Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-13
ECLI:NL:RBGEL:2026:3826
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
23,483 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 text/xml public 2026-05-18T15:43:37 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-13 05/257133-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 text/html public 2026-05-13T15:30:24 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 Rechtbank Gelderland , 13-05-2026 / 05/257133-25 Een destijds 19-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig verkeersongeval. Hij heeft veelvuldig veel te hard gereden. Hij reed zo gevaarlijk dat de inzittenden bang waren en meerdere keren tegen hem hebben gezegd dat hij normaal moest rijden. De weg waar uiteindelijk het ongeval plaatsvond, was een smalle weg met meerdere bochten en met bomen aan beide kanten die bovendien dicht bij de weg stonden. Het was rond middernacht, onverlicht en dus donker. Desondanks heeft de man zijn snelheid niet aangepast, is hij de controle over de auto verloren en is hij tegen een boom gebotst. Een van de passagiers heeft door het handelen van de man zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De rechtbank veroordeelt de man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/257133-25 Datum uitspraak : 13 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] [woonplaats] . Raadsman: A.C. Huisman, advocaat in Deventer. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of geduren
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 text/xml public 2026-05-18T15:43:37 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-13 05/257133-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 text/html public 2026-05-13T15:30:24 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3826 Rechtbank Gelderland , 13-05-2026 / 05/257133-25 Een destijds 19-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig verkeersongeval. Hij heeft veelvuldig veel te hard gereden. Hij reed zo gevaarlijk dat de inzittenden bang waren en meerdere keren tegen hem hebben gezegd dat hij normaal moest rijden. De weg waar uiteindelijk het ongeval plaatsvond, was een smalle weg met meerdere bochten en met bomen aan beide kanten die bovendien dicht bij de weg stonden. Het was rond middernacht, onverlicht en dus donker. Desondanks heeft de man zijn snelheid niet aangepast, is hij de controle over de auto verloren en is hij tegen een boom gebotst. Een van de passagiers heeft door het handelen van de man zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De rechtbank veroordeelt de man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/257133-25 Datum uitspraak : 13 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] [woonplaats] . Raadsman: A.C. Huisman, advocaat in Deventer. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of geduren
Volledig
de de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was
Volledig
de de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en/of terwijl het ter plaatse donker en/of onverlicht was en/of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en/of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en/of richting Ruurlo en/of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en/of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en/of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en/of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en/of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en/of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - bij het naderen en/of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was
Volledig
dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Verdachte heeft meerdere verkeersregels geschonden: gevaarlijk inhalen, niet verlenen van voorrang en (telkens) overschrijding van de maximum snelheid, gedurende ongeveer 20 minuten. De opeenstapeling van de overtredingen in combinatie met de duur ervan maakt dat sprake is van de zwaarste vorm van schuld, roekeloosheid. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat niet duidelijk is geworden hoe hard verdachte heeft gereden. De gegevens van de Live360-applicatie zijn onvoldoende nauwkeurig en de getuigenverklaringen bieden onvoldoende steun. Daarbij komt dat het dossier misschien aanwijzingen geeft van verkeersgedrag dat niet in de haak is, maar nergens in het dossier komt (voldoende) naar voren dat verdachte het ongeval kon en behoorde te voorzien. De verdediging verzoekt dan ook vrij te spreken van het bestanddeel ‘roekeloosheid’. Volgens de verdediging kan slechts sprake zijn van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ rijgedrag van verdachte, omdat hij geen controle over de auto had voorafgaand aan het ongeval. Beoordeling door de rechtbank Op 1 december 2024 omstreeks 00:03 uur heeft op de Strodijk in Vorden een eenzijdig verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij een auto tegen een boom is gebotst. De auto kwam uit de richting van de Rondweg en ging in de richting van de Kruisdijk en is met de rechterzijkant tegen de boom aan de linkerzijde van de rijbaan gebotst. De wegbreedte op de plaats van het ongeval bedroeg circa 4 meter. De weg bestond uit één rijbaan, die niet was verdeeld in rijstroken. Aan beide zijden van de rijbaan lagen grasbetonblokken en daarnaast bevond zich een grasberm met daarin een bomenrij. Kort voor de plaats van het ongeval had de rijbaan een tweetal bochten, eerst naar links en vervolgens naar rechts. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid was 60 kilometer per uur. Ten tijde van het ongeval was het donker en er was geen straatverlichting aanwezig. Verdachte heeft de bij de aanrijding betrokken auto bestuurd. [slachtoffer] , [passagier 1] en [passagier 2] zaten tijdens het ongeval bij verdachte in de auto. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de hele autorit te hard heeft gereden. Ook heeft hij verklaard bekend te zijn geweest met de wegsituatie op de plaats van het ongeval. Verdachte heeft zijn rijbewijs sinds 26 februari 2024. Hij is dus aan te merken als beginnend bestuurder. Als gevolg van de botsing werd [slachtoffer] overgebracht naar het ziekenhuis. Aldaar is hij van 1 tot en met 3 december 2024 opgenomen geweest op de Intensive Care waar hij ook gesedeerd is geweest, vervolgens tot 10 december 2024 op de afdeling neurologie en aansluitend enkele weken op de revalidatieafdeling Klimmendaal. Het geconstateerde letsel is als volgt beschreven: ‘meerdere hemorragische contusiehaarden intracerebraal, een os nasale fractuur, midschacht claviculafractuur en mogelijk 4-7e rib fractuur links.’ Op een CT scan in maart 2025 is gebleken dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeluk niet aangeboren hersenletsel heeft opgelopen, waarvan de hersteltijd onbekend is. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte zo hard reed dat [slachtoffer] bang werd in de auto. Toen verdachte een ander voertuig inhaalde en daarbij bijna frontaal op een tegenligger botste, heeft [slachtoffer] tegen verdachte gezegd dat hij het niet prettig vond, verdachte rustig moest rijden en hij [slachtoffer] anders maar uit de auto moest zetten. Volgens [slachtoffer] waren ook [passagier 1] en [passagier 2] bang in de auto en hebben zij verdachte eveneens aangesproken op zijn rijgedrag. Verdachte bleef echter hard rijden. [slachtoffer] wilde op een gegeven moment uit de rijdende auto springen, omdat hij zo bang was. Hij heeft verdachte meerdere keren gevraagd om te stoppen, maar daar reageerde verdachte niet op. Ook toen [slachtoffer] nogmaals tegen verdachte zei dat hij normaal moest gaan rijden en dat hij anders de politie zou gaan bellen, reageerde verdachte niet. [passagier 2] heeft verklaard dat verdachte voorafgaand aan het ongeluk erg hard reed. Verdachte wilde nog een bocht naar links maken, maar de achterbanden gleden naar rechts. Toen zijn zij tegen een boom gebotst. De rijstijl van verdachte was volgens [passagier 2] de hele autorit belachelijk. Verdachte reed ontzettend hard, keek niet uit en haalde in op een gevaarlijke manier. [passagier 2] zag in de applicatie ‘Live 360’ op haar telefoon dat verdachte ter hoogte van de Groenloseweg 140 kilometer per uur reed. De maximumsnelheid aldaar is 80 kilometer per uur. Door het rijgedrag van verdachte was iedereen in de auto bang. Zij hebben dat ook aangegeven bij verdachte en gezegd dat hij rustiger moest rijden, maar hij reageerde daar niet op. Toen verdachte de Strodijk opreed, zei verdachte “We gaan blazen op deze weg”, en bedoelde daarmee heel hard rijden. Er is onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte. Uit dat onderzoek bleek dat de applicatie ‘Live360’ diverse locatiepunten had gelogd. Aan de hand van GPS-coördinaten met de bijbehorende tijden is vervolgens de snelheid berekend voorafgaand aan en tijdens het verkeersongeval. De snelheid werd geanalyseerd door de afstand tussen opeenvolgende meetpunten te berekenen en te delen door de tijdsduur tussen diezelfde meetpunten. Het eerste gedeelte van de gelogde route liep over de N319/Groenloseweg tussen Winterswijk en Groenlo. Ter hoogte van Groenlo bleef de smartphone de N319 volgen en bewoog richting Ruurlo. De maximum toegestane snelheid tot aan de bebouwde kom van Ruurlo was over beide trajecten 80 km/uur. Met name op het tweede traject werd over een groot deel een veel hogere snelheid geanalyseerd. De hoogst berekende snelheid op dit traject bedroeg 150,1 km/uur. Vervolgens liep de route door de bebouwde kom van Ruurlo en naar de N319 richting Vorden. Het eerste traject bij Ruurlo lag in de bebouwde kom; de maximum toegestane snelheid was hier 50 km/uur. Nadat de telefoon deze bebouwde kom verlaten had, was de snelheid 80 km/uur tot aan de bebouwde kom van Kranenburg. Binnen de bebouwde kom van Kranenburg was de toegestane maximumsnelheid weer 50 km/uur. Tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden was de maximum toegestane snelheid 60 km/uur. Gezien de data die door de mobiele telefoon gelogd was, werd op diverse delen van dit traject de maximum toegestane snelheid ruim overschreden.
