Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-01-21
ECLI:NL:RBGEL:2026:430
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11614499 \ CV EXPL 25-2444 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [woonplaats] ,2. [eiser sub 2] , te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , gemachtigde: mr. B.M. Jurgens, werkzaam bij FNV RVH-(Regio), tegen ALBERT HEIJN B.V. , te Zaandam, gedaagde partij, hierna te noemen: Albert Heijn, gemachtigden: mr. J. Boer en mr. N. de Bruijn. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 28 mei 2025. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eisers] zijn verschenen, bijgestaan door mr. B.M. Jurgens en de heer L. Zühkle. Albert Heijn is bijgestaan door mr. J. Boer en mr. N. de Bruijn en vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] . 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser sub 1] treedt op 12 september 2011 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Albert Heijn, in de functie van magazijnmedewerker 2, laatstelijk tegen een basisloon van € 2.109,13 bruto per vier weken exclusief emolumenten en toeslagen. De arbeidsomvang van [eiser sub 1] is 24 uur per week (96 uur per periode). 2.2. [eiser sub 2] treedt op 4 november 2013 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Albert Heijn, in de functie van magazijnmedewerker 2, laatstelijk tegen een basisloon van € 2.806,76 bruto per periode van vier weken exclusief emolumenten en toeslagen. De arbeidsomvang van [eiser sub 2] is 32 uur per week (128 uur per periode). 2.3. [eisers] verrichten hun werkzaamheden in het Landelijk Distributiecentrum Geldermalsen. 2.4. Op de arbeidsovereenkomsten is de cao Logistiek Albert Heijn met geldigheidsduur van 15 april 2024 tot en met 14 april 2025 (hierna: de cao) van toepassing. In de cao staat: “ 5.2 Extra vakantie Bij een voltijd dienstverband bouwt de medewerker extra vakantie uren op grond van dienstjaren of leeftijd op. Deze zijn opgenomen in tabel 5.1. Tabel 5.1: Extra vakantie uren Aantal jaren in dienst / leeftijd Uren 25 jaar in dienst 24 uren 45 tot en met 49 jaar 24 uren 50 tot en met 54 jaar 36 uren 55 tot en met 59 jaar 40 uren 60 jaar 56 uren 61 jaar 72 uren 62 jaar 88 uren 63 jaar 104 uren Vanaf 64 jaar 120 uren (…) Extra uren op basis van leeftijd geldt niet voor medewerkers die RSD hebben. 5.3 Arbeidsduurverkorting (ADV) Medewerkers met een voltijd dienstverband hebben op jaarbasis recht op 184 uur ADV met uitzondering van medewerkers die recht hebben op RSD. Medewerkers die recht hebben op RSD ontvangen 115 uur ADV per kalenderjaar.(…) 7.1 Geen verplichting tot het werken in de nacht Voor de medewerker van 49 jaar of ouder bestaat er geen verplichting meer om in de nachtdienst te werken. De medewerker die 49 jaar of ouder wordt en (op eigen initiatief of van Albert Heijn) niet meer werkt in de nacht krijgt een PTN. De PTN telt mee voor pensioen, vakantieopbouw, wordt verhoogd met een algemene salarisaanpassing en wordt als volgt berekend:(…) 7.3 Geen verplichting meer tot het werken in de avond De medewerker die 58 jaar of ouder wordt en (op eigen initiatief of van Albert Heijn) niet meer werkt in de avond krijgt een PTA. De PTA is gelijk aan het deel van de ploegentoeslag die hoort bij de avonddienst. De PTA telt mee voor pensioen, vakantieopbouw en wordt verhoogd met een algemene salarisaanpassing.