Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-01-20
ECLI:NL:RBGEL:2026:2789
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
10,460 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 text/xml public 2026-04-28T13:41:29 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-20 11962390 Uitspraak Beschikking NL Arnhem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 text/html public 2026-04-28T13:40:47 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 Rechtbank Gelderland , 20-01-2026 / 11962390 Werknemersverzoek ontbinding. Werkgever heeft laakbaar gehandeld door jarenlange (geheime) relatie/affaire aan te gaan met werknemer. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan zijde van werkgever. Transitievergoeding en billijke vergoeding worden toegewezen. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 11962390 \ HA VERZ 25-174 Beschikking van 20 januari 2026 in de zaak van [naam verzoeker] te [woonplaats] verzoekende partij hierna te noemen: [de verzoeker] gemachtigde: mr. M.R.A. Rutten tegen HET BIJENHUIS WAGENINGEN B.V. te Wageningen verwerende partij hierna te noemen: Het Bijenhuis gemachtigde: mr. M.F. Riepma 1 De procedure 1.1. [de verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Het Bijenhuis met veroordeling van Het Bijenhuis tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en om toekenning van een billijke vergoeding aan haar, door Het Bijenhuis te betalen. Het Bijenhuis heeft een verweerschrift ingediend. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [de verzoeker] een aanvullende productie 10 en Het Bijenhuis een aanvullende productie 3 toegezonden. 1.2. Op 15 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van [de verzoeker] en Het Bijenhuis hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die ook zijn overgelegd. 1.3. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. 2 De feiten 2.1. [de verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 4 maart 2019 in dienst bij Het Bijenhuis, in de functie van [de verzoeker] is algemeen medewerker met een loon van € 1.664,00 bruto per maand. 2.2. De heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ) is medio 2020 bij Het Bijenhuis in dienst getreden. Aanvankelijk was hij productiemedewerker. Zijn vader (de heer [vader betrokkene] ) was op dat moment eigenaar van Het Bijenhuis. Later, omstreeks eind 2024, is [betrokkene] mede-eigenaar en (mede) bestuurder/directeur geworden. Daardoor werd hij de direct leidinggevende van [de verzoeker] . 2.3. [de verzoeker] heeft als productie 4 bij haar verzoekschrift de app-geschiedenis tussen haar en [betrokkene] overgelegd over de periode 2 augustus 2020 tot en met 13 februari 2025. Daaruit volgt dat zich tussen hen in die periode een (met name seksuele) relatie/affaire ontstond. 2.4. [de verzoeker] heeft in de WhatsApp-berichten aan [betrokkene] verschillende momenten en in diverse bewoordingen laten weten dat ze wil stoppen met de relatie en/of dat ze met rust gelaten wil worden door [betrokkene] . Dit gebeurde onder meer in april 2023, december 2023, april 2024, juli 2024, september en oktober 2024, december 2024 en januari 2025. Ook heeft ze meerdere keren cadeautjes afgeslagen die [betrokkene] haar wilde geven. [betrokkene] geeft aan de verzoeken van [de verzoeker] om de relatie te stoppen en haar met rust te laten geen gevolg. [betrokkene] is [de verzoeker] in weerwil van haar herhaalde verzoeken daarmee te stoppen, haar op verschillende momenten en op verschillende wijzen blijven benaderen. 2.5. [de verzoeker] heeft zich op 30 januari 2025 ziek gemeld. In de terugkoppeling van 27 februari 2025 schrijft de bedrijfsarts dat het verzuim van [de verzoeker] werkgerelateerd is. 2.6. [de verzoeker] heeft op 13 maart 2025 aangifte jegens [betrokkene] gedaan van een zedendelict. 2.7. Op 4 juni 2025 heeft de bedrijfsarts in de periodieke evaluatie geschreven: “Terugkeer in eigen werkzaamheden zal naar verwachting opnieuw leiden tot toegenomen beperkingen.” 2.8. Op 28 augustus 2025 heeft de bedrijfsarts geschreven dat de eigen werkzaamheden niet meer mogelijk zijn in de toekomst. 