Volledig
dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - ( daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en/of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Verdachte heeft meerdere verkeersregels geschonden: gevaarlijk inhalen, niet verlenen van voorrang en (telkens) overschrijding van de maximum snelheid, gedurende ongeveer 20 minuten. De opeenstapeling van de overtredingen in combinatie met de duur ervan maakt dat sprake is van de zwaarste vorm van schuld, roekeloosheid. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat niet duidelijk is geworden hoe hard verdachte heeft gereden. De gegevens van de Live360-applicatie zijn onvoldoende nauwkeurig en de getuigenverklaringen bieden onvoldoende steun. Daarbij komt dat het dossier misschien aanwijzingen geeft van verkeersgedrag dat niet in de haak is, maar nergens in het dossier komt (voldoende) naar voren dat verdachte het ongeval kon en behoorde te voorzien. De verdediging verzoekt dan ook vrij te spreken van het bestanddeel ‘roekeloosheid’. Volgens de verdediging kan slechts sprake zijn van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ rijgedrag van verdachte, omdat hij geen controle over de auto had voorafgaand aan het ongeval. Beoordeling door de rechtbank Op 1 december 2024 omstreeks 00:03 uur heeft op de Strodijk in Vorden een eenzijdig verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij een auto tegen een boom is gebotst. De auto kwam uit de richting van de Rondweg en ging in de richting van de Kruisdijk en is met de rechterzijkant tegen de boom aan de linkerzijde van de rijbaan gebotst. De wegbreedte op de plaats van het ongeval bedroeg circa 4 meter. De weg bestond uit één rijbaan, die niet was verdeeld in rijstroken. Aan beide zijden van de rijbaan lagen grasbetonblokken en daarnaast bevond zich een grasberm met daarin een bomenrij. Kort voor de plaats van het ongeval had de rijbaan een tweetal bochten, eerst naar links en vervolgens naar rechts. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid was 60 kilometer per uur. Ten tijde van het ongeval was het donker en er was geen straatverlichting aanwezig. Verdachte heeft de bij de aanrijding betrokken auto bestuurd. [slachtoffer] , [passagier 1] en [passagier 2] zaten tijdens het ongeval bij verdachte in de auto. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de hele autorit te hard heeft gereden. Ook heeft hij verklaard bekend te zijn geweest met de wegsituatie op de plaats van het ongeval. Verdachte heeft zijn rijbewijs sinds 26 februari 2024. Hij is dus aan te merken als beginnend bestuurder. Als gevolg van de botsing werd [slachtoffer] overgebracht naar het ziekenhuis. Aldaar is hij van 1 tot en met 3 december 2024 opgenomen geweest op de Intensive Care waar hij ook gesedeerd is geweest, vervolgens tot 10 december 2024 op de afdeling neurologie en aansluitend enkele weken op de revalidatieafdeling Klimmendaal. Het geconstateerde letsel is als volgt beschreven: ‘meerdere hemorragische contusiehaarden intracerebraal, een os nasale fractuur, midschacht claviculafractuur en mogelijk 4-7e rib fractuur links.’ Op een CT scan in maart 2025 is gebleken dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeluk niet aangeboren hersenletsel heeft opgelopen, waarvan de hersteltijd onbekend is. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte zo hard reed dat [slachtoffer] bang werd in de auto. Toen verdachte een ander voertuig inhaalde en daarbij bijna frontaal op een tegenligger botste, heeft [slachtoffer] tegen verdachte gezegd dat hij het niet prettig vond, verdachte rustig moest rijden en hij [slachtoffer] anders maar uit de auto moest zetten. Volgens [slachtoffer] waren ook [passagier 1] en [passagier 2] bang in de auto en hebben zij verdachte eveneens aangesproken op zijn rijgedrag. Verdachte bleef echter hard rijden. [slachtoffer] wilde op een gegeven moment uit de rijdende auto springen, omdat hij zo bang was. Hij heeft verdachte meerdere keren gevraagd om te stoppen, maar daar reageerde verdachte niet op. Ook toen [slachtoffer] nogmaals tegen verdachte zei dat hij normaal moest gaan rijden en dat hij anders de politie zou gaan bellen, reageerde verdachte niet. [passagier 2] heeft verklaard dat verdachte voorafgaand aan het ongeluk erg hard reed. Verdachte wilde nog een bocht naar links maken, maar de achterbanden gleden naar rechts. Toen zijn zij tegen een boom gebotst. De rijstijl van verdachte was volgens [passagier 2] de hele autorit belachelijk. Verdachte reed ontzettend hard, keek niet uit en haalde in op een gevaarlijke manier. [passagier 2] zag in de applicatie ‘Live 360’ op haar telefoon dat verdachte ter hoogte van de Groenloseweg 140 kilometer per uur reed. De maximumsnelheid aldaar is 80 kilometer per uur. Door het rijgedrag van verdachte was iedereen in de auto bang. Zij hebben dat ook aangegeven bij verdachte en gezegd dat hij rustiger moest rijden, maar hij reageerde daar niet op. Toen verdachte de Strodijk opreed, zei verdachte “We gaan blazen op deze weg”, en bedoelde daarmee heel hard rijden. Er is onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte. Uit dat onderzoek bleek dat de applicatie ‘Live360’ diverse locatiepunten had gelogd. Aan de hand van GPS-coördinaten met de bijbehorende tijden is vervolgens de snelheid berekend voorafgaand aan en tijdens het verkeersongeval. De snelheid werd geanalyseerd door de afstand tussen opeenvolgende meetpunten te berekenen en te delen door de tijdsduur tussen diezelfde meetpunten. Het eerste gedeelte van de gelogde route liep over de N319/Groenloseweg tussen Winterswijk en Groenlo. Ter hoogte van Groenlo bleef de smartphone de N319 volgen en bewoog richting Ruurlo. De maximum toegestane snelheid tot aan de bebouwde kom van Ruurlo was over beide trajecten 80 km/uur. Met name op het tweede traject werd over een groot deel een veel hogere snelheid geanalyseerd. De hoogst berekende snelheid op dit traject bedroeg 150,1 km/uur. Vervolgens liep de route door de bebouwde kom van Ruurlo en naar de N319 richting Vorden. Het eerste traject bij Ruurlo lag in de bebouwde kom; de maximum toegestane snelheid was hier 50 km/uur. Nadat de telefoon deze bebouwde kom verlaten had, was de snelheid 80 km/uur tot aan de bebouwde kom van Kranenburg. Binnen de bebouwde kom van Kranenburg was de toegestane maximumsnelheid weer 50 km/uur. Tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden was de maximum toegestane snelheid 60 km/uur. Gezien de data die door de mobiele telefoon gelogd was, werd op diverse delen van dit traject de maximum toegestane snelheid ruim overschreden.
