Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-04-21
ECLI:NL:RBGEL:2026:3173
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/138232-25 Datum uitspraak : 21 april 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] , wonend aan [adres] in [woonplaats] , raadsman: mr. J.C. Stam, advocaat in Borne. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren. 1 Het onderzoek op de terechtzitting Aan verdachte (hierna ook: [verdachte] ) is één dagvaarding uitgebracht waarin drie feiten ten laste zijn gelegd. De ten laste gelegde feiten zien op een periode waarin [verdachte] deels minderjarig en deels meerderjarig was. De periode dat [verdachte] minderjarig was, loopt van [geboortedag] 2015 tot en met [geboortedag] 2021. In deze periode vallen de ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3. De periode waarin [verdachte] meerderjarig was loopt van [geboortedag] 2021 tot en met 1 september 2022. In deze periode vallen de ten laste gelegde feiten onder 1 en 3. De drie ten laste gelegde feiten zien op dezelfde verdenking, namelijk het plegen van seksuele handelingen door [verdachte] met zijn zusje [minderjarige] . Bij de behandeling tijdens de terechtzitting hebben de officier van justitie en de raadsman in het kader van het bewijs en de bewezenverklaring geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ten laste gelegde feiten die zijn gepleegd tijdens de minderjarigheid en de ten laste gelegde feiten die zijn gepleegd tijdens de meerderjarigheid. Om die reden wijst de rechtbank één vonnis. Omdat [verdachte] in een deel van de ten laste gelegde periode ( [geboortedag] 2015 tot en met [geboortedag] 2019) nog geen 16 jaar was, zal de rechtbank bij de strafoplegging een onderscheid maken tussen de feiten begaan in de periode van zijn minderjarigheid en de feiten begaan in de periode van zijn meerderjarigheid. 2 De inhoud van de tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedag] 2015 tot en met 1 september 2022 te [woonplaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten meermalen, althans eenmaal (telkens) het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of tussen de billen en/of in de mond van die [minderjarige] en/of het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen van die [minderjarige] en/of het kussen en/of (tong)zoenen van die [minderjarige] en/of het over en/of onder de kleding betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of het zich laten aftrekken en/of zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [minderjarige] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte meermalen, althans eenmaal (telkens) (op de achterbank van de auto) (onder dekens en/of andere verhullende bedekking) zijn, verdachtes, hand in de onderkleding en/of onder de bovenkleding van die [minderjarige] heeft gedaan en/of (naakt) bij die [minderjarige] in bed kwam liggen en/of de onderkleding en/of bovenkleding van die [minderjarige] heeft uitgetrokken en/of omhoog en/of omlaag heeft gedaan en/of bovenop die [minderjarige] is gaan zitten en/of liggen en/of die [minderjarige] bij haar polsen heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of tegen die [minderjarige] heeft gezegd dat zij vijftig cent en/of één euro, althans een geldbedrag zou krijgen (als zij seksuele handelingen bij hem zou verrichten en/of van hem zou ond [verdachte] en [minderjarige] waren op dat moment in de auto op de terugweg van een vakantie in Tsjechië. Op 25 juli 2022 waren zij weer terug in Nederland. Het initiatief voor de seksuele handelingen kwam van [verdachte] . Hij vroeg [minderjarige] of zij bepaalde handelingen bij hem wilde verrichten. Af en toe liet [minderjarige] wel merken dat zij dit niet wilde. Dan drong [verdachte] aan en deed [minderjarige] toch wat [verdachte] zei. Vaak begonnen de seksuele handelingen met een spelletje waarbij [verdachte] op de rug van [minderjarige] tekende. Dan ging hij steeds lager, waarbij de broek en kleding van [minderjarige] uit werden gedaan. Dit resulteerde vervolgens in het verrichten van seksuele handelingen. Verder heeft [verdachte] [minderjarige] wel eens geld geboden, zodat zij de seksuele handelingen zou dulden. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de pleegperiode heeft de officier van justitie opgemerkt dat zij zich kan vinden in de opmerkingen die door de raadsman zijn gemaakt over het einde van de pleegperiode, te weten dat deze zou moeten eindigen op 24 juli 2022. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank gevraagd [verdachte] vrij te spreken van de onder feit 1 ten laste gelegde verkrachting, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs kent voor dwang door (bedreiging met) geweld en andere feitelijkheden. Bovendien ontbreekt volgens de raadsman het vereiste (voorwaardelijke) opzet op de ten laste gelegde dwang. Over alle drie de ten laste gelegde feiten heeft [verdachte] verklaard dat geen sprake is geweest van binnendringen met de penis in de vagina. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om [verdachte] partieel vrij te spreken van penetratie met de penis in de vagina voor de periode dat [minderjarige] nog geen 12 jaar oud was. Ook heeft de raadsman gesteld dat de pleegperiode bij de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten moet worden beperkt tot uiterlijk 24 juli 2022. De beoordeling door de rechtbank De seksuele handelingen De rechtbank constateert dat [verdachte] alle ten laste gelegde seksuele handelingen heeft bekend, met uitzondering van de penetratie met de penis in de vagina. [minderjarige] heeft hierover verklaard dat het altijd begon met aanrakingen en dat [verdachte] dan op een gegeven moment boven op haar ging zitten, waarna ze seks gingen hebben. Op de vraag wat [verdachte] dan precies deed en waar, heeft [minderjarige] verklaard: “Dan ging hij zijn piemel gewoon in mij doen. In mijn vagina.” Verder heeft [minderjarige] hierover verklaard dat [verdachte] dan heen en weer ging bewegen. Dit gebeurde niet in de auto met de ouders erbij, maar voor de rest eigenlijk altijd. [minderjarige] heeft ook verklaard dat de seks altijd hetzelfde verliep. [verdachte] ging op haar zitten en deed zijn piemel dan in haar vagina. Soms hield hij de polsen van [minderjarige] vast en soms niet. Dan ging hij een paar minuten bewegingen maken. Het stopte als [verdachte] zijn piemel uit [minderjarige] haalde, zich gewoon weer ging aankleden en dan wegliep. De rechtbank vindt de verklaring van [minderjarige] over het binnendringen met de penis betrouwbaar. Haar verklaring hierover is consistent en gedetailleerd. [minderjarige] is er in haar verklaring ook open over dat zij zich - kort gezegd - niet alles meer in detail kan herinneren en plaatsen in tijd en plaats. De rechtbank vindt dit ook voorstelbaar vanwege het lange tijdsverloop en haar jonge leeftijd toen het een en ander begon. [minderjarige] is wel héél duidelijk wanneer zij spreekt over de piemel van verdachte in haar vagina. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om aan haar herinneringen en dus de betrouwbaarheid van haar verklaring op dit punt te twijfelen. Haar verklaring is ook ingebed in de door verdachte erkende context van jarenlang incestueus hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedag] 2015 tot en met 1 september 2022 24 juli 2022 te [woonplaats] en /of [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [minderjarige] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten meermalen, althans eenmaal (telkens) het brengen en /of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en /of tussen en /of over de schaamlippen en /of tussen de billen en /of in de mond van die [minderjarige] en /of het brengen en /of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en /of tong in de vagina en /of tussen en /of over de schaamlippen van die [minderjarige] en /of het kussen en /of ( tong ) zoenen van die [minderjarige] en /of het over en /of onder de kleding betasten van de borsten en /of billen en /of schaamstreek van die [minderjarige] en /of het zich laten aftrekken en /of zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [minderjarige] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft /hebben bestaan dat verdachte meermalen, althans eenmaal (telkens) (op de achterbank van de auto) (onder dekens en/of andere verhullende bedekking) zijn, verdachtes, hand in de onderkleding en/of onder de bovenkleding van die [minderjarige] heeft gedaan en /of (naakt) bij die [minderjarige] in bed kwam liggen en /of de onderkleding en/of bovenkleding van die [minderjarige] heeft uitgetrokken en/of omhoog en/of omlaag heeft gedaan en /of bovenop die [minderjarige] is gaan zitten en/of liggen en /of die [minderjarige] bij haar polsen heeft vastgepakt en/of vastgehouden en /of tegen die [minderjarige] heeft gezegd dat zij vijftig cent en/ of één euro, althans een geldbedrag zou krijgen (als zij seksuele handelingen bij hem zou verrichten en/of van hem zou ondergaan, althans dat zij mee zou werken) en /of tegen die [minderjarige] heeft gezegd dat hij, verdachte, bij haar op de rug zou tekenen, althans een spel met die [minderjarige] heeft gedaan (dat (telkens) resulteerde in een of meer seksuele handelingen) en /of misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, eruit bestaande dat die [minderjarige] het zusje van verdachte is en /of het uit verdachtes leeftijd voortvloeiende fysieke en /of geestelijke overwicht en /of voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en /of (aldus) voor die [minderjarige] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedag] 