2.9. In een samenvattende verslaglegging van 15 september 2025 heeft de behandeld therapeut van [de verzoeker] geschreven: Na incident en periode van seksueel misbruik heeft pt zich gemeld bij huisarts en pohggz met somberheidsklachten, spanningsklachten en slecht slapen. Op dit moment zijn er voldoende tekenen om aan te nemen dat pt een psychotrauma heeft ontwikkeld in de vorm van ptss na seksueel misbruik. (…) Pt heeft het advies gekregen in behandeling te gaan. (…) Vermoeden DSM V diagnose; Post-traumatische stressstoornis; welke past onder de trauma en stressor-gerelateerde klachten, met lijdensdruk die langer dan een maand aanhoudt. 2.10. In haar rapport van 9 december 2025 heeft de bedrijfsarts het volgende advies gegeven: Mijn advies is om met de behandeling te werken aan verder herstel. Er zijn geen re-integratiemogelijkheden meer voor eigen werk. Mijn advies is met de behandeling te werken aan verder herstel van de belastbaarheid. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat het voortzetten van de arbeidsrelatie niet bijdraagt aan het herstel en dit eerder belemmert omdat het herstel al langere tijd stagneert. Er kan pas sprake zijn van echt herstel als de kwestie met de werkgever is opgelost, derhalve ben ik van mening dat vanuit medisch oogpunt echt herstel pas kan plaatsvinden na het eindigen van het dienstverband. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [de verzoeker] verzoekt, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, om de arbeidsovereenkomst te ontbinden met veroordeling van Het Bijenhuis tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en aan haar een, door Het Bijenhuis te betalen, billijke vergoeding toe te kennen van € 75.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van Het Bijenhuis in de proceskosten. 3.2. [de verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c BW. Aan het verzoek legt zij - kort gezegd - het onbetamelijk en ernstig (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van [betrokkene] jegens haar ten grondslag. 3.3. Het Bijenhuis voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Op haar verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontbindingsverzoek van [de verzoeker] , de door haar verzochte wettelijke transitievergoeding en billijke vergoeding moeten worden toegewezen. Ontbinding arbeidsovereenkomst met ingang van 1 maart 2026 4.2. [de verzoeker] heeft haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gebaseerd op artikel 7:671c lid 1 BW. Daarin is bepaald dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst kan ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. 4.3. De kantonrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd. Gelet op wat er is voorgevallen tussen partijen en de diverse rapportages van de bedrijfsarts, is voldoende duidelijk dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van het gedrag van [betrokkene] niet alleen ziekmakend was, maar ook aan het herstel van [de verzoeker] in de weg staat. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst is dan ook noodzakelijk voor [de verzoeker] om tot herstel te kunnen komen. Dat is dan ook een omstandigheid die met zich brengt dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve na korte tijd behoort te eindigen. Het verweer van Het Bijenhuis dat [de verzoeker] in het tweede spoort kan re-integreren en om die reden geen belang heeft bij een ontbinding wordt, gelet op de herhaalde adviezen van de bedrijfsarts, verworpen. [de verzoeker] blijft in dat geval aan Het Bijenhuis en daarmee aan [betrokkene] verbonden hetgeen om medische redenen echt onwenselijk is.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 text/xml public 2026-04-28T13:41:29 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-20 11962390 Uitspraak Beschikking NL Arnhem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 text/html public 2026-04-28T13:40:47 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2789 Rechtbank Gelderland , 20-01-2026 / 11962390 Werknemersverzoek ontbinding. Werkgever heeft laakbaar gehandeld door jarenlange (geheime) relatie/affaire aan te gaan met werknemer. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan zijde van werkgever. Transitievergoeding en billijke vergoeding worden toegewezen. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: 11962390 \ HA VERZ 25-174 Beschikking van 20 januari 2026 in de zaak van [naam verzoeker] te [woonplaats] verzoekende partij hierna te noemen: [de verzoeker] gemachtigde: mr. M.R.A. Rutten tegen HET BIJENHUIS WAGENINGEN B.V. te Wageningen verwerende partij hierna te noemen: Het Bijenhuis gemachtigde: mr. M.F. Riepma 1 De procedure 1.1. [de verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Het Bijenhuis met veroordeling van Het Bijenhuis tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en om toekenning van een billijke vergoeding aan haar, door Het Bijenhuis te betalen. Het Bijenhuis heeft een verweerschrift ingediend. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [de verzoeker] een aanvullende productie 10 en Het Bijenhuis een aanvullende productie 3 toegezonden. 1.2. Op 15 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van [de verzoeker] en Het Bijenhuis hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die ook zijn overgelegd. 1.3. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. 2 De feiten 2.1. [de verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 4 maart 2019 in dienst bij Het Bijenhuis, in de functie van [de verzoeker] is algemeen medewerker met een loon van € 1.664,00 bruto per maand. 2.2. De heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ) is medio 2020 bij Het Bijenhuis in dienst getreden. Aanvankelijk was hij productiemedewerker. Zijn vader (de heer [vader betrokkene] ) was op dat moment eigenaar van Het Bijenhuis. Later, omstreeks eind 2024, is [betrokkene] mede-eigenaar en (mede) bestuurder/directeur geworden. Daardoor werd hij de direct leidinggevende van [de verzoeker] . 2.3. [de verzoeker] heeft als productie 4 bij haar verzoekschrift de app-geschiedenis tussen haar en [betrokkene] overgelegd over de periode 2 augustus 2020 tot en met 13 februari 2025. Daaruit volgt dat zich tussen hen in die periode een (met name seksuele) relatie/affaire ontstond. 2.4. [de verzoeker] heeft in de WhatsApp-berichten aan [betrokkene] verschillende momenten en in diverse bewoordingen laten weten dat ze wil stoppen met de relatie en/of dat ze met rust gelaten wil worden door [betrokkene] . Dit gebeurde onder meer in april 2023, december 2023, april 2024, juli 2024, september en oktober 2024, december 2024 en januari 2025. Ook heeft ze meerdere keren cadeautjes afgeslagen die [betrokkene] haar wilde geven. [betrokkene] geeft aan de verzoeken van [de verzoeker] om de relatie te stoppen en haar met rust te laten geen gevolg. [betrokkene] is [de verzoeker] in weerwil van haar herhaalde verzoeken daarmee te stoppen, haar op verschillende momenten en op verschillende wijzen blijven benaderen. 2.5. [de verzoeker] heeft zich op 30 januari 2025 ziek gemeld. In de terugkoppeling van 27 februari 2025 schrijft de bedrijfsarts dat het verzuim van [de verzoeker] werkgerelateerd is. 2.6. [de verzoeker] heeft op 13 maart 2025 aangifte jegens [betrokkene] gedaan van een zedendelict. 2.7. Op 4 juni 2025 heeft de bedrijfsarts in de periodieke evaluatie geschreven: “Terugkeer in eigen werkzaamheden zal naar verwachting opnieuw leiden tot toegenomen beperkingen.” 2.8. Op 28 augustus 2025 heeft de bedrijfsarts geschreven dat de eigen werkzaamheden niet meer mogelijk zijn in de toekomst. 2.9. In een samenvattende verslaglegging van 15 september 2025 heeft de behandeld therapeut van [de verzoeker] geschreven: Na incident en periode van seksueel misbruik heeft pt zich gemeld bij huisarts en pohggz met somberheidsklachten, spanningsklachten en slecht slapen. Op dit moment zijn er voldoende tekenen om aan te nemen dat pt een psychotrauma heeft ontwikkeld in de vorm van ptss na seksueel misbruik. (…) Pt heeft het advies gekregen in behandeling te gaan. (…) Vermoeden DSM V diagnose; Post-traumatische stressstoornis; welke past onder de trauma en stressor-gerelateerde klachten, met lijdensdruk die langer dan een maand aanhoudt. 