Volledig
De grootste overschrijding werd geanalyseerd op het wegdeel tussen Kranenburg en Vorden waar een snelheid van 133,3 km/uur berekend werd, terwijl 60 km/uur de maximum toegestane snelheid was. Het laatste gedeelte van de route liep door de bebouwde kom van Vorden naar de plaats ongeval net daarbuiten, op de Strodijk. De maximum toegestane snelheid is binnen de bebouwde kom wisselend 30 en 50 km/uur. Op het gedeelte van de Strodijk buiten de bebouwde kom is de maximum toegestane snelheid 60 km/uur. Er zijn snelheden van boven de 100 km/uur berekend. Geconcludeerd wordt dat de bestuurder van het voertuig gedurende de 20 minuten voorafgaand aan het ongeval veelvuldig harder reed dan ter plaatse maximaal was toegestaan. Daarbij werden regelmatig snelheidsoverschrijdingen van 30 km/uur of hoger geregistreerd. Ook direct voorafgaand aan het ongeval reed het voertuig veel harder dan ter plaatse toegestaan was. Gezien de data uit de mobiele telefoon reed de auto direct voor de botsing met een snelheid van rond de 100 km/uur. Het oordeel van de rechtbank Aan verdachte is primair – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij roekeloos, of in elk geval zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam, heeft gereden en het daardoor aan zijn schuld te wijten is dat er een ongeluk is gebeurd, waardoor slachtoffer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Allereerst merkt de rechtbank op dat zij geen enkele aanleiding heeft om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van de getuigen, zoals door de verdediging naar voren is gebracht. [slachtoffer] en [passagier 2] verklaren beiden dat verdachte gevaarlijk en veel te hard reed, dat zij bang waren en dat zij verdachte op zijn rijgedrag hebben aangesproken. Weliswaar heeft getuige [passagier 1] niet verklaard over het gevaarlijke rijgedrag van verdachte, maar tast dit de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] en [passagier 2] niet aan, nu [passagier 1] expliciet heeft verklaard dat zij zich niets meer van de autorit en het ongeval herinnert. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de Live360-applicatie met onvoldoende zekerheid exacte snelheden kunnen worden berekend. In het dossier bevindt zich immers geen informatie over de juistheid van de GPS-locaties. Nu het echter gaat om verschillende series opeenvolgende GPS-locaties in combinatie met de verklaringen van de getuigen die in de auto zaten én de verklaring van verdachte zelf, is wel vast komen te staan dat verdachte de gehele autorit veelvuldig veel te hard heeft gereden, ook direct voorafgaand aan het ongeluk. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en, als dat het geval is, van welke mate van schuld hier sprake is. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval, zoals primair is ten laste gelegd, moet worden gekeken naar het geheel van het rijgedrag van verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(en) en naar de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is/zijn begaan. De mate van schuld is in drie gradaties aan verdachte ten laste gelegd: roekeloos, zeer onvoorzichtig en aanmerkelijk onvoorzichtig. Van roekeloosheid is sprake wanneer zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, en dat verdachte zich daarvan bewust was of had moeten zijn. Of sprake is van roekeloosheid zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Volgens de officier van justitie heeft verdachte roekeloos gereden, vanwege de vele overschrijdingen van de maximum snelheid, het gevaarlijk inhalen en het niet verlenen van voorrang. Deze laatste twee gedragingen zijn echter niet aan verdachte ten laste gelegd. Hoewel het rijgedrag van verdachte door die snelheidsovertredingen in de betreffende verkeersomstandigheden zeer gevaarlijk was, is dat op zichzelf naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot roekeloosheid te komen. Verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. De rechtbank acht schuld in de vorm van ‘zeer onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam’ rijgedrag wel wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft gedurende de gehele autorit op verschillende trajecten veelvuldig met (veel) hogere snelheid gereden dan de maximum toegestane snelheid. Ondanks dat zijn medepassagiers meermaals te kennen gaven dat zij zich niet veilig voelden en dat verdachte rustig moest rijden, heeft hij zijn rijgedrag niet aangepast. Ook op de Strodijk, een onverlichte weg die verdachte kende, heeft hij – ondanks dat die weg smal is, meerdere bochten heeft en er aan beide kanten bomen dicht langs de weg staan – zijn snelheid niet of onvoldoende aangepast. De auto is daarom van de weg geraakt en tegen een boom gebotst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich op grond van het bovenstaande zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen, zodat sprake is van een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval. Zwaar lichamelijk letsel Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dient onder meer de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken. De rechtbank is van oordeel dat het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat [slachtoffer] in het ziekenhuis opgenomen is geweest, waaronder op de Intensive Care waar hij ook gesedeerd is geweest. Aldaar is geconstateerd dat hij zijn neus en sleutelbeen had gebroken, mogelijk een rib had gebroken en er meerdere bloedingen door hersenkneuzingen waren. Vervolgens heeft hij enkele weken in een revalidatiecentrum verbleven. Later is duidelijk geworden dat door het ongeval niet aangeboren hersenletsel is ontstaan, waarvan niet bekend is of het ooit volledig zal herstellen en zo ja, hoelang dat zal duren. Conclusie Op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen, concludeert de rechtbank ten aanzien van de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW dat het rijgedrag van de verdachte moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam, waardoor het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en dat het slachtoffer als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Volledig
