Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-01-13
ECLI:NL:RBGEL:2026:402
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
8,094 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:402 text/xml public 2026-01-30T10:46:51 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-13 335003.22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:402 text/html public 2026-01-23T11:15:36 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:402 Rechtbank Gelderland , 13-01-2026 / 335003.22 De rechtbank veroordeelt een man van 38 en een man van 35, tot een gevangenisstraf voor brandstichting en poging tot brandstichting. Beide mannen, neven van elkaar, gingen in een tijdsbestek van enkele uren een aantal keren naar de woning van het slachtoffer. Daar gooiden zij een raam in. Vervolgens gooiden zij op drie verschillende momenten een explosief dan wel vuurwerk naar de woning. Het laatste explosief, een Cobra 8, kwam in de woning tot ontploffing. Hierdoor ontstond veel schade aan de woning en aan goederen in de woning. Bij de woning lag ook een Cobra 6 die niet was ontploft. Ten tijde van de ontploffing was het slachtoffer niet in de woning. Hij stond bij zijn buurman op het terrein. De rechtbank acht levensgevaar voor personen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bewezen. De rechtbank legde beide mannen een gevangenisstraf van 28 maanden op. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de brandstichting en de poging daartoe in 2022 hebben plaatsgevonden. De mannen moeten aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen van bijna 8300 euro. De rechtbank zag geen bewijs dat een man van 47, eveneens afkomstig uit Apeldoorn, betrokkenheid had bij de brandstichting en de poging daartoe. Hij werd vrijgesproken. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.335003.22 Datum uitspraak : 13 januari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1987 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] . Raadsman: mr. E. van Reydt, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 02:30 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door: - een (Super) Cobra (8, zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk, - in aanraking te brengen met vuur en/of aan te steken en/of - die/dat aangestoken Cobra/vuurwerk door de - eerder die nacht met een of meer stenen kapot gegooide - ruit van een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ) naar binnen te gooien, alwaar dat vuurwerk tot ontploffing is gekomen/gebracht, - terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of - terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke zich in de onmiddellijke nabijheid van die woning/woonwagen bevond(en) en/of voor de bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, te duchten was, althans levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was; 2. hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 01:11 uur en/of 01:43 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ), terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of andere bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, althans voor een ander te duchten was, (telkens) met dat opzet: - met een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8 (zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk, naar die woning/woonwagen is/zijn gereden en/of - aldaar een of meer stenen in de richting van/naar/door de ruit van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid – waarna/waardoor die ruit kapot is gegaan - en/of - ( vervolgens) een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8, in aanraking heeft/hebben gebracht met vuur en/of heeft/hebben aangestoken en/of - ( vervolgens) die