Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-01-13
ECLI:NL:RBGEL:2026:407
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05-256870-25 Datum uitspraak : 13 januari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats], wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats]. Raadsvrouw: mr. R.J.T. Leijzer, advocaat in Zutphen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 31 december 2024 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Harreveld, daarmede rijdende over de Europaweg (N18), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl het donker was en/of terwijl hij vermoeid was en/of terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl op de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan de aldaar geplaatste, voor zijn, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 21,8 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop", - heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 91 kilometer per uur en 97 kilometer per uur en/of - niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, bevindende verkeer en/of - in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Europaweg (N18)) voor die kruising aangebrachte stopstreep te (blijven) stoppen immers bleef hij niet stoppen voor een voor hem rijrichting bestemde driekleurig verkeerslicht dat (ongeveer) 21,8 seconden rood licht uitstraalde, maar is hij (door)gereden en/of - in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te (blijven) stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting terwijl hij rechtdoor ging de dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een personenauto niet voor te laten gaan en/of - in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor ander ([slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt: hij Het was op dat moment donker en de wegverlichting was in werking. Voor beide bestuurders werd het zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd. Ten tijde van het ongeval was de verkeersregelinstallatie in werking. Verdachte was rond 04:17:12,8 uur de stopstreep gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten op dat moment minimaal 21,8 seconden rood licht uitstraalden. De bestuurder van de Audi was om 04:17:11,0 uur de stopstreep aan zijn zijde gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten op dat moment minimaal 5,6 seconden groen licht uitstraalden. Verdachte was het kruispunt genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid die lag tussen de 91 km/u en 97 km/u. De maximumsnelheid ter plaatse bedroeg 80 km/u. Op het moment van het ongeval was verdachte vermoeid. Hij is goed bekend met de verkeerssituatie ter plaatse. Verdachte is beginnend bestuurder. Als gevolg van het ongeval heeft de bestuurder van de Audi, [slachtoffer], letsel opgelopen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zoals primair ten laste gelegd, in die zin dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden als gevolg waarvan het ongeval heeft plaatsgevonden. Door dit ongeval heeft het slachtoffer letsel opgelopen waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde, omdat schuld in de zin van artikel 6 WVW niet bewezen kan worden. Hiertoe is, kort gezegd, het volgende aangevoerd. Verdachte heeft de verkeersregels niet opzettelijk geschonden en bovendien ook niet in ernstige mate, zodat roekeloosheid niet bewezen kan worden. Er is bovendien geen sprake van een causaal verband tussen de snelheid van verdachte en het ongeval. Verdachte heeft het verkeerslicht over het hoofd gezien en is door rood gereden. Dit betreft een enkel moment van onoplettendheid, zodat geen sprake is een aanmerkelijke mate van verwijtbaarheid of ernstige schuld in de zin van artikel 6 WVW. Verder is bepleit dat het letsel van het slachtoffer niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, maar als letsel waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Ten aanzien van het (meer) subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Artikel 6 WVW Voor een bewezenverklaring van het misdrijf zoals bedoeld in artikel 6 WVW moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Daarbij dient in ieder geval sprake te zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen door verdachte. Is er sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW? Om tot het oordeel te komen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval zoals bedoeld in artikel 6 WVW, is vereist dat het rijgedrag van de verdachte zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen ni 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 31 december 2024 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Harreveld, daarmede rijdende over de Europaweg (N18), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en /of terwijl het donker was en /of terwijl hij vermoeid was en /of terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en /of, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en /of terwijl op de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan de aldaar geplaatste, voor zijn, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 21,8 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop", - heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 91 kilometer per uur en 97 kilometer per uur en /of - niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en /of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en /of het zich op de kruisende weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, bevindende verkeer en /of - in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Europaweg (N18)) voor die kruising aangebrachte stopstreep te (blijven) stoppen immers bleef hij niet stoppen voor een voor zijn hem rijrichting bestemde driekleurig verkeerslicht dat (ongeveer) 21,8 seconden rood licht uitstraalde, maar is hij ( door ) gereden en /of - in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te (blijven) stoppen, door rood te rijden en /of een op de kruisende weg van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting terwijl hij rechtdoor ging de dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een personenauto niet voor te laten gaan en /of - in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en /of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/ waren en /of te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994,