Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-28
ECLI:NL:RBGEL:2026:3413
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,731 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 text/xml public 2026-05-06T12:58:20 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-28 0509499622 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 text/html public 2026-04-30T11:45:02 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 Rechtbank Gelderland , 28-04-2026 / 0509499622 Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel uit opbrengst medeplegen productie MDMA en voorbereidingshandelingen daarvoor en oplegging betalingsverplichting. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Tegenspraak Parketnummer : 05.094996.22 (ontneming) Datum uitspraak : 28 april 2026 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [veroordeelde] (hierna: veroordeelde), geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] [woonplaats] . Raadsman: mr. R.I. Takens, advocaat in Amsterdam. 1 De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie oorspronkelijk is geschat op € 165.000,-. 2 De procedure De vordering is behandeld op openbare terechtzittingen van (onder meer) 16 maart 2026 en 14 april 2026, gelijktijdig met de onderliggende strafzaak. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, is op de terechtzitting van 16 maart 2026 verschenen en op de vordering gehoord. Op de zitting van 16 maart 2026 heeft de officier van justitie de vordering aangepast naar aanleiding van nieuwe informatie over de verdeling van de opbrengst, beschreven in een aanvullend proces-verbaal van 29 september 2025. Uitgaande van een opbrengst van € 165.000,- per groep, verdeeld over het aantal personen van de groep van veroordeelde, heeft de officier van justitie het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vervolgens gesteld op € 55.000,-. De raadsman heeft verzocht het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op nul en de vordering af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak. 3 De beoordeling van de vordering De rechtbank heeft kennisgenomen van het tegen veroordeelde gewezen vonnis van vandaag waarbij hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden ter zake van (voor zover relevant): feit 1: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit begaan in de periode van 8 februari 2021 tot en met 11 mei 2021; feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod begaan in de periode van 13 maart 2021 tot en met 11 mei 2021. 3.1 Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Veroordeelde heeft samen met de mededaders een drugslab opgezet en heeft daar als medepleger meerdere maanden synthetische drugs, MDMA, geproduceerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat voor het verrichten van deze werkzaamheden, mede gezien de daaraan verbonden (strafrechtelijke) risico’s, een aanzienlijke financiële beloning wordt gegeven. Veroordeelde heeft geen openheid van zaken gegeven over het bedrag dat hij heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden voor het drugslab. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank daarom als uitgangspunt hetgeen is opgenomen in het rapport van bevindingen ‘schatting opbrengst syndrulab’ (pagina’s 1039-1044 van het procesdossier). De Landelijke Faciliteit Ontmantelen heeft aan de hand van de hoeveelheid drugsafval en de lege verpakkingen met restanten PMK die in het drugslab werden aangetroffen bij de instap op 11 mei 2021, berekend dat op deze locatie ten minste 380 liter PMK en daarmee minimaal 450 kg MDMA is geproduceerd. Er hebben meerdere kookrondes plaatsgevonden. Uit chatberichten in het dossier blijkt dat verdachten per kilo MDMA-kristallen mogelijk € 1.500,- tot € 1.600,- ontvingen. De politie heeft beschreven dat deze prijzen aansluiten bij de door de Cluster Synthetische Drugs van de Dienst Landelijke Recherche genoemde prijzen over 2021. Daarin is als gangbare prijs voor MDMA-kristallen af-lab een prijs van € 1.790,- per kilo vermeld. Uitgaande van de voor veroordeelde meest gunstige kiloprijs van € 1.500,-, komt een productiehoeveelheid van 450 kg MDMA uit op een opbrengst van € 675.000,-. In de chatberichten wordt gesproken over een investering van 180k. De netto-opbrengst bedraagt daarmee € 675.000,- minus € 180.000,- is € 495.000,-. Verder volgt uit de chats dat de opbrengst evenredig moet worden verdeeld over drie groepen. De opbrengst per groep bedraagt daarmee € 165.000,-. Uit de bewijsmiddelen in de hoofdzaak volgt dat veroordeelde, mededader [medeveroordeelde 1] en mededader [medeveroordeelde 2] samen één groep vormden, in de chats ook wel groep ‘Nijmegen’ genoemd. De opbrengst van deze groep per persoon bedraagt daarmee (€ 165.000,- : 3 =) € 55.000,-. Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 55.000,- en zij zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat. 4 De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5 De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 55.000,-; - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag; - bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 241 dagen. Aldus gegeven door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026. Mrs. Van Breevoort-de Bruin en Duinkerke zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Onderzoek ON4R021049 STOMP (PL0600- 202103960), gesloten op 8 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 627. Het proces-verbaal van bevindingen p. 880. Het proces-verbaal van bevindingen p. 881. Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen schatting opbrengst syndrulab p. 1-2 (niet doorgenummerd in het dossier).