Cobra’s/ dat aangestoken vuurwerk naar/in de richting van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 4 december 2022 omstreeks 02.40 uur kreeg de politie de melding dat er op de [adres 2] in [plaats] veel lawaai was, dat de ramen eruit waren geklapt en dat het leek of er zwaar vuurwerk naar binnen was gegooid. De meldster had iemand over het bruggetje zien wegrennen. Deze persoon was in een donkere station auto gestapt. Ter plaatse zagen verbalisanten dat de weg voor de woning op de [adres 2] volledig bezaaid was met glasscherven, dat het raam aan de rechtervoorkant van de woning kapot was en dat het gordijn dat voor het raam hing gedeeltelijk verbrand was. In de woning hing rook en roken ze een zwavelachtige geur. Van de rechterruit in de linker zijgevel was de thermopane ruit kapot en grotendeels verdwenen. De metalen omlijsting van de thermopane ruit en de gevelbeplating rondom het onderste deel van dit raam waren naar buiten verbogen en/of gedrukt. Verder was het onderste deel van het kunststof kozijn van het raam verdwenen en waren stukken van het kunststof kozijn weggebroken. Op straat, in de grasstrook en op het fietspad lagen diverse materialen (glas/kunststof/hout) in een soort trechtervorm, waarbij de punt van de trechter zich ter hoogte van de kapotte ruit in de linker zijwand van de woonwagen bevond, ook wel de blastzone genoemd. Het verst weg liggend stuk kunststof lag op 15,80 meter afstand van de linkerwand van de woonwagen. In de blastzone lagen ook stukjes papier/karton en een blauwe wegwerp aansteker, waarvan de “windkraag” en het “vuursteenwiel” ontbraken. Tussen de houten schutting en de linkervoorkant van de woonwagen (voorkant erf) lag een niet ontploft stuk vuurwerk dat verbalisant ambtshalve herkende als een Super Cobra 6. Deze Super Cobra 6 zag er droog en schoon uit. Het uiterste puntje van de lont was zeer licht aangebrand/verschroeid. In de vitrages en gordijnen die in de woning hingen, zaten scheuren en/of gaten en in de muren in de linker zijgevel zaten barsten. Delen van de muren waren naar binnen gedrukt. Verder waren goederen in de woonkamer kapot, was het binnenste glas van een raam kapot en een stukje vloerbedekking van 8x8 cm volledig verdwenen op de plaats waar het explosief was afgegaan. De vloerbedekking direct daaromheen was enigszins verbrand en beroet/zwart geblakerd. Het onderste deel van het raamkozijn was zwaar beschadigd. Hele stukken hout en kunststof waren weggeslagen. Er lagen diverse stukjes papier/karton.
Volledig
Het keukenblok, 6,5 meter verwijderd van de plaats van de explosie, vertoonde diverse beschadigingen en verstoringen. De onderste la was volledig losgekomen en lag deels op de grond. Andere lades en kastdeurtjes stonden open en/of hingen scheef in de scharnieren. De magnetron stond uit de omlijsting naar voren en de glazen ruit was kapot. Op de relaxstoel in de woonkamer lag een halve straatklinker. De stukjes karton in de woonwagen zijn herkend als resten van een Cobra 8. De netto explosieve massa (NEM) van één exemplaar ‘COBRA 8’ varieert tussen de circa 76 tot 112 gram aan flitspoeder. Dergelijke vuurwerkartikelen hebben de eigenschappen om als 1.1G geclassificeerd te worden volgens de Defaulttabel. Daarbij is opgemerkt dat een 1.1G classificatie inhoudt dat het artikel zich massa-explosief kan gedragen. De niet afgegane Cobra betrof een Cobra 6. De NEM van de Cobra 6 betrof circa 32,5 gram. Dergelijke vuurwerkartikelen hebben de eigenschappen om als 1.1G geclassificeerd te worden volgens de Defaulttabel. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij meent dat het daderschap van verdachte niet, althans niet buiten redelijke twijfel, uit het dossier volgt. Hij heeft daartoe betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 2] niet consistent en onbetrouwbaar zijn. De verklaring van [slachtoffer 1] , die bij de rechter-commissaris heeft verklaard niemand te hebben herkend, is wel betrouwbaar. De kleding die verdachte en [medeverdachte 1] op 4 december 2022 droegen, komt volgens de raadsman evident niet overeen met de kleding van NN1 en NN2. De inhoud van het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] over het telefoongesprek van 4 december 2022 kan dan ook niet juist zijn. De raadsman heeft verder betoogd dat er niemand in de woning van [slachtoffer 2] was en dat onder de gegeven omstandigheden van te duchten levensgevaar geen sprake is geweest. Dat geldt eveneens voor de poging. De raadsman heeft verder gewezen op de schriftelijke verklaring van verdachte, de verklaring van zijn moeder en de e-mail met de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , die via diens raadsman is ontvangen. Deze verklaring(en) vinden steun in de DNA-match tussen het DNA-profiel van [medeverdachte 2] en de bemonstering van de aansteker. Verder is de TCI-informatie dat [medeverdachte 2] bewogen zou zijn tot het afleggen van deze verklaring op geen enkele wijze aannemelijk geworden. De raadsman meent ten aanzien van het op de Cobra 6 aangetroffen DNA van verdachte dat het scenario van secundaire overdracht allerminst denkbeeldig is. Het DNA kan op de Cobra zijn gekomen toen deze met de binnenkant van de auto in aanraking kwam. Verder is niets bekend over de absolute hoeveelheid DNA in de bemonstering en kan niet worden uitgesloten dat het DNA van [medeverdachte 2] deel uitmaakt van het DNA-mengprofiel op de Cobra. De raadsman heeft, indien de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht om tot een vrijspraak te komen, voorwaardelijk verzocht de verdediging inzage te verstrekken in de onderliggende stukken waarop de DNA-rapporten betrekking hebben. Het gaat dan in het bijzonder om de zgn. ‘piekprofielen’ en informatie over de concentraties van biologisch materiaal in de verschillende DNA-bemonsteringen. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de feiten 1 en 2 tegelijk beoordelen gelet op hun onderlinge samenhang. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet. Op camerabeelden van [slachtoffer 1] vanaf het adres [adres 3] in [plaats] is het volgende te zien. 01.10.20 uur: Bij de brug aan de overzijde van het water zijn twee koplampen van een personenauto zichtbaar. De auto draait en komt achteruitrijdend aan het einde van de brug staan. 01.11.06 uur: Er komen twee personen vanaf links boven uit de richting van de brug gelopen. Zij lopen via het fietspad en de groenstrook richting pand [adres 2] . Verbalisanten noemen de twee personen daarna NN1 en NN2. NN1 is geheel in het donker gekleed met een capuchon en draagt onder zijn jas een shirt met in ieder geval een lichtkleurige onderzijde. Dit is te zien tijdens het gooien van voorwerpen. NN1 draagt donkere schoenen met lichtkleurige zolen en heeft een normaal postuur. NN2 draagt een donkere broek en zijn schoenen met witte schoenzolen zijn lichter van kleur zijn dan zijn broek. Er lijkt ook een lichte rand aan de onderzijde van de jas te zitten of een shirt dat onder de jas uit komt. NN2 heeft een smal postuur en is zichtbaar kleiner dan NN1. 01.11.13 uur: NN1 gooit drie keer een voorwerp in de richting van de woning van aangever [slachtoffer 2] . Te zien is dat hij hierbij zijn gehele bovenlichaam naar achteren beweegt en met zijn rechterarm een grote en krachtige beweging maakt van achteren naar voren. Bij de derde keer gooien is te zien dat er een voorwerp vanaf de woning terugvalt op straat. Na de derde keer gooien rent NN1 met grote passen terug naar de groenstrook en het fietspad en verdwijnt hij uit beeld. 