De grootste overschrijding werd geanalyseerd op het wegdeel tussen Kranenburg en Vorden waar een snelheid van 133,3 km/uur berekend werd, terwijl 60 km/uur de maximum toegestane snelheid was. Het laatste gedeelte van de route liep door de bebouwde kom van Vorden naar de plaats ongeval net daarbuiten, op de Strodijk. De maximum toegestane snelheid is binnen de bebouwde kom wisselend 30 en 50 km/uur. Op het gedeelte van de Strodijk buiten de bebouwde kom is de maximum toegestane snelheid 60 km/uur. Er zijn snelheden van boven de 100 km/uur berekend. Geconcludeerd wordt dat de bestuurder van het voertuig gedurende de 20 minuten voorafgaand aan het ongeval veelvuldig harder reed dan ter plaatse maximaal was toegestaan. Daarbij werden regelmatig snelheidsoverschrijdingen van 30 km/uur of hoger geregistreerd. Ook direct voorafgaand aan het ongeval reed het voertuig veel harder dan ter plaatse toegestaan was. Gezien de data uit de mobiele telefoon reed de auto direct voor de botsing met een snelheid van rond de 100 km/uur. Het oordeel van de rechtbank Aan verdachte is primair – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij roekeloos, of in elk geval zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam, heeft gereden en het daardoor aan zijn schuld te wijten is dat er een ongeluk is gebeurd, waardoor slachtoffer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Allereerst merkt de rechtbank op dat zij geen enkele aanleiding heeft om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van de getuigen, zoals door de verdediging naar voren is gebracht. [slachtoffer] en [passagier 2] verklaren beiden dat verdachte gevaarlijk en veel te hard reed, dat zij bang waren en dat zij verdachte op zijn rijgedrag hebben aangesproken. Weliswaar heeft getuige [passagier 1] niet verklaard over het gevaarlijke rijgedrag van verdachte, maar tast dit de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] en [passagier 2] niet aan, nu [passagier 1] expliciet heeft verklaard dat zij zich niets meer van de autorit en het ongeval herinnert. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de Live360-applicatie met onvoldoende zekerheid exacte snelheden kunnen worden berekend. In het dossier bevindt zich immers geen informatie over de juistheid van de GPS-locaties. Nu het echter gaat om verschillende series opeenvolgende GPS-locaties in combinatie met de verklaringen van de getuigen die in de auto zaten én de verklaring van verdachte zelf, is wel vast komen te staan dat verdachte de gehele autorit veelvuldig veel te hard heeft gereden, ook direct voorafgaand aan het ongeluk. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en, als dat het geval is, van welke mate van schuld hier sprake is. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval, zoals primair is ten laste gelegd, moet worden gekeken naar het geheel van het rijgedrag van verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(en) en naar de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is/zijn begaan. De mate van schuld is in drie gradaties aan verdachte ten laste gelegd: roekeloos, zeer onvoorzichtig en aanmerkelijk onvoorzichtig. Van roekeloosheid is sprake wanneer zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, en dat verdachte zich daarvan bewust was of had moeten zijn. Of sprake is van roekeloosheid zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Volgens de officier van justitie heeft verdachte roekeloos gereden, vanwege de vele overschrijdingen van de maximum snelheid, het gevaarlijk inhalen en het niet verlenen van voorrang. Deze laatste twee gedragingen zijn echter niet aan verdachte ten laste gelegd. Hoewel het rijgedrag van verdachte door die snelheidsovertredingen in de betreffende verkeersomstandigheden zeer gevaarlijk was, is dat op zichzelf naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot roekeloosheid te komen. Verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. De rechtbank acht schuld in de vorm van ‘zeer onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam’ rijgedrag wel wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft gedurende de gehele autorit op verschillende trajecten veelvuldig met (veel) hogere snelheid gereden dan de maximum toegestane snelheid. Ondanks dat zijn medepassagiers meermaals te kennen gaven dat zij zich niet veilig voelden en dat verdachte rustig moest rijden, heeft hij zijn rijgedrag niet aangepast. Ook op de Strodijk, een onverlichte weg die verdachte kende, heeft hij – ondanks dat die weg smal is, meerdere bochten heeft en er aan beide kanten bomen dicht langs de weg staan – zijn snelheid niet of onvoldoende aangepast. De auto is daarom van de weg geraakt en tegen een boom gebotst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich op grond van het bovenstaande zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen, zodat sprake is van een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval. Zwaar lichamelijk letsel Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dient onder meer de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken. De rechtbank is van oordeel dat het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat [slachtoffer] in het ziekenhuis opgenomen is geweest, waaronder op de Intensive Care waar hij ook gesedeerd is geweest. Aldaar is geconstateerd dat hij zijn neus en sleutelbeen had gebroken, mogelijk een rib had gebroken en er meerdere bloedingen door hersenkneuzingen waren. Vervolgens heeft hij enkele weken in een revalidatiecentrum verbleven. Later is duidelijk geworden dat door het ongeval niet aangeboren hersenletsel is ontstaan, waarvan niet bekend is of het ooit volledig zal herstellen en zo ja, hoelang dat zal duren. Conclusie Op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen, concludeert de rechtbank ten aanzien van de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW dat het rijgedrag van de verdachte moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam, waardoor het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en dat het slachtoffer als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, roekeloos, in elk geval zeer , althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en /of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en /of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en /of terwijl het ter plaatse donker en /of onverlicht was en /of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en /of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en /of richting Ruurlo en /of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en /of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en /of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en /of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en /of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en /of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en /of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en /of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en /of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en /of - bij het naderen en /of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en /of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/ waren en /of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - (daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en /of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht , dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank in overweging gegeven het adolescentenstrafrecht (hierna: ASR) toe te passen, met name omdat uit het reclasseringsrapport een beeld volgt van iemand die onrijp is in zijn ontwikkeling of dat in elk geval een lagere straf wordt opgelegd dan aan een volgroeide, doorsnee verdachte zou worden opgelegd. Een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke rijontzegging is passend. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig verkeersongeval. Verdachte heeft, terwijl hij drie vriend(inn)en in de auto had, op het traject tussen Winterswijk en de Strodijk in Vorden (de plek van het ongeval) veel te hard gereden. Hij reed zo gevaarlijk dat de inzittenden bang waren en meerdere keren tegen hem hebben gezegd dat hij normaal moest rijden. Kort voor het ongeval veroorzaakte verdachte al twee keer eerder bijna een ongeluk, door op een gevaarlijke wijze in te halen en geen voorrang te verlenen.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 1 december 2024 te Vorden in de gemeente Bronckhorst, althans in Nederland , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Rondweg, gaande in de richting van de Kruisdijk, daarmede rijdende over de weg de Strodijk, roekeloos, in elk geval zeer , althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en /of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en /of terwijl verdachte drie passagiers in zijn auto had en /of terwijl het ter plaatse donker en /of onverlicht was en /of terwijl de totale breedte van de rijbaan van die weg (de Strodijk) aldaar ongeveer 4 meter is en /of telkens op diverse punten dan wel trajecten heeft gereden met (veel) hogere snelheden dan de aldaar maximum toegestane snelheid , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of gedurende de route ter hoogte van Groenlo, richting de N319 en /of richting Ruurlo en /of tot aan de binnen bebouwde kom van Ruurlo, heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of met een berekende snelheid van 150.1 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of op de route vanaf de rotonde Groenloseweg (N319)/Grolsweg/Rondweg Oost linksaf de Grolsweg op en de bebouwde kom van Ruurlo binnen en /of via een aantal rotondes naar de N319 richting Vorden en /of waarbij binnen de bebouwde kom de maximum snelheid 50 kilometer per uur bedroeg en /of de maximum snelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom en /of de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom van Kranenburg en /of de maximum snelheid van 60 kilometer per uur tussen de bebouwde kom van Kranenburg en de bebouwde kom van Vorden en/of heeft gereden met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of met een snelheid van meer dan 30 en/of 50 km/uur of hoger lag dan de maximum toegestane snelheid en/of werd gereden met een snelheid van 133,3 kilometer per uur waar 60 kilometer de maximum toegestane snelheid was, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of gedurende de route bebouwde kom van Vorden naar de Strodijk heeft gereden met een berekende snelheid van 30 kilometer per uur of hoger dan de toegestane maximumsnelheid van wisselend 30 en 50 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of terwijl hij met het door hem bestuurde motorrijtuig een (flauwe) bocht naar links (vanuit de rijrichting van verdachte) naderde, welke bocht aan weerszijden was voorzien van bomen, - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur , in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of - het verloop van die weg (de Strodijk) in of nabij de voornoemde bocht niet heeft gevolgd en /of het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en /of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en /of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en /of - bij het naderen en /of het inrijden van voornoemde bocht in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en /of voornoemde bocht kon overzien en waarover deze vrij was/ waren en /of - is hij, met het door hem bestuurde motorrijtuig, in een slip geraakt en/of werd de stabiliteit van het door hem bestuurde motorrijtuig ernstig verstoord en/of was de besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer mogelijk en/of is de achterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig (naar rechts) uitgebroken en/of - (daarbij) het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd, maar onvoldoende vaart heeft geminderd en/of anderszins snelheid heeft geminderd toen het voertuig uitbrak en/of slipte dan wel begon uit te breken en/of te slippen en/of - is met het door hem bestuurde motorrijtuig van de weg geraakt/gereden en/of (vervolgens) met het door hem bestuurder motorrijtuig links naast de rijbaan (gezien vanuit de oorspronkelijke rijrichting van verdachte) terecht gekomen en /of is tegen een zich in de berm bevindende boom is gebotst welke boom zich bevond links naast (vanuit het perspectief van verdachte) voornoemd rijbaan, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht , dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank in overweging gegeven het adolescentenstrafrecht (hierna: ASR) toe te passen, met name omdat uit het reclasseringsrapport een beeld volgt van iemand die onrijp is in zijn ontwikkeling of dat in elk geval een lagere straf wordt opgelegd dan aan een volgroeide, doorsnee verdachte zou worden opgelegd. Een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke rijontzegging is passend. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig verkeersongeval. Verdachte heeft, terwijl hij drie vriend(inn)en in de auto had, op het traject tussen Winterswijk en de Strodijk in Vorden (de plek van het ongeval) veel te hard gereden. Hij reed zo gevaarlijk dat de inzittenden bang waren en meerdere keren tegen hem hebben gezegd dat hij normaal moest rijden. Kort voor het ongeval veroorzaakte verdachte al twee keer eerder bijna een ongeluk, door op een gevaarlijke wijze in te halen en geen voorrang te verlenen.
