunnen voeren, betekent nog niet dat Montea c.s. dit ook kan. Zij beschikt immers niet over een afzetmarkt voor dit materiaal. Uit de toelichting van Montea c.s. volgt verder dat de toepassing van de scheidingsdoek door de Gemeente Tiel werd vereist om vermenging te voorkomen. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel in het licht van deze motivering de in verband daarmee gevorderde schade onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen. Voor zover het verweer van Recycling Tiel ziet op de toepassing van de Jacbo betonzuilen blijkt uit de akte van Montea c.s. van 5 november 2025 dat zij ten aanzien van Tiel Midden alsnog tot een goedkopere oplossing is gekomen. De ecofiller zal worden afgegraven en afgevoerd. Zij geeft daarbij aan dat zij van de Gemeente Tiel een vergunning heeft ontvangen om de ecofiller tijdelijk, zolang er geen afvoer mogelijk is, op te slaan op een strook grond. Deze strook kan daardoor voorlopig niet bebouwd worden. Door deze planwijziging nemen de bouwkosten met circa 3 miljoen af, omdat niet meer de dure bouwmethode met Jacbo betonzuilen hoeft te worden toegepast. Wel nemen daarbij de kosten voor de afvoer van ecofiller en aankoop van zand toe. Montea c.s. heeft echter gesteld dat volgens de berekening door Civil Support de verwachting is dat de totale kosten ongeveer € 750.000,00 lager uit zullen vallen. Ten aanzien van de aanwezigheid van de ecofiller voert Recycling Tiel in haar akte van 6 oktober 2025 niets anders aan dan het reeds verworpen standpunt dat dit geen schending van de opleveringsverplichtingen oplevert. Dat M Zij wijst er verder op dat bij de door Montea c.s. zelf veroorzaakte stagnatiekosten wel een omschrijving van de oorzaak van de stagnatie is gegeven, terwijl deze voor de gevorderde kosten ontbreekt. De gevorderde kosten betreffen bovendien een vele malen hoger bedrag. Ten slotte zijn de stagnatiekosten dubbelop, omdat ook een vergoeding van vertragingsschade gelijk aan de laatst geldende huurprijs is gevorderd over de periode van herstel. 4.58. De kantonrechter is van oordeel dat Montea c.s. haar vordering, in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan, onvoldoende heeft onderbouwd. Gesteld noch gebleken is wat de oorzaak van de stagnatie was en hoe deze kosten tot stand zijn gekomen. De vordering wordt daarom vooralsnog afgewezen. AP04 keuring 0/4 betonzand 4.59. Montea c.s. vordert een bedrag van € 5.336,00 aan kosten voor het laten keuren van een depot 0/4 betonzand. 4.60. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Zij voert aan dat het de bedoeling was dat het depot overgenomen zou worden door [bedrijf 1] , maar dat daarover geen definitieve afspraken tot stand zijn gekomen. Na oplevering heeft zij geen toegang meer gehad tot het gehuurde, waardoor voor haar onbekend is wat na die datum de omvang en locatie is geweest van het depot. Zij heeft na oplevering evenmin het verzoek ontvangen om het depot te verwijderen. Bovendien heeft het keuren van een depot niet als gebrek te gelden in de oplevering van het gehuurde. Daarnaast heeft zij het depot ook al laten keuren, zodat niet duidelijk is waarom Montea c.s. dit opnieuw heeft gedaan. Ten slotte zal Montea c.s. voor dit depot moeten betalen, indien zij dit gaat gebruiken. 4.61. De kantonrechter is van oordeel dat nu Recycling Tiel de noodzaak voor het maken van deze kosten betwist en Montea c.s. dit (nog) niet (nader) heeft toegelicht, deze vordering vooralsnog afgewezen dient te worden. Depotkeuring 0/2 mm industriezand 4.62. Montea c.s. vordert een bedrag van € 10.360,63 aan depotkeuring 0/2 mm industriezand. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij een factuur van [bedrijf 1] overgelegd. 4.63. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Zij voert aan dat het depot is overgenomen door [bedrijf 1] met het doel deze toe te passen bij haar werkzaamheden. Bovendien heeft het keuren van een depot niet als gebrek te gelden in de oplevering van het gehuurde. Daarnaast heeft zij het depot ook al laten keuren, zodat niet duidelijk is waarom Montea c.s. dit opnieuw heeft gedaan. 