Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-10
ECLI:NL:RBGEL:2026:3190
Civiel recht
Bodemzaak
12,135 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 text/xml public 2026-05-15T12:30:56 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-10 12160276 \ VV EXPL 26-43 Uitspraak Bodemzaak Kort geding NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 text/html public 2026-05-15T12:18:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 Rechtbank Gelderland , 10-04-2026 / 12160276 \ VV EXPL 26-43 Kort geding huurrecht. Kantonrechter wijst de gevorderde ontruiming toe, omdat huurder al jarenlang structureel ernstige (geluids)overlast veroorzaakt. Verhuurder heeft op verschillende manieren, in samenwerking met de bij huurder betrokken hulpverlening, tevergeefs geprobeerd om huurder te bewegen tot aanpassing van zijn gedrag. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12160276 \ VV EXPL 26-43 Vonnis in kort geding van 10 april 2026 in de zaak van WOONSTICHTING DE KERNEN , gevestigd te Hedel, eisende partij, hierna te noemen: De Kernen, gemachtigde: mr. R. Boekhoff, tegen [naam huurder] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de op 1 april 2026 namens De Kernen ingediende productie 5. 1.2. De zaak is mondeling behandeld op 7 april 2026. Verschenen namens De Kernen is [vertegenwoordiger de Kernen] , bijgestaan door mr. Boekhoff. Huurder is verschenen met [ambulant begeleider huurder] , zijn ambulant begeleider. Het eerste deel van de zitting (tot de verbinding verbroken werd en niet tijdig opnieuw tot stand kwam) heeft een Somalische tolk (telefonisch) getolkt. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben met ingang van 28 januari 2010 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning gelegen aan het [adres] te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] (hierna: het gehuurde). Van toepassing op de huurovereenkomst zijn de Algemene huurvoorwaarden (AHV) van De Kernen. 2.2. Artikel 9.1 AHV bepaalt: Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming van woonruimte gebruiken. En artikel 9.4 AHV luidt als volgt: Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt, ook niet door inwonenden, huisdieren of derden. 2.3. Nadat De Kernen vanaf 1 juni 2018 overlastmeldingen heeft ontvangen van omwonenden en zelf in augustus en september 2018 ernstige vervuiling in het gehuurde heeft geconstateerd heeft zij samen met een zorgpartij een gesprek gevoerd met huurder. Partijen hebben vervolgens op 2 oktober 2018 een ‘laatste kans gedragsaanwijzing’ getekend die geldt als allonge bij de huurovereenkomst. Hierin heeft huurder (kort gezegd) afgesproken geen overlast meer te veroorzaken, het gehuurde en de tuin goed te onderhouden en zijn medewerking te verlenen aan zorgverlening. 2.4. Op 30 mei 2023 en 7 juni 2023 heeft een ketenoverleg van de gemeente [gemeentenaam] plaatsgevonden. In het verslag van dit overleg staat het volgende: Meneer heeft een Islamitische achtergrond en is in 2009 uit een plattelandsdorpje in Somalië gevlucht. Heeft daar oorlogstrauma's opgelopen. Hij heeft nog telefonisch contact met zijn moeder. Woont nu in [woonplaats] en wordt onder Beschermd Wonen thuis sinds 2018 begeleid door Line naar Zorg. Geboortedatum onzeker, mogelijk is meneer iets ouder. Glijd af, raakt geïsoleerd waarbij zijn trauma's opspelen die zich uiten in slijm ophoesten/spugen, onverklaarbare lichamelijke klachten, veelvuldig huisartsenbezoek e.d. Begeleiding heeft veel pogingen gedaan om meneer naar dagbesteding te begeleiden. Overdracht naar Osperon is niet gelukt. Meneer kreeg daar ook weinig kansen. Meneer is door RvA met EMDR behandeld voor trauma, mogelijk niet aansluitend bij zijn culturele achtergrond en beperkt door taalbarrière en vermoeden van LVB. [betrokkene 1] ziet wel mogelijkheden op gedragsverandering: aanvankelijk was alleen begeleiding door man met aansluitende achtergrond mogelijk maar nu kennelijk ook door een westerse vrouw als [betrokkene 2] . Er loopt een WLZ aanvraag insteek LVB of GGZ is nog niet duidelijk. Meneer verzorgt zichzelf en zijn woning niet goed, lijkt niet zelfstandig te kunnen wonen. Meneer lijkt niet zelfstandig te kunnen wonen. Communicatie hierover is ook met een tolk moeilijk. (…) Meneer heeft interesse in de natuur. Beschermd wonen in een groene omgeving zou kunnen helpen. Meneer ontleent status aan zijn 'stenen huis' en zal dat niet zomaar willen opgeven. Een maand proef wonen zou mogelijk kunnen helpen. Het lijkt [betrokkene 3] geschikt om na te gaan of hij in de [zorgorganisatie] in [plaatsnaam] terecht kan. [betrokkene 4] is bereid om de huur van zijn woning in [plaatsnaam] een maand door te betalen, zodat hij evt. kan proef wonen. 