Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-14
ECLI:NL:RBGEL:2026:3184
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,124 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 text/xml public 2026-05-07T11:32:45 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-14 12129926 \ VV EXPL 26-32 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 text/html public 2026-05-07T11:32:26 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 Rechtbank Gelderland , 14-04-2026 / 12129926 \ VV EXPL 26-32 Huurzaak. Kort geding ontruiming. Huurder moet woning ontruimen omdat sprake is van een huurachterstand van drie maanden. Ook eerder sprake van slecht betaalgedrag van huurder en nalaten tijdig een energiecontract af te sluiten. Belangenafweging valt uit in voordeel verhuurder. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12129926 \ VV EXPL 26-32 Vonnis in kort geding van 14 april 2026 in de zaak van [naam verhuurder] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: verhuurder, gemachtigde: mr. K. Klaasen, tegen [naam huurder] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de namens verhuurder ingediende aanvullende producties 14 tot en met 17. 1.2. De zaak is mondeling behandeld op 31 maart 2026. Verschenen zijn verhuurder, bijgestaan door mr. Klaasen, en huurder (met zijn vader). De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 1.3. Tot slot is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Verhuurder is eigenaar van de onroerende zaak aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: het appartement) en van de parkeerplaats in de parkeerkelder ‘ [naam] ’ [parkeervak] aan de [adres] , kadastraal bekend [kadasterkenmerken] (hierna: de parkeerplaats). 2.2. Partijen hebben op 27 november 2016 twee huurovereenkomsten gesloten op basis waarvan huurder vanaf 1 januari 2017 het appartement en de parkeerplaats huurt van verhuurder, eerst voor twaalf maanden en daarna voor onbepaalde tijd. Op de huurovereenkomst ten aanzien van het appartement zijn van toepassing de Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte (AHV). 2.3. In de huurovereenkomst voor het appartement zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 2.1 Het gehuurde is uitsluitend en alleen bestemd om te worden gebruikt als woonhuis door huurder. Huurder is verplicht het gehuurde gedurende de huurperiode zelf (al dan niet met gezin) te bewonen en er voortdurend zijn/haar hoofdverblijf te hebben. (…) 5.1 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de woning in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op het hierna te noemen bankrekeningnummer ten name van verhuurder. Huurder zal zich bij betaling niet beroepen op verrekening, tenzij de rechter hem daartoe heeft gemachtigd. (…) 10.3 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de woning in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op bankrekeningnummer […] (…) 10.6 Voor het appartement is een eigen aansluiting voor de nutsvoorzieningen gerealiseerd. Het maandelijks voorschotbedrag op de kosten voor leveringen en diensten (gas, elektra en water) wordt door huurder rechtstreeks aan de nutsbedrijven voldaan. (…) (…) 15.1 Indien huurder in gebreke blijft met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust, en daardoor door verhuurder gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van huurder. 15.2 De ingevolge dit artikel door huurder aan verhuurder te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat verhuurder haar vordering op huurder uit handen geeft. (…) 17.2 Alle buitengerechtelijke kosten, die de ene partij maakt in geval de andere partij tekort schiet in de nakoming van haar verplichtingen uit deze overeenkomst, zijn voor rekening van die andere partij. (…) 17.6 Huurder is verplicht verhuurder of diens gemachtigden te allen tijde in het gehuurde toe te laten teneinde zich van de behoorlijke naleving van zijn verplichtingen te kunnen overtuigen, zomede toegang te verschaffen aan al diegenen die met hun hulpmiddelen en materialen die door verhuurder zijn belast met het verrichten van werkzaamheden aan het gehuurde, een en ander in overleg met huurder. 2.4. In de AHV zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 20.3 Indien een van partijen toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van enige verplichting welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op haar rust en de andere partij daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moet nemen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de tekortschietende partij. 20.4 Ingeval het tekortschieten bestaat uit de niet tijdige betaling van een geldsom en in verband met de incassering daarvan buitengerechtelijke kosten moeten worden gemaakt, worden deze hierbij bepaald op tenminste 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van€. 125,-. Ingeval de buitengerechtelijke incasso door een gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw geschiedt, worden deze bedragen vermeerderd met de door verhuurder aan zijn gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw over de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigde omzetbelasting. 