Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-04-21
ECLI:NL:RBGEL:2026:3122
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05.044334.23 en 05.162189.23 (ter terechtzitting gevoegd) Datum uitspraak : 21 april 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. M.G. Bischop, advocaat in Deventer Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Parketnummer 05.044334.23 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september 2022 tot en met 10 april 2023 te Arnhem en/of [woonplaats], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door: - voornoemde [aangever] veelvuldig via SMS en/of WhatsApp berichten te sturen en/of - voornoemde [aangever] via e-mail berichten te sturen waarin hij haar aanspoort om een ontlastende verklaring over hem af te leggen en/of haar via e-mail een video te sturen en/of - voornoemde [aangever] meerdere malen, althans eenmaal op te zoeken op haar werk en/of voornoemde [aangever] op haar werk aan te spreken en/of voornoemde [aangever] vast te pakken en/of collega’s van voornoemde [aangever] op dwingende/intimiderende toon te zeggen dat hij voornoemde [aangever] moet spreken, althans dat hij op zoek is naar voornoemde [aangever] en/of - voornoemde [aangever] via de applicatie "Goodreads" een vriendschapsverzoek te sturen en/of - meerdere malen, althans eenmaal langs het voormalige woonadres van voornoemde [aangever] te gaan en/of aldaar de huidige bewoners aan te spreken en/of voornoemde bewoners te vragen waar voornoemde [aangever] zich bevond/of te trachten zich naar binnen te forceren en/of - voornoemde [aangever] te noemen in een reactie op Tiktok met het oogmerk voornoemde [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op 14 november 2022 te [woonplaats], een ander, te weten [aangever] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door: - voornoemde [aangever] meerdere malen, althans eenmaal op te zoeken op haar werk en/of voornoemde [aangever] op haar werk aan te spreken en/of voornoemde [aangever] vast te pakken Parketnummer 05.162189.23 hij op of omstreeks 23 juni 2023 te Arnhem en/of Gorssel, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 14 februari 2023 en verlengd op 2 mei 2023, gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich - niet mag ophouden binnen een straal van 500 meter rondom de woningen/panden gelegen op/aan de [adres] te [woonplaats] en [adres] en zich niet in voornoemde woningen te bevinden en - moet onthouden van direct en/of indirect contact met [aangever] door: zijn, verdachtes, advocaat een brief naar voornoemde [aangever] te laten sturen waarin voornoemde [aangever] wordt aangemaand, dan wel gesommeerd om een verklaring van bepaalde inhoud af te geven; 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Parketnummer 05.044334.23 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen, omdat zij zich niet gemachtigd voelt. Beoordeling door de rechtbank Achtergrond Verdacht Zij heeft valse aangifte gedaan. Het gaat nog veel erger worden.” De rechtbank overweegt dat uit voorgaande blijkt dat het verdachte is geweest die op Eerste en Tweede Kerstdag aanbelde bij [adres] en dat hij daar op zoek was naar [aangever] . Digitale incidenten [aangever] verklaart dat zij op ieder profiel dat zij online aanmaakt een vriendschapsverzoek van verdachte ontvangt. Zij heeft hierdoor de indruk dat verdachte haar achtervolgt bij iedere digitale stap die zij zet. Hierdoor is zij al jaren actief bezig met het afschermen van haar persoonsgegevens. Ze verklaart dat zij op 25 december 2022 een vriendschapsverzoek kreeg van verdachte op de app ‘Goodreads’. Hierna heeft ze hem direct geblokkeerd op die app. Naar aanleiding van de aangifte heeft de politie een stopgesprek gevoerd met verdachte op 5 januari 2023. Hierna, op 3 februari 2023, is een aanvullend verhoor van [aangever] afgenomen. Hierin verklaart zij dat er ook na het stopgesprek nog contact is opgenomen door verdachte. Op 1 februari 2023 omstreeks 08:40 uur en 08:44 uur heeft [aangever] twee e-mails gekregen van het mailadres [e-mail address 1] . Bij het onderzoek naar de telefoon van verdachte, werden er in de data twee verzonden e-mails aangetroffen. Deze e-mails waren afkomstig van [e-mail address 1] en waren verzonden aan [e-mail address 2] . De eerste e-mail was verzonden op 1 februari 2023 om 08:40:09 uur en had als onderwerpregel “getuigenverklaring”. De inhoud van deze e-mail was als volgt: ‘ Beste [aangever] , Zou je voor mij een getuigenverklaring willen maken, zoals we hadden afgesproken? Daar moet minimaal in staan: - dat je van me hield - dat je valse meldingen hebt gedaan om te flirten - dat je het bewijs compleet vervalst hebt, en dat de waarheid daardoor met 180 graden is verdraaid. - dat je mijn aangifte hebt gelezen en dat je het daar mee eens bent. Je kan deze verklaring naar mij sturen en dan kunnen we samen naar de notaris. Of je gaat zelf naar de notaris en stuurt het daarna naar mij. Vertel dit in je eigen woorden en maak er een mooie, stoere, liefdevolle en geile verklaring van. Met vriendelijke groet, [verdachte] ’ De tweede e-mail was diezelfde dag om 08:44:23 verzonden met als onderwerpregel ‘video’. Hierin werden links gestuurd naar drie YouTube video’s met als bijschrift ‘Veel kijkplezier’. Uit het telefoononderzoek bleek ook dat verdachte via SMS een reeks berichten heeft verstuurd naar het telefoonnummer van [aangever] . Deze berichten dateren van 29 november 2016 tot aan 12 februari 2023. De inhoud van deze berichten betrof in de ten laste gelegde periode onder andere: Op 13 november 2022 om 23:52 uur: Deze week ga je voor mij getuigen. Op 2 december 2022 tussen 05:10 uur en 05:58 uur: En er glipte nog een sorry uit?? // En je zei dat je de waarheid ging vertellen?? // En dat komt goed uit want je gaat voor mij getuigen // En vanaf nu ben jij mijn bitch, dat stoere besluit heb ik even genomen. // Ik weet dat je facking veel van me houdt en niet zonder me kan. // Je gaat mij fucking goed pijpen // Je gaat inspelen op mijn wensen en behoeften! Tussen de data 15 december 2022 om 16:55 uur en 18 december 2022 om 00:18 uur: Je gaat knuffelen, pijpen en getuigen. // Is dat duidelijk? // Hey [aangever] , is dat fucking duidelijk?! // Okey, dan kom ik je wel weer opzoeken, maar je gaat geen politie bellen. Op 26 december 2022 tussen 22:50 uur en 23:03 uur: Hey [aangever] , ik laat het er absoluut niet bij zitten, je gaat de waarheid vertellen, dat hebben we afgesproken. // Dus neem contact met me op, dan kunnen we het bespreken, anders ga ik je ouders erbij betrekken. Op 9 februari 2023 tussen 00:45 uur en 22:45 uur: Dien die fucking getuigenverklaring in! // hey [aangever] , we hadden toch een afspraak? // Je moet je wel aan de afspraak houden. Op 12 februari 2023 om 13:13 uur: Geef antwoord! // Deblokkeer mij! // En ik kom niet gezellig langs // Je moet je aan de fucking afspraken houden! Op 10 april 2023 berichtte [aangever] aan de Die aanwijzing gold voor de duur van negentig dagen en hield in dat verdachte gedurende die tijd geen direct (zelf) of indirect (middels anderen) contact (ook niet via schriftelijke middelen) mocht opnemen met [aangever] . Die gedragsaanwijzing is op diezelfde dag in persoon aan verdachte uitgereikt. Op 2 mei 2023 heeft de officier van justitie de gedragsaanwijzing verlengd, voor negentig dagen vanaf de oorspronkelijke afloopdatum van 14 mei 2023. Ook deze verlenging is in persoon uitgereikt aan verdachte. Op 28 juni 2023 ontving de politie een melding van [aangever] . [aangever] stuurde een mail door naar de politie die zij ontvangen had van advocaat mr. J.J. Blaak-Looij. Deze brief is onderdeel van het dossier. De dagtekening van de brief is 23 juni 2023. In de brief staat onder andere: “Tot mij wendde zich de heer [verdachte] , u wel bekend. Hij vertelde mij dat u elkaar in november 2022 had gesproken en daarbij had afgesproken dat u een (nieuwe) verklaring zou opstellen over hetgeen in het verleden tussen u is voorgevallen. Helaas kwam