Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-04-17
ECLI:NL:RBGEL:2026:2979
RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/88 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst, het college (gemachtigde: S. Mulders). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om de energietoeslag over het jaar 2023. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiser om de energietoeslag terecht heeft afgewezen, omdat hij niet tot de doelgroep voor de energietoeslag behoort. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank in op de vraag of eiser in 2023 tot de doelgroep behoorde. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor de energietoeslag voor het jaar 2023. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 23 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiser is directeur grootaandeelhouder (DGA) in zijn eigen onderneming genaamd [naam onderneming] B.V.. In 2023 ontving eiser feitelijk geen salaris uit zijn onderneming. In de boekhouding is wel een nettoloon opgenomen van € 1.833,82 per maand. Eiser heeft op 1 december 2022 een brief geschreven aan zichzelf (in zijn hoedanigheid van DGA van de onderneming) dat een door hem aan de onderneming verstrekt krediet op 1 maart 2023 moet zijn afgelost. De onderneming heeft de lening van € 50.000 op 27 februari 2023 aan eiser terugbetaald. 3.1. Op 16 februari 2024 heeft eiser de energietoeslag aangevraagd over het jaar 2023. Met het besluit van 21 augustus 2024 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college hierbij gebleven. Behoort eiser in 2023 tot de doelgroep? 4. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser niet behoort tot de doelgroep van de eenmalige energietoeslag. Om daartoe te behoren moet sprake zijn van een huishouden met een laag inkomen. Een laag inkomen is een inkomen dat niet hoger is dan 130% van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm. Voor eiser geldt een inkomensgrens van € 1.586 (gebaseerd op de voor hem geldende bijstandsnorm). Omdat het inkomen van eiser, berekend op € 1.833,82, hoger is dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm, heeft hij geen laag inkomen en behoort hij dus niet tot de doelgroep voor de energietoeslag. 4.1. Eiser voert aan dat het college ten onrechte rekening houdt met een maandelijks inkomen van € 1.833,82. De onderneming van eiser moest namelijk voldoen aan een overeenkomst tot terugbetaling van de lening van € 50.000. Deze terugbetaling is in februari 2023 gedaan, omdat dat volgens de overeenkomst moest gebeuren vóór 1 maart 2023. Er was volgens eiser dan ook geen keuze, waaraan deze middelen konden worden uitgegeven. Er was gelet op de omzett Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Participatiewet Artikel 31, eerste lid: Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Artikel 35, eerste lid: Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen. Artikel 35, vierde lid: In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had: a. voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023; b. voor het jaar 2023, die kan worden verstrekt tot en met 31 augustus 2024. Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Bronckhorst 2022 Artikel 1, aanhef en onder c: inkomen: in afwijking van de beleidsregels maatschappelijke participatie en toeslagen gemeente Bronckhorst behoren belanghebbenden in eerste aanleg tot de kring der rechthebbenden wanneer deze een inkomen hebben dat 120 % van het op dat moment geldende minimumloon niet overstijgt. De aanvullende criteria van hoofdstuk 2 artikel 2 inkomensgrenzen kring der rechthebbenden van de Beleidsregels maatschappelijke participatie en toeslagen gemeente Bronckhorst 2015 blijven ongewijzigd gelden. Artikel 4, vierde lid: Een huishouden overlegt één maand bankafschriften waarop het gezinsinkomen te zien is en ook de afschrijving van de energierekening, tenzij sprake is van een wisselend inkomen. In dat geval overlegd een huishouden drie maanden bankafschriften om aan te tonen dat het gemiddelde maand inkomen lager is dan de 120% van de bijstandsnorm. Artikel 6: Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, indien dringende redenen hiertoe noodzaken. Addendum minimabeleid gemeente Bronckhorst Artikel 1, derde lid: Daar waar een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm wordt genoemd wordt deze vervangen voor 130% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 35, vierde lid, van de Participatiewet (Pw). Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Met uitzondering van de maand januari 2023, toen bedroeg dit € 2.884,18. Artikel 2 van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Bronckhorst 2022 (Beleidsregels), aangevuld met het