2.5. In de huurovereenkomst voor de parkeerplaats zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 3.3 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de parkeerplaats in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op bankrekeningnummer […] ten name van verhuurder. (…) Artikel 7 Het in gebreke zijn van huurder 7.1 Indien huurder in gebreke blijft met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust, en daardoor door verhuurder gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van huurder. 7.2 De ingevolge dit artikel door huurder aan verhuurder te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat verhuurder haar vordering op huurder uit handen geeft. 2.6. De huidige (huur)prijs (inclusief voorschot servicekosten) voor het appartement en de parkeerplaats samen bedraagt € 1.392,74 per maand. 2.7. Huurder heeft de huurpenningen over de maanden januari, februari en maart 2026 geheel onbetaald gelaten. 2.8. Verhuurder heeft huurder per aangetekende brief van 2 februari 2026 in gebreke gesteld ten aanzien van de huurpenningen over de maand januari 2026. Bij aangetekende brief van 17 februari 2026 heeft hij hem ( nogmaals) gesommeerd om tot betaling van de huurpenningen over januari en februari 2026 over te gaan. 2.9. Uit de brief van Liander van 23 februari 2026 aan de bewoner(s) van het appartement volgt dat huurder geen leveringscontract met een energieleverancier heeft gesloten en dat Liander hem voor de laatste keer in de gelegenheid stelt een contract te sluiten binnen twee weken na dagtekening van de brief. Als huurder dat niet doet, wordt het appartement afgesloten van gas en stroom, aldus Liander in de brief. 3 Het geschil 3.1. Verhuurder vordert samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, huurder veroordeelt tot: ontruiming van het appartement en de parkeerplaats; betaling van een bedrag van € 4.936,56 (€ 4.178,22 aan achterstallige huur en € 758,34 aan buitengerechtelijke incassokosten) aan verhuurder; betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de eventueel verschuldigde wettelijke rente. 3.2. Verhuurder legt aan de vordering tot ontruiming ten grondslag dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomsten zal worden overgegaan. Er is namelijk sprake van een aantal tekortkomingen van huurder in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomsten.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 text/xml public 2026-05-07T11:32:45 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-14 12129926 \ VV EXPL 26-32 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 text/html public 2026-05-07T11:32:26 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3184 Rechtbank Gelderland , 14-04-2026 / 12129926 \ VV EXPL 26-32 Huurzaak. Kort geding ontruiming. Huurder moet woning ontruimen omdat sprake is van een huurachterstand van drie maanden. Ook eerder sprake van slecht betaalgedrag van huurder en nalaten tijdig een energiecontract af te sluiten. Belangenafweging valt uit in voordeel verhuurder. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12129926 \ VV EXPL 26-32 Vonnis in kort geding van 14 april 2026 in de zaak van [naam verhuurder] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: verhuurder, gemachtigde: mr. K. Klaasen, tegen [naam huurder] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: huurder, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de namens verhuurder ingediende aanvullende producties 14 tot en met 17. 1.2. De zaak is mondeling behandeld op 31 maart 2026. Verschenen zijn verhuurder, bijgestaan door mr. Klaasen, en huurder (met zijn vader). De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 1.3. Tot slot is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Verhuurder is eigenaar van de onroerende zaak aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: het appartement) en van de parkeerplaats in de parkeerkelder ‘ [naam] ’ [parkeervak] aan de [adres] , kadastraal bekend [kadasterkenmerken] (hierna: de parkeerplaats). 2.2. Partijen hebben op 27 november 2016 twee huurovereenkomsten gesloten op basis waarvan huurder vanaf 1 januari 2017 het appartement en de parkeerplaats huurt van verhuurder, eerst voor twaalf maanden en daarna voor onbepaalde tijd. Op de huurovereenkomst ten aanzien van het appartement zijn van toepassing de Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte (AHV). 