u die afspraak niet na. Mijn cliënt heeft daarom u nog een mail gestuurd op 1 februari jl.. Ook daarop hebt u echter niet gereageerd. U bent de afspraak dus nog niet nagekomen, en daarom stel ik u op verzoek van cliënt bij dezen in gebreke.” Daarna wordt in de brief aan [aangever] gevraagd om een notaris uit te kiezen om daar samen met verdachte de nieuwe verklaring te laten opstellen. Hiertoe zou [aangever] haar telefoonnummer en adres aan mr. Blaak-Looij moeten doorgeven, zodat verdachte een geschikt moment kan afstemmen en dat kan inplannen. Verdachte verklaart bij de politie dat hij op de hoogte is van de gedragsaanwijzing en de verlenging daarvan. Hij weet ook dat die aanwijzing inhoudt dat hij geen direct of indirect contact mag hebben met [aangever] . De politie vraagt hem of er op zijn verzoek een brief is gestuurd aan [aangever] . Verdachte bevestigt dat dit klopt: zijn advocaat heeft een brief verstuurd op zijn verzoek en . hij is bekend met de inhoud van de brief. De rechtbank overweegt dat verdachte via deze brief indirect, namelijk via zijn advocaat, contact heeft gezocht met [aangever] . Verdachte heeft daarmee zijn gedragsaanwijzing overtreden. De stellingname van verdachte dat het om een civielrechtelijke kwestie gaat volgt de rechtbank niet. De gedragsaanwijzing laat geen ruimte voor uitzonderingen. Bovendien is er ook geen sprake van een civielrechtelijke kwestie omdat het onderwerp van de brief van de advocaat het hart raakt van de belaging, nu ook deze brief is gemotiveerd door verdachtes overtuiging dat hij in het verleden onterecht is veroordeeld door een valse verklaring van aangeefster. In de brief wordt verwezen naar de fysieke confrontatie op het werk van [aangever] op 14 november 2023, en de e-mail die hij haar stuurde op 1 februari 2023 (die verstuurd was na het stopgesprek). Daarmee is de brief in feite een continuatie van de belaging die onder parketnummer 05.044334.23 ten laste is gelegd, alleen dit keer via een advocaat. Concluderend oordeelt de rechtbank dat bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk handelen in strijd met de gedragsaanwijzing. 3. De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: Parketnummer 05.044334.23 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september 2022 tot en met 10 april 2023 te Arnhem en /of [woonplaats], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door: - voornoemde [aangever] veelvuldig via SMS en/of WhatsApp berichten te sturen en /of - voornoemde [aangever] via e-mail berichten te sturen waarin hij haar aanspoort om een ontlastende verklaring over hem af te leggen en /of haar via e-mail een video te sturen en /of - voornoemde [aangever] meerdere malen , althans ee De rechtbank is van oordeel dat dit rapport en de conclusies die daarin getrokken worden nu nog bruikbaar zijn omdat nog steeds gezien wordt dat verdachte – inmiddels al jaren – obsessief gefixeerd is op aangeefster en dat verdachte haar gedragingen interpreteert op een manier die in strijd is met uitlatingen van aangeefster zelf en hij ook niet van zijn overtuigingen ten aanzien van haar is af te brengen. De rechtbank is zich ervan bewust dat verdachte zich niet kan vinden in dit rapport. Hij heeft bijvoorbeeld gewezen op het feit dat de betreffende psycholoog later – na een klacht van verdachte – tijdelijk geschorst is door de tuchtrechter. Reden voor de schorsing was dat het tuchtcollege had geoordeeld dat de psycholoog de voorschriften ten aanzien van het inzage- en correctierecht had geschonden. Dat wil dus niet zeggen dat met de schorsing ook de inhoud van het rapport is aangetast. Sterker nog, het tuchtcollege merkt op dat de psycholoog het onderzoek vakkundig en zorgvuldig heeft verricht en dat hij op grond van dat onderzoek in redelijkheid tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De rechtbank zal daarom de conclusie van de psycholoog doortrekken naar onderhavige zaak en vaststellen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Daar zal bij de strafoplegging rekening mee worden gehouden. 