4.64. De kantonrechter is van oordeel dat, nu Recycling Tiel de noodzaak voor het maken van deze kosten betwist en Montea c.s. dit (nog) niet heeft toegelicht, deze vordering vooralsnog afgewezen dient te worden. Uren Montea 4.65. Montea c.s. vordert een bedrag van € 50.000,00 aan uren Montea c.s. Zij heeft toegelicht dat dit een schatting betreft van de extra uren die zij heeft moeten investeren door de aanwezigheid van de depots. 4.66. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze vordering. Volgens haar ontbreekt een toelichting op deze kostenpost en de daarbij horende werkzaamheden. 4.67. De kantonrechter is van oordeel dat, hoewel deze schade in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt, de vordering vooralsnog afgewezen dient te worden. Montea c.s. heeft haar vordering op dit punt op geen enkele wijze nader onderbouwd. Het is aan Montea c.s. om deze kosten, nu deze vordering door Recycling Tiel wordt betwist, in de schadestaatprocedure nader te onderbouwen. Conclusie 4.68. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, komt in verband met de aanwezigheid van depots met grond, industriezand en bouwstoffen thans een bedrag van € 2.383.834,66 aan meerkosten in verband met afgraven en afvoeren ecofiller en aankopen en plaatsen zand op Tiel Midden, € 179.069,00 aan meerkosten in verband met het aanbrengen van een scheidingsdoek op Tiel Zuid, € 180.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Haps, € 164.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Oost Aldus heeft zij onvoldoende gemotiveerd betwist dat de sloop voor een lager bedrag plaats had kunnen vinden. Dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen. Sloopkosten verrekenbaar 4.75. Montea c.s. vordert een bedrag van € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar. Blijkens de overgelegd correspondentie ziet deze post op het inmeten en dieper afknijpen van de palen, gebaseerd op 383 palen voor een bedrag van € 100,00 per paal. Meer of minder palen worden verrekend. Montea c.s. legt hieraan ten grondslag dat zich onder het nog de slopen Hardmaasgebouw nog funderingspalen bevinden, die overeenkomstig de huurovereenkomst door Recycling Tiel ingemeten en verwijderd hadden moeten worden. 4.76. Recycling Tiel voert hiertegen aan dat verrekenbare posten geen onderdeel waren van de prijsafspraak tussen haar en Metaalhandel De Horne B.V en daarom geen onderdeel hoeven te zijn van sloopwerkzaamheden. Bovendien vallen de kosten van de sloop hierdoor nog hoger uit, terwijl onduidelijk is waar deze kosten vandaan komen. 4.77. De kantonrechter is van oordeel dat Recycling Tiel de vordering, in het licht van de gemotiveerde onderbouwing daarvan door Montea c.s. en bij gebrek aan enige onderbouwing van haar stellingen, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Ook dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen. Aanbrengen steenuilenbiotoop en Waardevermindering door steenuilenbiotoop en Leveren en plaatsen paaltops en vleermuizenkasten, plaatsen en aanpassen uilenkasten 4.78. Montea c.s. vordert een bedrag van € 16.850,00 voor de aanleg van een uilenbiotoop, € 1.764.750,00 aan waardevermindering door de aanleg van de uilenbiotoop en € 4.700 voor het leveren en plaatsen van paaltops en vleermuizenkasten en het plaatsen en aanpassen van uilenkasten. Montea c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de aanleg van de steenuilenbiotoop en de levering en plaatsing van paaltops, vleermuizenkasten en uilenkasten een verplichting was die is opgelegd bij de vergunning voor de sloop van het Hardmaasgebouw . Omdat Recycling Tiel verantwoordelijk was voor de sloop van het Hardmaasgebouw en daarmee voor het verkrijgen van de vergunning en het voldoen aan de vereisten daarvan, dienen deze kosten voor haar rekening te komen. Montea c.s. verwijst in dat verband naar artikel 1.5 van de huurovereenkomst. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Montea c.s. een prijsopgaaf voor de aanleg van de uilenbiotoop door van [bedrijf 1] van € 16.850,00 en een factuur van 21.052,50 overgelegd en een offerte van Jivo voor een bedrag van € 4.700,00 voor het plaatsen van paaltops, vleermuizenkasten en uilenkasten. 4.79. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van deze kosten. Zij heeft in het kader van de voorbereidende compenserende en mitigerende maatregelen al steenuilenkasten laten plaatsen, een uilenbiotoop aangelegd en een vleermuizenkelder aangelegd. Deze maatregelen waren aldus al uitgevoerd. Montea c.s. heeft niet onderbouwd dat de door haar gestelde (aanvullende) maatregelen noodzakelijk waren voor het verkrijgen van de ontheffing. Voor zover dat al het geval is, is het voor Recycling Tiel onbegrijpelijk dat de kosten voor deze aanvullende werkzaamheden meer dan de helft bedragen van hetgeen zij al voor de door haar getroffen maatregelen heeft betaald. Recycling Tiel betwist verder de gevorderde waardevermindering. Deze vordering heeft niets te maken met de huurovereenkomst en dit betreft ook geen opleveringsgebrek. 4.80. De kantonrechter stelt voorop dat, voor zover de aanvullende maatregelen noodzakelijk waren in verband met het verkrijgen van de sloopvergunning voor het Hardmaasgebouw , Recycling Tiel – gelet op het daarover bepaalde in artikel 1.5 van de huurovereenkomst – aansprakelijk is voor deze kosten. De noodzaak van deze maatregelen wordt echter door Recycling Tiel gemotiveerd betwist en is door Montea c.s. op dit moment nog niet (voldoende) onderbouwd. De gevorderde waardevermindering alsmede de grondslag daarvoor is evenmin onderbou Gelet op hetgeen hierboven is overwogen komt in verband met het niet slopen van het Hardmaasgebouw thans een bedrag van € 225.000,00 aan vaste sloopkosten, € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar, € 2.715,00 voor het leveren en aanbrengen van (vleermuis) werende voorzieningen bij het Hardmaasgebouw en een bedrag van € 42.000,00 aan kosten voor de aanleg van de Glasweg in twee fases voor vergoeding in aanmerking. c. niet inmeten en verwijderen bestaande ondergrondse funderingspalen; 4.89. Montea c.s. vordert een bedrag van € 13.251,00 aan niet ingemeten palen ter plaatse van Intergamma, € 4.235,47 aan extra inmetingen Euroradar (terrein niet gereed) en € 1.880,00 aan omzetten menggranulaat depot voor Euroradar. Montea c.s. stelt dat de bestaande funderingspalen niet waren ingemeten en verwijderd, zodat Montea c.s. dit heeft moeten laten uitvoeren. 4.90. Recycling Tiel betwist dat deze palen niet zijn ingemeten. Zij betwist ook dat de (eventueel) nog aanwezige palen tot schade voor Montea c.s. leiden of hebben geleid. Tot slot betwist zij ook de hoogte van deze post. Voor zover Recycling Tiel bekend is, zijn (of worden) de betreffende funderingspalen door Montea c.s. niet verwijderd. Dit blijkt volgens haar ook uit het verslag van de bouwvergadering van 29 februari 2024 waarin is aangegeven dat door wijzigingen in het rioleringsplan er geen palen weggehaald hoefden te worden. Montea c.s. heeft hiervoor dus geen (extra) kosten gemaakt en heeft dus geen voor vergoeding in aanmerking komende schade geleden (HR 6 juni 1997 ECLI:HR:1997:ZC2387, Ambassador). Ten aanzien van de posten voert Recycling Tiel nog het volgende aan. De e-mailwisseling waarnaar Montea c.s. verwijst ter onderbouwing van de vordering van € 13.251,00 dateert van mei 2023, de aanbieding voor het meerwerk van € 4.235,47 van 13 oktober 2023 en de factuur voor het omzetten van het menggranulaat voor € 1.880.00 van 7 maart 2024 en dus van ruim voor de oplevering, zodat geen sprake kan zijn van schade door een opleveringsgebrek. Bovendien ontbreek de offerte waarnaar in de berichten wordt verwezen en worden er overigens geen bedragen genoemd. 4.91. De kantonrechter stelt vast dat de ter onderbouwing ingebrachte stukken allen dateren van voor de opleveringsdatum. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt daarom vooralsnog niet in te zien waarom sprake is van schade wegens opleveringsgebreken. Deze vorderingen worden daarom vooralsnog afgewezen. d. niet juist opleveren boven- en ondergrondse infrastructuur; 4.92. Montea c.s. vordert een bedrag van € 40.975,22 in verband met het door Liander verwijderen van de gasleiding, € 81.228,00 voor de aanleg van een lage druk gasleiding, € 46.175,10 voor het opbreken van een deel van de puinfunderingen en het asfalt, € 24.232,98 voor het verplaatsen van een depot ecofiller in verband met tracé Glasweg / kosten bestaande leidingen en € 25.000,00 aan uren Montea c.s. Zij legt hieraan ten grondslag dat de grond van het gehuurde opgeschoond had moeten zijn. Daarnaast hadden alle onder- en bovengrondse constructies moeten zijn verwijderd met inbegrip van alle ondergrondse gas-, water- en elektrische leidingen. Door het niet verwijderen van de bestaande wegen (constructie) kon niet direct worden gestart met de fundering en lag de grond ook niet op de juiste hoogte. Waar mogelijk is inmiddels gestart met het verwijderen van ondergrondse infrastructuur en het verwijderen van de weg (puinfunderingen en asfalt). Met name bij Tiel Zuid zijn er aanzienlijke vertragingen in het vooruitzicht doordat de Nutsbedrijven hier de leidingen pas eind 2025, dan wel in het tweede kwartaal van 2026 weg kunnen halen. 4.93. Recycling Tiel voert hiertegen aan dat de weg nog niet kon worden verwijderd, omdat deze nog nodig was. Voor zowel de weg als de nutstracé’s is afgesproken dat zij deze zou achterlaten, aldus Recycling Tiel. Verder voert zij nog het volgende aan. De opdracht van Liander ziet niet specifiek op het verwijderen van een gasleiding, ma de ecofiller niet heeft overgenomen en de aanwezigheid daarvan een opleveringsgebrek oplevert en de boven- en ondergrondse infrastructuur niet op de juiste wijze zijn opgeleverd, is Recycling Tiel aansprakelijk voor de in verband daarmee gemaakte kosten. Zij heeft deze naar het oordeel van de kantonrechter voor het overige onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat deze schade voor vergoeding in aanmerking komt en dit deel van de vordering zal worden toegewezen. 4.97. Nu de uren van Montea c.s., zoals hiervoor reeds is overwogen, op geen enkele wijze zijn onderbouwd en door Recycling Tiel gemotiveerd worden betwist, komen deze thans (nog) niet voor vergoeding in aanmerking. Dit deel van de vordering wordt vooralsnog afgewezen. e. aanwezigheid allerhande materiaal ; 4.98. Gelet op hetgeen daarover in rov. 4.28. is overwogen, komt deze schadepost niet voor toewijzing in aanmerking. f. Eco-filler onder footprint ontwikkeling Midden en Zuid en tussen Struyk Verwo en Re-Match 4.99. Deze post is reeds opgenomen onder a. en kan hier dan ook verder buiten behandeling worden gelaten dieper afgegraven; 4.100. Montea c.s. vordert een bedrag van € 143.311,00 voor het dieper afgraven van de bodem, het afvoeren van ecofiller en het aanvullen met schoonzand op het Intergamma-terrein. Ter onderbouwing heeft zij een opgave van [bedrijf 1] B.V. in het geding gebracht. 4.101. Recycling Tiel betwist deze vordering. Zij betwist dat zij dieper heeft afgegraven. Voor zover de aangebrachte ecofiller niet voldeed aan de bouwplannen van Montea c.s., heeft dat volgens Recycling Tiel gelegen aan haar eigen instructies. Dat in datzelfde cunet extra zand moest worden aangebracht, houdt ook verband met de opbouw van het funderingspakket. De werkzaamheden zijn bovendien niet toegelicht. Onduidelijk is waarom Recycling Tiel de kosten zou moeten betalen voor het aanbrengen van ecofiller in de footprint van Tiel Midden, het uitvoeren van diverse onderzoeken die verband houden met de funderingsconstructie en voor het droog houden van het terrein tijdens de te verrichten werkzaamheden. Volgens Recycling Tiel heeft Montea c.s. nagelaten de werkzaamheden en de kosten toe te lichten, zodat niet duidelijk is waarom zij deze zou moeten betalen. 4.102. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat Recycling Tiel dieper heeft afgegraven en de ecofiller ten onrechte niet heeft afgevoerd. Zij heeft bovendien het terrein niet bouwrijp opgeleverd, terwijl zij het terrein zodanig had moeten opleveren dat Montea c.s. direct met de fundering had kunnen beginnen(zie ook rov. 4.14., 4.15. en 4.30.). Met haar verweer miskent Recycling Tiel dat de kosten die Montea c.s. heeft moeten maken om de grond alsnog bouwrijp te maken het gevolg zijn van deze opleveringsgebreken. Zij heeft de vordering daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat deze zal worden toegewezen. Aanvullende kosten voor het ophogen van het terreinen tussen de Panovenweg en Struyk Verwo 4.103. Montea c.s. vordert een bedrag van € 47.079,70 aan kosten voor de