(…) 7.4 Roostervrije seniorendagen (RSD) (…) Het aantal dagen RSD is afhankelijk van de leeftijd en van toepassing voor medewerkers met een contract van meer dan 128 uur per periode die een van de volgende functies vervullen: • Magazijnmedewerker (1 t/m 3) en cockpitmedewerkers • Employee acculaadstation • (Allround) Servicemonteur. • Medewerkers binnen DC Zaandam die op 15 april 2017 in dienst zijn van Albert Heijn en een functie gaan vervullen in het gemechaniseerde distributiecentrum, behouden hun recht op RSD. • Medewerkers die per 1 januari 3.2. [eisers] leggen – kort samengevat – aan de vordering het volgende ten grondslag. Op 16 februari 2024 hebben [eisers] conform artikel 10.7 van de cao een verzoek ingediend bij Albert Heijn om hun arbeidsomvang uit te breiden naar een fulltime dienstverband van 40 uur per week, met ingang van periode 6 van 2024. Albert Heijn heeft dit verzoek ten onrechte afgewezen, terwijl zij daartoe op grond van de Wet flexibel werken wel verplicht was. 3.3. Albert Heijn voert primair als verweer aan dat sprake is van misbruik van recht door [eisers] , waardoor hen geen beroep op het recht tot urenuitbreiding van de arbeidsduur toekomt. Er staat immers geen evenredige arbeidsprestatie tegenover hun contracturenuitbreiding. Daarnaast is het financiële voordeel dat [eisers] dan zou toekomen belangrijker dan hun wens om daadwerkelijk meer te werken. Subsidiair voert Albert Heijn aan dat zij het verzoek tot vermeerdering van de arbeidsduur niet hoeft toe te wijzen, omdat er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die zich daartegen verzetten. Er is namelijk onvoldoende formatieruimte om de verzoeken toe te kennen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Juridisch kader 4.1. Op grond van artikel 10.7 van de cao worden verzoeken van werknemers om uitbreiding van contracturen beoordeeld in het kader van de Wet flexibel werken (Wfw). In artikel 2 lid 1 Wfw staat dat de werknemer de werkgever kan verzoeken om aanpassing van zijn arbeidsduur, als de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing in dienst is bij die werkgever. De werkgever kan het verzoek van de werknemer weigeren als bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten (artikel 2 lid 5 Wfw). Bij vermeerdering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, als de vermeerdering leidt tot ernstige problemen: a. van financiële of organisatorische aard, b. wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of c. omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is (artikel 2 lid 10 Wfw). Het meest verstrekkende verweer van Albert Heijn is echter dat [eisers] misbruik maken van recht door te verzoeken om uitbreiding van hun arbeidsduur. Dat verweer zal daarom eerst worden besproken. 4.2. Albert Heijn heeft ook nog betoogd dat de RSD-regeling is bedoeld voor oudere werknemers die langdurig en structureel fulltime fysiek en/of mentaal belastend werk hebben verricht. Albert Heijn heeft echter ook erkend dat in de cao die van toepassing is op het verzoek van [eisers] , dit niet als voorwaarde bij de RSD-regeling is opgenomen en dat zij bij het sluiten van de cao niet heeft voorzien dat dit tot gevolg heeft dat werknemers, zoals [eisers] , op basis van die cao een verzoek om uitbreiding van hun arbeidsduur kunnen doen, en ongeacht de duur van het fulltime dienstverband direct aanspraak kunnen maken van de RSD-regeling. Een en ander is in de cao Logistiek 2025/2026 verduidelijkt maar die regeling mist toepassing in de onderhavige zaak. Nu Albert Heijn hieraan verder geen rechtsgevolg heeft verbonden laat de kantonrechter de doelstelling van de RSD-regeling verder buiten beschouwing. [eisers] maken geen misbruik van recht 4.3. Albert Heijn verwijt [eisers] dat zij met hun verzoek om uitbreiding van de arbeidsduur misbruik maken van recht omdat geen evenredige arbeidsprestatie staat tegenover de contractuitbreiding. De kantonrechter volgt Albert Heijn daarin niet. Daarvoor geldt de volgende motivering. 4.4. Van misbruik van recht is op grond van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW) sprake in een situatie waarin een bevoegdheid (in dit geval: het recht op vermeerdering van arbeidsduur) wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend dan wel wanneer betrokkene in redelijkheid niet tot uitoefening van het recht had kunnen komen Dat is geen misbruik van recht, maar gebruik van hun recht en dat kan hen niet worden verweten. Albert Heijn had geen zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang 4.8. Uit de wetsgeschiedenis bij de Wfw volgt dat niet ieder bedrijfsbelang kan leiden tot afwijzing van een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur. Er moet sprake zijn van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Daarbij moet gedacht worden aan economische, technische of operationele belangen die ernstig zouden worden geschaad als het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur zou worden gehonoreerd. 