2.3. In de huurovereenkomst voor het appartement zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 2.1 Het gehuurde is uitsluitend en alleen bestemd om te worden gebruikt als woonhuis door huurder. Huurder is verplicht het gehuurde gedurende de huurperiode zelf (al dan niet met gezin) te bewonen en er voortdurend zijn/haar hoofdverblijf te hebben. (…) 5.1 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de woning in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op het hierna te noemen bankrekeningnummer ten name van verhuurder. Huurder zal zich bij betaling niet beroepen op verrekening, tenzij de rechter hem daartoe heeft gemachtigd. (…) 10.3 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de woning in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op bankrekeningnummer […] (…) 10.6 Voor het appartement is een eigen aansluiting voor de nutsvoorzieningen gerealiseerd. Het maandelijks voorschotbedrag op de kosten voor leveringen en diensten (gas, elektra en water) wordt door huurder rechtstreeks aan de nutsbedrijven voldaan. (…) (…) 15.1 Indien huurder in gebreke blijft met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust, en daardoor door verhuurder gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van huurder. 15.2 De ingevolge dit artikel door huurder aan verhuurder te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat verhuurder haar vordering op huurder uit handen geeft. (…) 17.2 Alle buitengerechtelijke kosten, die de ene partij maakt in geval de andere partij tekort schiet in de nakoming van haar verplichtingen uit deze overeenkomst, zijn voor rekening van die andere partij. (…) 17.6 Huurder is verplicht verhuurder of diens gemachtigden te allen tijde in het gehuurde toe te laten teneinde zich van de behoorlijke naleving van zijn verplichtingen te kunnen overtuigen, zomede toegang te verschaffen aan al diegenen die met hun hulpmiddelen en materialen die door verhuurder zijn belast met het verrichten van werkzaamheden aan het gehuurde, een en ander in overleg met huurder. 2.4. In de AHV zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 20.3 Indien een van partijen toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van enige verplichting welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op haar rust en de andere partij daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moet nemen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de tekortschietende partij. 20.4 Ingeval het tekortschieten bestaat uit de niet tijdige betaling van een geldsom en in verband met de incassering daarvan buitengerechtelijke kosten moeten worden gemaakt, worden deze hierbij bepaald op tenminste 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van€. 125,-. Ingeval de buitengerechtelijke incasso door een gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw geschiedt, worden deze bedragen vermeerderd met de door verhuurder aan zijn gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw over de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigde omzetbelasting. 2.5. In de huurovereenkomst voor de parkeerplaats zijn onder andere de volgende artikelen opgenomen: 3.3 Huurder voldoet de te betalen prijs voor de parkeerplaats in zijn geheel, bij vooruitbetaling, uiterlijk de eerste van de maand door overmaking van het verschuldigde bedrag op bankrekeningnummer […] ten name van verhuurder. (…) Artikel 7 Het in gebreke zijn van huurder 7.1 Indien huurder in gebreke blijft met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust, en daardoor door verhuurder gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van huurder. 7.2 De ingevolge dit artikel door huurder aan verhuurder te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat verhuurder haar vordering op huurder uit handen geeft. 2.6. De huidige (huur)prijs (inclusief voorschot servicekosten) voor het appartement en de parkeerplaats samen bedraagt € 1.392,74 per maand. 2.7. Huurder heeft de huurpenningen over de maanden januari, februari en maart 2026 geheel onbetaald gelaten. 2.8. Verhuurder heeft huurder per aangetekende brief van 2 februari 2026 in gebreke gesteld ten aanzien van de huurpenningen over de maand januari 2026. Bij aangetekende brief van 17 februari 2026 heeft hij hem ( nogmaals) gesommeerd om tot betaling van de huurpenningen over januari en februari 2026 over te gaan. 2.9. Uit de brief van Liander van 23 februari 2026 aan de bewoner(s) van het appartement volgt dat huurder geen leveringscontract met een energieleverancier heeft gesloten en dat Liander hem voor de laatste keer in de gelegenheid stelt een contract te sluiten binnen twee weken na dagtekening van de brief. Als huurder dat niet doet, wordt het appartement afgesloten van gas en stroom, aldus Liander in de brief. 3 Het geschil 3.1. Verhuurder vordert samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, huurder veroordeelt tot: ontruiming van het appartement en de parkeerplaats; betaling van een bedrag van € 4.936,56 (€ 4.178,22 aan achterstallige huur en € 758,34 aan buitengerechtelijke incassokosten) aan verhuurder; betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de eventueel verschuldigde wettelijke rente. 3.2. Verhuurder legt aan de vordering tot ontruiming ten grondslag dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomsten zal worden overgegaan. Er is namelijk sprake van een aantal tekortkomingen van huurder in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomsten.
