Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-20
ECLI:NL:RBGEL:2026:3845
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,091 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 text/xml public 2026-05-19T13:24:16 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-20 459664 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Zutphen Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 text/html public 2026-05-19T13:23:23 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 Rechtbank Gelderland , 20-02-2026 / 459664 Kort geding. Veroordeling proceskosten na intrekken zaak. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/459664 / KZ ZA 25-191 Vonnis in kort geding van 20 februari 2026 in de zaak van 1 HET VOSSENHOL BV, te Ermelo , 2. PARQIO LEISURE B.V. , te Harderwijk, 3. [naam eiser 1] BV , te [vestigingsplaats] , 4. [naam eiser 2] , te [woonplaats ] , 5. UNIQ EXPLOITATIE BV , te Harderwijk, 6. GREEN HOME DEVELOPMENTS BV , te Ermelo, 7. [naam eiser 3] , te [woonplaats ] , 8. [naam eiser 4] , te [woonplaats ] , eisende partijen, hierna samen te noemen: Het Vossenhol BV c.s., advocaat: mr. P.G.F.M. van Oss, tegen 1 [naam gedaagde 1] B.V., te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: [gedaagde 1] B.V., 2. [naam gedaagde 2] , te [woonplaats ] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [de gedaagde] advocaat: mr. H. Loonstein. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 17 december 2025 - de wraking van de rechter ter zitting door mr. H. Loonstein - de beslissing van de wrakingskamer van 21 januari 2026 waarbij het verzoek tot wraking is afgewezen - het verzoek om doorhaling van de zaak van mr. van Oss van 27 januari 2026 - de reactie van mr. Loonstein van 30 januari 2026 - de reactie van mr. van Oss van 30 januari 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Het Vossenhol BV c.s. vorderde in deze procedure aanvankelijk, voor zover van belang, -samengevat- dat de voorzieningenrechter: I. a. [gedaagde 1] B.V. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 539.137,28 inclusief BTW, waarbij het bedrag kwalificeert als afdracht van de reële met btw vermeerderde verkoopopbrengst van de verdwenen items en daarbij te verstaan dat een deel groot € 350.000,00 door [gedaagde 1] B.V. wordt betaald door verrekening met de tweede verkoperslening. b. [gedaagde 1] B.V. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 539.137,28 inclusief BTW, waarbij het bedrag kwalificeert als schadebedrag ter zake de onrechtmatige vervreemding van de verdwenen items voornoemd en daarbij te verstaan dat een deel groot € 350.000,00 door [gedaagde 1] B.V. wordt betaald door verrekening met de tweede verkoperslening. II. a. [gedaagde 1] B.V. verbiedt conservatoir beslag te leggen ten laste van eisers of één van hen voor zover de vordering waarvoor het beslag wordt gelegd wordt gebaseerd op de enkele stelling dat sprake is van onmiddellijke opeisbaarheid van de verkopersleningen vanwege het feit dat de aandelen aan een andere partij dan ParQio Leisure en/of Green Home Developments zijn geleverd. Voorwaardelijk b. voor zover de vorderingen onder Ia of Ib niet worden toegewezen of worden toegewezen tot een bedrag lager dan € 350.000,00; [gedaagde 1] B.V. verbiedt beslag te leggen ten laste van eisers of één van hen tot aan het moment dat bij uitvoerbaar vonnis is vastgesteld dat [gedaagde 1] haar vordering uit hoofde van de tweede verkoperslening groot € 350.000,00 toewijsbaar is ondanks het beroep van Het Vossenhol dan wel UNIQ, dan wel ParQio op verrekening met de vordering ten hoofde van de verdwenen activa. 2.2. Bij aanvang van de zitting van 17 december 2025 heeft mr. Loonstein de voorzieningenrechter gewraakt. In afwachting van de uitkomst in de wrakingsprocedure is de zaak in deze procedure stilgelegd. 2.3. Op 5 januari 2026 en op 9 januari 2026 heeft [de gedaagde] executiemaatregelen getroffen op grond van onder andere de tweede verkoperslening en € 36.000,00 geïncasseerd. 2.4. Het Vossenhol BV c.s. is een tweede procedure gestart tegen [de gedaagde] , bekend onder zaaknummer 461938. In de tweede procedure heeft Het Vossenhol BV c.s. eveneens de vorderingen Ia en Ib ingediend. De vordering onder IIa. is aangepast ingediend waarbij in plaats van ‘conservatoir beslag’ ‘executoriaal beslag’ is opgenomen. Aanvullend heeft Het Vossenhol BV c.s. een aantal vorderingen ingediend die zien op de opheffing en schorsing van het executoriale beslag, terugbetaling van al door het beslag getroffen bedragen en betaling van het griffierecht in onderhavige zaak. Het Vossenhol BV c.s. heeft [de gedaagde] gedagvaard op 21 januari 2026 en de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. 2.5. Op 26 januari 2026 heeft Het Vossenhol BV c.s. verzocht om doorhaling van de onderhavige procedure omdat de vorderingen geheel zijn opgegaan in de vorderingen in de zaak met zaaknummer 461938 . 2.6. [de gedaagde] heeft in haar reactie aangegeven dat zij niet akkoord gaat met doorhaling van de procedure omdat zij haar volledige proceskosten vergoed wenst te krijgen. In deze procedure volgt daarom alleen een beslissing ten aanzien van de proceskosten. 3 De beoordeling 3.1. [de gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Het Vossenhol BV c.s. veroordeeld dient te worden in de volledige proceskosten. Het Vossenhol BV c.s. had de procedure in zaaknummer 461938 in kunnen trekken nadat bekend was dat het wrakingsverzoek van [de gedaagde] in onderhavige zaak was afgewezen. Het was verder niet nodig om de hoge geldvorderingen opnieuw in te dienen. De voorbereiding, de reistijd en de zitting in onderhavige zaak hebben 20 uur werk van de advocaat van [de gedaagde] gevergd. Zijn uurtarief is € 395,00 excl. BTW, aldus [de gedaagde] 3.2. Het Vossenhol BV c.s. voert als verweer aan dat zij genoodzaakt was om de procedure met zaaknummer 461938 te starten omdat [de gedaagde] executiemaatregelen is gaan treffen toen onderhavige zaak stil lag in verband met de wrakingsprocedure. De geldvordering is niet onnodig ingesteld in de tweede procedure omdat deze mede van belang is voor het executiegeschil: indien Het Vossenhol BV c.s. terecht de geldvordering instelde, stond daarmee vast dat hun beroep op verrekening terecht was voorgesteld. Het was te kort dag om de zaak met nummer 461938 in te trekken en de eis in onderhavige zaak te wijzigen. Daarvoor had de dagvaarding ingrijpend moeten worden aangepast, terwijl deze al heel spoedig had moeten worden uitgebracht. 3.3. Gelet op de standpunten over en weer dient Het Vossenhol c.s. in deze zaak in de proceskosten te worden veroordeeld. De wens van Vossenhol om deze zaak in te trekken (door te halen) is ingegeven door het feit dat het belang aan een uitspraak over de vorderingen is komen te ontvallen ten gevolge van het tweede door haar geïnitieerde kort geding. Door een eigen handeling (te weten: een tweede kort geding starten over merendeels dezelfde/vergelijkbare onderwerpen) heeft zijzelf bewerkstelligd dat zij geen belang meer heeft bij de vorderingen in het onderhavige kort geding (459664). Het was in het kader van het executiegeschil niet noodzakelijk dat de vorderingen die in deze procedure voorlagen werden ingediend. De vorderingen in deze procedure zien immers niet op de executie. Het feit dat het executiegeschil samenhangt met de vraag of Het Vossenhol BV c.s. een vordering op [de gedaagde] heeft, maakt niet dat het noodzakelijk is dat die vordering onderdeel is van de executieprocedure. Gelet daarop dient het Vossenhol c.s. te worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde 1] B.V. 3.4. De vordering van [de gedaagde] om Het Vossenhol BV c.s. te veroordelen in de volledige proceskosten wordt afgewezen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de volledige proceskosten vergoed dienen te worden. De stelling dat [de gedaagde] voorbereidingen heeft getroffen ten behoeve van de zitting in deze zaak is daarvoor in ieder geval niet voldoende. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat [de gedaagde] doelt op de voorbereidingstijd ten aanzien van de inhoudelijke behandeling van de zaak, aangezien Het Vossenhol BV c.s. niet verantwoordelijk is voor de kosten die [de gedaagde] heeft moeten maken voor de wraking.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 text/xml public 2026-05-19T13:24:16 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-20 459664 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Zutphen Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 text/html public 2026-05-19T13:23:23 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3845 Rechtbank Gelderland , 20-02-2026 / 459664 Kort geding. Veroordeling proceskosten na intrekken zaak. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/459664 / KZ ZA 25-191 Vonnis in kort geding van 20 februari 2026 in de zaak van 1 HET VOSSENHOL BV, te Ermelo , 2. PARQIO LEISURE B.V. , te Harderwijk, 3. [naam eiser 1] BV , te [vestigingsplaats] , 4. [naam eiser 2] , te [woonplaats ] , 5. UNIQ EXPLOITATIE BV , te Harderwijk, 6. GREEN HOME DEVELOPMENTS BV , te Ermelo, 7. [naam eiser 3] , te [woonplaats ] , 8. [naam eiser 4] , te [woonplaats ] , eisende partijen, hierna samen te noemen: Het Vossenhol BV c.s., advocaat: mr. P.G.F.M. van Oss, tegen 1 [naam gedaagde 1] B.V., te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: [gedaagde 1] B.V., 2. [naam gedaagde 2] , te [woonplaats ] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [de gedaagde] advocaat: mr. H. Loonstein. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 17 december 2025 - de wraking van de rechter ter zitting door mr. H. Loonstein - de beslissing van de wrakingskamer van 21 januari 2026 waarbij het verzoek tot wraking is afgewezen - het verzoek om doorhaling van de zaak van mr. van Oss van 27 januari 2026 - de reactie van mr. Loonstein van 30 januari 2026 - de reactie van mr. van Oss van 30 januari 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Het Vossenhol BV c.s. vorderde in deze procedure aanvankelijk, voor zover van belang, -samengevat- dat de voorzieningenrechter: I. a. [gedaagde 1] B.V. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 539.137,28 inclusief BTW, waarbij het bedrag kwalificeert als afdracht van de reële met btw vermeerderde verkoopopbrengst van de verdwenen items en daarbij te verstaan dat een deel groot € 350.000,00 door [gedaagde 1] B.V. wordt betaald door verrekening met de tweede verkoperslening. b. [gedaagde 1] B.V. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 539.137,28 inclusief BTW, waarbij het bedrag kwalificeert als schadebedrag ter zake de onrechtmatige vervreemding van de verdwenen items voornoemd en daarbij te verstaan dat een deel groot € 350.000,00 door [gedaagde 1] B.V. wordt betaald door verrekening met de tweede verkoperslening. II. a. [gedaagde 1] B.V. verbiedt conservatoir beslag te leggen ten laste van eisers of één van hen voor zover de vordering waarvoor het beslag wordt gelegd wordt gebaseerd op de enkele stelling dat sprake is van onmiddellijke opeisbaarheid van de verkopersleningen vanwege het feit dat de aandelen aan een andere partij dan ParQio Leisure en/of Green Home Developments zijn geleverd. Voorwaardelijk b. voor zover de vorderingen onder Ia of Ib niet worden toegewezen of worden toegewezen tot een bedrag lager dan € 350.000,00; [gedaagde 1] B.V. verbiedt beslag te leggen ten laste van eisers of één van hen tot aan het moment dat bij uitvoerbaar vonnis is vastgesteld dat [gedaagde 1] haar vordering uit hoofde van de tweede verkoperslening groot € 350.000,00 toewijsbaar is ondanks het beroep van Het Vossenhol dan wel UNIQ, dan wel ParQio op verrekening met de vordering ten hoofde van de verdwenen activa. 2.2. Bij aanvang van de zitting van 17 december 2025 heeft mr. Loonstein de voorzieningenrechter gewraakt. In afwachting van de uitkomst in de wrakingsprocedure is de zaak in deze procedure stilgelegd. 2.3. Op 5 januari 2026 en op 9 januari 2026 heeft [de gedaagde] executiemaatregelen getroffen op grond van onder andere de tweede verkoperslening en € 36.000,00 geïncasseerd. 2.4. Het Vossenhol BV c.s. is een tweede procedure gestart tegen [de gedaagde] , bekend onder zaaknummer 461938. In de tweede procedure heeft Het Vossenhol BV c.s. eveneens de vorderingen Ia en Ib ingediend. De vordering onder IIa. is aangepast ingediend waarbij in plaats van ‘conservatoir beslag’ ‘executoriaal beslag’ is opgenomen. Aanvullend heeft Het Vossenhol BV c.s. een aantal vorderingen ingediend die zien op de opheffing en schorsing van het executoriale beslag, terugbetaling van al door het beslag getroffen bedragen en betaling van het griffierecht in onderhavige zaak. Het Vossenhol BV c.s. heeft [de gedaagde] gedagvaard op 21 januari 2026 en de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. 2.5. Op 26 januari 2026 heeft Het Vossenhol BV c.s. verzocht om doorhaling van de onderhavige procedure omdat de vorderingen geheel zijn opgegaan in de vorderingen in de zaak met zaaknummer 461938 . 2.6. [de gedaagde] heeft in haar reactie aangegeven dat zij niet akkoord gaat met doorhaling van de procedure omdat zij haar volledige proceskosten vergoed wenst te krijgen. In deze procedure volgt daarom alleen een beslissing ten aanzien van de proceskosten. 3 De beoordeling 3.1. [de gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Het Vossenhol BV c.s. veroordeeld dient te worden in de volledige proceskosten. Het Vossenhol BV c.s. had de procedure in zaaknummer 461938 in kunnen trekken nadat bekend was dat het wrakingsverzoek van [de gedaagde] in onderhavige zaak was afgewezen. Het was verder niet nodig om de hoge geldvorderingen opnieuw in te dienen. De voorbereiding, de reistijd en de zitting in onderhavige zaak hebben 20 uur werk van de advocaat van [de gedaagde] gevergd. Zijn uurtarief is € 395,00 excl. BTW, aldus [de gedaagde] 3.2. Het Vossenhol BV c.s. voert als verweer aan dat zij genoodzaakt was om de procedure met zaaknummer 461938 te starten omdat [de gedaagde] executiemaatregelen is gaan treffen toen onderhavige zaak stil lag in verband met de wrakingsprocedure. De geldvordering is niet onnodig ingesteld in de tweede procedure omdat deze mede van belang is voor het executiegeschil: indien Het Vossenhol BV c.s. terecht de geldvordering instelde, stond daarmee vast dat hun beroep op verrekening terecht was voorgesteld. Het was te kort dag om de zaak met nummer 461938 in te trekken en de eis in onderhavige zaak te wijzigen. Daarvoor had de dagvaarding ingrijpend moeten worden aangepast, terwijl deze al heel spoedig had moeten worden uitgebracht. 3.3. Gelet op de standpunten over en weer dient Het Vossenhol c.s. in deze zaak in de proceskosten te worden veroordeeld. De wens van Vossenhol om deze zaak in te trekken (door te halen) is ingegeven door het feit dat het belang aan een uitspraak over de vorderingen is komen te ontvallen ten gevolge van het tweede door haar geïnitieerde kort geding. Door een eigen handeling (te weten: een tweede kort geding starten over merendeels dezelfde/vergelijkbare onderwerpen) heeft zijzelf bewerkstelligd dat zij geen belang meer heeft bij de vorderingen in het onderhavige kort geding (459664). Het was in het kader van het executiegeschil niet noodzakelijk dat de vorderingen die in deze procedure voorlagen werden ingediend. De vorderingen in deze procedure zien immers niet op de executie. Het feit dat het executiegeschil samenhangt met de vraag of Het Vossenhol BV c.s. een vordering op [de gedaagde] heeft, maakt niet dat het noodzakelijk is dat die vordering onderdeel is van de executieprocedure. Gelet daarop dient het Vossenhol c.s. te worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde 1] B.V. 3.4. De vordering van [de gedaagde] om Het Vossenhol BV c.s. te veroordelen in de volledige proceskosten wordt afgewezen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de volledige proceskosten vergoed dienen te worden. De stelling dat [de gedaagde] voorbereidingen heeft getroffen ten behoeve van de zitting in deze zaak is daarvoor in ieder geval niet voldoende. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat [de gedaagde] doelt op de voorbereidingstijd ten aanzien van de inhoudelijke behandeling van de zaak, aangezien Het Vossenhol BV c.s. niet verantwoordelijk is voor de kosten die [de gedaagde] heeft moeten maken voor de wraking.