huur van een pomp, aggregaat en de verbruikte diesel en een bedrag van € 3.680,00 voor het graven van nieuwe wadi’s. Ter onderbouwing stelt zij dat de grond van het gehuurde bij oplevering niet was opgeschoond en geëffend en evenmin op de juiste hoogte lag. 4.104. Recycling Tiel betwist de verschuldigdheid van beide kostenposten. De pomp en de aggregaat zijn gehuurd vanaf 1 januari 2024, dus voor de oplevering. Het huren van deze machines houdt daarom geen verband met een opleveringsgebrek. Het graven van de nieuwe wadi’s heeft al in 2023 plaatsgevonden, dus ruim voor de oplevering en houdt dus evenmin verband met een opleveringsgebrek. Deze wadi’s zijn bovendien gegraven in verband met wateroverlast op het Rematch-terrein, dat op dat moment geen onderdeel meer uitmaakte van de huurovereenkomst. 4.105. De kantonrechter is van oordeel dat, nu dit verweer niet weersproken is, vooralsnog niet is gebleken van een verband tussen de o De definitieve hoogte zal moeten worden vastgesteld in de schadestaatprocedure. € 44.300,00 € 44.300,00 aan verwijderen stortlaag in cunet rioolsleuf en voorboren funderingspalen 4.111. Recycling Tiel voert aan dat onduidelijk is of Montea c.s. deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Daarnaast heeft het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per e-mail van 25 mei 2023 vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is. Voor zover deze kosten al zijn gemaakt, zijn zij onnodig. Daar komt nog bij dat voor het voorboren van de funderingspalen geldt dat deze onderdeel zijn van het bouwproject van Montea c.s. en daarom voor rekening van Montea c.s. dienen te blijven. 4.112. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het verweer van Recycling Tiel ten aanzien van deze post niet komt vast te staan of deze kosten zijn gemaakt en nodig waren, dan wel al onderdeel waren van de bouwplannen van Montea c.s. Deze vordering zal daarom thans worden afgewezen en dient in de schadestaatprocedure aan de orde te komen. € 126.768,34 € 126.768,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel 4.113. Recycling Tiel voert aan dat Montea c.s. zelf opdracht heeft gegeven voor het in depot rijden van het stortmateriaal in het Hardmaasgebouw Daarnaast worden naast een e-mail met daarin het genoemde bedrag van € 126.768,34 ook nogmaals het document met het bedrag van € 44.300,00 aan verwijderen stortlaag in cunet rioolsleuf en voorboren funderingspalen en diverse andere stukken met bedragen overgelegd. Onduidelijk is of deze bedragen in het bedrag van € 126.768,34 zijn opgenomen. Daarnaast voert Recycling Tiel aan dat het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per e-mailbericht van 25 mei 2023 vastgesteld heeft dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is en dat deze kosten dus onnodig gemaakt zijn. 4.114. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de uitgebreide mailberichten en rapportages waaruit blijkt dat er ondergrondse stortplaatsen zijn aangetroffen en de grond dermate vervuild is dat deze gesaneerd en afgevoerd moet worden, aannemelijk is dat de kosten daarvoor door Recycling Tiel betaald moeten worden. Aangezien deze stukken dateren van na 25 mei 2023 en zien op ondergrondse stortlagen, is onvoldoende onderbouwd dat dit dezelfde stortplaatsen betreft als waar het e-mailbericht van het bevoegd gezag van 25 mei 2023 op ziet. Daar komt nog bij dat Montea c.s. communicatie met het bevoegd gezag van na deze datum heeft overgelegd, waaruit blijkt dat er wel gesaneerd dient te worden. Nu echter onduidelijk welke werkzaamheden onder het genoemde bedrag vallen en of daarin tevens het hiervoor genoemde bedrag van € 44.300,00 is meegenomen, zal deze post vooralsnog worden begroot op (€ 126.768,34 - € 44.300,00 =) € 82.468,34. Deze vordering dient voor het overige in de schadestaatprocedure aan de orde te komen. € 2.262,00 aan ontgraven fonderingssleuf in sanering en afvoeren stort materiaal week 32 en € 4.848,00 aan ontgraven en transporteren ecofiller tbv vuilstort en proeven zetten tpv stortplaats week 33 en 34 En € 4.389,50 € 4.389,50 aan ecofiller dichtmaken 500 m2 4.115. Recycling Tiel voert aan dat de ter onderbouwing van deze posten in