2.10. In haar rapport van 9 december 2025 heeft de bedrijfsarts het volgende advies gegeven: Mijn advies is om met de behandeling te werken aan verder herstel. Er zijn geen re-integratiemogelijkheden meer voor eigen werk. Mijn advies is met de behandeling te werken aan verder herstel van de belastbaarheid. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat het voortzetten van de arbeidsrelatie niet bijdraagt aan het herstel en dit eerder belemmert omdat het herstel al langere tijd stagneert. Er kan pas sprake zijn van echt herstel als de kwestie met de werkgever is opgelost, derhalve ben ik van mening dat vanuit medisch oogpunt echt herstel pas kan plaatsvinden na het eindigen van het dienstverband. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [de verzoeker] verzoekt, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, om de arbeidsovereenkomst te ontbinden met veroordeling van Het Bijenhuis tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en aan haar een, door Het Bijenhuis te betalen, billijke vergoeding toe te kennen van € 75.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van Het Bijenhuis in de proceskosten. 3.2. [de verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c BW. Aan het verzoek legt zij - kort gezegd - het onbetamelijk en ernstig (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van [betrokkene] jegens haar ten grondslag. 3.3. Het Bijenhuis voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Op haar verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontbindingsverzoek van [de verzoeker] , de door haar verzochte wettelijke transitievergoeding en billijke vergoeding moeten worden toegewezen. Ontbinding arbeidsovereenkomst met ingang van 1 maart 2026 4.2. [de verzoeker] heeft haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gebaseerd op artikel 7:671c lid 1 BW. Daarin is bepaald dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst kan ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. 4.3. De kantonrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd. Gelet op wat er is voorgevallen tussen partijen en de diverse rapportages van de bedrijfsarts, is voldoende duidelijk dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van het gedrag van [betrokkene] niet alleen ziekmakend was, maar ook aan het herstel van [de verzoeker] in de weg staat. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst is dan ook noodzakelijk voor [de verzoeker] om tot herstel te kunnen komen. Dat is dan ook een omstandigheid die met zich brengt dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve na korte tijd behoort te eindigen. Het verweer van Het Bijenhuis dat [de verzoeker] in het tweede spoort kan re-integreren en om die reden geen belang heeft bij een ontbinding wordt, gelet op de herhaalde adviezen van de bedrijfsarts, verworpen. [de verzoeker] blijft in dat geval aan Het Bijenhuis en daarmee aan [betrokkene] verbonden hetgeen om medische redenen echt onwenselijk is.
Volledig
De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden met ingang van 1 maart 2026. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis 4.4. [de verzoeker] vordert Het Bijenhuis te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding. [de verzoeker] heeft alleen dan recht op de wettelijke transitievergoeding als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis. Hetzelfde geldt voor de verzochte toekenning van een billijke vergoeding. 4.5. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zal zich alleen voordien in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. In dit geval is sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dat wordt als volgt toegelicht. 