Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-01-12
ECLI:NL:RBGEL:2026:367
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/202050-25 Datum uitspraak : 12 januari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] (Polen), wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] (Duitsland). Raadsman: mr. R. van Leusden, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem in de gemeente Arnhem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, vrachtwagen), komende uit de richting Arnhem en/of gaande in de richting van Ede, daarmede rijdende over de weg, A12, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl het regende en/of het wegdek nat was en/of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of terwijl de A12 ter plaatste bestond uit drie rijstroken en/of hij, verdachte, reed op de middenrijstrook (rijstrook 2), - een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld (van rijstrook 3 naar rijstrook 2), althans is gaan wisselen, en/of - ( daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die weg, de A12, en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten en/of - ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht is gekomen/heeft gestuurd op/naar de voor hem, verdachte links gelegen rijstrook (rijstrook 1) (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en/of - ( daarbij) in strijd met artikel 54 van het Reglement verkeersegels en verkeerstekens 1990 de bestuurster van een op de linkerrijstrook (rijstrook 1) rijdend motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan en/of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of - niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de A12) kon overzien en waarover deze vrij was en/of - ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en/of waarna dat andere motorrijtuig (vervolgens) in een slip is geraakt, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (aan) een ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is/zijn ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem in de gemeente Arnhem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, vrachtwagen), komende uit de richting Arnhem en/of gaande in de richting van Ede, daarmede rijdende over de weg, A12, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl het regende en/of het wegdek nat was en/of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of terwijl de A12 ter plaatste bestond uit drie rijstroken en/of hij, verdachte, reed op de middenrijstrook (rijstrook 2), - een bijzondere manoeuvre, als bedo Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, omdat het uitsluitend niet verlenen van voorrang – door als beroepschauffeur van rijstrook te wisselen – geen grove schuld oplevert. Beoordeling door de rechtbank Getuige [getuige 1] (verder: [getuige 1] ) zat met vier vriendinnen in de auto met kenteken [kenteken] . [getuige 1] was de bestuurder van de auto. Het was donker en er was volgens haar sprake van lichte regen. [getuige 1] reed op – wat zij noemt – rijstrook 3 van de A12 (de rechtbank begrijpt dat zij rijstrook 1 bedoelt) en zij zag dat een vrachtwagen haar afsneed om op rijstrook 3 te rijden. Doordat er weinig afstand tussen de vrachtwagen en de auto van [getuige 1] was, remde zij. [getuige 1] zag en voelde dat haar auto onrustig werd, waardoor ze tegen de vangrail belandde en ze voelde dat de auto draaide. Getuige [getuige 2] (verder: [getuige 2] ) heeft verklaard dat hij op rijstrook 2 van de A12 reed. Hij zag dat er een auto voor hem reed en voor die auto reed een vrachtwagen. [getuige 2] zag dat de vrachtwagen geen richting aangaf en wisselde van baan van rijstrook 2 naar rijstrook 1. [getuige 2] zag dat de vrachtwagen een rode auto raakte die op rijstrook 1 reed. Deze auto knalde vervolgens tegen de vangrail aan de linkerkant. [getuige 2] zag de auto voor de vrachtwagen langs tollen en de auto kwam voor de vrachtwagen op rijstrook 1 tot stilstand. Bij het uitkijken van dashcam beelden is op minuut 00:11 te zien dat in de verte een vrachtwagen naar links bewoog en de rijstrookmarkering tussen rijstrook 1 en 2 begon te overschrijden, zonder richting aan te geven. Te zien is dat op dat moment op rijstrook 1 zich een personenauto (nagenoeg) naast de vrachtwagen bevond. Op minuut 00:13 is te zien dat de vrachtwagen bijna volledig op rijstrook 1 reed. De personenauto die (nagenoeg) naast de vrachtwagen op rijstrook 1 reed, week uit naar links en overschreed daardoor een deel van de kantstreep. Op minuut 00:14 is te zien dat de vrachtwagen zich naar rechts bewoog en dat de personenauto de kantstreep inmiddels bijna volledig had overschreden. Vervolgens is te zien dat de personenauto abrupt naar rechts bewoog. Dit is door de verbalisant die de beelden heeft uitgekeken herkend als het in een slip raken van een voertuig. Op minuut 00:15 is te zien dat de personenauto voor de auto langs bewoog, in de richting van de rechter geleiderail. Ook is te zien dat de remlichten van de vrachtwagen begonnen uit te stralen. Op minuut 00:16 botste de personenauto tegen de rechter geleiderail. De vrachtwagen reed inmiddels weer bijna volledig op rijstrook 2. Verdachte heeft in zijn verhoor verklaard dat hij dagelijks op de plaats van het ongeval komt. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij niet volgens de regels heeft gereden. Hij was kort voor het ongeval afgeleid. Hij was met een collega van hem aan het bellen (via een headset) en moest tijdens het gesprek niesen. Verdachte keek voor zich en probeerde ondertussen een tissue te pakken uit zijn rugzak. Hij reed toen over de linkerlijn op de weg. Meteen hierna ging hij weer terug naar zijn rijstrook. Verdachte had toen dit gebeurde één hand aan het stuur. Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval, en zo ja in welke gradatie. Dit is in de tenlastelegging tot uitdrukking gebracht met de bewoordingen ‘zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam’. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is in zijn algemeenheid vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem in de gemeente Arnhem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, vrachtwagen), komende uit de richting Arnhem en /of gaande in de richting van Ede, daarmede rijdende over de weg, A12, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl het regende en /of het wegdek nat was en /of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en /of terwijl de A12 ter plaatste bestond uit drie rijstroken en /of hij, verdachte, reed op de middenrijstrook (rijstrook 2), - een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld (van rijstrook 3 naar rijstrook 2), althans is gaan wisselen, en/of - (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die weg, de A12, en /of het overige verkeer heeft gelet en /of is blijven letten en /of - ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en /of met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht is gekomen /heeft gestuurd op /naar de voor hem, verdachte links gelegen rijstrook (rijstrook 1) (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en /of - (daarbij) in strijd met artikel 54 van het Reglement verkeersegels en verkeerstekens 1990 de bestuurster van een op de linkerrijstrook (rijstrook 1) rijdend motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan en /of - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en /of - niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de A12) kon overzien en waarover deze vrij was en/of - (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en/of waarna dat andere motorrijtuig (vervolgens) in een slip is geraakt, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (aan) een ander ( en ) ( genaamd [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is /zijn ontstaan. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht. 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete van 1000 euro, te vervangen door 10 dagen hechtenis en daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat in de strafoplegging rekening moet worden gehouden me