Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-24
ECLI:NL:RBGEL:2026:3370
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
15,988 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 text/xml public 2026-04-30T09:21:15 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-24 05/004078-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 text/html public 2026-04-30T09:20:57 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 Rechtbank Gelderland , 24-04-2026 / 05/004078-25 Verdachte heeft het zusje van zijn beste vriend verkracht. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.004078.25 Datum uitspraak : 24 april 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria), wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. R.S.F. ten Kortenaar, advocaat in Baarn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 23 april 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, [aangever] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten - het (trachten te) (tong)zoenen van die [aangever] en/of - het met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand, betasten van de billen en/of borsten en/of vagina/schaamstreek van die [aangever] en/of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [aangever] en/of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte - ( nadat die [aangever] meermaals had aangegeven naar huis te willen) die [aangever] mee heeft genomen naar zijn huis en/of - hierbij meermaals, althans eenmaal tegen die [aangever] heeft gezegd “Nee, je gaat met mij mee naar huis”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [aangever] (met kracht) bij haar pols(en) en/of hand(en) heeft gepakt en/of - die [aangever] heeft meegetrokken naar de woonkamer/keuken en/of - die [aangever] tegen de muur heeft geduwd, althans die [aangever] heeft belet weg te gaan en/of - ( hierbij) tegen die [aangever] te zeggen “Dit is gewoon geil”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - de bovenkleding van die [aangever] heeft uitgetrokken en/of - ( toen die [aangever] meermaals, althans eenmaal zei dat ze niet wilde), meermaals, althans eenmaal (met kracht) op de borst(en) van die [aangever] te slaan en/of - die [aangever] bij haar haren heeft vastgepakt en/of - die [aangever] naar beneden heeft geduwd/getrokken en/of - het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en/of - zijn, verdachtes, penis (met kracht) tegen de lippen van die [aangever] heeft geduwd en/of - ( met kracht) het hoofd van die [aangever] heen en weer heeft bewogen en/of - die [aangever] op het bed heeft geduwd en/of - ( vervolgens) de heupen en/of billen van die [aangever] naar boven heeft getrokken (waardoor zij in ‘Doggy Style’ positie terechtkwam) en/of - en/of misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [aangever] en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of (aldus) voor die [aangever] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verkrachting. De raadsman heeft daartoe primair betoogd dat de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd op verschillende punten niet met elkaar overeenkomen en daardoor niet bruikbaar zijn voor het bewijs. De verklaringen van de getuigen betreffen de-auditu verklaringen, zijn niet objectief en bevatten onvoldoende aanknopingspunten om als steunbewijs te kunnen dienen. De WhatsAppgesprekken moeten in een ander licht worden gezien: verdachte had spijt, omdat hij achteraf gezien geen seksuele handelingen had moeten verrichten met het zusje van een goede vriend. Verdachtes verklaring hierover is plausibel. Omdat van enig concreet steunbewijs geen sprake is, wordt volgens de raadsman niet voldaan aan het wettelijke bewijsminimum. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat niet kan worden bewezen dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden. De verklaring van aangeefster dat geweld is gebruikt, vindt onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Er bestaan daarvoor ook te veel contra-indicaties. Beoordeling door de rechtbank Aangeefster [aangever] heeft aangifte gedaan van verkrachting. Verdachte heeft verklaard dat hij seks met aangeefster heeft gehad. Maar volgens hem was dat met wederzijdse toestemming. De vragen die nu voorliggen aan de rechtbank, is of de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en zo ja, of deze verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Verklaring aangeefster Aangeefster heeft verklaard dat zij op 22 april 2022 omstreeks 23.00 uur naar Ome Co, een kroeg in Harderwijk, is gegaan. Daar waren haar broer en zijn vrienden, waaronder verdachte. Verdachte maakte opmerkingen zoals “jeetje wat zie je er goed uit” en “wat zie je er lekker uit”. Aangeefster kent verdachte al heel lang en zocht daar niets achter. Verdachte zou haar en [getuige] , de rechtbank begrijpt: de huidige vriend van aangeefster, omstreeks 03.30 uur naar huis brengen. Hij zette eerst [getuige] af. Toen ze verder reden ging verdachte rechts- in plaats van linksaf. Toen ze verdachte daarop attendeerde zei hij: “nee je gaat met mij mee naar huis.” Aangeefster zei dat ze moe was en naar huis wilde. Verdachte zei opnieuw: “nee je gaat met mij mee naar huis”. Aangeefster denkt dat hij dat drie keer heeft gezegd. Verdachte woont aan [adres] in [woonplaats] . Aangeefster zocht daar nog niets achter, omdat ze vaker met verdachte een