Volledig
Nadat hij de huur eerder ook al regelmatig te laat heeft betaald, had huurder ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding een betalingsachterstand van drie maanden huur. Daarnaast komt hij zijn plicht om een contract met een energieleverancier te sluiten niet na en bovendien houdt hij zich niet aan zijn verplichting om het gehuurde zelf te bewonen. Verhuurder heeft al geruime tijd geen contact meer met huurder kunnen krijgen. Hij vordert in deze procedure ook betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. 3.3. Huurder heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Verhuurder heeft een spoedeisend belang 4.1. Voor een vordering in kort geding is vereist dat sprake is van een spoedeisende zaak, gelet op de belangen van partijen. 4.2. Verhuurder stelt dat sprake is van drie maanden huurachterstand. Aangezien hij zijn hypotheeklasten voor het appartement voldoet uit de van huurder te ontvangen huurpenningen, maar deze betaling al drie maanden uitblijft, komt verhuurder in betalingsproblemen. Reeds op basis van deze (onweersproken) stelling heeft verhuurder naar het oordeel van de kantonrechter een spoedeisend belang bij zijn vordering tot ontruiming. 4.3. Als de hoofdvordering voldoende spoedeisend is om in kort geding te kunnen worden beoordeeld, dan kan om proceseconomische redenen in hetzelfde geding ook worden beslist over de daarmee nauw verwante (maar minder spoedeisende) nevenvorderingen, zoals betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. Huurder moet het gehuurde ontruimen 4.4. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.5. Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding is slechts plaats als met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van verhuurder bij de gevorderde ontruiming moet prevaleren boven het belang van huurder om het gebruik van het gehuurde voort te zetten. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat een veroordeling tot ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening veelal een definitief karakter heeft. Terughoudendheid van de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening gerechtvaardigd is, is dan ook geboden. 4.6. Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 4.7. Niet in geschil is dat sprake is van een tekortkoming van huurder. Huurder erkent immers de door verhuurder gestelde huurachterstand van € 4.178,22 (drie maanden). De huurachterstand is daarmee dermate hoog dat, gelet op het algemene uitgangspunt dat een huurachterstand van drie maanden of meer een tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt, aannemelijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure op die onderdelen worden toegewezen, nog los van de andere door verhuurder gestelde tekortkomingen. 4.8. Huurder heeft verder geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of betekenis de gevorderde ontruiming niet rechtvaardigt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft huurder verklaard dat hij een tijd met de verkeerde mensen is omgegaan en in financiële problemen is gekomen, maar dat hij die periode nu achter zich heeft gelaten en weer voldoende geld heeft om de huur te kunnen betalen. In de gegeven omstandigheden vindt de kantonrechter deze enkele verklaring ontoereikend om aan te nemen dat huurder daadwerkelijk in staat is de huurachterstand op korte termijn in te lopen en toekomstige huurtermijnen tijdig te voldoen. Hierbij heeft hij mede in aanmerking genomen dat uit de door verhuurder overgelegde stukken (WhatsApp-correspondentie tussen partijen) blijkt dat huurder in het verleden (vanaf 2022) ook regelmatig niet (tijdig) aan zijn huurbetalingsverplichting heeft voldaan. 4.9. Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van verhuurder bij ontruiming en anderzijds het belang van huurder bij het voortzetten van de huur. Hoewel ook het woonbelang van huurder bij het gebruik van het gehuurde groot is, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van verhuurder in dit geval zwaarder moet wegen. In de gegeven omstandigheden kan van verhuurder niet langer gevergd worden aan huurder nog langer het huurgenot te verschaffen en nog meer huurbetalingen te gaan derven dan nu al het geval is en daardoor verder financieel gedupeerd te raken. Gelet op de eerdere betalingsproblemen van huurder en het feit dat hij zich een tijd lang onbereikbaar heeft gehouden voor verhuurder begrijpt de kantonrechter dat voor verhuurder de maat vol is en geen vertrouwen heeft in de toezegging van