2.5. Op 11 juli 2025 heeft [bewoner] , bewoner van het [adres] (hierna: [bewoner] ) aan [woonconsulent] , werkzaam als woonconsulent bij De Kernen (hierna: de woonconsulent): Ik denk niet dat je deze omstandigheden langer dan een maand kunt volhouden, dus wat als mijn lijden jarenlang aanhoudt? Alsjeblieft, alsjeblieft, we willen een oplossing. Op 14 juli 2025 heeft [bewoner] de volgende e-mail aan de woonconsulent gestuurd: Ik schrijf u omdat ik graag op de hoogte wil worden gebracht van de laatste ontwikkelingen rondom de oplossing van het probleem waar ik al jaren, en vooral de afgelopen twee jaar, mee te maken heb. Tot op heden lijkt het alsof mijn situatie niet serieus wordt genomen, terwijl dit grote negatieve gevolgen heeft voor mijn gezin, en met name voor mijn kind. Het is voor ons erg belangrijk om te weten of er vooruitgang is geboekt en wat de volgende stappen zijn. Ik verzoek u dringend om mij zo spoedig mogelijk te informeren over de huidige status en eventuele oplossingen die worden overwogen. Ik hoop op een spoedig antwoord, zodat we samen tot een passende oplossing kunnen komen. In reactie hierop heeft de woonconsulent gevraagd of hij meetapparatuur mag komen installeren bij [bewoner] , waarop [bewoner] heeft teruggemaild: Jazeker, maar is deze maatregel voldoende? Ik schrijf u met een dringend verzoek om onmiddellijke interventie in een situatie die al jaren, en vooral de laatste twee jaar, ons gezin ernstig ontwricht. Ondanks eerdere meldingen lijkt er weinig tot geen actie te worden ondernomen, terwijl de overlast alleen maar erger wordt. Mijn vrouw, die oorspronkelijk uit een aardbevingsgebied komt en hier in Nederland een jaar lang traumabehandeling heeft ondergaan om haar PTSS te overwinnen, wordt opnieuw geconfronteerd met ondraaglijke stress. De reden? Een alcoholverslaafde buurman die dagelijks voor overlast zorgt. Mijn vrouw is zo bang dat ze 's avonds niet meer naar de keuken durft. Elke dag moet ze alle benodigdheden voor de maaltijd van ons kind naar de woonkamer slepen, omdat ze zich in de keuken onveilig voelt. **Is dit een normale woonomgeving?** Ik vraag u met klem: **Hoe lang moeten wij nog wachten op een oplossing?** Dit is geen kleine ergernis meer, maar een onleefbare situatie die directe actie vereist. Als u in mijn schoenen stond, zou u dan accepteren dat uw gezin zo moet leven? Ik eis een schriftelijke met: 1. Een concreet actieplan om deze overlast te stoppen. 2. Een tijdlijn voor definitieve oplossingen (zoals verhuizing of ingrijpen bij de buurman). 3. Een gesprek met een verantwoordelijke om dit persoonlijk toe te lichten. Na jaren geduld is onze limiet bereikt. Als ik binnen kort geen helder antwoord ontvang, zie ik mij genoodzaakt juridische stappen te overwegen en dit geval bij de huurcommissie of pers te escaleren. 2.6. Op 4 augustus 2025 heeft [bewoonster] (hierna: [bewoonster] ), bewoonster van het [adres] , de volgende e-mail aan de woonconsulent gestuurd: Ik heb van vrijdag 25 juli 3 geluidsfragmenten waarvan ik er nu 1 bijvoeg. Ter plaatse was het vreselijk hard en ik ben er erg boos om geworden. [de gedaagde huurder] heb ik er kort daarna over aangesproken en hij beweerde dat hij aan het werk was. Wat ik ten stelligste ontkende en dat hij gewoon weer aan het vervelen was.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 text/xml public 2026-05-15T12:30:56 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-10 12160276 \ VV EXPL 26-43 Uitspraak Bodemzaak Kort geding NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 text/html public 2026-05-15T12:18:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3190 Rechtbank Gelderland , 10-04-2026 / 12160276 \ VV EXPL 26-43 Kort geding huurrecht. Kantonrechter wijst de gevorderde ontruiming toe, omdat huurder al jarenlang structureel ernstige (geluids)overlast veroorzaakt. Verhuurder heeft op verschillende manieren, in samenwerking met de bij huurder betrokken hulpverlening, tevergeefs geprobeerd om huurder te bewegen tot aanpassing van zijn gedrag. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12160276 \ VV EXPL 26-43 Vonnis in kort geding van 10 april 2026 in de zaak van WOONSTICHTING DE KERNEN , gevestigd te Hedel, eisende partij, hierna te noemen: De Kernen, gemachtigde: mr. R. Boekhoff, tegen [naam huurder] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de op 1 april 2026 namens De Kernen ingediende productie 5. 1.2. De zaak is mondeling behandeld op 7 april 2026. Verschenen namens De Kernen is [vertegenwoordiger de Kernen] , bijgestaan door mr. Boekhoff. Huurder is verschenen met [ambulant begeleider huurder] , zijn ambulant begeleider. Het eerste deel van de zitting (tot de verbinding verbroken werd en niet tijdig opnieuw tot stand kwam) heeft een Somalische tolk (telefonisch) getolkt. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben met ingang van 28 januari 2010 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning gelegen aan het [adres] te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] (hierna: het gehuurde). Van toepassing op de huurovereenkomst zijn de Algemene huurvoorwaarden (AHV) van De Kernen. 2.2. Artikel 9.1 AHV bepaalt: Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming van woonruimte gebruiken. En artikel 9.4 AHV luidt als volgt: Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt, ook niet door inwonenden, huisdieren of derden. 2.3. Nadat De Kernen vanaf 1 juni 2018 overlastmeldingen heeft ontvangen van omwonenden en zelf in augustus en september 2018 ernstige vervuiling in het gehuurde heeft geconstateerd heeft zij samen met een zorgpartij een gesprek gevoerd met huurder. Partijen hebben vervolgens op 2 oktober 2018 een ‘laatste kans gedragsaanwijzing’ getekend die geldt als allonge bij de huurovereenkomst. Hierin heeft huurder (kort gezegd) afgesproken geen overlast meer te veroorzaken, het gehuurde en de tuin goed te onderhouden en zijn medewerking te verlenen aan zorgverlening. 