wijntje dronk. Bij hem thuis schonk verdachte een wijntje in. Al snel daarna kwam hij naar haar toe en probeerde haar te zoenen. Dat wilde aangeefster niet. Hij probeerde haar ook in haar nek te zoenen. Aangeefster stond op. Verdachte trok haar aan haar onderarmen/polsen mee naar de woonkamer. Aangeefster vroeg wat hij ging doen. Verdachte zei dat hij geil was en zei steeds “dit is toch gewoon geil”. In de woonkamer duwde hij haar tegen de muur en begon hij aan haar borsten, nek en billen te zitten. Hij zei toen: “oh dit is zo geil”. Aangeefster zei dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen, maar als ze hem wegduwde, kwam hij terug. Verdachte deed haar blouse en beha uit en sloeg op haar borsten. Aangeefster heeft op dat moment meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen. Verdachte ging echter door. Hoe vaker ze nee zei, hoe meer hij met zijn platte hand op haar borsten sloeg. Aangeefster schrok daarvan en verstijfde/bevroor. Verdachte maakte met zijn handen knijpbewegingen in haar borsten en billen. Ook wreef hij over haar broek heen over haar vagina. Verdachte pakte haar bij haar haren en trok haar naar de grond totdat ze op haar knieën zat. Hij deed zijn broek en onderbroek een stukje naar beneden en duwde hard met zijn stijve piemel tegen haar mond totdat zijn piemel in haar mond ging. Hij bewoog met zijn hand haar hoofd heen en weer. Daarna trok hij haar aan haar haren omhoog en duwde hij haar op het bed. Hij deed een condoom om. Aangeefster weet niet waar haar broek is uitgegaan. Op het bed lag ze op haar buik. Hij trok haar aan haar heupen omhoog zodat ze in doggystijl stand kwam.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 text/xml public 2026-04-30T09:21:15 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-24 05/004078-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 text/html public 2026-04-30T09:20:57 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3370 Rechtbank Gelderland , 24-04-2026 / 05/004078-25 Verdachte heeft het zusje van zijn beste vriend verkracht. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.004078.25 Datum uitspraak : 24 april 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria), wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. R.S.F. ten Kortenaar, advocaat in Baarn. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 23 april 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, [aangever] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten - het (trachten te) (tong)zoenen van die [aangever] en/of - het met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand, betasten van de billen en/of borsten en/of vagina/schaamstreek van die [aangever] en/of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [aangever] en/of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte - ( nadat die [aangever] meermaals had aangegeven naar huis te willen) die [aangever] mee heeft genomen naar zijn huis en/of - hierbij meermaals, althans eenmaal tegen die [aangever] heeft gezegd “Nee, je gaat met mij mee naar huis”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [aangever] (met kracht) bij haar pols(en) en/of hand(en) heeft gepakt en/of - die [aangever] heeft meegetrokken naar de woonkamer/keuken en/of - die [aangever] tegen de muur heeft geduwd, althans die [aangever] heeft belet weg te gaan en/of - ( hierbij) tegen die [aangever] te zeggen “Dit is gewoon geil”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - de bovenkleding van die [aangever] heeft uitgetrokken en/of - ( toen die [aangever] meermaals, althans eenmaal zei dat ze niet wilde), meermaals, althans eenmaal (met kracht) op de borst(en) van die [aangever] te slaan en/of - die [aangever] bij haar haren heeft vastgepakt en/of - die [aangever] naar beneden heeft geduwd/getrokken en/of - het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en/of - zijn, verdachtes, penis (met kracht) tegen de lippen van die [aangever] heeft geduwd en/of - ( met kracht) het hoofd van die [aangever] heen en weer heeft bewogen en/of - die [aangever] op het bed heeft geduwd en/of - ( vervolgens) de heupen en/of billen van die [aangever] naar boven heeft getrokken (waardoor zij in ‘Doggy Style’ positie terechtkwam) en/of - en/of misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [aangever] en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of (aldus) voor die [aangever] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verkrachting. De raadsman heeft daartoe primair betoogd dat de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd op verschillende punten niet met elkaar overeenkomen en daardoor niet bruikbaar zijn voor het bewijs. De verklaringen van de getuigen betreffen de-auditu verklaringen, zijn niet objectief en bevatten onvoldoende aanknopingspunten om als steunbewijs te kunnen dienen. De WhatsAppgesprekken moeten in een ander licht worden gezien: verdachte had spijt, omdat hij achteraf gezien geen seksuele handelingen had moeten verrichten met het zusje van een goede vriend. Verdachtes verklaring hierover is plausibel. Omdat van enig concreet steunbewijs geen sprake is, wordt volgens de raadsman niet voldaan aan het wettelijke bewijsminimum. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat niet kan worden bewezen dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden. De verklaring van aangeefster dat geweld is gebruikt, vindt onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Er bestaan daarvoor ook te veel contra-indicaties. Beoordeling door de rechtbank Aangeefster [aangever] heeft aangifte gedaan van verkrachting. Verdachte heeft verklaard dat hij seks met aangeefster heeft gehad. Maar volgens hem was dat met wederzijdse toestemming. De vragen die nu voorliggen aan de rechtbank, is of de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en zo ja, of deze verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Verklaring aangeefster Aangeefster heeft verklaard dat zij op 22 april 2022 omstreeks 23.00 uur naar Ome Co, een kroeg in Harderwijk, is gegaan. Daar waren haar broer en zijn vrienden, waaronder verdachte. Verdachte maakte opmerkingen zoals “jeetje wat zie je er goed uit” en “wat zie je er lekker uit”. Aangeefster kent verdachte al heel lang en zocht daar niets achter. Verdachte zou haar en [getuige] , de rechtbank begrijpt: de huidige vriend van aangeefster, omstreeks 03.30 uur naar huis brengen. Hij zette eerst [getuige] af. Toen ze verder reden ging verdachte rechts- in plaats van linksaf. Toen ze verdachte daarop attendeerde zei hij: “nee je gaat met mij mee naar huis.” Aangeefster zei dat ze moe was en naar huis wilde. Verdachte zei opnieuw: “nee je gaat met mij mee naar huis”. Aangeefster denkt dat hij dat drie keer heeft gezegd. Verdachte woont aan [adres] in [woonplaats] . Aangeefster zocht daar nog niets achter, omdat ze vaker met verdachte een wijntje dronk. Bij hem thuis schonk verdachte een wijntje in. Al snel daarna kwam hij naar haar toe en probeerde haar te zoenen. Dat wilde aangeefster niet. Hij probeerde haar ook in haar nek te zoenen. Aangeefster stond op. Verdachte trok haar aan haar onderarmen/polsen mee naar de woonkamer. Aangeefster vroeg wat hij ging doen. Verdachte zei dat hij geil was en zei steeds “dit is toch gewoon geil”. In de woonkamer duwde hij haar tegen de muur en begon hij aan haar borsten, nek en billen te zitten. Hij zei toen: “oh dit is zo geil”. Aangeefster zei dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen, maar als ze hem wegduwde, kwam hij terug. Verdachte deed haar blouse en beha uit en sloeg op haar borsten. Aangeefster heeft op dat moment meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen. Verdachte ging echter door. Hoe vaker ze nee zei, hoe meer hij met zijn platte hand op haar borsten sloeg. Aangeefster schrok daarvan en verstijfde/bevroor. Verdachte maakte met zijn handen knijpbewegingen in haar borsten en billen. Ook wreef hij over haar broek heen over haar vagina. Verdachte pakte haar bij haar haren en trok haar naar de grond totdat ze op haar knieën zat. Hij deed zijn broek en onderbroek een stukje naar beneden en duwde hard met zijn stijve piemel tegen haar mond totdat zijn piemel in haar mond ging. Hij bewoog met zijn hand haar hoofd heen en weer. Daarna trok hij haar aan haar haren omhoog en duwde hij haar op het bed. Hij deed een condoom om. Aangeefster weet niet waar haar broek is uitgegaan. Op het bed lag ze op haar buik. Hij trok haar aan haar heupen omhoog zodat ze in doggystijl stand kwam.
Volledig
Hij stopte zijn piemel in haar vagina, bewoog die heen en weer en is klaargekomen. Betrouwbaarheid De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen en overweegt daartoe als volgt. Aangeefster heeft op twee momenten een verklaring afgelegd over de door verdachte gepleegde seksuele handelingen. Op 15 december 2022 heeft er een informatief gesprek plaatsgevonden en op 18 januari 2023 heeft zij aangifte gedaan. De rechtbank stelt vast dat het informatief gesprek kort is geweest en aangeefster in grote lijnen haar verhaal heeft gedaan. In de aangifte heeft zij een aanzienlijk meer gedetailleerde verklaring afgelegd. De rechtbank volgt de raadsman in zoverre dat het informatief gesprek en de aangifte niet in alle opzichten met elkaar overeenkomen. De rechtbank is echter van oordeel dat de onderdelen waarop deze verschillen betrekking hebben, niet van zodanig gewicht zijn dat daardoor aan de betrouwbaarheid van de aangifte moet worden getwijfeld. Daarbij weegt mee dat de door de raadsman gesignaleerde discrepanties geen betrekking hebben op de aard en de toedracht van de verweten seksuele handelingen zelf. Met betrekking tot die seksuele handelingen heeft aangeefster immers gedetailleerd en consistent verklaard. De rechtbank heeft geen aanwijzingen aangetroffen dat aangeefster op deze punten niet de waarheid heeft gesproken. De betrouwbaarheid van haar aangifte vindt bovendien steun in andere gegevens in het dossier. Zo heeft zij direct na het incident aan [getuige] verteld wat er was gebeurd en zag hij in welke emotionele gemoedstoestand zij verkeerde. Daarnaast blijkt uit WhatsApp-berichten dat verdachte zich kennelijk seksueel opgewonden (“geil”) voelde en zich daarvoor meerdere keren heeft geëxcuseerd. Deze omstandigheden ondersteunen de lezing van aangeefster. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs en zal deze bij de verdere beoordeling tot uitgangspunt nemen. Juridisch kader Volgens het tweede lid van artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Dit bewijsminimumvoorschrift strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat hij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling betreft de tenlastelegging in haar geheel. Niet is vereist dat elk onderdeel daarvan ook in ander bewijsmateriaal steun vindt. Kenmerkend voor veel zedenzaken is dat het veelal gaat om zaken waarin de feiten zich in het verborgene afspelen en het in de kern gaat om het woord van de aangever tegen dat van verdachte. Volgens de Hoge Raad is niet vereist dat het misbruik of de betrokkenheid van verdachte daarbij, steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar kan het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van de aangever in andere bewijsmiddelen, mits afkomstig van een andere bron, eveneens afdoende zijn. Er mag geen te ver verwijderd verband bestaan tussen de aangifte en het overige gebezigde bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat voldaan is aan het bewijsminimum. De verklaring van aangeefster wordt op cruciale punten ondersteund door de volgende bewijsmiddelen, afkomstig uit andere bronnen. Steunbewijs Getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte aangeefster naar huis zou brengen. Hij maakte zich zorgen en heeft haar wel twintig keer gebeld. Aangeefster nam steeds niet op. Op een gegeven moment belde aangeefster hem huilend op. Verdachte had haar toen al bij haar huis afgezet. Aangeefster is huilend naar hem toegelopen en heeft verteld dat ze was misbruikt en dat ze seks met verdachte moest hebben. Ze moest dingen doen die ze niet wilde doen. [getuige] heeft aangeefster onder de douche gezet. Ze was overstuur en aan het huilen. Ze had blauwe plekken op haar borsten en op haar been. Hij heeft dat een dag later gezien. Aangeefster dacht dat die plekken van die nacht kwamen. Verdachte was die avond heel amicaal. Hij zat aan aangeefster en sloeg haar op haar kont. Op de foto, die het onderzoeksteam op 18 januari 2023 van aangeefster ontving, was op de rechter borst een duidelijke blauw-gele verkleuring links van de tepel te zien. Op de foto is geen hoofd of gezicht te zien. De foto was niet gedateerd en niet voorzien van enige echtheidskenmerken. De advocate van aangeefster heeft digitale foto’s gestuurd aan verbalisant. Verbalisant zag op twee foto’s een vrouw met een ontbloot bovenlichaam. Haar hoofd en gezicht waren duidelijk herkenbaar in beeld. Verbalisant herkende de borst als dezelfde borst als die van de foto van 18 januari 2023. Hij herkende deze aan de vorm en aan het typische patroon van moedervlekken op en rondom de borst. Een andere foto kwam overeen met de foto van 18 januari 2023. Deze foto was voorzien van de meta-data. Hieruit kon verbalisant opmaken dat deze 28 april 2022 was gemaakt. Er was ook een foto met een afdruk van een paspoort waarop de pasfoto en ID-gegevens van aangeefster [aangever] , geboren [geboortedag] 1999, te zien waren. Verbalisant herkende deze persoon als de vrouw met het ontblote bovenlichaam op de eerder genoemde foto’s. Aangeefster heeft per e-mail twee screenshots van WhatsApp berichten overgelegd. Daarin is het woord “geiligheid” te lezen. Ook is te lezen dat verdachte zijn excuses aanbiedt voor wat er was gebeurd en dat hij haar adviseert een morning afterpil te nemen omdat het condoom heel vol zat. Hij benoemt dat hij een monster was “op dat moment”. Ook vraagt hij om een kans om vergeving. Dwang Om tot een bewezenverklaring van verkrachting te komen, dient te worden vastgesteld dat verdachte door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging daarmee aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Uit de aangifte blijkt dat het geweld en de feitelijkheden uit het volgende hebben bestaan. Verdachte trok aangeefster aan haar onderarmen/polsen mee naar de woonkamer. In de woonkamer duwde hij haar tegen de muur en begon hij aan haar borsten, nek en billen te zitten. Aangeefster zei dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen, maar als ze hem wegduwde, kwam hij terug. Verdachte deed haar blouse en beha uit en sloeg op haar borsten. Aangeefster heeft op dat moment meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen. Verdachte ging echter door. Verdachte pakte haar bij haar haren en trok haar naar de grond totdat ze op haar knieën zat. Hij deed zijn broek en onderbroek een stukje naar beneden en duwde hard met zijn piemel, die stijf was, tegen haar mond totdat zijn piemel in haar mond ging. Hij bewoog met zijn hand haar hoofd heen en weer. Daarna trok hij haar aan haar haren omhoog en duwde hij haar op het bed, waarna hij vaginale seks met haar had. Ondersteunend voor het slaan op de borsten is de verklaring van [getuige] die heeft gezien dat aangeefster blauwe plekken op haar borsten en been had en de foto waarop een blauw-gele verkleuring op de rechterborst is te zien. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, betreft deze foto de borst van aangeefster. Dat aangeefster heeft verklaard dat zij “dacht” dat het van die nacht kwam, leidt niet tot een ander oordeel. Conclusie Op grond van voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht bij en met aangeefster. Aangeefster heeft aangegeven daarvan niet te zijn gediend. Zij heeft verdachte meerdere keren gezegd te stoppen en heeft hem weggeduwd, maar verdachte ging door. Verdachte heeft daarbij geweld gebruikt door haar tegen de muur te duwen, te slaan en aan haar haren te trekken in de richting waarin hij haar wilde hebben. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank verkrachting bewezen.