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 text/xml public 2026-05-06T12:58:20 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-28 0509499622 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 text/html public 2026-04-30T11:45:02 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3413 Rechtbank Gelderland , 28-04-2026 / 0509499622 Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel uit opbrengst medeplegen productie MDMA en voorbereidingshandelingen daarvoor en oplegging betalingsverplichting. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Tegenspraak Parketnummer : 05.094996.22 (ontneming) Datum uitspraak : 28 april 2026 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [veroordeelde] (hierna: veroordeelde), geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] [woonplaats] . Raadsman: mr. R.I. Takens, advocaat in Amsterdam. 1 De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie oorspronkelijk is geschat op € 165.000,-. 2 De procedure De vordering is behandeld op openbare terechtzittingen van (onder meer) 16 maart 2026 en 14 april 2026, gelijktijdig met de onderliggende strafzaak. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, is op de terechtzitting van 16 maart 2026 verschenen en op de vordering gehoord. Op de zitting van 16 maart 2026 heeft de officier van justitie de vordering aangepast naar aanleiding van nieuwe informatie over de verdeling van de opbrengst, beschreven in een aanvullend proces-verbaal van 29 september 2025. Uitgaande van een opbrengst van € 165.000,- per groep, verdeeld over het aantal personen van de groep van veroordeelde, heeft de officier van justitie het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vervolgens gesteld op € 55.000,-. De raadsman heeft verzocht het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op nul en de vordering af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak. 3 De beoordeling van de vordering De rechtbank heeft kennisgenomen van het tegen veroordeelde gewezen vonnis van vandaag waarbij hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden ter zake van (voor zover relevant): feit 1: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit begaan in de periode van 8 februari 2021 tot en met 11 mei 2021; feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod begaan in de periode van 13 maart 2021 tot en met 11 mei 2021. 3.1 Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Veroordeelde heeft samen met de mededaders een drugslab opgezet en heeft daar als medepleger meerdere maanden synthetische drugs, MDMA, geproduceerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat voor het verrichten van deze werkzaamheden, mede gezien de daaraan verbonden (strafrechtelijke) risico’s, een aanzienlijke financiële beloning wordt gegeven. Veroordeelde heeft geen openheid van zaken gegeven over het bedrag dat hij heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden voor het drugslab. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank daarom als uitgangspunt hetgeen is opgenomen in het rapport van bevindingen ‘schatting opbrengst syndrulab’ (pagina’s 1039-1044 van het procesdossier). De Landelijke Faciliteit Ontmantelen heeft aan de hand van de hoeveelheid drugsafval en de lege verpakkingen met restanten PMK die in het drugslab werden aangetroffen bij de instap op 11 mei 2021, berekend dat op deze locatie ten minste 380 liter PMK en daarmee minimaal 450 kg MDMA is geproduceerd. Er hebben meerdere kookrondes plaatsgevonden. Uit chatberichten in het dossier blijkt dat verdachten per kilo MDMA-kristallen mogelijk € 1.500,- tot € 1.600,- ontvingen. De politie heeft beschreven dat deze prijzen aansluiten bij de door de Cluster Synthetische Drugs van de Dienst Landelijke Recherche genoemde prijzen over 2021. Daarin is als gangbare prijs voor MDMA-kristallen af-lab een prijs van € 1.790,- per kilo vermeld. Uitgaande van de voor veroordeelde meest gunstige kiloprijs van € 1.500,-, komt een productiehoeveelheid van 450 kg MDMA uit op een opbrengst van € 675.000,-. In de chatberichten wordt gesproken over een investering van 180k. De netto-opbrengst bedraagt daarmee € 675.000,- minus € 180.000,- is € 495.000,-. Verder volgt uit de chats dat de opbrengst evenredig moet worden verdeeld over drie groepen. De opbrengst per groep bedraagt daarmee € 165.000,-. Uit de bewijsmiddelen in de hoofdzaak volgt dat veroordeelde, mededader [medeveroordeelde 1] en mededader [medeveroordeelde 2] samen één groep vormden, in de chats ook wel groep ‘Nijmegen’ genoemd. De opbrengst van deze groep per persoon bedraagt daarmee (€ 165.000,- : 3 =) € 55.000,-. Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 55.000,- en zij zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat. 4 De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5 De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 55.000,-; - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag; - bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 241 dagen. Aldus gegeven door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026. Mrs. Van Breevoort-de Bruin en Duinkerke zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Onderzoek ON4R021049 STOMP (PL0600- 202103960), gesloten op 8 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 627. Het proces-verbaal van bevindingen p. 880. Het proces-verbaal van bevindingen p. 881. Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen schatting opbrengst syndrulab p. 1-2 (niet doorgenummerd in het dossier).