2.4. Op 30 mei 2023 en 7 juni 2023 heeft een ketenoverleg van de gemeente [gemeentenaam] plaatsgevonden. In het verslag van dit overleg staat het volgende: Meneer heeft een Islamitische achtergrond en is in 2009 uit een plattelandsdorpje in Somalië gevlucht. Heeft daar oorlogstrauma's opgelopen. Hij heeft nog telefonisch contact met zijn moeder. Woont nu in [woonplaats] en wordt onder Beschermd Wonen thuis sinds 2018 begeleid door Line naar Zorg. Geboortedatum onzeker, mogelijk is meneer iets ouder. Glijd af, raakt geïsoleerd waarbij zijn trauma's opspelen die zich uiten in slijm ophoesten/spugen, onverklaarbare lichamelijke klachten, veelvuldig huisartsenbezoek e.d. Begeleiding heeft veel pogingen gedaan om meneer naar dagbesteding te begeleiden. Overdracht naar Osperon is niet gelukt. Meneer kreeg daar ook weinig kansen. Meneer is door RvA met EMDR behandeld voor trauma, mogelijk niet aansluitend bij zijn culturele achtergrond en beperkt door taalbarrière en vermoeden van LVB. [betrokkene 1] ziet wel mogelijkheden op gedragsverandering: aanvankelijk was alleen begeleiding door man met aansluitende achtergrond mogelijk maar nu kennelijk ook door een westerse vrouw als [betrokkene 2] . Er loopt een WLZ aanvraag insteek LVB of GGZ is nog niet duidelijk. Meneer verzorgt zichzelf en zijn woning niet goed, lijkt niet zelfstandig te kunnen wonen. Meneer lijkt niet zelfstandig te kunnen wonen. Communicatie hierover is ook met een tolk moeilijk. (…) Meneer heeft interesse in de natuur. Beschermd wonen in een groene omgeving zou kunnen helpen. Meneer ontleent status aan zijn 'stenen huis' en zal dat niet zomaar willen opgeven. Een maand proef wonen zou mogelijk kunnen helpen. Het lijkt [betrokkene 3] geschikt om na te gaan of hij in de [zorgorganisatie] in [plaatsnaam] terecht kan. [betrokkene 4] is bereid om de huur van zijn woning in [plaatsnaam] een maand door te betalen, zodat hij evt. kan proef wonen. 2.5. Op 11 juli 2025 heeft [bewoner] , bewoner van het [adres] (hierna: [bewoner] ) aan [woonconsulent] , werkzaam als woonconsulent bij De Kernen (hierna: de woonconsulent): Ik denk niet dat je deze omstandigheden langer dan een maand kunt volhouden, dus wat als mijn lijden jarenlang aanhoudt? Alsjeblieft, alsjeblieft, we willen een oplossing. Op 14 juli 2025 heeft [bewoner] de volgende e-mail aan de woonconsulent gestuurd: Ik schrijf u omdat ik graag op de hoogte wil worden gebracht van de laatste ontwikkelingen rondom de oplossing van het probleem waar ik al jaren, en vooral de afgelopen twee jaar, mee te maken heb. Tot op heden lijkt het alsof mijn situatie niet serieus wordt genomen, terwijl dit grote negatieve gevolgen heeft voor mijn gezin, en met name voor mijn kind. Het is voor ons erg belangrijk om te weten of er vooruitgang is geboekt en wat de volgende stappen zijn. Ik verzoek u dringend om mij zo spoedig mogelijk te informeren over de huidige status en eventuele oplossingen die worden overwogen. Ik hoop op een spoedig antwoord, zodat we samen tot een passende oplossing kunnen komen. In reactie hierop heeft de woonconsulent gevraagd of hij meetapparatuur mag komen installeren bij [bewoner] , waarop [bewoner] heeft teruggemaild: Jazeker, maar is deze maatregel voldoende? Ik schrijf u met een dringend verzoek om onmiddellijke interventie in een situatie die al jaren, en vooral de laatste twee jaar, ons gezin ernstig ontwricht. Ondanks eerdere meldingen lijkt er weinig tot geen actie te worden ondernomen, terwijl de overlast alleen maar erger wordt. Mijn vrouw, die oorspronkelijk uit een aardbevingsgebied komt en hier in Nederland een jaar lang traumabehandeling heeft ondergaan om haar PTSS te overwinnen, wordt opnieuw geconfronteerd met ondraaglijke stress. De reden? Een alcoholverslaafde buurman die dagelijks voor overlast zorgt. Mijn vrouw is zo bang dat ze 's avonds niet meer naar de keuken durft. Elke dag moet ze alle benodigdheden voor de maaltijd van ons kind naar de woonkamer slepen, omdat ze zich in de keuken onveilig voelt. **Is dit een normale woonomgeving?** Ik vraag u met klem: **Hoe lang moeten wij nog wachten op een oplossing?** Dit is geen kleine ergernis meer, maar een onleefbare situatie die directe actie vereist. Als u in mijn schoenen stond, zou u dan accepteren dat uw gezin zo moet leven? Ik eis een schriftelijke met: 1. Een concreet actieplan om deze overlast te stoppen. 2. Een tijdlijn voor definitieve oplossingen (zoals verhuizing of ingrijpen bij de buurman). 3. Een gesprek met een verantwoordelijke om dit persoonlijk toe te lichten. Na jaren geduld is onze limiet bereikt. Als ik binnen kort geen helder antwoord ontvang, zie ik mij genoodzaakt juridische stappen te overwegen en dit geval bij de huurcommissie of pers te escaleren. 2.6. Op 4 augustus 2025 heeft [bewoonster] (hierna: [bewoonster] ), bewoonster van het [adres] , de volgende e-mail aan de woonconsulent gestuurd: Ik heb van vrijdag 25 juli 3 geluidsfragmenten waarvan ik er nu 1 bijvoeg. Ter plaatse was het vreselijk hard en ik ben er erg boos om geworden. [de gedaagde huurder] heb ik er kort daarna over aangesproken en hij beweerde dat hij aan het werk was. Wat ik ten stelligste ontkende en dat hij gewoon weer aan het vervelen was.