01.11.21 uur: NN2 steekt met een gloeiend voorwerp een ander voorwerp aan. Van dit voorwerp komen vervolgens veel vonken af. NN2 beweegt zijn rechterarm naar achteren en vervolgens naar voren. Hierbij is te zien dat er tijdens het gooien veel vonken van het voorwerp afkomen. Nadat NN2 het voorwerp richting de woning heeft gegooid rent hij weg in de richting van de brug. Hierbij heeft hij in zijn linkerhand iets gloeiends dat licht afgeeft. 01.41.47 uur: Twee koplampen zijn zichtbaar aan de overzijde van de brug. De auto draait en komt achteruitrijdend aan het einde van de brug staan. Het betreft een model stationwagen. 01.42.36 uur: Er komt een persoon met hetzelfde signalement als NN1 in beeld. NN1 komt vanuit de richting van de brug gelopen en heeft een lichtgevend voorwerp in zijn hand. Hij staat enige tijd op straat met dit lichtgevende voorwerp in zijn hand en bukt wat voorover. Om 01:43:02 uur is te zien dat het licht feller wordt en dat NN1 een voorwerp in zijn hand heeft waar veel vonken vanaf komen. Vervolgens is te zien dat hij met zijn gehele bovenlichaam van achteren naar voren beweegt en met zijn benen een grote stap maakt. Met zijn rechterarm maakt hij een grote beweging van achteren naar voren. Hij gooit het vonkende voorwerp richting pand [adres 2] en rent daarna weg in de richting de brug. 01.46.08 uur: Een donkerkleurige Audi stationwagen rijdt voor het pand langs in de richting van het doodlopende eind van de straat. 01.46.18 uur: Een Audi voorzien van kenteken: [kenteken 1] stopt. De bijrijder stapt uit en stapt over het tuinhekje bij woonwagen [adres 2] . Zijn signalement komt overeen met NN1. Nadat NN1 over het hekje is gestapt, rijdt de auto door in de richting van het doodlopende eind van de straat. 01.47.25 uur: Dezelfde Audi komt uit de richting van het doodlopende eind van de straat rijden en stopt voor woonwagen [adres 2] . Terwijl de Audi nog rolt, opent de bijrijder het portier en stapt uit. Deze persoon heeft hetzelfde signalement als NN1. NN1 stapt over het tuinhekje en bukt vlak achter het hek. Vervolgens stapt hij weer over het hek terug naar de openbare weg. Hierbij is te zien dat hij witte schoenzolen heeft. 02.33.26 uur: Twee koplampen zijn zichtbaar aan het uiteinde van de brug. Het betreft een stationwagen model. Deze stopt bij de brug en het bijrijdersportier wordt geopend. Er stapt een persoon uit, deze persoon loopt met versnelde pas de brug over in de richting van de woonwagens. Hij loopt uit beeld van de camera in de richting van woonwagen [adres 2] . 02.33.50 uur: Een persoon met hetzelfde signalement als NN1 komt uit de richting van de brug aangelopen. NN1 loopt via de groenstrook de weg op en gaat voor woonwagen [adres 2] staan. Te zien is dat er meerdere keren iets oplicht, gelijkend op de vonken dan wel het vuur van een aansteker. Na korte tijd zijn er veel vonken te zien en loopt NN1 in de richting van het tuinhek bij woonwagen [adres 2] .
Volledig
Hij maakt met zijn rechterarm een onderhandse slinger en gooit het voorwerp waar de vonken vanaf komen in de richting van woonwagen [adres 2] . Direct daarop rent hij weg in de richting van de brug. 02.34.00 uur: [slachtoffer 1] staat aan de wegzijde van zijn woonwagen en wijst in de richting van de auto aan de overzijde van de brug. [slachtoffer 1] van pand [adres 3] opent zijn poort en op dat zelfde moment loopt NN1 al rennend de brug over in de richting van de auto, model stationwagen. Te zien is dat de zolen van zijn schoen licht van kleur zijn. 02.34.09 uur: Het tuinhek licht op en er lijkt net buiten het beeld van de camera iets te branden. 