2015 tot en met 13 juni 2019 te [woonplaats] en /of [plaats] , althans in Nederland, met [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige] , te weten het brengen en /of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en /of tussen en /of over de schaamlippen en /of tussen de billen en /of in de mond van die [minderjarige] en /of het brengen en /of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en /of tong in de vagina en /of tussen en /of over de schaamlippen van die [minderjarige] en /of het kussen en /of (tong)zoenen van die [minderjarige] en /of het over en /of onder de kleding betasten van de borsten en /of billen en /of schaamstreek van die [minderjarige] en /of het zich laten aftrekken en /of zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [minderjarige] ; 3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 juni 2019 tot en met 1 september 2022 24 juli 2022 te [woonplaats] en /of [plaats] , althans in Nederland, met [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2007, die toen De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel justitiële documentatie van 12 maart 2026 (het strafblad), het rapport Pro Justitia van 11 december 2025 van mevrouw D.R. van der Velden, GZ-psycholoog; - het rapport van Reclassering Nederland van 23 maart 2026. In het bijzonder weegt de rechtbank het volgende mee. De ernst van de feiten [verdachte] heeft zich gedurende een periode van 7 jaar schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn jongere zusje. De seksuele handelingen begonnen toen [minderjarige] ongeveer 6 jaar was en gingen veel verder dan het alleen onschuldig aanraken of ontdekken van elkaar. Hij heeft haar jarenlang seksueel misbruikt om zijn eigen behoeftes te bevredigen en (seksuele) frustraties af te reageren. Uit de slachtofferverklaring die tijdens de zitting namens [minderjarige] werd voorgedragen blijkt dat het misbruik grote impact op haar leven heeft gehad en nog steeds heeft. De rechtbank rekent dit [verdachte] zwaar aan. [verdachte] heeft met zijn handelen onherstelbaar leed veroorzaakt, in de eerste plaats bij [minderjarige] maar zeker ook in het gezin waar [minderjarige] en [verdachte] als zus en broer allebei deel van uitmaken. De persoonlijke omstandigheden De rechtbank constateert dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. [verdachte] is onderzocht door een psycholoog. [verdachte] is een overwegend gemiddeld intelligente man met een autismespectrumstoornis (ASS) en kenmerken van ADHD. Een parafiele stoornis kon niet gesteld worden. Zij heeft het recidiverisico ingeschat als gemiddeld. De psycholoog heeft geadviseerd om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen. Vanuit zijn stoornis was sprake van een tekort aan (sociaal) inschattingsvermogen. Het advies is ook om het volwassenenstrafrecht toe te passen zodat de lopende ambulante forensische zedenbehandeling bij Transfore kan worden vastgelegd als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Volgens de psycholoog is het intensieve ondersteuningsaanbod noodzakelijk om het recidiverisico te verminderen. Daarnaast is reclasseringstoezicht nodig om te monitoren of [verdachte] zich aan de voorwaarden houdt. De reclassering heeft zich aangesloten bij het advies van de psycholoog. Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met als voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en intensieve ambulante forensische zedenbehandeling bij Transfore, zolang de reclassering dat nodig vindt. De rechtbank neemt de conclusie van de deskundigen over voor wat betreft de verminderde toerekeningsvatbaarheid. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat [verdachte] zelf nog erg jong was toen het misbruik begon en dat het zwaartepunt van de bewezenverklaarde feiten ligt in de periode dat [verdachte] minderjarig was. Tot slot houdt de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening met de manier waarop [verdachte] verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen nadat het misbruik bekend is geworden, en dat hij sinds anderhalf jaar op vrijwillige basis een intensieve therapie volgt om recidive te voorkomen. Toepasselijk sanctiestelsel Zoals hiervoor al overwogen, was [verdachte] gedurende een deel van de bewezenverklaarde periode waarin het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden nog geen 16 jaar. Gelet op artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht is het wettelijk niet mogelijk om het advies van de deskundigen op te volgen om één straf op te leggen op basis van het sanctiestelsel voor volwassenen voor de gehele bewezenverklaarde periode. De rechtbank legt [verdachte] daarom twee straffen op: één voor de feiten begaan in de periode dat hij nog minderjarig was en één