Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-15
ECLI:NL:RBGEL:2026:3185
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,747 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 text/xml public 2026-04-30T13:27:17 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-15 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 text/html public 2026-04-30T13:26:35 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 Rechtbank Gelderland , 15-04-2026 / 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Verzoek om doorhaling door eiser. Gedaagde wenst beslissing over de proceskosten. Kantonrechter veroordeelt eiser in de proceskosten. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht Riverty GmbH , h.o.d.n. Riverty, voorheen genaamd Arvato Payment Solutions GmbH, rechtsopvolger onder algemene titel van Arvato Finance B.V, h.o.d.n. Afterpay, gevestigd te Verl (Duitsland), eisende partij, hierna te noemen: Riverty, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de akte van royement van Riverty - de akte reactie op akte royement van [de gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Het geschil 2.1. In deze procedure, waarin Riverty aanvankelijk van [de gedaagde] betaling van € 687,11 heeft gevorderd, te vermeerderen met rente en kosten, heeft Riverty om royement van de procedure verzocht. 2.2. [de gedaagde] heeft in zijn reactie bericht dat hij persisteert bij zijn verzoek om vergoeding van zijn proceskosten. 3 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 3.1. Het gaat in het onderhavige geval om een zaak met internationale aspecten. De gedaagde partij is woonachtig in Nederland en de eisende partij is een rechtspersoon naar buitenlands recht, gevestigd in Duitsland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van de Brussel I bis-Verordening. Het geschil betreft een burgerlijke en handelszaak als bedoeld in artikel 1 van die verordening. Volgens artikel 17 jo. artikel 18 van die verordening is de rechter van het land van de woonplaats van de consument bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Dat betekent in het onderhavige geval dat de Nederlandse rechter bevoegd is. 3.2. Initieel heeft Riverty aan haar vorderingen een overeenkomst ten grondslag gelegd waarin een rechtskeuze is gemaakt voor Nederlands recht. Deze rechtskeuze is als zodanig niet door [de gedaagde] weersproken. Ondanks dat [de gedaagde] heeft betwist een overeenkomst met Riverty te zijn aangegaan, is de kantonrechter bij deze stand van zaken van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is. De inhoudelijke beoordeling 3.3. Riverty heeft verzocht om royement van de procedure. De kantonrechter overweegt dat een eisende partij de vordering niet meer kan intrekken na de eerste rolzitting. Om doorhaling van de procedure kan dan alleen worden gevraagd op grond van artikel 246 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Doorhaling op de rol kan echter uitsluitend plaatsvinden als beide partijen daarmee instemmen. [de gedaagde] concludeert in zijn akte reactie op de akte van royement “tot royement van de procedure, met vergoeding van de proceskosten ten laste van Riverty”. Hieruit begrijpt de kantonrechter dat [de gedaagde] een beslissing wenst over de proceskosten en dus in feite niet instemt met het verzoek om doorhaling. De kantonrechter kan daarom niet overgaan tot doorhaling en vat de akte van royement van Riverty op als een mededeling dat zij haar vordering intrekt. Op die vordering hoeft dan ook niet meer te worden beslist. 3.4. Vervolgens dient de kantonrechter wel een beslissing te nemen over de proceskosten. Op grond van artikel 237 Rv wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. De rechter kan kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. De proceskosten van [de gedaagde] zijn veroorzaakt door het aanhangig maken van de vordering door Riverty, terwijl zij ondertussen geen beslissing meer wenst over de vordering. Zij heeft deze kosten dus nodeloos veroorzaakt en daarom moet zij deze kosten betalen. 3.5. Riverty stelt dat [de gedaagde] in persoon procedeert en daarom geen kosten heeft gemaakt, maar dat klopt niet. [de gedaagde] wordt in deze procedure immers bijgestaan door een gemachtigde (mr. Van de Waarsenburg), die de conclusie van antwoord en de akte in reactie op de akte van royement namens [de gedaagde] heeft ingediend. De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 216,00 (1,5 punt × € 144,00) - nakosten € 72,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 288,00 4. De beslissing De kantonrechter 4.1. veroordeelt Riverty in de proceskosten van [de gedaagde] van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Riverty niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026. 41245 \ 51588