02.34.12 uur: Er is een lichtflits te zien in de woonwagen en de deur slaat open. [slachtoffer 1] kijkt in de richting van woonwagen [adres 2] . Er is een explosie zichtbaar komende vanaf woonwagen [adres 2] . Er is veel rook en vonken worden in de richting van de straat geblazen. Op straat komen meerdere gloeiende voorwerpen en vonken terecht. Uit het dossier blijkt dat de verbalisanten die naar aanleiding van de melding van [naam 1] ter plaatse kwamen bodycams droegen. Deze bestanden zijn woordelijk uitgewerkt. Op audiobestand 20221204_024827.mp4 is onder meer het volgende te horen: 2:48:56: [slachtoffer 2] : Als er een naam … hee het zijn de familie [verdachten] (…) 2:57:37 uur: [slachtoffer 1] : ’T is heel simpel, die van [verdachten] . (…) 2:57:39 uur: [slachtoffer 1] : Maar het maakt niks uit wie ’t is. 2:57:39 uur: mw. [slachtoffer 1] : Ja, hij heb ze herkend hoor, maar ikke niet. 2:57:41 uur: verb. [verbalisant 2] : Maar is daar, is daar een conflict mee dan of zo? Of (…) 2:57:43 uur: [slachtoffer 2] : Is niks mevrouw, d’r is geen conflict mee met die mensen 2:57:45 uur: [slachtoffer 1] : Maakt niks uit, ik heb ze gezien, maar het maakt niks uit (…) 2:57:51 uur: [slachtoffer 1] : Ik heb ze gezien, ik heb gezien wat ze hebben gedaan (…) 2:58:28 uur: [slachtoffer 2] : Maar ze waren het alletwee [verdachte] , [verdachte] en [medeverdachte 1] 2:58:31 uur: mw. [slachtoffer 1] : Hun hebben ze gezien, ik zag wel iemand wegrennen, maar ik herkende niemand 2:58:35 uur: mw. [slachtoffer 1] : Hij was wel aan het roepen, hij noemde ook wel namen (…) 2:58:56 uur: [slachtoffer 2] : En toen was die klap (a)n één keer 2:58:57 uur: [slachtoffer 1] : En in één keer, bam 2:58:59 uur: [slachtoffer 1] : Hij zegt weg, nu weg, nu weg (…) 2:59:09: uur: mw. [slachtoffer 1] : Hier hebt je dat bruggetje (…) 2:59:11 uur: [slachtoffer 1] : Alles gaat de lucht in 2:59:11 uur: mw. [slachtoffer 1] : Daar is ie naar toe ge, gerend, gelijk weer en daar stond nog een auto te wachten, daar is tie in de auto gegaan, toen zijn ze weggereden (…) 2:59:18 uur: [slachtoffer 2] : Gaat om … zwarte Audi (…) 2:59:20 uur: [slachtoffer 2] : Een zwarte Audi, station car 2:59:22 uur: [slachtoffer 2] : En daar rijdt [verdachte] in (…) 2:59:24 uur: mw. [slachtoffer 1] : En hun hebben ze herkend dat heb ik dan niet, daar was ik te langzaam voor dan (…) 3:00:35 uur: [slachtoffer 1] : Hij gooide een ehh hoe z(…) (…) 3:00:38 uur: [slachtoffer 1] : Een, hoe noem je zo’n apparaat. Hij gooit een ehh, hoe noem je zo’n ding 3:00:44 uur: [slachtoffer 2] : Een explosief of (…) 3:00:45 uur: [slachtoffer 1] : Hij gooit een explosief gooit ie, en dan zegt ie tegen mijn, hij zegt pik jongen, hij zegt weg 3:00:50 uur: [slachtoffer 1] : [slachtoffer 1] , ik ken je, hij zegt nu weg (…) 3:02:24 uur: [slachtoffer 1] : Hij waarschuwt me nog, hij zegt ga daar ehhh pwah pwah daar lopen, ik zeg, wat doe je (…) 3:03:19 uur: [slachtoffer 1] : Hij noemt mij bij mijn naam, achternaam, hij zegt nu weglopen zei die (…) 3:03:27 uur: verb. [verbalisant 2] : Maar wie is die hij dan? 3:03:29 uur: [slachtoffer 1] : Dat maakt niks uit (…) 3:03:30 uur: mw. [slachtoffer 1] : Ja dat weet ik wel, hij zei [medeverdachte 1] (…) 3:03:33 uur: [slachtoffer 2] : [medeverdachte 1] en [verdachte] (…) 3:04:29 uur: [slachtoffer 1] : Maar [verdachte] , gaat ook niet over (…) en dan kommen ze vandaar net anlopen (…) 3:05:50 uur: [slachtoffer 1] : Ik weet wie dat gedaan, maar ik wil d’r niks over vert... ehhh verklaren. In audiobestand recording(1).mp4 is daarnaast ook het volgende te horen: 3:12:00 uur: [slachtoffer 1] : Hij waarschuwde me nog 3:12:02 uur: [slachtoffer 2] : … de twee, [verdachte] en [medeverdachte 1] 3:12:04 uur: [slachtoffer 1] : [medeverdachte 1] waarschuwt me nog 3:12:08 uur: [slachtoffer 1] : En in één keer bam 3:12:11 uur: [slachtoffer 1] : K zeg wat doe je. Ik zeg wat ben je aan het doen 3:12:16 uur: [slachtoffer 1] : Hij zegt ’t gaat niet om jou. Bam en bam (…) 3:13:37 uur: [slachtoffer 1] : Ik heb ze nog recht in de ogen aangekeken. In audiobestand recording(1).mp4, de rechtbank begrijpt recording(2).mp4, is het volgende te horen: 3:25:13 uur: Buurman1: Heb je een idee wie ’t was? 3:25:15 uur: [slachtoffer 2] : Ja, ja, [verdachte] en ehh [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] . Ja 3:25:21: [slachtoffer 1] : Ja precies (…) 3:27:07 uur: [slachtoffer 1] : Maar, kijk, die jongens weten wie ik ben (…) 3:27:12: [slachtoffer 1] : Ik weet wie hun zijn. In audiobestanden recording(3).mp4 is verder nog te horen: 3:52:20 uur: [slachtoffer 1] : Maar dat het een gerichte aanslag is, is duidelijk 3:53:27: [slachtoffer 1] : Ik heb die mensen recht in de ogen gekeken. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op het moment van de explosie bij [slachtoffer 1] achter het hek stond. De rechtbank overweegt dat op de camerabeelden van [slachtoffer 1] drie incidenten zijn te onderscheiden. Het eerste incident, omstreeks 01.10 uur, betreft het drie keer met kracht gooien van een voorwerp in de richting van de woning van [slachtoffer 2] door NN1 en het aansteken en gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning door NN2. Het tweede incident, omstreeks 01.41 uur, betreft het door NN1 aansteken en het met kracht gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning van [slachtoffer 2] . Het derde incident, omstreeks 2.33 uur, betreft het door NN1 aansteken en gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning van [slachtoffer 2] . Kort daarna volgt een lichtflits en een explosie. [naam 1] heeft verklaard dat rond 01.00 uur een raam van de woning van [slachtoffer 2] was ingegooid. De rechtbank leidt hieruit af dat dit is gebeurd tijdens het eerste incident. De rechtbank leidt uit de audiobestanden van de bodycam en uit de camerabeelden van [slachtoffer 1] af, dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de twee personen die in verband kunnen worden gebracht met de drie incidenten hebben herkend. Uit de audiobestanden komt naar voren dat [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ‘ [medeverdachte 1] ’ hem heeft gewaarschuwd en dat direct daarna de explosie plaatsvond. Verder blijkt onder meer dat [slachtoffer 2] op de vraag van een buurman of hij weet wie het heeft gedaan, vertelt dat het [verdachte] en [medeverdachte 1] waren. [slachtoffer 1] heeft dit bevestigd en opgemerkt dat die jongens, de rechtbank begrijpt [verdachte] en [medeverdachte 1] , weten wie hij is en dat hij weet wie zij zijn. De rechtbank overweegt dat verbalisant [verbalisant 1] een telefoongesprek heeft gevoerd met [slachtoffer 1] . Tijdens dat gesprek heeft [slachtoffer 1] erop gewezen dat er op 4 december 2022 tussen 10.40 uur en 10.45 uur twee personen op zijn camerabeelden zijn te zien, die kwamen aanrijden in een Audi A3 van [verdachten] . [slachtoffer 1] vertelde aan verbalisant dat dit de personen zijn die verantwoordelijk waren voor de vuurwerkbom in de afgelopen nacht. Op de camerabeelden van 4 december 2022 omstreeks 10.37 uur zag verbalisant een Audi A3 met het kenteken [kenteken 2] voorbij rijden. De twee personen die kort daarna het terrein van [adres 4] of [adres 5] opliepen, herkende hij aan hun kleding als [verdachte] en [medeverdachte 1] . Deze personen zijn volgens verbalisant later goed herkenbaar in beeld. Verbalisant heeft beide mannen eerder in persoon gezien en herkende hen daarvan.