huurder dat hij vanaf nu weer zal gaan betalen. De kantonrechter weegt ook mee dat huurder de afgelopen jaren meerdere keren, in strijd met zijn verplichting uit de huurovereenkomst, heeft nagelaten (tijdig) een energiecontract af te sluiten. Hierdoor is verhuurder regelmatig door energieleveranciers en de door hen ingeschakelde incassokantoren aangeschreven die hem te kennen hebben gegeven dat de eventuele afsluit- en heraansluitingskosten op hem als eigenaar van het appartement zullen worden verhaald. Dit levert iedere keer veel stress op voor verhuurder. Overigens heeft huurder tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij mantelzorger is voor zijn vader en daarom vaak langere tijd bij zijn vader verblijft. Er is voor hem dus (in ieder geval tijdelijk) vervangende woonruimte beschikbaar. 4.10. Nu aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomsten zullen worden ontbonden en de belangenafweging in het voordeel van verhuurder uitvalt, heeft verhuurder recht en belang bij een ontruiming van het appartement en de daarmee verbonden parkeerplaats op korte termijn. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden redelijk om huurder de gebruikelijke ontruimingstermijn te verlenen van veertien dagen na de datum van betekening van dit vonnis. Huurder moet de achterstallige huur betalen 4.11. Verhuurder vordert betaling van de achterstallige huurpenningen van huurder. 4.12. De kantonrechter stelt voorop dat met betrekking tot een geldvordering in kort geding terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts dan plaats, als het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen mede betrokken dient te worden de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling. 4.13. Aangezien huurder de huurachterstand erkent, is voldoende aannemelijk dat hij het gevorderde bedrag van € 4.178,22 aan verhuurder verschuldigd is. Mede gelet op de stelling van verhuurder dat hij nu in de betalingsproblemen komt, omdat huurder drie maanden geen huur heeft betaald, zal de kantonrechter deze vordering daarom toewijzen, met dien verstande dat dit een voorschot betreft, omdat in deze kortgedingprocedure alleen voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen. 4.14.
Volledig
Nadat hij de huur eerder ook al regelmatig te laat heeft betaald, had huurder ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding een betalingsachterstand van drie maanden huur. Daarnaast komt hij zijn plicht om een contract met een energieleverancier te sluiten niet na en bovendien houdt hij zich niet aan zijn verplichting om het gehuurde zelf te bewonen. Verhuurder heeft al geruime tijd geen contact meer met huurder kunnen krijgen. Hij vordert in deze procedure ook betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. 3.3. Huurder heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Verhuurder heeft een spoedeisend belang 4.1. Voor een vordering in kort geding is vereist dat sprake is van een spoedeisende zaak, gelet op de belangen van partijen. 4.2. Verhuurder stelt dat sprake is van drie maanden huurachterstand. Aangezien hij zijn hypotheeklasten voor het appartement voldoet uit de van huurder te ontvangen huurpenningen, maar deze betaling al drie maanden uitblijft, komt verhuurder in betalingsproblemen. Reeds op basis van deze (onweersproken) stelling heeft verhuurder naar het oordeel van de kantonrechter een spoedeisend belang bij zijn vordering tot ontruiming. 4.3. Als de hoofdvordering voldoende spoedeisend is om in kort geding te kunnen worden beoordeeld, dan kan om proceseconomische redenen in hetzelfde geding ook worden beslist over de daarmee nauw verwante (maar minder spoedeisende) nevenvorderingen, zoals betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. Huurder moet het gehuurde ontruimen 4.4. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.5. Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding is slechts plaats als met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van verhuurder bij de gevorderde ontruiming moet prevaleren boven het belang van huurder om het gebruik van het gehuurde voort te zetten. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat een veroordeling tot ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening veelal een definitief karakter heeft. Terughoudendheid van de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening gerechtvaardigd is, is dan ook geboden. 4.6. Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 4.7. Niet in geschil is dat sprake is van een tekortkoming van huurder. Huurder erkent immers de door verhuurder gestelde huurachterstand van € 4.178,22 (drie maanden). De huurachterstand is daarmee dermate hoog dat, gelet op het algemene uitgangspunt dat een huurachterstand van drie maanden of meer een tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt, aannemelijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure op die onderdelen worden toegewezen, nog los van de andere door verhuurder gestelde tekortkomingen. 4.8. Huurder heeft verder geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of betekenis de gevorderde ontruiming niet rechtvaardigt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft huurder verklaard dat hij een tijd met de verkeerde mensen is omgegaan en in financiële problemen is gekomen, maar dat hij die periode nu achter zich heeft gelaten en weer voldoende geld heeft om de huur te kunnen betalen. In de gegeven omstandigheden vindt de kantonrechter deze enkele verklaring ontoereikend om aan te nemen dat huurder daadwerkelijk in staat is de huurachterstand op korte termijn in te lopen en toekomstige huurtermijnen tijdig te voldoen. Hierbij heeft hij mede in aanmerking genomen dat uit de door verhuurder overgelegde stukken (WhatsApp-correspondentie tussen partijen) blijkt dat huurder in het verleden (vanaf 2022) ook regelmatig niet (tijdig) aan zijn huurbetalingsverplichting heeft voldaan. 4.9. Vervolgens moet in het kader van dit kort geding een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang van verhuurder bij ontruiming en anderzijds het belang van huurder bij het voortzetten van de huur. Hoewel ook het woonbelang van huurder bij het gebruik van het gehuurde groot is, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van verhuurder in dit geval zwaarder moet wegen. In de gegeven omstandigheden kan van verhuurder niet langer gevergd worden aan huurder nog langer het huurgenot te verschaffen en nog meer huurbetalingen te gaan derven dan nu al het geval is en daardoor verder financieel gedupeerd te raken. Gelet op de eerdere betalingsproblemen van huurder en het feit dat hij zich een tijd lang onbereikbaar heeft gehouden voor verhuurder begrijpt de kantonrechter dat voor verhuurder de maat vol is en geen vertrouwen heeft in de toezegging van huurder dat hij vanaf nu weer zal gaan betalen. De kantonrechter weegt ook mee dat huurder de afgelopen jaren meerdere keren, in strijd met zijn verplichting uit de huurovereenkomst, heeft nagelaten (tijdig) een energiecontract af te sluiten. Hierdoor is verhuurder regelmatig door energieleveranciers en de door hen ingeschakelde incassokantoren aangeschreven die hem te kennen hebben gegeven dat de eventuele afsluit- en heraansluitingskosten op hem als eigenaar van het appartement zullen worden verhaald. Dit levert iedere keer veel stress op voor verhuurder. Overigens heeft huurder tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij mantelzorger is voor zijn vader en daarom vaak langere tijd bij zijn vader verblijft. Er is voor hem dus (in ieder geval tijdelijk) vervangende woonruimte beschikbaar. 4.10. Nu aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomsten zullen worden ontbonden en de belangenafweging in het voordeel van verhuurder uitvalt, heeft verhuurder recht en belang bij een ontruiming van het appartement en de daarmee verbonden parkeerplaats op korte termijn. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden redelijk om huurder de gebruikelijke ontruimingstermijn te verlenen van veertien dagen na de datum van betekening van dit vonnis. Huurder moet de achterstallige huur betalen 4.11. Verhuurder vordert betaling van de achterstallige huurpenningen van huurder. 4.12. De kantonrechter stelt voorop dat met betrekking tot een geldvordering in kort geding terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts dan plaats, als het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen mede betrokken dient te worden de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling. 4.13. Aangezien huurder de huurachterstand erkent, is voldoende aannemelijk dat hij het gevorderde bedrag van € 4.178,22 aan verhuurder verschuldigd is. Mede gelet op de stelling van verhuurder dat hij nu in de betalingsproblemen komt, omdat huurder drie maanden geen huur heeft betaald, zal de kantonrechter deze vordering daarom toewijzen, met dien verstande dat dit een voorschot betreft, omdat in deze kortgedingprocedure alleen voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen. 4.14.