7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek, met een proeftijd van tien jaar en bijzondere voorwaarden. Die bijzondere voorwaarden moeten inhouden een contactverbod met aangeefster [aangever] en een verbod tot het plaatsen, direct en indirect, van berichten op internet waaronder social media maar ook alle overige platformen, waarin aangeefster [aangever] wordt genoemd, getagd of aan haar wordt gerefereerd. De officier van justitie vraagt om de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden. Daarnaast vraag de officier van justitie om oplegging van een maatregel ex. artikel 38v Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met aangeefster [aangever] , op straffe van twee weken hechtenis per overtreding tot een maximum van een half jaar, voor de duur van vijf jaar. De officier van justitie vraagt om de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de feiten nu te gering zijn om TBS te eisen. Mocht er een volgend incident plaatsvinden, dan zal de officier van justitie alsnog een TBS-maatregel eisen. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft opgemerkt dat het feit belaging een strafmaximum kent van drie jaar. Voor een TBS-maatregel geldt een vierjaarsgrens. De raadsvrouw heeft zich verder niet op enig standpunt gesteld. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van aangeefster [aangever] en overtreding van het contactverbod. Dit is geen losstaand incident geweest, ziet de rechtbank. Verdachte is eerder, in 2018, al door het Hof veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer, gepleegd tussen 2012 en 2014. Dat toont aan dat deze belaging al een voorgeschiedenis van 14 jaar heeft en dat verdachte blijkbaar niet geleerd heeft van zijn eerdere veroordeling. De belaging van nu hangt bovendien in zeer sterke mate samen met de belaging van toen. Verdachte is onder andere van mening dat aangeefster toentertijd een valse verklaring heeft afgelegd, op basis waarvan hij is veroordeeld. De onderhavige belaging komt voor een groot deel voort uit de overtuiging van verdachte dat zijn vorige veroordeling onterecht is, waardoor Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank ook een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren geen contact (direct of indirect) mag opnemen met aangeefster. De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt maximaal twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan en dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een aangeefster of anderen. De rechtbank heeft hiervoor al gemotiveerd waarom de rechtbank dat risico zo hoog inschat. Daarom zal de rechtbank bevelen dat zowel de te stellen voorwaarden als de maatregel dadelijk uitvoerbaar zijn. 8. De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 184a en 285b van het Wetboek van Strafrecht. 9. De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 237 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van tien jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich gedurende de proeftijd zal onthouden van contact met: [aangever] , geboren op [geboortedag] 1996. Dat brengt met zich mee dat verdachte noch direct (zelf), noch indirect (middels anderen) op enigerlei wijze contact (niet middels telefoon, niet middels internet, niet via enig ander communicatiemiddel, noch middels direct persoonlijk contact, noch middels schriftelijke middelen) zal hebben met de genoemde persoon; verdachte zich gedurende proeftijd zal onthouden van het plaatsen (direct of indirect) van berichten op internet, waaronder social media maar ook alle overige platformen, waarin aangeefster wordt genoemd, getagd of aan haar wordt gerefereerd. beveelt dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende: Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met: [aangever] , geboren op [geboortedag] 1996. beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op. beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerba