Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-12
ECLI:NL:RBGEL:2026:3871
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,171 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3871 text/xml public 2026-05-19T14:28:30 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-12 11829987 \ AZ VERZ 25-39 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3871 text/html public 2026-05-19T14:28:01 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3871 Rechtbank Gelderland , 12-05-2026 / 11829987 \ AZ VERZ 25-39 VvE-recht. Artikel 5:121 lid 1 BW. Verzoek aan VvE tot (laten) verrichten van geluidsonderzoek aan vloer bovenburen. Verzoek tot binnentreden. Verzoeken afgewezen, want vallen buiten werkingssfeer 5:121 lid 1 BW. Indien verzoek wel binnen de werkingssfeer zou vallen, dan n-o. Nagelaten is om (een orgaan van) de VvE om instemming te vragen. Uitleidende beschouwing over artikel 5:126 lid 6 BW. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 11829987 \ AZ VERZ 25-39 Beschikking van 12 mei 2026 in de zaak van 1 [naam verzoeker ] , 2. [naam verzoekster] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoeker] (mannelijk enkelvoud), gemachtigde: G. de Jongh (Stichting Achmea Rechtsbijstand), tegen [naam verwerende VvE] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [de verwerende VvE] , gemachtigde: mr. A.C. Merkus. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van 30 juli 2025 met producties 1 tot en met 12; - het verweerschrift met producties 1 tot en met 9; - de akte overlegging van producties 13 aan de zijde van [verzoeker] 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 24 februari 2026 plaatsgevonden. [verzoeker] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens [de verwerende VvE] zijn verschenen de heer [naam bestuurder] (bestuurder) en haar gemachtigde. Door de gemachtigde van [verzoeker] zijn spreekaantekeningen overgelegd. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken. 1.3. Na afloop van de mondelinge behandeling zijn partijen in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen. De uitspraak is bepaald op 14 mei 2026. Vanwege Hemelvaartsdag wordt de beschikking vandaag bij vervroeging uitgesproken. 2 De feiten 2.1. [verzoeker] is sinds 3 december 2003 gerechtigd tot een appartementsrecht, te weten [straatnaam] te [plaatsnaam] . 2.2. Het appartement maakt onderdeel uit van de gemeenschap die bestaat uit een appartementsgebouw en is bij notariële akte van 13 november 2003 gesplitst in 76 appartementsrechten. Daarbij is ook [de verwerende VvE] opgericht. In de akte van splitsing staat onder meer het volgende: “ Voorts verklaart de comparant handelende als gemeld bij deze over te gaan tot bovenbedoelde splitsing alsmede: (…) B. tot vaststelling van het reglement, luidende als volgt: a. Voor zover daarvan bij dit reglement niet afgeweken, zal van toepassing zijn het “modelreglement bij splitsing in appartementsrechten”, alsmede de aanvulling op het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten, hierna te noemen het “modelreglement”, zoals dit is vastgesteld bij akte op 2 januari negentienhonderd twee en negentig (…)” 2.3. In het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van 2 januari 1992 (hierna: Modelreglement) is onder meer het volgende opgenomen: “G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé gedeelten Artikel 17 1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé gedeelte, mits hij aan de andere eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt. 2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik van de privé gedeelten nader geregeld worden. 3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht bij het gebruik van het privé gedeelte het reglement en het huishoudelijk reglement in acht te nemen. (…) 5. De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt op zodanige wijze dat naar het oordeel van het bestuur geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en/of gebruikers. (…) Artikel 18 (…) 4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte gegeven bestemming. Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering. De vergadering kan bij het verlenen van de toestemming bepalen dat deze weer kan worden ingetrokken. In geval van een zodanig afwijkend gebruik, is artikel 5:119 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 5. De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contact geluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt op zodanige wijze dat naar het oordeel van het bestuur geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en/of gebruikers. (…) M. Huishoudelijk Reglement Artikel 44 1. De vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter regeling van de volgende onderwerpen: a. het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken; de regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek moeten in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en daarvan deel uitmaken; b. het gebruik van privé gedeelten[.]” 2.4. In het huishoudelijk reglement van [de verwerende VvE] (hierna: huishoudelijk reglement), vastgesteld op 16 maart 2023, is onder meer het volgende opgenomen: “ III Het gebruik van privé-gedeelten (…) 11. De vloer afwerking van de privégedeelten van de appartementen dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zoveel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan harde vloerbedekking (waaronder parket en stenen vloeren) aan te brengen, tenzij kan worden aangetoond dat een geluidsisolatiewaarde wordt gehaald van ICO +10DB (gemeten volgens NEN-EN-ISO 717-2/1997), zulks aan te tonen op eerste verzoek van de vereniging door en op kosten van de eigenaar van de vloer met behulp van een onafhankelijke deskundige.” 2.5. Familie [achternaam] is sinds augustus 2022 gerechtigd tot een appartementsrecht, te weten [straatnaam] te [plaatsnaam] . Dit appartement is gelegen boven het appartement van [verzoeker] Familie [achternaam] heeft eind 2022 een pvc-vloer laten leggen in het appartement en is in november 2022 in het appartement getrokken. 2.6. [verzoeker] meldt tijdens de vergadering van eigenaars dat hij geluidsoverlast heeft. In de notulen staat alleen de klacht omtrent de wasmachine en niet ook de geluidsoverlast door contactgeluiden. 2.7. Op 2 augustus 2024 stuurt de gemachtigde van [verzoeker] een aangetekende brief naar Fides Vastgoedmanagement (hierna: Fides), de beheerder van de [de verwerende VvE] , waarin – kort gezegd – wordt verzocht om handhaving van het huishoudelijk reglement en om een deskundige in te schakelen. 2.8. Op 16 oktober 2024 stuurt [naam voorzitter] (hierna: [voorzitter] ), voorzitter van [de verwerende VvE] een brief naar de gemachtigde van [verzoeker] In de brief staat onder meer het volgende: “Naar aanleiding van ons gesprek van vanmiddag zend ik u de betreffende factuur met bijbehorend certificaat alsmede de notulen van onze laatste ALV. Inzake de ALV verwijs ik u in het bijzonder naar de rondvraag inzake hetgeen cliënt daarin opmerkt over geluidsoverlast. Daarbij dient opgemerkt worden dat er sprake zou zijn van onvolledige notulering. Daarom heb ik bij diverse mensen naar gevraagd maar u cliënt (de heer [verzoeker] was niet aanwezig) heeft geen melding gedaan van geluidsoverlast van de vloer. (…) Naar uw visie zouden uw cliënte een beroep op artikel III sub 11 H.R. kunnen doen. Echter er is geen sprake van een harde vloerbedekking. Het woord “waaronder” sluit inderdaad andere harde vloeren niet uit. Echter stenen en missie verhoudt hebben een andere hardheid dan kunststoffen zoals pvc.
Volledig
Bij een PVC-vloer wordt afgeraden om een ondervloer aan te brengen mede omdat deze vloeren hoge geluidsisolerende eigenschappen hebben en derhalve per definitie de norm halen. (…) Wij vallen derhalve terug op artikel 17 sub 5 van Model Splitsingsreglement 1992. De klacht, geuit in de ALV, is behandeld door de beheerder en het bestuur en is beoordeeld als normale omgevingsgeluiden en niet als onredelijke hinder.” 2.9. In de periode van 25 oktober 2024 tot en met 25 mei 2025 sturen [voorzitter] en de gemachtigde van [verzoeker] (per e-mailbericht) diverse brieven naar elkaar over - onder meer - de geluidsreductie van de door familie [achternaam] gelegde pvc-vloer, het huishoudelijk reglement, of een pvc-vloer een harde vloer is en of [de verwerende VvE] gehouden is een onderzoek te gelasten door een onafhankelijke deskundige. 2.10. De gemachtigde van [verzoeker] stuurt op 2 april 2025 per e-mailbericht een brief naar Fides, waarin verzocht wordt om een onafhankelijke deskundige in te schakelen en dit binnen vier weken schriftelijk te bevestigen. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om, op grond van artikel 5:121 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: aan hem een vervangende machtiging te verlenen dat [de verwerende VvE] opdracht dient te geven aan HealthyBuildings om geluidsonderzoek te doen op kosten van [de verwerende VvE] en [de verwerende VvE] te machtigen tot binnentreden van het appartement van de bovenburen, gelegen aan de [straatnaam] te [plaatsnaam] , teneinde voornoemd onderzoek te laten verrichten, althans een zodanige beslissing te nemen als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [de verwerende VvE] nalatig blijft om aan de beschikking te voldoen; [de verwerende VvE] te veroordelen in de proces- en nakosten, met de bepaling dat deze kosten niet mede mogen worden omgeslagen over het aandeel van [verzoeker] . 3.2. [verzoeker] legt, kort en zakelijk weergegeven en zover hier van belang, aan zijn verzoek ten grondslag dat hij, sinds de familie [achternaam] (hierna: vrouwelijk enkelvoud) het appartement boven hem heeft gekocht en een pvc-vloer heeft laten leggen, geluidsoverlast heeft (contactgeluiden). Hij heeft dit ook bij (de beheerder van) [de verwerende VvE] kenbaar gemaakt. [de verwerende VvE] heeft ten onrechte geweigerd om aan familie [achternaam] op te dragen om hun pvc-vloer door een onafhankelijk deskundige te laten meten om te bepalen of deze vloer voldoet aan de geluidsisolatie van ICO +10DB (gemeten volgens NEN-EN-ISO-717-2/1997). [verzoeker] wijst daarbij op de splitsingsakte, het Modelreglement en het huishoudelijk reglement. Volgens [verzoeker] is het niet nodig om dit verzoek eerst aan de vergadering van eigenaars voor te leggen. 3.3. [de verwerende VvE] concludeert tot niet-ontvankelijk, dan wel afwijzing van het verzoek, met de veroordeling van [verzoeker] in de proces- en nakosten. Ter onderbouwing voert [de verwerende VvE] aan dat artikel 5:121 BW zich niet leent voor het [verzoeker] ingediende verzoek. Er heeft nog geen overleg plaatsgevonden over het al dan niet uitvoeren van een geluidsonderzoek en of er redelijke gronden zijn om een onderzoek wel of niet uit te voeren. Daarnaast staat ook niet vast dat er sprake is van onredelijke (geluids)hinder, aldus [de verwerende VvE] . 4 De beoordeling Ontvankelijkheid verzoek 4.1. [de verwerende VvE] heeft zich allereerst verweerd door aan te voeren dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek, omdat het verzoek voor het (laten) uitvoeren van een geluidsonderzoek in het appartement van de familie [achternaam] niet in stemming is geweest in de vergadering van de [de verwerende VvE] en dat het daarom prematuur is ingediend. 4.2. De kantonrechter overweegt dat het betoog van [de verwerende VvE] in algemene zin doel treft. In het geval van een op artikel 5:121 lid 1 BW gebaseerd verzoek, is een appartementseigenaar slechts ontvankelijk nadat een vereniging van eigenaars (of een orgaan daarvan) medewerking zonder redelijke grond heeft geweigerd of zich niet heeft verklaard. Hieruit volgt dat vereist is dat een vereniging van eigenaars (of een orgaan daarvan) is verzocht om medewerking of toestemming te verlenen. In dit concrete geval heeft [verzoeker] nagelaten medewerking of toestemming te vragen aan [de verwerende VvE] of een orgaan van [de verwerende VvE] alvorens deze procedure aan te vangen. Dit zou reeds moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid. 4.3. Echter, het verzoek valt buiten, zoals hierna is geoordeeld, het toepassingsbereik van artikel 5:121 lid 1 BW. Aangezien artikel 5:121 lid 1 BW niet van toepassing is, geldt dat evenzeer voor voornoemde ontvankelijkheidseis. De kantonrechter zal [verzoeker] in zoverre ontvankelijk verklaren, maar het verzoek afwijzen. Het concrete verzoek tot vervangende machtiging 4.4. Ter beoordeling ligt vervolgens de vraag voor of de kantonrechter een vervangende machtiging moet verlenen voor het voormelde geluidsonderzoek op kosten van [de verwerende VvE] en of [de verwerende VvE] gemachtigd kan worden voor het binnentreden van het appartement van de familie [achternaam] . Juridisch kader 4.5. Het verzoek is gegrond op het bepaalde in artikel 5:121 lid 1 BW. In dit artikel wordt, voor zover relevant, de bevoegdheid gegeven aan een individuele appartementseigenaar om van de kantonrechter een vervangende machtiging te verzoeken. Deze komt in de plaats van de medewerking of toestemming van een of meer andere appartementseigenaar, van de vereniging van eigenaars of een van haar organen (zoals de vergadering van eigenaars). Het gaat dan om medewerking of toestemming die nodig is voor het verrichten van een bepaalde handeling (rechtshandeling of feitelijke handeling) met betrekking tot gemeenschappelijke gedeelten. De bevoegdheid om een vervangende machtiging te verzoeken komt op gelijke wijze toe aan de vereniging van eigenaars of van de vergadering van eigenaars (als orgaan van de vereniging) met betrekking tot de medewerking of toestemming van een of meer appartementseigenaar. De machtiging kan worden verleend, indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die medewerking of toestemming moet geven, zich niet verklaart. Als een vervangende machtiging wordt verzocht door of jegens een (rechts)persoon of orgaan van de vereniging op wie niet bevoegdheid rust om toestemming om medewerking te verlenen of te verzoeken met betrekking tot de te verrichten handeling, zal het verzoek worden afgewezen. 4.6. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] om een vervangende machtiging niet kan worden toegewezen, nu artikel 5:121 lid 1 BW daar in de onderhavige situatie niet in voorziet. [verzoeker] vraagt immers niet als appartementseigenaar vervangende toestemming voor handelingen met betrekking tot gemeenschappelijke gedeelten of met betrekking tot zijn privé gedeelte, welke toestemming hem door de andere appartementseigenaren (belanghebbenden) of door (organen van) de vereniging van eigenaars is geweigerd. Immers, het verzoek van [verzoeker] heeft betrekking op het privégedeelte van een andere appartementseigenaar. Volgens [verzoeker] ervaart hij geluidsoverlast door (contact)geluiden welke veroorzaakt worden door de pvc-vloer van de familie [achternaam] . Dit is ook de reden dat hij vindt dat een onafhankelijke deskundige een onderzoek moet doen naar de vloer in het appartement van de familie [achternaam] en daarom verzoekt hij ook om een vervangende machtiging. In de visie van [verzoeker] voldoet de vloer niet aan de in artikel 17 lid 5 Modelreglement en artikel III.11 huishoudelijk reglement genoemde vereisten. [verzoeker] verzoekt [de verwerende VvE] eigenlijk om handhavend op te treden door een onderzoek te gelasten naar de vloer van de familie [achternaam] met een vervangende machtiging daartoe door de rechter. Voor een dergelijk verzoek biedt artikel 5:121 lid 1 BW echter geen (wettelijke) basis. Het past ook niet in het Modelreglement en de statuten.
Volledig
De kantonrechter merkt voorts nog op dat ook het verzoek van [verzoeker] , om [de verwerende VvE] te machtigen tot het binnentreden van het appartement van de familie [achternaam] , mede gelet op het bepaalde in artikel 2 en 3 Algemene wet op het binnentreden (hierna: Awob), niet kan worden verzocht. Immers, in artikel 2 is bepaald dat het binnentreden zonder toestemming van de bewoner voorbehouden is aan degene die bij of krachtens de wet bevoegd is verklaard. In artikel 4 van Awob is vervolgens bepaald dat alleen aan degene die bij of krachtens de wet bevoegd is verklaard om zonder toestemming binnen te treden een machtiging kan worden verleend. [de verwerende VvE] behoort daar niet toe. 4.7. Het voorgaande brengt met zich dat het verzoek moet worden afgewezen. Dit geldt eveneens voor de nevenverzoeken, nu die daarmee samenhangen. 4.8. [verzoeker] wordt, gelet op al het voorgaande, in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten aan de kant van de [de verwerende VvE] worden begroot op in totaal € 720,00 (2 punten van € 288,00 voor salaris van de gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Uitleiding 4.9. De kantonrechter merkt tot slot en ten overvloede wel het volgende op. [de verwerende VvE] dient, gelet op het bepaalde in artikel 5:126 lid 6 BW, toe te zien op de nakoming van de verplichtingen die voor de appartemenseigenaren uit het bij of krachtens de wet of het modelreglement bepaalde jegens elkander voorvloeien. Dit betekent dat [de verwerende VvE] , in tegenstelling tot wat zij heeft aangevoerd, dient toe te zien op nakoming van het bepaalde in artikel 17 lid 5 Modelreglement en III.11 van het huishoudelijk regelement. Zij kan, gelet op al het voorgaande, niet stil blijven zitten en moet actie ondernemen. Immers, de familie [achternaam] is, gelet op het bepaalde in artikel III.11, gehouden op eerste verzoek van de [de verwerende VvE] met behulp van een onafhankelijke deskundige aan te tonen dat met de door of namens haar gelegde pvc-vloer een geluidsisolatiewaarde van ICO + 10DB (gemeten volgens NEN-EN-ISO 717-2/1997) gehaald wordt. De familie [achternaam] heeft aan [de verwerende VvE] een certificaat verstrekt dat afkomstig zou zijn van de leverancier van de vloer. Uit dit certificaat zou moeten volgen dat de gelegde vloer voldoet aan de geluidsisolatienorm. De kantonrechter overweegt dat het overleggen van alleen een certificaat, in het licht van het bepaalde in het Modelreglement en het huishoudelijke reglement, onvoldoende is. Niet is gebleken dat het certificaat afkomstig is van een onafhankelijke deskundige. Daar komt verder bij dat het nergens uit het certificaat blijkt dat het betrekking heeft op de concrete pvc-vloer die bij de familie [achternaam] is gelegd. Indien familie [achternaam] vervolgens op eerste verzoek van [de verwerende VvE] nalaat om middels een onafhankelijk deskundige aan te tonen dat een geluidsisolatiewaarde van ICO + 10 DB behaald wordt, is het aan [de verwerende VvE] om dit via een nakomingsvordering alsnog af te dwingen. Aan [verzoeker] komt deze bevoegdheid, mede gelet op het bepaalde in artikel 5:126 lid 6 BW, niet toe. Daarbij merkt de kantonrechter nog op dat [de verwerende VvE] , gelet op het bepaalde in artikel 29 lid 1 Modelreglement, bij overtreding of niet-nakoming van het reglement en huishoudelijk reglement de betrokkene een schriftelijke waarschuwing dient te geven en hem daarbij te wijzen op de overtreding of niet-nakoming. In lid 2 van dit artikel is vervolgens bepaald dat het bestuur, indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing, hem een boete op kan leggen. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de verzoeken van [verzoeker] af, 5.2. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.3. verklaart deze beschikking wat betreft de onder 5.2. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad . Deze beschikking is gegeven door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026. 415\51588 Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.