Volledig
Op grond van de audiobestanden, bezien in onderlinge samenhang met de camerabeelden, is de rechtbank van oordeel dat NN1 moet worden geïdentificeerd als [medeverdachte 1] . De rechtbank identificeert NN2 als verdachte. De rechtbank baseert dit op het volgende. [slachtoffer 2] heeft zoals uit de uitwerking van de audiobestanden van de bodycambeelden blijkt, verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] herkend en [slachtoffer 1] heeft dat bevestigd. Verder is onder [medeverdachte 1] een telefoon in beslag genomen met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Met dit telefoonnummer was er op 4 december 2022 om 01.04 en om 01.05 uur via WhatsApp contact met telefoonnummer [telefoonnummer 2] . De telefoon van [medeverdachte 1] was op dat moment in contact met het wifinetwerk op zijn woonadres in [plaats] . Op 12 december 2023, de rechtbank begrijpt: 2022, is onder verdachte een telefoon inbeslaggenomen. Daarin werd een simkaart aangetroffen. Bij provider T-Mobile werden de gebruiker en het telefoonnummer behorende bij het simkaartnummer opgevraagd. Volgens T-Mobile was het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en de gebruiker [verdachte] , [adres 1] te [plaats] (verdachte). De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de Audi A6 met het kenteken [kenteken 1] die op de camerabeelden van [slachtoffer 1] is te zien, volgens de RDW op naam staat van [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1987 te [plaats] . Gelet op het voorgaande zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] naar het oordeel van de rechtbank betrokken bij de ten laste gelegde incidenten op 4 december 2022. Het verweer van de raadsman dat [slachtoffer 1] niemand heeft herkend, verwerpt de rechtbank gelet op het voorgaande. Aan de verklaringen van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris kan, gelet op de audiobestanden, het telefoongesprek tussen verbalisant en [slachtoffer 1] en de camerabeelden van 4 december 2022 omstreeks 10.37 uur, geen geloof worden gehecht. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de inhoud van het proces-verbaal, ook al is dit proces-verbaal pas op 12 december 2022 opgemaakt. Het verweer betreffende de evident andere kleding treft evenmin doel. Vergelijking van de beelden van ’s nachts en ’s morgens sluit naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] ’s nachts dezelfde kleding hebben gedragen. De beelden zijn niet duidelijk genoeg om de door de raadsman genoemde details te kunnen onderscheiden. Dat de jas van verdachte geen capuchon had, zegt ook niets nu verdachte ’s nachts een hoodie met capuchon onder zijn jas kan hebben gedragen. Alternatief scenario De raadsman heeft gewezen op de verklaring van de moeder van verdachte, de schriftelijke verklaring van verdachte en de e-mail met een verklaring van [medeverdachte 2] die via diens raadsman is verstuurd. Hieruit volgt als alternatief scenario -kort gezegd- dat verdachte en [medeverdachte 1] niet op de plaats delict zijn geweest, maar dat [medeverdachte 2] in de auto van verdachte reed. [medeverdachte 2] zou de auto die avond/nacht vanaf het [locatie] in [plaats] hebben meegenomen en tot de volgende dag onder zich hebben gehad. De raadsman wijst er daarnaast op dat DNA van [medeverdachte 2] is gevonden op de blauwe aansteker die in de blastzone is aangetroffen, hetgeen het alternatieve scenario zou ondersteunen. Dat [medeverdachte 2] de Audi A6 ten tijde van de explosie onder zich zou hebben gehad, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Verdachte, zijn moeder en [medeverdachte 2] hebben over hun schriftelijke verklaringen geen verdere verklaring bij de politie willen afleggen. De politie heeft dit alternatieve scenario daardoor niet kunnen onderzoeken. Het dossier biedt ook anderszins geen aanknopingspunten die erop wijzen dat niet verdachte en [medeverdachte 1] , maar [medeverdachte 2] en een ander verantwoordelijk zouden zijn voor de explosie. De rechtbank overweegt dat zij niet kan vaststellen of de aansteker waarop DNA van [medeverdachte 2] is