het geding gebrachte offertes ook zijn overgelegd ter onderbouwing van de hiervoor genoemde post van € 126.768,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel . Deze kosten worden dus dubbel opgevoerd, aldus Recycling Tiel. Daarnaast voert zij aan dat het bevoegd gezag ten aanzien van deze stortplaatsen per e-mail van 25 mei 2023 heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 6.2c) daarom niet van toepassing is en dit dus onnodig gemaakte kosten betref heeft ter onderbouwing een e-mailbericht overgelegd waarin een factuurbedrag van € 206.414,40 wordt genoemd; waar het verschil van bijna € 1.000.000,00 vandaan komt is onduidelijk. 4.128. De kantonrechter is van oordeel dat, nu uit het ter onderbouwing van de vordering overgelegde ontgravings- en saneringsplan van [bedrijf 6] van 29 januari 2025 geen enkele indicatie van de hoogte van de schade valt op te maken, Montea c.s. haar schade op dit moment niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd, zodat deze vordering vooralsnog wordt afgewezen. conclusie Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zullen in verband met de saneringskosten de volgende posten worden toegewezen; € 7.500,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering, € 82.468,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel, € 6.815,64 aan kosten sanering vuilstort unit 3 en 4 en € 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal (tijdelijk opgeslagen in Hardmaasgebouw ). De overige schadeposten zullen in de schadestaatprocedure aan de orde moeten worden gesteld. Voorboren van alle funderingspalen en voorkomen vermenging van ecofiller met de onderliggende bodem 4.129. Montea c.s. vordert een bedrag van € 376.805,00 en een bedrag van € 230.000,00. Zij heeft toegelicht dat deze kosten zien op het feit dat er vanwege de aanwezigheid van ecofiller op perceel Tiel Noord niet gestart kon worden met een standaard fundering. Dit is in strijd met artikel 11.4 sub b van de huurovereenkomst. Om vermenging van ecofiller met de bodem te voorkomen moest er eerst worden voorgeboord, de ecofiller moest worden uitgezogen, waarna schoon zand moest worden aangebracht. Daarna kon er pas geheid worden. Ook bleek dat ecofiller op veel plaatsen veel dieper lag dan aangegeven, wat aanzienlijke meerkosten met zich heeft meegebracht. Daarnaast moesten er aanvullende maatregelen worden genomen vanwege de aanwezigheid van stortplaatsen (in strijd met artikel 11.4 sub c van de huurovereenkomst) waar doorheen geheid moest worden en waarbij moest worden aangetoond dat zowel het stortmateriaal als de ecofiller niet verder de bodem in werd gebracht door het heien. Ter onderbouwing heeft Montea c.s. de offertes van 25 april 2024 van [bedrijf 5] Bouwbedrijf en een e-mailbericht van 20 juni 2024 van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen in het geding gebracht. 4.130. Recycling Tiel merkt in de eerste plaats op dat deze kosten niet worden gemaakt voor Tiel Zuid. Verder voert zij aan dat tussen partijen is overeengekomen dat Montea c.s. de aanwezige ecofiller zou overnemen en deze zou gebruiken bij de ontwikkeling van de distributiecentra. De ecofiller is volgens Recycling Tiel op instructie van Montea c.s. aangebracht. Als dat hogere kosten heeft meegebracht voor het voorboren van de heipalen, dan dienen deze kosten volgens Recycling Tiel voor rekening van Montea c.s. te blijven. 4.131. De kantonrechter stelt vast dat uit de toelichting van Montea c.s., alsmede de in het geding gebrachte offertes, volgt dat de vordering niet ziet op Tiel Zuid. Het verweer van Recycling Tiel ziet voor het overige op haar aansprakelijkheid en niet op de schadevergoeding. Ten aanzien van de aansprakelijkheid is onder rov. 4.8 tot en met 4.11. en 4.13 reeds overwogen dat niet is komen vast te staan dat Montea c.s. de ecofiller heeft overgenomen of dat het risico voor het gebruik daarvan op haar is overgegaan. Nu de hoogte van deze kosten voor het overige niet (gemotiveerd) is betwist, worden deze vorderingen toegewezen. Bodemonderzoeken 4.132. Montea c.s. vordert een bedrag van € 69.000,00 aan kosten voor bodemonderzoek. Zij heeft ter onderbouwing de opdrachtbevestiging van 28 februari 2024 en het rapport van [bedrijf 6] van 29 januari 2025 overgelegd (productie 57 onder 11A). 