Volledig
De weg waar uiteindelijk het ongeval plaatsvond, was een smalle weg met meerdere bochten en met bomen aan beide kanten die bovendien dicht bij de weg stonden. Het was rond middernacht, onverlicht en dus donker. Desondanks heeft verdachte zijn snelheid niet aangepast, is hij de controle over de auto verloren en is hij tegen een boom gebotst. Verdachte heeft ongeveer 20 minuten lang ontzettend gevaarlijk gereden. Met zijn handelen heeft hij onaanvaardbare risico’s op ernstige gevolgen in het leven geroepen, die zich deels ook hebben verwezenlijkt. Het mag een wonder heten dat er niemand is overleden. Slachtoffer [slachtoffer] heeft door het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij is meerdere dagen in coma gehouden, is opgenomen geweest op de Intensive Care en de afdeling neurologie en heeft vervolgens nog weken in een revalidatiecentrum doorgebracht. Hij wordt nog dagelijks met de gevolgen van het ongeval geconfronteerd en zal die gevolgen mogelijk zijn hele leven met zich mee moeten dragen. Het is op dit moment onduidelijk hoe zijn toekomst eruit zal zien. Naast de directe gevolgen voor [slachtoffer] , heeft verdachte met zijn handelen ook de verkeersveiligheid in het algemeen ernstig in gevaar gebracht. Adolescentenstrafrecht Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 19 jaar en dus meerderjarig. Uitgangspunt is dat op een jongvolwassene, die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, het volwassenstrafrecht wordt toegepast. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, maar nog geen 23 jaar, kán het jeugdstrafrecht worden toegepast als sprake is van omstandigheden, gelegen in de persoon van verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, die daartoe aanleiding geven. De raadsman heeft deze mogelijkheid ter terechtzitting naar voren gebracht, maar geen aanknopingspunten genoemd, behalve de leeftijd van verdachte. De reclassering heeft hierover in haar advies niets opgenomen. De rechtbank ziet in dit geval, in de omstandigheden of de persoon van verdachte, geen aanleiding om verdachte volgens het jeugdstrafrecht te veroordelen. Wel zal zij, zoals hieronder zal blijken, bij de strafmaat rekening houden met de leeftijd van verdachte. Strafoplegging Voor overtreding van art. 6 WVW met zwaar lichamelijk letsel als gevolg voor het slachtoffer, waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam rijden, kan volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting aangeknoopt worden bij een tweetal categorieën, te weten de ernstige schuld (waarbij als oriëntatiepunt een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar geldt) en de zeer hoge mate van schuld (waarbij als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren geldt). Verder betrekt de rechtbank bij het bepalen van de straf het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij strafbeschikkingen heeft gehad voor verschillende verkeersovertredingen, en het advies van de reclassering van 7 april 2026. De reclassering acht, gezien de ernst van het incident en de eerdere verkeersincidenten binnen de relatief korte periode dat verdachte in het bezit van zijn rijbewijs is, een gedragsinterventie gericht op het vergroten van zijn inzicht in impulsief gedrag en verkeersveiligheid passend als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf. Hoewel de aard en ernst van het bewezenverklaarde - welk handelen dicht aan ligt tegen roekeloosheid - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank, gelet op de jonge leeftijd van verdachte, aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. Wel zal de rechtbank (naast een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden) de maximale taakstraf opleggen. Omdat uit verdachtes documentatie en de behandeling ter terechtzitting blijkt dat het niet de eerste keer was dat verdachte zich onverantwoord op de weg heeft gedragen, legt de rechtbank een langere ontzegging van de rijbevoegdheid op. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren, passend en geboden. Aan de voorwaardelijke straf worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld die de reclassering heeft geadviseerd, namelijk een meldplicht en deelname aan de gedragsinterventie CoVa-Solo, gericht op verantwoordelijk gedrag in het verkeer en impulsiviteit. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. 9 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden ; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: o stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; o stelt als bijzondere voorwaarden: een meldplicht; verdachte blijft zich na het ingaan van de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig vindt, voor de duur van 1 (één) jaar; dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa-Solo van de reclassering die gericht is op cognitieve vaardigheden en zal worden gericht op verantwoordelijk gedrag in het verkeer en impulsiviteit. De training duurt zolang de reclassering dat nodig vindt; legt op een taakstraf van 240 uren , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen; ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren . Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , hoofdagent bij de politie Eenheid Oost-Nederland, District Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2024563416, gesloten op 7 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal FO Verkeer (Forensisch onderzoek plaats delict) d.d. 9 juli 2025, p. 68-93. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 april 2026. Geneeskundige verklaring d.d. 13 februari 2025, p. 57-59. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2025, p. 56. Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 11 februari 2025, p. 51-54. Proces-verbaal van verhoor getuige [passagier 2] d.d. 6 december 2024, p. 46-49. Proces-verbaal FO Verkeer (Forensisch onderzoek plaats delict) d.d. 9 juli 2025, p. 68-93. Proces-verbaal FO Verkeer (Onderzoek data smartphone bestuurder Seat) d.d. 7 juli 2025, p. 94-107.
Volledig
De weg waar uiteindelijk het ongeval plaatsvond, was een smalle weg met meerdere bochten en met bomen aan beide kanten die bovendien dicht bij de weg stonden. Het was rond middernacht, onverlicht en dus donker. Desondanks heeft verdachte zijn snelheid niet aangepast, is hij de controle over de auto verloren en is hij tegen een boom gebotst. Verdachte heeft ongeveer 20 minuten lang ontzettend gevaarlijk gereden. Met zijn handelen heeft hij onaanvaardbare risico’s op ernstige gevolgen in het leven geroepen, die zich deels ook hebben verwezenlijkt. Het mag een wonder heten dat er niemand is overleden. Slachtoffer [slachtoffer] heeft door het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij is meerdere dagen in coma gehouden, is opgenomen geweest op de Intensive Care en de afdeling neurologie en heeft vervolgens nog weken in een revalidatiecentrum doorgebracht. Hij wordt nog dagelijks met de gevolgen van het ongeval geconfronteerd en zal die gevolgen mogelijk zijn hele leven met zich mee moeten dragen. Het is op dit moment onduidelijk hoe zijn toekomst eruit zal zien. Naast de directe gevolgen voor [slachtoffer] , heeft verdachte met zijn handelen ook de verkeersveiligheid in het algemeen ernstig in gevaar gebracht. Adolescentenstrafrecht Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 19 jaar en dus meerderjarig. Uitgangspunt is dat op een jongvolwassene, die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, het volwassenstrafrecht wordt toegepast. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, maar nog geen 23 jaar, kán het jeugdstrafrecht worden toegepast als sprake is van omstandigheden, gelegen in de persoon van verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, die daartoe aanleiding geven. De raadsman heeft deze mogelijkheid ter terechtzitting naar voren gebracht, maar geen aanknopingspunten genoemd, behalve de leeftijd van verdachte. De reclassering heeft hierover in haar advies niets opgenomen. De rechtbank ziet in dit geval, in de omstandigheden of de persoon van verdachte, geen aanleiding om verdachte volgens het jeugdstrafrecht te veroordelen. Wel zal zij, zoals hieronder zal blijken, bij de strafmaat rekening houden met de leeftijd van verdachte. Strafoplegging Voor overtreding van art. 6 WVW met zwaar lichamelijk letsel als gevolg voor het slachtoffer, waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam rijden, kan volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting aangeknoopt worden bij een tweetal categorieën, te weten de ernstige schuld (waarbij als oriëntatiepunt een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar geldt) en de zeer hoge mate van schuld (waarbij als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren geldt). Verder betrekt de rechtbank bij het bepalen van de straf het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij strafbeschikkingen heeft gehad voor verschillende verkeersovertredingen, en het advies van de reclassering van 7 april 2026. De reclassering acht, gezien de ernst van het incident en de eerdere verkeersincidenten binnen de relatief korte periode dat verdachte in het bezit van zijn rijbewijs is, een gedragsinterventie gericht op het vergroten van zijn inzicht in impulsief gedrag en verkeersveiligheid passend als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf. Hoewel de aard en ernst van het bewezenverklaarde - welk handelen dicht aan ligt tegen roekeloosheid - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank, gelet op de jonge leeftijd van verdachte, aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. Wel zal de rechtbank (naast een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden) de maximale taakstraf opleggen. Omdat uit verdachtes documentatie en de behandeling ter terechtzitting blijkt dat het niet de eerste keer was dat verdachte zich onverantwoord op de weg heeft gedragen, legt de rechtbank een langere ontzegging van de rijbevoegdheid op. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren, passend en geboden. Aan de voorwaardelijke straf worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld die de reclassering heeft geadviseerd, namelijk een meldplicht en deelname aan de gedragsinterventie CoVa-Solo, gericht op verantwoordelijk gedrag in het verkeer en impulsiviteit. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. 9 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden ; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: o stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; o stelt als bijzondere voorwaarden: een meldplicht; verdachte blijft zich na het ingaan van de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig vindt, voor de duur van 1 (één) jaar; dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa-Solo van de reclassering die gericht is op cognitieve vaardigheden en zal worden gericht op verantwoordelijk gedrag in het verkeer en impulsiviteit. De training duurt zolang de reclassering dat nodig vindt; legt op een taakstraf van 240 uren , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen; ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren . Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , hoofdagent bij de politie Eenheid Oost-Nederland, District Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2024563416, gesloten op 7 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal FO Verkeer (Forensisch onderzoek plaats delict) d.d. 9 juli 2025, p. 68-93. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 april 2026. Geneeskundige verklaring d.d. 13 februari 2025, p. 57-59. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2025, p. 56. Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 11 februari 2025, p. 51-54. Proces-verbaal van verhoor getuige [passagier 2] d.d. 6 december 2024, p. 46-49. Proces-verbaal FO Verkeer (Forensisch onderzoek plaats delict) d.d. 9 juli 2025, p. 68-93. Proces-verbaal FO Verkeer (Onderzoek data smartphone bestuurder Seat) d.d. 7 juli 2025, p. 94-107.