4.9. Van dergelijke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen aan de zijde van Albert Heijn is niet gebleken. Albert Heijn heeft weliswaar aangevoerd dat sprake is van een gebrek aan formatieruimte op de dag en dat er dus geen ruimte is voor [eisers] om extra dagdiensten te draaien, maar Albert Heijn heeft haar verweer op dit onderdeel niet onderbouwd. Zo heeft zij geen bewijsstukken in het geding gebracht, zoals werkroosters of informatie over de huidige bezetting in de dagdiensten, waaruit blijkt dat sprake is van te weinig formatieruimte. Bovendien hebben [eisers] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij, op verzoek van Albert Heijn, per januari 2026 gaan meewerken aan een pilot waarbij zij alleen nog maar avond- en nachtdiensten werken. Daarnaast geldt dat [eisers] hebben aangegeven dat zij voorlopig geen gebruik willen maken van de regeling van artikel 7.1 en 7.3 van de cao waarbij zij geen, althans minder, avond- en nachtdiensten hoeven te werken. Een eventueel gebrek aan formatieruimte op de dagdiensten is, als dat al zou komen vast te staan, in het geval van [eisers] dus geen zwaarwegend bedrijfsbelang dat in de weg staat aan toewijzing van het verzoek om urenuitbreiding. Albert Heijn heeft ten slotte nog aangevoerd dat toewijzing van de verzoeken van [eisers] zal leiden tot een stortvloed aan aanvragen en dat dat alsnog voor grote problemen zou zorgen. Los van de vraag of dat uiteindelijk zo is, geldt dat ieder geval naar haar eigen merites moet worden beoordeeld. Het staat dus niet vast of Albert Heijn al die verzoeken ook zou moeten toewijzen en in ieder geval kan dat nu niet leiden tot afwijzing van de verzoeken van [eisers] . Conclusie: Albert Heijn mocht het verzoek om urenuitbreiding niet weigeren 4.10. Hiervoor is vastgesteld dat [eisers] geen misbruik van recht hebben gemaakt door om urenuitbreiding te verzoeken. Evenmin is gebleken van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen aan de zijde van Albert Heijn die aan toewijzing van het verzoek van [eiser sub 1] en Stiko in de weg stonden. Dit betekent dat Albert Heijn het verzoek van [eisers] op grond van de Wet flexibel werken niet kon weigeren. Albert Heijn was en is dan ook gehouden om [eisers] , conform hun verzoek toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden voor 160 uur per periode van vier weken. Deze vordering van [eisers] om per direct te worden toegelaten tot de overeengekomen werkzaamheden voor 160 uur per week wordt dan ook toegewezen. 4.11. Albert Heijn heeft de gevorderde dwangsom verder niet weersproken zodat deze wordt toegewezen, met dien verstande dat deze wordt gemaximeerd tot een bedrag van € 10.000,00. 4.12. De overige, met deze vordering samenhangende, loon- en pensioenvorderingen worden hierna beoordeeld. Loonvordering 4.13. De door [eisers] gevorderde betaling van het loon dat geldt bij een fulltime dienstverband, te berekenen vanaf periode 6, wordt toegewezen als gevorderd. Uit de overgelegde correspondentie volgt voldoende duidelijk dat [eisers] zich bereid en beschikbaar hebben gehouden om de uren volgens de verzochte urenuitbreiding ook daadwerkelijk te gaan werken met ingang van 19 mei 2024. Dat Albert Heijn dit verzoek heeft afgewezen en [eisers] als gevolg daarvan de uren volgens de urenuitbreiding niet hebben gewerkt, komt voor rekening en risico van Albert Heijn. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding voor matiging van de loonvordering. 4.14. In voornoemde omstandighed