4.133. Recycling Tiel betwist dat zij aansprakelijk is voor deze kosten. Bij een dergelijk bouwproject is volgens haar het doen van bodemonderzoek volstrekt normaal, terwijl niet is aangegeven/toegelicht waarom zij deze onderzoeken zou Ter onderbouwing heeft Montea c.s. een factuur van Civil Support in het geding gebracht met een specificatie van de werkzaamheden (productie 57 onder 12.C). Het betreft meerwerk ten behoeve extra ontwerpwerkzaamheden over de periode van week 40 tot en met 52 in verband met de aansturing en coördinatie en het opstellen van tekeningen en contracten en het ontwerpen in verband met het bouwrijp maken en ontgraven, vervoeren en verwerken van ecofiller, het verwijderen van de kabels en leidingen en verhardingen in het terrein ter plaatse van Tiel Midden en Tiel Zuid. 4.139. Recycling Tiel voert hiertegen aan dat het meerwerk slechts lijkt te bestaan uit het aanpassen van bouwtekeningen. De kantonrechter is van oordeel dat zij de vordering daarmee onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Blijkens de toelichting dienen deze aanpassingen immers plaats te vinden, nu Recycling Tiel het gehuurde niet bouwrijp heeft opgeleverd. De vordering wordt daarom in zoverre toegewezen. Conclusie 4.140. De kantonrechter stelt vast dat een aantal posten reeds nu voor toewijzing in aanmerking komt. Daarvan zijn de volgende posten met facturen onderbouwd. € 35.000,00 voor het verplaatsen van depots menggranulaat van het plot Intergamma naar Tiel Midden € 2.715,00 voor het leveren en aanbrengen van (vleermuis)werende voorzieningen bij het Hardmaasgebouw € 6.502,00 aan Civil Support factuur meerwerken Reko. Deze posten zullen daarom (integraal) worden toegewezen. 4.141. Voor de overige posten geldt dat deze niet met facturen zijn onderbouwd, maar veelal met een offerte, inschrijfstaat, opdrachtbevestiging of e-mailbericht. Nu de definitieve hoogte van de schade daarmee niet vast staat, zullen deze vorderingen bij wijze van voorschot worden toegewezen. Het betreft de volgende posten: € 2.219.834,66 aan meerkosten in verband met afgraven en afvoeren ecofiller en aankopen en plaatsen zand op Tiel Midden, € 179.069,00 aan meerkosten in verband met het aanbrengen van een scheidingsdoek op Tiel Zuid, € 180.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Haps, € 164.000,00 voor het afvoeren van ecofiller naar Oosterhout, € 2.336,00 voor het inmeten van depots, € 225.000,00 aan vaste sloopkosten Hardmaasgebouw , € 38.300,00 aan sloopkosten verrekenbaar Hardmaasgebouw , € 42.000,00 aan kosten voor de aanleg van de Glasweg in twee fases, € 38.305,10 voor het opbreken van een deel van de puinfunderingen en het asfalt, € 24.232,98 voor het verplaatsen van een depot ecofiller in verband met tracé Glasweg en kosten bestaande leidingen, € 143.311,00 voor het dieper afgraven van de bodem, het afvoeren van ecofiller en het aanvullen met schoonzand op het Intergamma-terrein, € 7.500,00 aan kostenopstelling [bedrijf 6] CS PvA bodemsanering, € 82.468,34 aan afvoer stortafval vanuit sanering DC Intergamma Tiel, € 6.815,64 aan kosten sanering vuilstort unit 3 en 4, € 237.740,00 aan afvoeren en storten stortmateriaal, € 606.805,00 (€ 376.805,00 + € 230.000,00) aan kosten voor het voorboren van alle funderingspalen om vermenging van ecofiller met de onderliggende bodem te voorkomen, € 69.000,00 aan kosten voor bodemonderzoek. In totaal zal daarom een bedrag van € 44.217,00 aan schadevergoeding toegewezen en een bedrag van € 4.266.717,72 wordt aan voorschot op de schadevergoeding toegewezen. Verwijzing naar schadestaat 4.142. Montea c.s. vordert Recycling Tiel te veroordelen tot vergoeding van overige schade, nader op te maken bij staat. 4.143. Deze vordering kan volgens Recycling Tiel niet worden toegewezen. Volgens haar moet Montea c.s. haar vordering per eiseres preciseren, voordat er iets kan worden toegewezen. Montea c.s. zal volgens Recycling Tiel voorts aannemelijk moeten maken dat zij meer of andere schade heeft geleden dan zij al heeft gevorderd. 4.144. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering tot schadevergoeding, voor zover zij hiervoor niet reeds definitief is toegewezen, naar de schadestaatprocedure verwezen kan worden en wijst de vordering in zoverre toe. Daartoe Hoewel Recycling Tiel meent dat deze verslagen er wel moeten zijn, heeft zij niet gemotiveerd onderbouwd waaruit dit blijkt. Daar komt bij dat zij, gelet op hetgeen in r.o. 4.38. is geoordeeld, ook geen belang heeft bij deze stukken. De vordering wordt daarom afgewezen. te bepalen dat Montea c.s. hoofdelijk een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 voor elke dag dat niet volledig aan het gevorderde onder a. en b. zal zijn voldaan, met een maximum van €1.000.000,00; 4.150. Nu de vorderingen onder a. en b. worden afgewezen, deelt deze vordering datzelfde lot. de met het bevoegd gezag getroffen regeling(en) zoals beschreven in de brief van 6 februari 2025 en de bijlagen daarbij, inclusief de daarover gevoerde (e-mail)correspondentie; 4.151. Recycling Tiel heeft enkele e-mailberichten tussen Montea c.s. en het bevoegd gezag ontvangen, alsmede eerdere versies van de aan de (bouw)plannen ten grondslag liggende notities. Zij heeft echter van het bevoegd gezag diverse notities ontvangen, die Montea c.s. niet aan Recycling Tiel heeft verstrekt (productie 118 en 119 Recycling Tiel). Omdat er andere notities bestaan is het duidelijk dat er ook meer correspondentie over deze onderliggende notities bestaat. Montea c.s. heeft deze nog niet met haar gedeeld, aldus Recycling Tiel. 4.152. Montea c.s. heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de getroffen regelingen al op 6 februari 2025 aan Recycling Tiel zijn toegezonden. Er zijn een paar versies van die bouwmethode heen en weer gegaan. Montea c.s. voert aan dat ze die ook kan laten zien, maar dat er verder niets is. Het belang van Recycling Tiel tot het verkrijgen van de onderliggende stukken is gelegen in de omstandigheid dat daaruit mogelijk blijkt dat herstel ook op een goedkopere wijze plaats had kunnen vinden. Gelet op dit belang en de toezegging van Montea c.s. tijdens de mondelinge behandeling, zal deze vordering worden toegewezen ten aanzien van de over de desbetreffende regelingen gevoerde correspondentie. De regeling zelf heeft Recycling Tiel immers al. de onderliggende notities, zowel van Montea c.s. als van door Montea c.s. ingeschakelde derden, en bouwplannen die in dat kader (als bedoeld onder d.) zijn gedeeld met het bevoegd gezag; 4.153. Volgens Montea c.s. is er geen sprake van onderliggende notities en bouwplannen (anders dan de eerdere versies van de bouwmethode zoals bedoeld onder 4.70.). Uit het enkele feit dat Recycling Tiel kennelijk notities van het bevoegd gezag heeft ontvangen die zij niet van Montea c.s. had ontvangen, valt nog niet op te maken dat er nog meer notities zijn. Dat dat het geval is, is onvoldoende onderbouwd en blijkt nergens uit. Deze vordering wordt daarom afgewezen. de notulen c.q. verslagen van de (bouw)vergaderingen waarin de in de brief van 6 februari 2025 omschreven plannen aan de orde zijn geweest; 4.154. Montea c.s. heeft betwist dat dergelijke notulen / verslagen bestaan. Omdat de bouw op Tiel Zuid en Tiel Midden nog niet is gestart, hebben volgens Montea c.s. nog geen bouwvergaderingen plaatsgevonden. Recycling Tiel betwist dit aangezien Montea c.s. wel stelt dat de bouwplannen zijn gewijzigd naar aanleiding van met het bevoegd gezag getroffen regelingen. Het is evident dat deze wijziging consequenties heeft voor de rechtsverhoudingen met opdrachtnemers (de onderaannemers) van Montea c.s. Dat Montea c.s. hierover niet gesproken heeft en niets heeft vastgelegd, is volgens Recycling Tiel ongeloofwaardig. 4.155. De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat de bouwplannen zijn gewijzigd nog niet maakt dat dat er sprake is van notulen of verslagen waarin dit is neergelegd. Het enkele feit dat Recycling Tiel het ongeloofwaardig acht dat deze er niet zijn, maakt dit niet anders. Nu niet is gebleken van het bestaan van de gevorderde stukken, wordt de vordering afgewezen. gespreksverslagen en/of notulen van de met het bevoegd gezag in het kader als bedoeld onder d. gevoerde (telefoon)gesprekken; 4.156. Montea c.s. betwist dat dergelijke