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 text/xml public 2026-04-30T13:27:17 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-15 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 text/html public 2026-04-30T13:26:35 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3185 Rechtbank Gelderland , 15-04-2026 / 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Verzoek om doorhaling door eiser. Gedaagde wenst beslissing over de proceskosten. Kantonrechter veroordeelt eiser in de proceskosten. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12015314 \ CV EXPL 25-10044 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht Riverty GmbH , h.o.d.n. Riverty, voorheen genaamd Arvato Payment Solutions GmbH, rechtsopvolger onder algemene titel van Arvato Finance B.V, h.o.d.n. Afterpay, gevestigd te Verl (Duitsland), eisende partij, hierna te noemen: Riverty, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de akte van royement van Riverty - de akte reactie op akte royement van [de gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Het geschil 2.1. In deze procedure, waarin Riverty aanvankelijk van [de gedaagde] betaling van € 687,11 heeft gevorderd, te vermeerderen met rente en kosten, heeft Riverty om royement van de procedure verzocht. 2.2. [de gedaagde] heeft in zijn reactie bericht dat hij persisteert bij zijn verzoek om vergoeding van zijn proceskosten. 3 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 3.1. Het gaat in het onderhavige geval om een zaak met internationale aspecten. De gedaagde partij is woonachtig in Nederland en de eisende partij is een rechtspersoon naar buitenlands recht, gevestigd in Duitsland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van de Brussel I bis-Verordening. Het geschil betreft een burgerlijke en handelszaak als bedoeld in artikel 1 van die verordening. Volgens artikel 17 jo. artikel 18 van die verordening is de rechter van het land van de woonplaats van de consument bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Dat betekent in het onderhavige geval dat de Nederlandse rechter bevoegd is. 3.2. Initieel heeft Riverty aan haar vorderingen een overeenkomst ten grondslag gelegd waarin een rechtskeuze is gemaakt voor Nederlands recht. Deze rechtskeuze is als zodanig niet door [de gedaagde] weersproken. Ondanks dat [de gedaagde] heeft betwist een overeenkomst met Riverty te zijn aangegaan, is de kantonrechter bij deze stand van zaken van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is. De inhoudelijke beoordeling 3.3. Riverty heeft verzocht om royement van de procedure. De kantonrechter overweegt dat een eisende partij de vordering niet meer kan intrekken na de eerste rolzitting. Om doorhaling van de procedure kan dan alleen worden gevraagd op grond van artikel 246 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Doorhaling op de rol kan echter uitsluitend plaatsvinden als beide partijen daarmee instemmen. [de gedaagde] concludeert in zijn akte reactie op de akte van royement “tot royement van de procedure, met vergoeding van de proceskosten ten laste van Riverty”. Hieruit begrijpt de kantonrechter dat [de gedaagde] een beslissing wenst over de proceskosten en dus in feite niet instemt met het verzoek om doorhaling. De kantonrechter kan daarom niet overgaan tot doorhaling en vat de akte van royement van Riverty op als een mededeling dat zij haar vordering intrekt. Op die vordering hoeft dan ook niet meer te worden beslist. 3.4. Vervolgens dient de kantonrechter wel een beslissing te nemen over de proceskosten. Op grond van artikel 237 Rv wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. De rechter kan kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. De proceskosten van [de gedaagde] zijn veroorzaakt door het aanhangig maken van de vordering door Riverty, terwijl zij ondertussen geen beslissing meer wenst over de vordering. Zij heeft deze kosten dus nodeloos veroorzaakt en daarom moet zij deze kosten betalen. 3.5. Riverty stelt dat [de gedaagde] in persoon procedeert en daarom geen kosten heeft gemaakt, maar dat klopt niet. [de gedaagde] wordt in deze procedure immers bijgestaan door een gemachtigde (mr. Van de Waarsenburg), die de conclusie van antwoord en de akte in reactie op de akte van royement namens [de gedaagde] heeft ingediend. De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 216,00 (1,5 punt × € 144,00) - nakosten € 72,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 288,00 4. De beslissing De kantonrechter 4.1. veroordeelt Riverty in de proceskosten van [de gedaagde] van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Riverty niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026. 41245 \ 51588