Volledig
Hij stopte zijn piemel in haar vagina, bewoog die heen en weer en is klaargekomen. Betrouwbaarheid De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen en overweegt daartoe als volgt. Aangeefster heeft op twee momenten een verklaring afgelegd over de door verdachte gepleegde seksuele handelingen. Op 15 december 2022 heeft er een informatief gesprek plaatsgevonden en op 18 januari 2023 heeft zij aangifte gedaan. De rechtbank stelt vast dat het informatief gesprek kort is geweest en aangeefster in grote lijnen haar verhaal heeft gedaan. In de aangifte heeft zij een aanzienlijk meer gedetailleerde verklaring afgelegd. De rechtbank volgt de raadsman in zoverre dat het informatief gesprek en de aangifte niet in alle opzichten met elkaar overeenkomen. De rechtbank is echter van oordeel dat de onderdelen waarop deze verschillen betrekking hebben, niet van zodanig gewicht zijn dat daardoor aan de betrouwbaarheid van de aangifte moet worden getwijfeld. Daarbij weegt mee dat de door de raadsman gesignaleerde discrepanties geen betrekking hebben op de aard en de toedracht van de verweten seksuele handelingen zelf. Met betrekking tot die seksuele handelingen heeft aangeefster immers gedetailleerd en consistent verklaard. De rechtbank heeft geen aanwijzingen aangetroffen dat aangeefster op deze punten niet de waarheid heeft gesproken. De betrouwbaarheid van haar aangifte vindt bovendien steun in andere gegevens in het dossier. Zo heeft zij direct na het incident aan [getuige] verteld wat er was gebeurd en zag hij in welke emotionele gemoedstoestand zij verkeerde. Daarnaast blijkt uit WhatsApp-berichten dat verdachte zich kennelijk seksueel opgewonden (“geil”) voelde en zich daarvoor meerdere keren heeft geëxcuseerd. Deze omstandigheden ondersteunen de lezing van aangeefster. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs en zal deze bij de verdere beoordeling tot uitgangspunt nemen. Juridisch kader Volgens het tweede lid van artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Dit bewijsminimumvoorschrift strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat hij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling betreft de tenlastelegging in haar geheel. Niet is vereist dat elk onderdeel daarvan ook in ander bewijsmateriaal steun vindt. Kenmerkend voor veel zedenzaken is dat het veelal gaat om zaken waarin de feiten zich in het verborgene afspelen en het in de kern gaat om het woord van de aangever tegen dat van verdachte. Volgens de Hoge Raad is niet vereist dat het misbruik of de betrokkenheid van verdachte daarbij, steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar kan het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van de aangever in andere bewijsmiddelen, mits afkomstig van een andere bron, eveneens afdoende zijn. Er mag geen te ver verwijderd verband bestaan tussen de aangifte en het overige gebezigde bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat voldaan is aan het bewijsminimum. De verklaring van aangeefster wordt op cruciale punten ondersteund door de volgende bewijsmiddelen, afkomstig uit andere bronnen. Steunbewijs Getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte aangeefster naar huis zou brengen. Hij maakte zich zorgen en heeft haar wel twintig keer gebeld. Aangeefster nam steeds niet op. Op een gegeven moment belde aangeefster hem huilend op. Verdachte had haar toen al bij haar huis afgezet. Aangeefster is huilend naar hem toegelopen en heeft verteld dat ze was misbruikt en dat ze seks met verdachte moest hebben. Ze moest dingen doen die ze niet wilde doen. [getuige] heeft aangeefster onder de douche gezet. Ze was overstuur en aan het huilen. Ze had blauwe plekken op haar borsten en op haar been. Hij heeft dat een dag later gezien. Aangeefster dacht dat die plekken van die nacht kwamen. Verdachte was die avond heel amicaal. Hij zat aan aangeefster en sloeg haar op haar kont. Op de foto, die het onderzoeksteam op 18 januari 2023 van aangeefster ontving, was op de rechter borst een duidelijke blauw-gele verkleuring links van de tepel te zien. Op de foto is geen hoofd of gezicht te zien. De foto was niet gedateerd en niet voorzien van enige echtheidskenmerken. De advocate van aangeefster heeft digitale foto’s gestuurd aan verbalisant. Verbalisant zag op twee foto’s een vrouw met een ontbloot bovenlichaam. Haar hoofd en gezicht waren duidelijk herkenbaar in beeld. Verbalisant herkende de borst als dezelfde borst als die van de foto van 18 januari 2023. Hij herkende deze aan de vorm en aan het typische patroon van moedervlekken op en rondom de borst. Een andere foto kwam overeen met de foto van 18 januari 2023. Deze foto was voorzien van de meta-data. Hieruit kon verbalisant opmaken dat deze 28 april 2022 was gemaakt. Er was ook een foto met een afdruk van een paspoort waarop de pasfoto en ID-gegevens van aangeefster [aangever] , geboren [geboortedag] 1999, te zien waren. Verbalisant herkende deze persoon als de vrouw met het ontblote bovenlichaam op de eerder genoemde foto’s. Aangeefster heeft per e-mail twee screenshots van WhatsApp berichten overgelegd. Daarin is het woord “geiligheid” te lezen. Ook is te lezen dat verdachte zijn excuses aanbiedt voor wat er was gebeurd en dat hij haar adviseert een morning afterpil te nemen omdat het condoom heel vol zat. Hij benoemt dat hij een monster was “op dat moment”. Ook vraagt hij om een kans om vergeving. Dwang Om tot een bewezenverklaring van verkrachting te komen, dient te worden vastgesteld dat verdachte door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging daarmee aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Uit de aangifte blijkt dat het geweld en de feitelijkheden uit het volgende hebben bestaan. Verdachte trok aangeefster aan haar onderarmen/polsen mee naar de woonkamer. In de woonkamer duwde hij haar tegen de muur en begon hij aan haar borsten, nek en billen te zitten. Aangeefster zei dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen, maar als ze hem wegduwde, kwam hij terug. Verdachte deed haar blouse en beha uit en sloeg op haar borsten. Aangeefster heeft op dat moment meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en dat hij moest stoppen. Verdachte ging echter door. Verdachte pakte haar bij haar haren en trok haar naar de grond totdat ze op haar knieën zat. Hij deed zijn broek en onderbroek een stukje naar beneden en duwde hard met zijn piemel, die stijf was, tegen haar mond totdat zijn piemel in haar mond ging. Hij bewoog met zijn hand haar hoofd heen en weer. Daarna trok hij haar aan haar haren omhoog en duwde hij haar op het bed, waarna hij vaginale seks met haar had. Ondersteunend voor het slaan op de borsten is de verklaring van [getuige] die heeft gezien dat aangeefster blauwe plekken op haar borsten en been had en de foto waarop een blauw-gele verkleuring op de rechterborst is te zien. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, betreft deze foto de borst van aangeefster. Dat aangeefster heeft verklaard dat zij “dacht” dat het van die nacht kwam, leidt niet tot een ander oordeel. Conclusie Op grond van voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht bij en met aangeefster. Aangeefster heeft aangegeven daarvan niet te zijn gediend. Zij heeft verdachte meerdere keren gezegd te stoppen en heeft hem weggeduwd, maar verdachte ging door. Verdachte heeft daarbij geweld gebruikt door haar tegen de muur te duwen, te slaan en aan haar haren te trekken in de richting waarin hij haar wilde hebben. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank verkrachting bewezen.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 23 april 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, door geweld en /of één of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden , [aangever] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten - het (trachten te) (tong)zoenen van die [aangever] en /of - het met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand, betasten van de billen en /of borsten en /of vagina/schaamstreek van die [aangever] en /of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [aangever] en /of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] waarbij dat geweld en /of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte - ( nadat die [aangever] meermaals had aangegeven naar huis te willen) die [aangever] mee heeft genomen naar zijn huis en /of - hierbij meermaals, althans eenmaal tegen die [aangever] heeft gezegd “Nee, je gaat met mij mee naar huis”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of - die [aangever] (met kracht) bij haar pols ( en ) en/of hand(en) heeft gepakt en /of - die [aangever] heeft meegetrokken naar de woonkamer /keuken en /of - die [aangever] tegen de muur heeft geduwd, althans die [aangever] heeft belet weg te gaan en /of - ( hierbij ) tegen die [aangever] te zeggen “Dit is gewoon geil”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of - de bovenkleding van die [aangever] heeft uitgetrokken en /of - ( toen die [aangever] meermaals, althans eenmaal zei dat ze niet wilde ) , meermaals, althans eenmaal (met kracht) op de borst(en) van die [aangever] te slaan en /of - die [aangever] bij haar haren heeft vastgepakt en /of - die [aangever] naar beneden heeft geduwd/getrokken en /of - het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en /of - zijn, verdachtes, penis ( met kracht ) tegen de lippen van die [aangever] heeft geduwd en /of - (met kracht) het hoofd van die [aangever] heen en weer heeft bewogen en /of - die [aangever] op het bed heeft geduwd en /of - ( vervolgens ) de heupen en/of billen van die [aangever] naar boven heeft getrokken ( waardoor zij in ‘Doggy Style’ positie terechtkwam ) en /of - en/of misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [aangever] en /of - ( meermalen ) voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en /of ( aldus ) voor die [aangever] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Verkrachting. 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij dienen de bijzondere voorwaarden te worden opgelegd zoals geadviseerd door de reclassering. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat de eis geen recht doet aan de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop en het reclasseringsadvies. De politie heeft de zaak een jaar en tien maanden laten liggen. Dat moet volgens de raadsman strafmatigend werken. De beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit. Hij heeft na een avond stappen een vriend thuis afgezet en heeft een goede vriendin meegenomen naar zijn woning. Daar heeft hij haar verkracht. Extra pijnlijk is dat het om het zusje van zijn beste vriend ging en dat hij kind aan huis in hun gezin was. Het slachtoffer heeft meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en heeft hem weggeduwd, maar verdachte liet zich daardoor niet weerhouden. Hij was duidelijk uit op het bevredigen van zijn eigen behoeftes, zonder acht te slaan op de weerstand van het slachtoffer. In een van zijn appjes aan het slachtoffer spreekt hij ook van zijn geiligheid en excuseert hij zich voor hetgeen is gebeurd. Door zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Ook in deze zaak is dat het geval, zoals blijkt uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Daaruit komt naar voren dat het slachtoffer zichzelf door hetgeen er is gebeurd is kwijtgeraakt in drankgebruik en zelfverwijt en dat zij EMDR-therapie nodig heeft gehad om zichzelf weer te hervinden. Verdachte is hiervoor verantwoordelijk. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 12 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte op 20 november 2024 een strafbeschikking heeft ontvangen voor rijden onder invloed. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 8 mei 2025 en de retourmelding van de reclassering van 7 april 2026. De raadsman heeft ten aanzien van de retourmelding betoogd dat het Openbaar Ministerie pas op 23 maart 2026 een aanvullend rapport heeft aangevraagd en dat dit niet tot stand is gekomen vanwege de drukke werkzaamheden van verdachte in België in combinatie met het relatief korte tijdsbestek tot aan de zitting. Uit het reclasseringsrapport van 8 mei 2025 komt naar voren dat de reclassering als mogelijke delictgerelateerde factoren de (seksuele) relaties van verdachte, het middelengebruik op de avond van de verdenking en het psychosociaal functioneren ziet. Ook ziet de reclassering enige aanwijzingen van impulsiviteit en seksuele preoccupatie. Verdachte heeft nooit hulpverlening gehad. Hij weet zich daarentegen op praktisch gebied goed staande te houden. Hij heeft een eigen huurwoning en dagbesteding en hij heeft familie en twee goede vrienden die steunend voor hem zijn. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld en het risico op letsel als laag. Het letsel op onttrekken aan voorwaarden kan niet worden ingeschat. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het meewerken aan diagnostiek en ambulante behandeling. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van het feit alleen een gevangenisstraf passend is. De rechtbank zal opleggen een gevangenisstraf van 24 maanden. Hierbij is gekeken naar de LOVS oriëntatiepunten (zoals die golden ten tijde van het delict) voor verkrachting met een beperkte mate van dwang. De rechtbank zal van de gevangenisstraf een deel, te weten 12 maanden, in voorwaardelijke vorm opleggen om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal daaraan de voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Omdat de redelijke termijn niet is geschonden, ziet de rechtbank geen reden voor aftrek zoals door de raadsman verzocht. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 143,37 aan materiële schade en € 5.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 23 april 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, door geweld en /of één of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden , [aangever] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten - het (trachten te) (tong)zoenen van die [aangever] en /of - het met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand, betasten van de billen en /of borsten en /of vagina/schaamstreek van die [aangever] en /of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [aangever] en /of - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] waarbij dat geweld en /of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte - ( nadat die [aangever] meermaals had aangegeven naar huis te willen) die [aangever] mee heeft genomen naar zijn huis en /of - hierbij meermaals, althans eenmaal tegen die [aangever] heeft gezegd “Nee, je gaat met mij mee naar huis”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of - die [aangever] (met kracht) bij haar pols ( en ) en/of hand(en) heeft gepakt en /of - die [aangever] heeft meegetrokken naar de woonkamer /keuken en /of - die [aangever] tegen de muur heeft geduwd, althans die [aangever] heeft belet weg te gaan en /of - ( hierbij ) tegen die [aangever] te zeggen “Dit is gewoon geil”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of - de bovenkleding van die [aangever] heeft uitgetrokken en /of - ( toen die [aangever] meermaals, althans eenmaal zei dat ze niet wilde ) , meermaals, althans eenmaal (met kracht) op de borst(en) van die [aangever] te slaan en /of - die [aangever] bij haar haren heeft vastgepakt en /of - die [aangever] naar beneden heeft geduwd/getrokken en /of - het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en /of - zijn, verdachtes, penis ( met kracht ) tegen de lippen van die [aangever] heeft geduwd en /of - (met kracht) het hoofd van die [aangever] heen en weer heeft bewogen en /of - die [aangever] op het bed heeft geduwd en /of - ( vervolgens ) de heupen en/of billen van die [aangever] naar boven heeft getrokken ( waardoor zij in ‘Doggy Style’ positie terechtkwam ) en /of - en/of misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht t.o.v. die [aangever] en /of - ( meermalen ) voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en /of ( aldus ) voor die [aangever] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Verkrachting. 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij dienen de bijzondere voorwaarden te worden opgelegd zoals geadviseerd door de reclassering. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat de eis geen recht doet aan de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop en het reclasseringsadvies. De politie heeft de zaak een jaar en tien maanden laten liggen. Dat moet volgens de raadsman strafmatigend werken. De beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit. Hij heeft na een avond stappen een vriend thuis afgezet en heeft een goede vriendin meegenomen naar zijn woning. Daar heeft hij haar verkracht. Extra pijnlijk is dat het om het zusje van zijn beste vriend ging en dat hij kind aan huis in hun gezin was. Het slachtoffer heeft meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en heeft hem weggeduwd, maar verdachte liet zich daardoor niet weerhouden. Hij was duidelijk uit op het bevredigen van zijn eigen behoeftes, zonder acht te slaan op de weerstand van het slachtoffer. In een van zijn appjes aan het slachtoffer spreekt hij ook van zijn geiligheid en excuseert hij zich voor hetgeen is gebeurd. Door zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Ook in deze zaak is dat het geval, zoals blijkt uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Daaruit komt naar voren dat het slachtoffer zichzelf door hetgeen er is gebeurd is kwijtgeraakt in drankgebruik en zelfverwijt en dat zij EMDR-therapie nodig heeft gehad om zichzelf weer te hervinden. Verdachte is hiervoor verantwoordelijk. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 12 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte op 20 november 2024 een strafbeschikking heeft ontvangen voor rijden onder invloed. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 8 mei 2025 en de retourmelding van de reclassering van 7 april 2026. De raadsman heeft ten aanzien van de retourmelding betoogd dat het Openbaar Ministerie pas op 23 maart 2026 een aanvullend rapport heeft aangevraagd en dat dit niet tot stand is gekomen vanwege de drukke werkzaamheden van verdachte in België in combinatie met het relatief korte tijdsbestek tot aan de zitting. Uit het reclasseringsrapport van 8 mei 2025 komt naar voren dat de reclassering als mogelijke delictgerelateerde factoren de (seksuele) relaties van verdachte, het middelengebruik op de avond van de verdenking en het psychosociaal functioneren ziet. Ook ziet de reclassering enige aanwijzingen van impulsiviteit en seksuele preoccupatie. Verdachte heeft nooit hulpverlening gehad. Hij weet zich daarentegen op praktisch gebied goed staande te houden. Hij heeft een eigen huurwoning en dagbesteding en hij heeft familie en twee goede vrienden die steunend voor hem zijn. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld en het risico op letsel als laag. Het letsel op onttrekken aan voorwaarden kan niet worden ingeschat. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het meewerken aan diagnostiek en ambulante behandeling. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van het feit alleen een gevangenisstraf passend is. De rechtbank zal opleggen een gevangenisstraf van 24 maanden. Hierbij is gekeken naar de LOVS oriëntatiepunten (zoals die golden ten tijde van het delict) voor verkrachting met een beperkte mate van dwang. De rechtbank zal van de gevangenisstraf een deel, te weten 12 maanden, in voorwaardelijke vorm opleggen om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal daaraan de voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Omdat de redelijke termijn niet is geschonden, ziet de rechtbank geen reden voor aftrek zoals door de raadsman verzocht. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 143,37 aan materiële schade en € 5.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente.
Volledig
Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Zij vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht het smartengeld te matigen. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost niet inhoudelijk is betwist, voldoende onderbouwd en redelijk voorkomt. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de kosten van de huisarts kan worden toegewezen. Dit betreft een bedrag van € 143,37. Smartengeld De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt. De benadeelde is op andere wijze in de persoon aangetast. Door de verkrachting heeft de benadeelde immers geestelijk letsel opgelopen waarvoor zij EMDR-therapie heeft moeten volgen. Daarnaast is door de verkrachting een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank heeft ook gekeken naar de Rotterdamse schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.000,- vaststellen, overeenkomstig het gevorderde. Verdachte is vanaf 23 april 2022 wettelijke rente over het toegewezen smartengeld en vanaf 9 april 2025 over de materiële schade verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het in totaal aan de benadeelde partij toegewezen bedrag (€ 5.143,37) aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres De Dobbe 70-74 in Zwolle; verdachte zal meewerken aan diagnostiek en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij een zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener voor de behandeling geeft; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voornoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: - meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; - meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 143,37 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 en € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 143,37 aan materiële schade en € 5.000,- aan smartengeld. Het bedrag aan materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Het bedrag aan smartengeld wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als deze bedragen niet worden betaald, kunnen 50 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022567250, gesloten op 16 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Verklaring van verdachte op de terechtzitting van 10 april 2026. Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 19-20, 22-25, 27. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 37-38. Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2025. Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-32.
Volledig
Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Zij vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht het smartengeld te matigen. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost niet inhoudelijk is betwist, voldoende onderbouwd en redelijk voorkomt. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de kosten van de huisarts kan worden toegewezen. Dit betreft een bedrag van € 143,37. Smartengeld De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt. De benadeelde is op andere wijze in de persoon aangetast. Door de verkrachting heeft de benadeelde immers geestelijk letsel opgelopen waarvoor zij EMDR-therapie heeft moeten volgen. Daarnaast is door de verkrachting een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank heeft ook gekeken naar de Rotterdamse schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.000,- vaststellen, overeenkomstig het gevorderde. Verdachte is vanaf 23 april 2022 wettelijke rente over het toegewezen smartengeld en vanaf 9 april 2025 over de materiële schade verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het in totaal aan de benadeelde partij toegewezen bedrag (€ 5.143,37) aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres De Dobbe 70-74 in Zwolle; verdachte zal meewerken aan diagnostiek en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij een zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener voor de behandeling geeft; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voornoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: - meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; - meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 143,37 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 en € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 143,37 aan materiële schade en € 5.000,- aan smartengeld. Het bedrag aan materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Het bedrag aan smartengeld wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als deze bedragen niet worden betaald, kunnen 50 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022567250, gesloten op 16 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Verklaring van verdachte op de terechtzitting van 10 april 2026. Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 19-20, 22-25, 27. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 37-38. Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2025. Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-32.