aangetroffen, bij de incidenten die nacht is gebruikt. Bovendien is het opmerkelijk dat in getapte telefoongesprekken tussen verdachte en zijn moeder en tussen verdachte en [medeverdachte 2] op geen enkele manier wordt gesproken over de explosie, de onschuld van verdachte en het feit dat hij in dat geval onterecht zou vastzitten. Juist nu verdachte ervan op de hoogte was dat hij werd afgetapt, zou de rechtbank zich kunnen voorstellen dat dit wel onderwerp van gesprek had kunnen zijn. De rechtbank verwerpt gelet op het voorgaande het alternatieve scenario. Gevaar voor goederen Ten gevolge van de vuurwerkbom is er aanzienlijke schade aan de woning van [slachtoffer 2] ontstaan. Door de ontploffing lag op de vloer van de woonwagen een grote hoeveelheid glas en kunststof stukken van het raamkozijn. Tevens was op de vloer van de woonwagen een heel stuk uit de houten vloerfundering geslagen. Daarnaast was er forse schade in de woonkamer en keuken. Ook in de directe nabijheid van de woonwagen lag een grote hoeveelheid glas en brokstukken. In het zogenoemde blastgebied stonden andere woonwagens, diverse voertuigen en (delen van) een kermisattractie. Ondanks dat hieraan voor zover bekend geen schade is ontstaan, was deze gelet op de afstanden wel voorzienbaar. Er is een tweede niet ontploft explosief in de vorm van een Super Cobra 6 aangetroffen buiten de woonwagen tussen een emmer en het onderdeel van vermoedelijk een kermisattractie in de vorm van een ‘bootje’ met daarachter een scooter en vlakbij een houten schutting. Het uiterste puntje van de lont was licht aangebrand/verschroeid. Als het explosief was geëxplodeerd, was door de drukgolf mogelijk schade ontstaan aan de emmer, het ‘bootje’, de scooter, de schutting en de buitenwand van de woonwagen. Verder waren dan vermoedelijk brokstukken van de emmer en het bootje en misschien zelfs de schutting met kracht weggeslingerd. Ook had de drukgolf van de ontploffing zich in alle richtingen kunnen verspreiden. Gevaar voor zwaar lichamelijk letsel / levensgevaar Op de camerabeelden is te zien dat [slachtoffer 2] om 01.54.21 uur naar buiten komt en naar de kant van de weg loopt met een telefoon aan zijn oor. Om 01.58.31 uur stopt een taxi, waaruit een man stapt. Dit blijkt buurman [slachtoffer 1] , bewoner van nummer [adres 3] te zijn. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn van 02.02.08 uur tot 02.17.45 uur in de woonwagen van [slachtoffer 2] geweest. Ten tijde van de ontploffing was niemand in de woonwagen. [slachtoffer 2] was bij [slachtoffer 1] om camerabeelden te bekijken. Gezien het forse schadebeeld in de woonkamer, waarbij door de drukgolf ondermeer schade ontstond aan de keuken op 6,5 meter afstand, is het aannemelijk dat, als een persoon op het moment van de explosie in de kamer was geweest, deze persoon geconfronteerd zou zijn met de schadeveroorzakende drukgolf en weggeslingerde brokstukken, waaronder stukjes glas. Ongeveer 8 minuten voor de explosie passeerde een fietser. De afstand van het fietspad tot de woonwagen van aangever is ongeveer 14 meter. Door de drukgolf van de ontploffing zijn stukken glas, kunststof en hout de openbare weg op geslingerd tot een afstand van 15,80 meter. Als tijdens de ontploffing een persoon/voorbijganger in de blastzone was geweest, hadden de weggeslingerde brokstukken, onder meer stukken glas, ernstig letsel kunnen veroorzaken. Ten tijde van de explosie stond [slachtoffer 1] buiten op de rijbaan ter hoogte van zijn woning. [slachtoffer 2] stond volgens zijn verklaring achter het hek bij [slachtoffer 1] . Hij stond beschut naast de woonwagen van [slachtoffer 1] . Op de beelden is te zien dat er brandende/gloeiende voorwerpen op de schouders dan wel rug van [slachtoffer 1] terechtkomen en dat deze vervolgens doven. Ook komen diverse gloeiende voorwerpen vlak naast [slachtoffer 1] op de grond terecht. [slachtoffer 1] stond op een afstand van ongeveer 20 meter van de explosie. Vanaf de plaats waar de dader het vuurwerk heeft gegooid, had hij slecht zicht op en in de woonwagen om vast te stellen of er iemand in de woning thuis was.