Volledig
Hij daagde me uit door te vragen of ik problemen met hem had, waarbij ik heb aangeven geen probleem met hem te hebben maar met zijn gedrag. Deze vraag en antwoord herhaalde zich een paar keer en hij is weer naar binnen gegaan. Ik mocht overigens ook bij "zijn werk" in huis komen kijken maar dat heb ik geweigerd. Met hem alleen voelt niet veilig. Uiteindelijk wat later in de middag wilde hij met mij praten. Ik mag van hem niet meer boos tegen hem praten. Dat was nu al de 3e keer volgens hem en dat wil hij niet. En of dat duidelijk was, was zijn vraag. Na veel gepraat heb ik maar aangegeven niet meer boos tegen hem te doen. Ik krijg nu het idee dat het begint te escaleren. Inmiddels praat hij ook niet meer met mij, hoeft ook niet hoor, maar er is wel wat veranderd. Ik hoop dat je iets met het geluidsbestandje kunt. 2.7. Op 10 maart 2026 heeft [bewoonster] de volgende e-mail met overlastklachten over huurder aan de woonconsulent gestuurd: Ik wil nogmaals je aandacht voor de overlast van [de gedaagde huurder] op de [adres] . Inmiddels woon ik al 9 jaar op de [adres] en ook al 9 jaar ervaar ik overlast van mijn buurman. Ik denk dat we ( [bewoner] , De Kernen en ik) inmiddels alles wel uit de kast getrokken hebben en geprobeerd hebben om [de gedaagde huurder] te begrijpen, te helpen en oneindig veel geduld op te brengen. Maar helaas is het tot op heden zonder resultaat. Er is en blijft tot op de dag van vandaag overlast. Hard deuren dicht gooien, hard kloppen op muur of aanrecht in de keuken. Recentelijk heb ik de politie nog gebeld met de melding dat [de gedaagde huurder] rond middernacht aan de straat stond met zijn mobiele speaker, die niet zachtjes stond. Hij stond te kijken alsof hij aan een drukke A2 stond. Ik heb hem, staande in mijn deuropening, gevraagd of hij wel ok was en kreeg geen reactie. Hij liep een keer naar zijn voordeur toe en hij zag me niet eens. Hij was echt onbereikbaar. Na een positief antwoord aan de politie of hij psychische klachten kent, zijn ze langs geweest en hebben hem naar binnen gepraat en dat hij maar lekker moest gaan slapen. Daarnaast is [de gedaagde huurder] in overlast aanwezig door geregeld de politie te melden overlast van [bewoner] te ervaren. Hij draait nu de rollen om. Bij mij rijst inmiddels de vraag wanneer hier een eind aan komt. Ik heb al eens eerder gemeld dat ik door al deze ellende depressief raakte. Ook dit is nog aan de orde van de dag. Ik kan gelukkig, na 16 maanden wachtlijst, eindelijk op 18 maart naar een psycholoog om o.a. hierover te praten en over de bijbehorende angsten. Ik hoop van harte dat er toch snel een oplossing komt, en mocht dat niet mogelijk zijn, dat er voor mij gekeken kan worden voor andere woonruimte. 2.8. De woonconsulent van De Kernen heeft op 17 maart 2026 een schriftelijke verklaring over de situatie van huurder opgesteld, waarin hij het volgende schrijft: (…) Sinds 2018 ben ik betrokken bij de situatie van [huurder] . De situatie toen was dat bewoners uit de omgeving hun zorgen uitte over het gedrag dat meneer in de buurt liet zien. Hij oogde verward en er was een incident waarbij meneer met een mes in zijn hand op de fiets door de wijk heen reed. Tevens gaf hij dagelijks hinder door langdurig met een hamer op de muur te bonken. Zowel politie als De Kernen waren betrokken en het lukte het ons niet om in contact te komen met [huurder] (ook niet in samenwerking). Meneer deed de deur niet open, reageerde telefonisch niet en verscheen ook niet op uitnodigingen. In overleg met de Politie, gemeente [woongemeente] en De Kernen is aan het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CvTB) gevraagd om in contact te komen met [huurder]. Het CvTB is na langdurige inzet in contact gekomen met meneer. Na enige tijd is het ook ambulante zorg vanuit Line naar Zorg aangesloten. De situatie rondom meneer was zorgelijk en hij had de woning vervuild. Er is daarop een samenwerking ontstaan tussen de zorgpartij, de gemeente [woongemeente] , de Politie en De Kernen. Omdat er het beeld ontstond dat meneer mogelijk verstandelijk beperkt zou zijn en er sprake was van trauma's is de zorg geïntensiveerd en is er voor de woning een schoonmaak actie opgezet waarbij de woning schoon is gemaakt en gerenoveerd. Ook de muur is hersteld omdat deze was vernield door het slaan met een hamer. De sporen daarvan waren duidelijk zichtbaar. Ondanks deze inzet bleef meneer hinder geven door op de muren te blijven bonken, hij bleef de buren agressief benaderen, deed meldingen bij de Politie voor de buren, vernielde planten in de tuin van de buren en deponeerde afval in de tuin van de buren. Als meneer hier op aangesproken werd dan ontkende hij. Om te voorkomen dat meneer in zijn kwetsbaarheid verder benadeeld werd is in (overleg met zijn zorgverleners) met meneer een vrijwillige gedragsaanwijzing overeengekomen. Hiermee probeerde we hem meer te brengen naar de zorg die hij bij inschatting van de zorgverleners en gemeente [woongemeente] nodig zou hebben en waarmee de overlast zou stoppen. Daarnaast is er ingezet op herstel in de relatie met de buren door o.a. buurtbemiddeling in te zetten. Dit leek voor even te werken. De buren corrigeerde meneer vaker zelf en probeerde hem ook te betrekken (ze brachten eten tijdens ramadan, hielpen hem als er iets was). Ondanks dit bleef meneer toch hinder veroorzaken. Vanaf 2023 nam de overlast weer toe, werd meneer verbaal agressief naar zijn buren en kregen de zorgverleners beperkt contact met hem. In 2023 is de situatie in een multidisciplinair overleg besproken. Uit dit overleg is voortgekomen dat beschermd wonen thuis onvoldoende geeft om meneer de juiste zorg te kunnen bieden. Omdat er te weinig diagnostiek was om verder te komen is er ingezet om dit te verkrijgen en te bezien wat helpend zal zijn. Ondanks deze inzet bleef de overlast ook in 2024 aanhouden. In 2025 hebben de buren De Kernen aangesproken op haar plicht om het onverstoord woongenot te waarborgen. Dit is gedeeld met de zorgverleners en de gemeente [woongemeente] . Zij gaven aan dat er een mentor is aangesteld en er een traject is opgezet om meneer naar een beschermde woonsetting te brengen. De mentor heeft dit bevestigd en gaf aan dat er geen herstel bij meneer te zien was en er het beeld was ontstaan dat meneer niet in staat is om zelfstandig te wonen zonder intensieve begeleiding op locatie. Gezien de duur hebben wij nog voor 6 maanden onze medewerking gegeven onder de voorwaarde dat er geen nieuwe overlast situaties zouden ontstaan. In januari 2026 maakte de buren opnieuw melding van overlast. Op 2 februari was ik bij de buren thuis geweest voor een gesprek over de hinder en de voortgang. Op het moment dat ik aanwezig was hoorde ik hard en langdurig bonken. Dit leek vanuit de woning van [huurder] af te komen. Ik naar buiten gegaan om het beter te kunnen waarnemen waar het geluid vandaan kwam. Buiten was het geluid beter nog harder. Ik hoorde dat er in de woning van [huurder] op het dakconstructie werd geslagen. Dit leek met een voorwerp te gebeuren gezien het volume. Bewoners van woningen aan de overzijde van de straat kwamen naar mij toe en informeerde mij dat ze dit dagelijks waarnemen. Ik ben daarop naar de woning van [huurder] gegaan. De deurbel werkte niet waarop ik heb aangeklopt. Het kloppen stopte en ik zag dat er iemand langs de gordijnen keek. Ik herkende [huurder]. Op mijn verzoek om de deur te openen en een gesprek aan te gaan reageerde meneer niet. Vervolgens heb ik de mentor en de zorgverleners geïnformeerd en aangegeven dat De Kernen een procedure zal starten. [huurder] heb ik telefonisch nog een keer gesproken. Hij wilde melding maken dat zijn buren geluidsoverlast geven door te slaan op muren en dakconstructie. Toen ik hem confronteerde met mijn bevinding ontkende meneer. En verbrak hij de verbinding. De mentor heeft nog eens om uitstel gevraagd omdat er op korte termijn een beschermde woonvorm zou zijn waar meneer kon gaan wonen. Wij hebben hier mee ingestemd maar na de afgesproken einddatum niets meer vernomen. De buren blijven aangeven dat [huurder] nog bijna dagelijks overlast veroorzaakt. 2.9.
Volledig
Hij daagde me uit door te vragen of ik problemen met hem had, waarbij ik heb aangeven geen probleem met hem te hebben maar met zijn gedrag. Deze vraag en antwoord herhaalde zich een paar keer en hij is weer naar binnen gegaan. Ik mocht overigens ook bij "zijn werk" in huis komen kijken maar dat heb ik geweigerd. Met hem alleen voelt niet veilig. Uiteindelijk wat later in de middag wilde hij met mij praten. Ik mag van hem niet meer boos tegen hem praten. Dat was nu al de 3e keer volgens hem en dat wil hij niet. En of dat duidelijk was, was zijn vraag. Na veel gepraat heb ik maar aangegeven niet meer boos tegen hem te doen. Ik krijg nu het idee dat het begint te escaleren. Inmiddels praat hij ook niet meer met mij, hoeft ook niet hoor, maar er is wel wat veranderd. Ik hoop dat je iets met het geluidsbestandje kunt. 2.7. Op 10 maart 2026 heeft [bewoonster] de volgende e-mail met overlastklachten over huurder aan de woonconsulent gestuurd: Ik wil nogmaals je aandacht voor de overlast van [de gedaagde huurder] op de [adres] . Inmiddels woon ik al 9 jaar op de [adres] en ook al 9 jaar ervaar ik overlast van mijn buurman. Ik denk dat we ( [bewoner] , De Kernen en ik) inmiddels alles wel uit de kast getrokken hebben en geprobeerd hebben om [de gedaagde huurder] te begrijpen, te helpen en oneindig veel geduld op te brengen. Maar helaas is het tot op heden zonder resultaat. Er is en blijft tot op de dag van vandaag overlast. Hard deuren dicht gooien, hard kloppen op muur of aanrecht in de keuken. Recentelijk heb ik de politie nog gebeld met de melding dat [de gedaagde huurder] rond middernacht aan de straat stond met zijn mobiele speaker, die niet zachtjes stond. Hij stond te kijken alsof hij aan een drukke A2 stond. Ik heb hem, staande in mijn deuropening, gevraagd of hij wel ok was en kreeg geen reactie. Hij liep een keer naar zijn voordeur toe en hij zag me niet eens. Hij was echt onbereikbaar. Na een positief antwoord aan de politie of hij psychische klachten kent, zijn ze langs geweest en hebben hem naar binnen gepraat en dat hij maar lekker moest gaan slapen. Daarnaast is [de gedaagde huurder] in overlast aanwezig door geregeld de politie te melden overlast van [bewoner] te ervaren. Hij draait nu de rollen om. Bij mij rijst inmiddels de vraag wanneer hier een eind aan komt. Ik heb al eens eerder gemeld dat ik door al deze ellende depressief raakte. Ook dit is nog aan de orde van de dag. Ik kan gelukkig, na 16 maanden wachtlijst, eindelijk op 18 maart naar een psycholoog om o.a. hierover te praten en over de bijbehorende angsten. Ik hoop van harte dat er toch snel een oplossing komt, en mocht dat niet mogelijk zijn, dat er voor mij gekeken kan worden voor andere woonruimte. 2.8. De woonconsulent van De Kernen heeft op 17 maart 2026 een schriftelijke verklaring over de situatie van huurder opgesteld, waarin hij het volgende schrijft: (…) Sinds 2018 ben ik betrokken bij de situatie van [huurder] . De situatie toen was dat bewoners uit de omgeving hun zorgen uitte over het gedrag dat meneer in de buurt liet zien. Hij oogde verward en er was een incident waarbij meneer met een mes in zijn hand op de fiets door de wijk heen reed. Tevens gaf hij dagelijks hinder door langdurig met een hamer op de muur te bonken. Zowel politie als De Kernen waren betrokken en het lukte het ons niet om in contact te komen met [huurder] (ook niet in samenwerking). Meneer deed de deur niet open, reageerde telefonisch niet en verscheen ook niet op uitnodigingen. In overleg met de Politie, gemeente [woongemeente] en De Kernen is aan het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CvTB) gevraagd om in contact te komen met [huurder]. Het CvTB is na langdurige inzet in contact gekomen met meneer. Na enige tijd is het ook ambulante zorg vanuit Line naar Zorg aangesloten. De situatie rondom meneer was zorgelijk en hij had de woning vervuild. Er is daarop een samenwerking ontstaan tussen de zorgpartij, de gemeente [woongemeente] , de Politie en De Kernen. Omdat er het beeld ontstond dat meneer mogelijk verstandelijk beperkt zou zijn en er sprake was van trauma's is de zorg geïntensiveerd en is er voor de woning een schoonmaak actie opgezet waarbij de woning schoon is gemaakt en gerenoveerd. Ook de muur is hersteld omdat deze was vernield door het slaan met een hamer. De sporen daarvan waren duidelijk zichtbaar. Ondanks deze inzet bleef meneer hinder geven door op de muren te blijven bonken, hij bleef de buren agressief benaderen, deed meldingen bij de Politie voor de buren, vernielde planten in de tuin van de buren en deponeerde afval in de tuin van de buren. Als meneer hier op aangesproken werd dan ontkende hij. Om te voorkomen dat meneer in zijn kwetsbaarheid verder benadeeld werd is in (overleg met zijn zorgverleners) met meneer een vrijwillige gedragsaanwijzing overeengekomen. Hiermee probeerde we hem meer te brengen naar de zorg die hij bij inschatting van de zorgverleners en gemeente [woongemeente] nodig zou hebben en waarmee de overlast zou stoppen. Daarnaast is er ingezet op herstel in de relatie met de buren door o.a. buurtbemiddeling in te zetten. Dit leek voor even te werken. De buren corrigeerde meneer vaker zelf en probeerde hem ook te betrekken (ze brachten eten tijdens ramadan, hielpen hem als er iets was). Ondanks dit bleef meneer toch hinder veroorzaken. Vanaf 2023 nam de overlast weer toe, werd meneer verbaal agressief naar zijn buren en kregen de zorgverleners beperkt contact met hem. In 2023 is de situatie in een multidisciplinair overleg besproken. Uit dit overleg is voortgekomen dat beschermd wonen thuis onvoldoende geeft om meneer de juiste zorg te kunnen bieden. Omdat er te weinig diagnostiek was om verder te komen is er ingezet om dit te verkrijgen en te bezien wat helpend zal zijn. Ondanks deze inzet bleef de overlast ook in 2024 aanhouden. In 2025 hebben de buren De Kernen aangesproken op haar plicht om het onverstoord woongenot te waarborgen. Dit is gedeeld met de zorgverleners en de gemeente [woongemeente] . Zij gaven aan dat er een mentor is aangesteld en er een traject is opgezet om meneer naar een beschermde woonsetting te brengen. De mentor heeft dit bevestigd en gaf aan dat er geen herstel bij meneer te zien was en er het beeld was ontstaan dat meneer niet in staat is om zelfstandig te wonen zonder intensieve begeleiding op locatie. Gezien de duur hebben wij nog voor 6 maanden onze medewerking gegeven onder de voorwaarde dat er geen nieuwe overlast situaties zouden ontstaan. In januari 2026 maakte de buren opnieuw melding van overlast. Op 2 februari was ik bij de buren thuis geweest voor een gesprek over de hinder en de voortgang. Op het moment dat ik aanwezig was hoorde ik hard en langdurig bonken. Dit leek vanuit de woning van [huurder] af te komen. Ik naar buiten gegaan om het beter te kunnen waarnemen waar het geluid vandaan kwam. Buiten was het geluid beter nog harder. Ik hoorde dat er in de woning van [huurder] op het dakconstructie werd geslagen. Dit leek met een voorwerp te gebeuren gezien het volume. Bewoners van woningen aan de overzijde van de straat kwamen naar mij toe en informeerde mij dat ze dit dagelijks waarnemen. Ik ben daarop naar de woning van [huurder] gegaan. De deurbel werkte niet waarop ik heb aangeklopt. Het kloppen stopte en ik zag dat er iemand langs de gordijnen keek. Ik herkende [huurder]. Op mijn verzoek om de deur te openen en een gesprek aan te gaan reageerde meneer niet. Vervolgens heb ik de mentor en de zorgverleners geïnformeerd en aangegeven dat De Kernen een procedure zal starten. [huurder] heb ik telefonisch nog een keer gesproken. Hij wilde melding maken dat zijn buren geluidsoverlast geven door te slaan op muren en dakconstructie. Toen ik hem confronteerde met mijn bevinding ontkende meneer. En verbrak hij de verbinding. De mentor heeft nog eens om uitstel gevraagd omdat er op korte termijn een beschermde woonvorm zou zijn waar meneer kon gaan wonen. Wij hebben hier mee ingestemd maar na de afgesproken einddatum niets meer vernomen. De buren blijven aangeven dat [huurder] nog bijna dagelijks overlast veroorzaakt. 2.9.
Volledig
De gemachtigde van De Kernen heeft huurder op 12 februari 2026 aangeschreven over de overlast die hij veroorzaakt en laten weten dat hierdoor een onhoudbare situatie is ontstaan voor de buren. Een gerechtelijke procedure kon huurder alleen nog voorkomen als hij zou stoppen met het veroorzaken van overlast en zou laten weten wat de stand van zaken is wat betreft de herhuisvesting, aldus de gemachtigde. Deze brief heeft de gemachtigde ook aan de mentor van huurder ( [bewindvoeringsbedrijf] te [plaatsnaam] ) gestuurd. Namens de mentor is hierop in reactie op 16 februari 2026 de volgende e-mail aan de gemachtigde van De Kernen gestuurd: (…) Enkele korte opmerkingen hierbij; d.d. 27-10-2025 is door de Kernen te kennen gegeven dat er een periode van een half jaar zou gelden voor het vinden van een passende zorgplek. Hierop is veel inspanning geleverd, helaas voor alle betrokken niet met het gewenste resultaat. Momenteel vinden extra contactmomenten plaats vanuit begeleidingsinstantie om toe te zien op gemaakte afspraken. De laatste stand is dat er mogelijk een crisisplek beschikbaar is voor [huurder] , de definitieve toewijzing daarvan vindt uiterlijk 25 februari a.s. plaats. Mocht hierover eerder uitsluitsel kunnen worden gegeven dan verneemt u dat per ommegaande. 3 De vordering 3.1. De Kernen vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis, met veroordeling van huurder in de proceskosten. 3.2. De Kernen legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van stelselmatige en langdurige (geluids)overlast door huurder. Er is hierdoor sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen die op basis van de huurovereenkomst op huurder rusten. Aannemelijk is dat op basis daarvan in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Er is geen reëel uitzicht op verbetering. De hulpverlening die betrokken is bij huurder is al lange tijd tevergeefs op zoek naar een geschikte vervangende zorgplek. De inmiddels betrokken mentor van huurder heeft tot nu toe ook geen oplossing kunnen vinden. De situatie voor de buren is onhoudbaar geworden. Gelet op hun (woon)belang kan De Kernen nu niet anders dan ontruiming van het gehuurde vorderen, zo stelt zij. 4 De beoordeling De Kernen heeft een spoedeisend belang 4.1. Voor een vordering in kort geding is vereist dat sprake is van een spoedeisende zaak, gelet op de belangen van partijen. De Kernen heeft een spoedeisend belang op basis van haar stelling dat de situatie voor de buren van huurder, jegens wie zij (eveneens) een zorgplicht heeft, onhoudbaar is geworden. Zij kan daarom worden ontvangen in haar vordering. Huurder moet het gehuurde ontruimen 4.2. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.3. Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding is slechts plaats als met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van verhuurder bij de gevorderde ontruiming moet prevaleren boven het belang van huurder om het gebruik van het gehuurde voort te zetten. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat een veroordeling tot ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening veelal een definitief karakter heeft. Terughoudendheid van de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening gerechtvaardigd is, is dan ook geboden. 4.4. Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat De Kernen op basis van de overgelegde e-mails, gespreksverslagen, de verklaring van de woonconsulent en de geluidsfragmenten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat huurder al jarenlang structureel ernstige (geluids)overlast veroorzaakt. Huurder heeft dan ook niet voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 9.1 en 9.4 AHV (en de verplichting als overeengekomen in de gedragsaanwijzing) om het gehuurde als een goed huurder te gebruiken en geen overlast te veroorzaken en de verplichting op grond van artikel 7:213 BW om zich als goed huurder te gedragen. 4.6. Huurder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of betekenis de gevorderde ontruiming niet rechtvaardigt. Hij heeft weliswaar verklaard dat hij juist overlast ondervindt van de buren in plaats van andersom, maar heeft die stelling niet nader onderbouwd. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming aan de zijde van huurder dat in een bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. 4.7. Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van De Kernen bij ontruiming en anderzijds het belang van huurder bij het voortzetten van de huur. Hoewel ook het woonbelang van huurder bij het gebruik van het gehuurde groot is, zeker gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van De Kernen in dit geval zwaarder moet wegen. De Kernen heeft als verhuurder niet alleen een verantwoordelijkheid tegenover huurder, maar ook tegenover omwonenden, die ook van haar huren. Een van de taken van De Kernen is het zorgen voor een rustig en veilig woongenot van haar huurders. Zij is gehouden om bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurten en wijken waar haar woongelegenheden gelegen zijn. Nu De Kernen gedurende lange tijd veelvuldig is geconfronteerd met ernstige klachten van omwonenden, is zij gehouden om stappen te ondernemen om aan die situatie een einde te maken. De Kernen heeft de afgelopen jaren op verschillende manieren, in samenwerking met de bij huurder betrokken hulpverlening, geprobeerd om huurder te bewegen tot aanpassing van zijn gedrag. Deze pogingen zijn echter tevergeefs geweest. In 2018 is een laatste kans gedragsaanwijzing opgesteld. Deze gedragsaanwijzing heeft er echter niet voor gezorgd dat de overlast is gestopt. Vanaf 2023 is de overlast zelfs weer toegenomen. Hierdoor zijn bij de buren de bij hen al aanwezige gevoelens van hulpeloosheid, ontwrichting en angst verergerd. De bij huurder betrokken zorgverleners hebben ook geconcludeerd dat huurder niet in staat is zelfstandig te wonen en naar een beschermde woonvorm zou moeten verhuizen. Er is sprake van een onhoudbare situatie voor omwonenden en geen zicht op enige verbetering. In deze omstandigheden kan van De Kernen niet langer gevergd worden aan huurder nog langer het huurgenot te verschaffen, terwijl het woongenot van de buren van huurder al jarenlang wordt verstoord door de overlast die huurder veroorzaakt. Huurder heeft tijdens de mondelinge behandeling overigens zelf ook te kennen gegeven dat hij niet meer fijn woont in het gehuurde en graag naar een andere plek zou verhuizen. Zijn ambulant begeleider heeft in dit verband aangegeven, zoals ook uit te stukken blijkt, dat naarstig gezocht wordt naar een woonplek binnen de setting van begeleid wonen, omdat zelfstandig wonen niet langer haalbaar blijkt. 4.8.
Volledig
De gemachtigde van De Kernen heeft huurder op 12 februari 2026 aangeschreven over de overlast die hij veroorzaakt en laten weten dat hierdoor een onhoudbare situatie is ontstaan voor de buren. Een gerechtelijke procedure kon huurder alleen nog voorkomen als hij zou stoppen met het veroorzaken van overlast en zou laten weten wat de stand van zaken is wat betreft de herhuisvesting, aldus de gemachtigde. Deze brief heeft de gemachtigde ook aan de mentor van huurder ( [bewindvoeringsbedrijf] te [plaatsnaam] ) gestuurd. Namens de mentor is hierop in reactie op 16 februari 2026 de volgende e-mail aan de gemachtigde van De Kernen gestuurd: (…) Enkele korte opmerkingen hierbij; d.d. 27-10-2025 is door de Kernen te kennen gegeven dat er een periode van een half jaar zou gelden voor het vinden van een passende zorgplek. Hierop is veel inspanning geleverd, helaas voor alle betrokken niet met het gewenste resultaat. Momenteel vinden extra contactmomenten plaats vanuit begeleidingsinstantie om toe te zien op gemaakte afspraken. De laatste stand is dat er mogelijk een crisisplek beschikbaar is voor [huurder] , de definitieve toewijzing daarvan vindt uiterlijk 25 februari a.s. plaats. Mocht hierover eerder uitsluitsel kunnen worden gegeven dan verneemt u dat per ommegaande. 3 De vordering 3.1. De Kernen vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis, met veroordeling van huurder in de proceskosten. 3.2. De Kernen legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van stelselmatige en langdurige (geluids)overlast door huurder. Er is hierdoor sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen die op basis van de huurovereenkomst op huurder rusten. Aannemelijk is dat op basis daarvan in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Er is geen reëel uitzicht op verbetering. De hulpverlening die betrokken is bij huurder is al lange tijd tevergeefs op zoek naar een geschikte vervangende zorgplek. De inmiddels betrokken mentor van huurder heeft tot nu toe ook geen oplossing kunnen vinden. De situatie voor de buren is onhoudbaar geworden. Gelet op hun (woon)belang kan De Kernen nu niet anders dan ontruiming van het gehuurde vorderen, zo stelt zij. 4 De beoordeling De Kernen heeft een spoedeisend belang 4.1. Voor een vordering in kort geding is vereist dat sprake is van een spoedeisende zaak, gelet op de belangen van partijen. De Kernen heeft een spoedeisend belang op basis van haar stelling dat de situatie voor de buren van huurder, jegens wie zij (eveneens) een zorgplicht heeft, onhoudbaar is geworden. Zij kan daarom worden ontvangen in haar vordering. Huurder moet het gehuurde ontruimen 4.2. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.3. Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding is slechts plaats als met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van verhuurder bij de gevorderde ontruiming moet prevaleren boven het belang van huurder om het gebruik van het gehuurde voort te zetten. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat een veroordeling tot ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening veelal een definitief karakter heeft. Terughoudendheid van de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening gerechtvaardigd is, is dan ook geboden. 4.4. Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat De Kernen op basis van de overgelegde e-mails, gespreksverslagen, de verklaring van de woonconsulent en de geluidsfragmenten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat huurder al jarenlang structureel ernstige (geluids)overlast veroorzaakt. Huurder heeft dan ook niet voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 9.1 en 9.4 AHV (en de verplichting als overeengekomen in de gedragsaanwijzing) om het gehuurde als een goed huurder te gebruiken en geen overlast te veroorzaken en de verplichting op grond van artikel 7:213 BW om zich als goed huurder te gedragen. 4.6. Huurder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of betekenis de gevorderde ontruiming niet rechtvaardigt. Hij heeft weliswaar verklaard dat hij juist overlast ondervindt van de buren in plaats van andersom, maar heeft die stelling niet nader onderbouwd. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming aan de zijde van huurder dat in een bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. 4.7. Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van De Kernen bij ontruiming en anderzijds het belang van huurder bij het voortzetten van de huur. Hoewel ook het woonbelang van huurder bij het gebruik van het gehuurde groot is, zeker gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van De Kernen in dit geval zwaarder moet wegen. De Kernen heeft als verhuurder niet alleen een verantwoordelijkheid tegenover huurder, maar ook tegenover omwonenden, die ook van haar huren. Een van de taken van De Kernen is het zorgen voor een rustig en veilig woongenot van haar huurders. Zij is gehouden om bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurten en wijken waar haar woongelegenheden gelegen zijn. Nu De Kernen gedurende lange tijd veelvuldig is geconfronteerd met ernstige klachten van omwonenden, is zij gehouden om stappen te ondernemen om aan die situatie een einde te maken. De Kernen heeft de afgelopen jaren op verschillende manieren, in samenwerking met de bij huurder betrokken hulpverlening, geprobeerd om huurder te bewegen tot aanpassing van zijn gedrag. Deze pogingen zijn echter tevergeefs geweest. In 2018 is een laatste kans gedragsaanwijzing opgesteld. Deze gedragsaanwijzing heeft er echter niet voor gezorgd dat de overlast is gestopt. Vanaf 2023 is de overlast zelfs weer toegenomen. Hierdoor zijn bij de buren de bij hen al aanwezige gevoelens van hulpeloosheid, ontwrichting en angst verergerd. De bij huurder betrokken zorgverleners hebben ook geconcludeerd dat huurder niet in staat is zelfstandig te wonen en naar een beschermde woonvorm zou moeten verhuizen. Er is sprake van een onhoudbare situatie voor omwonenden en geen zicht op enige verbetering. In deze omstandigheden kan van De Kernen niet langer gevergd worden aan huurder nog langer het huurgenot te verschaffen, terwijl het woongenot van de buren van huurder al jarenlang wordt verstoord door de overlast die huurder veroorzaakt. Huurder heeft tijdens de mondelinge behandeling overigens zelf ook te kennen gegeven dat hij niet meer fijn woont in het gehuurde en graag naar een andere plek zou verhuizen. Zijn ambulant begeleider heeft in dit verband aangegeven, zoals ook uit te stukken blijkt, dat naarstig gezocht wordt naar een woonplek binnen de setting van begeleid wonen, omdat zelfstandig wonen niet langer haalbaar blijkt. 4.8.