Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-08
ECLI:NL:RBGEL:2026:3183
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,901 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 text/xml public 2026-04-30T16:38:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-08 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 text/html public 2026-04-30T16:37:06 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 Rechtbank Gelderland , 08-04-2026 / 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Zorgverzekeringsovereenkomst, betalingsachterstand RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ ZORG , gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen: Univé, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3, de conclusie van antwoord van 19 november 2025, de conclusie van repliek met productie 4, de conclusie van dupliek van 25 februari 2026, de akte uitlating aan de zijde van Univé. 1.2. Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. 2 Het geschil 2.1. Univé vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: [de gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.893,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling, [de gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 2.2. Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat [de gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst met haar heeft gesloten maar dat enkele facturen onbetaald zijn gebleven. [de gedaagde] erkent dat er sprake is van een betalingsachterstand. Deze betalingsachterstand is ontstaan toen hij ging inwonen bij familie en daardoor gekort werd op zijn inkomen. [de gedaagde] heeft gezegd bereid te zijn om met Univé een betalingsregeling te treffen. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3 De beoordeling De hoofdsom 3.1. Univé vordert een hoofdsom van in totaal € 1.096,86 (een bedrag van € 1.386,00 inclusief de wettelijke rente buitengerechtelijke kosten). Het gaat hierbij om onbetaalde premies, kosten voor de acceptgiro en declaraties. [de gedaagde] erkent de betalingsachterstand van € 1.096,86 waardoor de vordering van Univé als onweersproken zal worden toegewezen. De wettelijke rente 3.2. Uit de specificatie van de vordering in de conclusie van repliek blijkt dat Univé de wettelijke rente heeft berekend tot 30 december 2025. Univé echter ook betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 26 september 2025. Doordat Univé over de periode van 26 september 2025 tot 30 december 2025 tweemaal wettelijke rente vordert, zal de kantonrechter dit niet geheel toewijzen. In de dagvaarding is de wettelijke rente tot 26 september 2025 berekend op een bedrag van € 234,00; de kantonrechter zal dit bedrag toewijzen. Daarnaast zal de hoofdsom vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025. De buitengerechtelijke incassokosten 3.3. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [de gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Univé heeft aan [de gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 55,14 worden toegewezen. De proceskosten 3.4. [de gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 340,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.028,64 Uitvoerbaar bij voorraad 3.5. De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist. Betalingsregeling 3.6. Partijen zijn inmiddels een betalingsregeling overeengekomen ter hoogte van € 100,00 per maand vanaf 30 april 2026. De kantonrechter gaat er vanuit dat [de gedaagde] zich houdt aan deze betalingsregeling. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé te betalen de hoofdsom van € 1.096,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling, 4.2. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de wettelijke rente tot 26 september 2025 van € 234,00 te betalen, 4.3. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de buitengerechtelijke incassokosten van € 55,14 te betalen, 4.4. veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.028,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [de gedaagde] ook de kosten van betekening betalen, 4.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. ++ 68348 66349
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 text/xml public 2026-04-30T16:38:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-08 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 text/html public 2026-04-30T16:37:06 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3183 Rechtbank Gelderland , 08-04-2026 / 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Zorgverzekeringsovereenkomst, betalingsachterstand RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11963216 \ CV EXPL 25-9068 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ ZORG , gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen: Univé, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3, de conclusie van antwoord van 19 november 2025, de conclusie van repliek met productie 4, de conclusie van dupliek van 25 februari 2026, de akte uitlating aan de zijde van Univé. 1.2. Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. 2 Het geschil 2.1. Univé vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: [de gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.893,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling, [de gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 2.2. Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat [de gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst met haar heeft gesloten maar dat enkele facturen onbetaald zijn gebleven. [de gedaagde] erkent dat er sprake is van een betalingsachterstand. Deze betalingsachterstand is ontstaan toen hij ging inwonen bij familie en daardoor gekort werd op zijn inkomen. [de gedaagde] heeft gezegd bereid te zijn om met Univé een betalingsregeling te treffen. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3 De beoordeling De hoofdsom 3.1. Univé vordert een hoofdsom van in totaal € 1.096,86 (een bedrag van € 1.386,00 inclusief de wettelijke rente buitengerechtelijke kosten). Het gaat hierbij om onbetaalde premies, kosten voor de acceptgiro en declaraties. [de gedaagde] erkent de betalingsachterstand van € 1.096,86 waardoor de vordering van Univé als onweersproken zal worden toegewezen. De wettelijke rente 3.2. Uit de specificatie van de vordering in de conclusie van repliek blijkt dat Univé de wettelijke rente heeft berekend tot 30 december 2025. Univé echter ook betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 26 september 2025. Doordat Univé over de periode van 26 september 2025 tot 30 december 2025 tweemaal wettelijke rente vordert, zal de kantonrechter dit niet geheel toewijzen. In de dagvaarding is de wettelijke rente tot 26 september 2025 berekend op een bedrag van € 234,00; de kantonrechter zal dit bedrag toewijzen. Daarnaast zal de hoofdsom vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025. De buitengerechtelijke incassokosten 3.3. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [de gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Univé heeft aan [de gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 55,14 worden toegewezen. De proceskosten 3.4. [de gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 340,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.028,64 Uitvoerbaar bij voorraad 3.5. De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist. Betalingsregeling 3.6. Partijen zijn inmiddels een betalingsregeling overeengekomen ter hoogte van € 100,00 per maand vanaf 30 april 2026. De kantonrechter gaat er vanuit dat [de gedaagde] zich houdt aan deze betalingsregeling. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé te betalen de hoofdsom van € 1.096,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling, 4.2. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de wettelijke rente tot 26 september 2025 van € 234,00 te betalen, 4.3. veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de buitengerechtelijke incassokosten van € 55,14 te betalen, 4.4. veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.028,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [de gedaagde] ook de kosten van betekening betalen, 4.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. ++ 68348 66349