4.6. De wijze waarop [betrokkene] zich jegens [de verzoeker] heeft gedragen en opgesteld, zeker vanaf het moment waarop hij haar leidinggevende werd en na de herhaaldelijke pogingen van [de verzoeker] om de relatie te stoppen, is naar het oordeel van de kantonrechter zodanig laakbaar dat dit kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dit gedrag van [betrokkene] als inmiddels leidinggevende en (mede) eigenaar van Het Bijenhuis, is Het Bijenhuis aan te rekenen. Uit de overgelegde WhatsAppberichten volgt dat vooral op initiatief van [betrokkene] tussen hem en [de verzoeker] een geheime relatie/affaire is ontstaan die zich door de jaren heen heeft ontwikkeld tot een instabiele seksuele relatie. [de verzoeker] heeft op verschillende momenten en in diverse, maar niet voor enig misverstand vatbare bewoordingen aangegeven te willen stoppen met relatie en met rust gelaten te willen worden door [betrokkene] . Dat werd nog prangender nadat [betrokkene] , gedurende zijn relatie met [de verzoeker] , een relatie krijgt met een andere vrouw en uit die relatie een zoon krijgt. Ook slaat [de verzoeker] meerdere cadeautjes af die [betrokkene] haar wil geven. [betrokkene] bleef echter aandringen. Uit de WhatsAppberichten blijkt dat door de jaren heen een patroon is ontstaan waarbij [betrokkene] [de verzoeker] op de werkvloer ziet en haar intiem getinte berichtjes stuurt over haar uiterlijk. [de verzoeker] gaat hier soms op in en soms niet. Op de momenten dat [de verzoeker] afwijzend reageert, reageert [betrokkene] kwaad en blijft hij eventjes stil in het appverkeer. Dat duurt dan totdat [betrokkene] [de verzoeker] weer op de werkvloer ziet en haar wederom ongepaste intieme complimenteuze berichten stuurt, aandringt op contact, [de verzoeker] kennelijk tegen haar baas geen weerstand weet te bieden en het weer van voor af aan begint. Dit patroon, waarbij het telkens [betrokkene] is die zich weer op vaak ongepaste wijze opdringt aan [de verzoeker] , blijft zich jarenlang herhalen. De emmer was voor [de verzoeker] vol toen de geheime relatie bekend werd bij de partner van [betrokkene] , maar ook toen bleef [betrokkene] aandringen bij [de verzoeker] . Dit bij herhaling overschrijden van de grenzen die [de verzoeker] stelde, is ernstig verwijtbaar. Daarbij is van belang dat er een ondergeschiktheids- en daarmee afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen [betrokkene] en [de verzoeker] . Al was [betrokkene] aanvankelijk alleen medewerker van Het Bijenhuis, uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [de verzoeker] ook toen al aan hem haar vrije dagen moest vragen/doorgeven via WhatsApp. Dus ook toen was er al enige afhankelijkheid. Dat werd evidenter toen [betrokkene] , vrij kort na het ontstaan van de relatie/affaire tussen hem en [de verzoeker] , leidinggevende van [de verzoeker] is geworden. Daar komt bij dat [betrokkene] de zoon is van de (vorige) eigenaar van het Het Bijenhuis. Hoe dan ook had hij binnen Het Bijenhuis een andere positie dan iedere een andere willekeurige werknemer. Zijn opstelling en handelswijze zoals hiervoor omschreven levert als gezegd ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op dat aan Het Bijenhuis wordt toegerekend. Transitievergoeding Nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten van Het Bijenhuis heeft [de verzoeker] recht op de wettelijke transitievergoeding. Haar verzoek Het Bijenhuis tot betaling daarvan te veroordelen, wordt daarom toegewezen. Berekend tot aan de dag van ontbinding, te weten 1 maart 2026, bedraagt de wettelijke transitievergoeding € 4.190,95 bruto. Dit bedrag wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 april 2026. Billijke vergoeding 4.7. Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis zal de kantonrechter aan [de verzoeker] een billijke vergoeding toekennen. De hoogte van de billijke vergoeding 4.8. Bij het vaststellen van de billijke vergoeding gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever dat heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst. 4.9. Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding zijn onder meer de volgende gezichtspunten van belang: wat zou de verdere duur van de arbeidsovereenkomst zijn geweest zonder het ernstig verwijtbaar handelen van Het Bijenhuis; wat is de mate waarin Het Bijenhuis een verwijt valt te maken; heeft [de verzoeker] inmiddels ander werk gevonden en welke inkomsten geniet zij daaruit; welke andere inkomsten kan [de verzoeker] in redelijkheid in de toekomst verwerven. Verder heeft te gelden dat bij de billijke vergoeding rekening kan worden gehouden met de transitievergoeding die de werknemer ontvangt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 4.10. Voor zover het gaat om het begroten van de inkomensschade, dient de huidige situatie van [de verzoeker] te worden vergeleken met de hypothetische situatie dat geen sprake zou zijn geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis. In dat verband moet niet alleen ingeschat worden hoelang de arbeidsovereenkomst naar verwachting zou hebben geduurd als Het Bijenhuis niet ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld, maar ook of en zo ja, op welke termijn [de verzoeker] in staat geacht moet worden andere inkomsten te verwerven en zo ja tot welke bedrag. 4.11. [de verzoeker] verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding van € 75.000,00 bruto en legt aan haar berekeningen ten grondslag dat het aannemelijk is dat zij zonder het grensoverschrijdend en onbetamelijk gedrag van [betrokkene] nog lang bij Het Bijenhuis zou hebben gewerkt, in ieder geval tien jaar. Het is volgens [de verzoeker] niet te verwachten dat zij snel een ander dienstverband zou hebben gezocht. Dit gelet op haar arbeidsmarktpositie, haar persoonlijke omstandigheden en haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. 4.12. Het Bijenhuis voert, samengevat, aan dat de arbeidsmarktpositie en persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] niet maken dat zij naar objectieve maatstaven geen perspectief heeft op een productiebaan met een vergelijkbaar salarisniveau. [de verzoeker] ’s beheersing van de Nederlandse taal is volgens Het Bijenhuis meer dan voldoende om ook elders (productie)werkzaamheden te verrichten. Dat de arbeidsrelatie tussen [de verzoeker] en Het Bijenhuis nog zeker tien jaar zou duren, is volgens Het Bijenhuis te positief ingeschat en het is voor Het Bijenhuis dan ook onduidelijk waar [de verzoeker] het bedrag van € 75.000,00 bruto op heeft gebaseerd. 4.13. De kantonrechter is met [de verzoeker] van oordeel dat het aannemelijk is dat zij zonder het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [betrokkene] mogelijk nog een groot aantal jaren bij Het Bijenhuis werkzaam had kunnen zijn.
Volledig
De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden met ingang van 1 maart 2026. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis 4.4. [de verzoeker] vordert Het Bijenhuis te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding. [de verzoeker] heeft alleen dan recht op de wettelijke transitievergoeding als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis. Hetzelfde geldt voor de verzochte toekenning van een billijke vergoeding. 4.5. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zal zich alleen voordien in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. In dit geval is sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dat wordt als volgt toegelicht. 4.6. De wijze waarop [betrokkene] zich jegens [de verzoeker] heeft gedragen en opgesteld, zeker vanaf het moment waarop hij haar leidinggevende werd en na de herhaaldelijke pogingen van [de verzoeker] om de relatie te stoppen, is naar het oordeel van de kantonrechter zodanig laakbaar dat dit kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dit gedrag van [betrokkene] als inmiddels leidinggevende en (mede) eigenaar van Het Bijenhuis, is Het Bijenhuis aan te rekenen. Uit de overgelegde WhatsAppberichten volgt dat vooral op initiatief van [betrokkene] tussen hem en [de verzoeker] een geheime relatie/affaire is ontstaan die zich door de jaren heen heeft ontwikkeld tot een instabiele seksuele relatie. [de verzoeker] heeft op verschillende momenten en in diverse, maar niet voor enig misverstand vatbare bewoordingen aangegeven te willen stoppen met relatie en met rust gelaten te willen worden door [betrokkene] . Dat werd nog prangender nadat [betrokkene] , gedurende zijn relatie met [de verzoeker] , een relatie krijgt met een andere vrouw en uit die relatie een zoon krijgt. Ook slaat [de verzoeker] meerdere cadeautjes af die [betrokkene] haar wil geven. [betrokkene] bleef echter aandringen. Uit de WhatsAppberichten blijkt dat door de jaren heen een patroon is ontstaan waarbij [betrokkene] [de verzoeker] op de werkvloer ziet en haar intiem getinte berichtjes stuurt over haar uiterlijk. [de verzoeker] gaat hier soms op in en soms niet. Op de momenten dat [de verzoeker] afwijzend reageert, reageert [betrokkene] kwaad en blijft hij eventjes stil in het appverkeer. Dat duurt dan totdat [betrokkene] [de verzoeker] weer op de werkvloer ziet en haar wederom ongepaste intieme complimenteuze berichten stuurt, aandringt op contact, [de verzoeker] kennelijk tegen haar baas geen weerstand weet te bieden en het weer van voor af aan begint. Dit patroon, waarbij het telkens [betrokkene] is die zich weer op vaak ongepaste wijze opdringt aan [de verzoeker] , blijft zich jarenlang herhalen. De emmer was voor [de verzoeker] vol toen de geheime relatie bekend werd bij de partner van [betrokkene] , maar ook toen bleef [betrokkene] aandringen bij [de verzoeker] . Dit bij herhaling overschrijden van de grenzen die [de verzoeker] stelde, is ernstig verwijtbaar. Daarbij is van belang dat er een ondergeschiktheids- en daarmee afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen [betrokkene] en [de verzoeker] . Al was [betrokkene] aanvankelijk alleen medewerker van Het Bijenhuis, uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [de verzoeker] ook toen al aan hem haar vrije dagen moest vragen/doorgeven via WhatsApp. Dus ook toen was er al enige afhankelijkheid. Dat werd evidenter toen [betrokkene] , vrij kort na het ontstaan van de relatie/affaire tussen hem en [de verzoeker] , leidinggevende van [de verzoeker] is geworden. Daar komt bij dat [betrokkene] de zoon is van de (vorige) eigenaar van het Het Bijenhuis. Hoe dan ook had hij binnen Het Bijenhuis een andere positie dan iedere een andere willekeurige werknemer. Zijn opstelling en handelswijze zoals hiervoor omschreven levert als gezegd ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op dat aan Het Bijenhuis wordt toegerekend. Transitievergoeding Nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten van Het Bijenhuis heeft [de verzoeker] recht op de wettelijke transitievergoeding. Haar verzoek Het Bijenhuis tot betaling daarvan te veroordelen, wordt daarom toegewezen. Berekend tot aan de dag van ontbinding, te weten 1 maart 2026, bedraagt de wettelijke transitievergoeding € 4.190,95 bruto. Dit bedrag wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 april 2026. Billijke vergoeding 4.7. Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis zal de kantonrechter aan [de verzoeker] een billijke vergoeding toekennen. De hoogte van de billijke vergoeding 4.8. Bij het vaststellen van de billijke vergoeding gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever dat heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst. 4.9. Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding zijn onder meer de volgende gezichtspunten van belang: wat zou de verdere duur van de arbeidsovereenkomst zijn geweest zonder het ernstig verwijtbaar handelen van Het Bijenhuis; wat is de mate waarin Het Bijenhuis een verwijt valt te maken; heeft [de verzoeker] inmiddels ander werk gevonden en welke inkomsten geniet zij daaruit; welke andere inkomsten kan [de verzoeker] in redelijkheid in de toekomst verwerven. Verder heeft te gelden dat bij de billijke vergoeding rekening kan worden gehouden met de transitievergoeding die de werknemer ontvangt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 4.10. Voor zover het gaat om het begroten van de inkomensschade, dient de huidige situatie van [de verzoeker] te worden vergeleken met de hypothetische situatie dat geen sprake zou zijn geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Het Bijenhuis. In dat verband moet niet alleen ingeschat worden hoelang de arbeidsovereenkomst naar verwachting zou hebben geduurd als Het Bijenhuis niet ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld, maar ook of en zo ja, op welke termijn [de verzoeker] in staat geacht moet worden andere inkomsten te verwerven en zo ja tot welke bedrag. 4.11. [de verzoeker] verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding van € 75.000,00 bruto en legt aan haar berekeningen ten grondslag dat het aannemelijk is dat zij zonder het grensoverschrijdend en onbetamelijk gedrag van [betrokkene] nog lang bij Het Bijenhuis zou hebben gewerkt, in ieder geval tien jaar. Het is volgens [de verzoeker] niet te verwachten dat zij snel een ander dienstverband zou hebben gezocht. Dit gelet op haar arbeidsmarktpositie, haar persoonlijke omstandigheden en haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. 4.12. Het Bijenhuis voert, samengevat, aan dat de arbeidsmarktpositie en persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] niet maken dat zij naar objectieve maatstaven geen perspectief heeft op een productiebaan met een vergelijkbaar salarisniveau. [de verzoeker] ’s beheersing van de Nederlandse taal is volgens Het Bijenhuis meer dan voldoende om ook elders (productie)werkzaamheden te verrichten. Dat de arbeidsrelatie tussen [de verzoeker] en Het Bijenhuis nog zeker tien jaar zou duren, is volgens Het Bijenhuis te positief ingeschat en het is voor Het Bijenhuis dan ook onduidelijk waar [de verzoeker] het bedrag van € 75.000,00 bruto op heeft gebaseerd. 4.13. De kantonrechter is met [de verzoeker] van oordeel dat het aannemelijk is dat zij zonder het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [betrokkene] mogelijk nog een groot aantal jaren bij Het Bijenhuis werkzaam had kunnen zijn.
Volledig
Hoeveel jaar dat het geval geweest zou zijn is niet of nauwelijks in te schatten. Maar voor de begroting van de billijke vergoeding is niet alleen bepalend hoe lang het dienstverband nog geduurd zou hebben als het ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van de werkgever wordt weggedacht, maar is ook mede bepalend hoe snel [de verzoeker] naar verwachting ander werk zal kunnen vinden. Uit de stukken is duidelijk dat [de verzoeker] nog arbeidsongeschikt is wegens ziekte en geadviseerd is nog een behandeling te ondergaan. Hoelang herstel naar verwachting zal duren is niet bekend. Dat maakt ook een inschatting naar van het moment waarop [de verzoeker] ander werk zal kunnen vinden weinig objectief bepaalbaar. Mede indachtig de ernst van de gedragingen van [betrokkene] en de omstandigheid dat Het Bijenhuis bij aanhoudende ziekte als het dienstverband zou zijn doorgelopen loon zou hebben moeten doorbetalen, maar ook rekening houdend met de omstandigheid dat [de verzoeker] op enig moment via het tweede spoor met loonwaarde elders zou hebben kunnen re-integreren maakt dat de kantonrechter de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding begroot op € 25.000,00, bruto. Dat is een bedrag om en nabij een jaarsalaris van [de verzoeker] . Hierbij is geen rekening gehouden met een eventuele uitkering op grond van de Ziektewet, omdat het niet zeker is of zij daar recht op heeft. Ook spelen de leeftijd, arbeidspositie en persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] een rol. 4.14. Het Bijenhuis zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 25.000,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Voor zover [de verzoeker] een hoger bedrag heeft verzocht wordt haar verzoek afgewezen. Intrekkingsbevoegdheid 4.15. Omdat [de verzoeker] een lagere billijke vergoeding toegekend krijgt dan ze heeft verzocht, wordt zij in de gelegenheid gesteld om haar verzoek in te trekken als hierna gemeld. Proceskosten 4.16. De proceskosten komen voor rekening van Het Bijenhuis omdat zij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen en nalaten van Het Bijenhuis. De proceskosten aan de zijde van [de verzoeker] worden begroot op € 1.311,00 (€ 1.086,00 aan salaris gemachtigde, € 135,00 nakosten en € 90,00 aan griffierecht). In geval [de verzoeker] haar verzoek intrekt zal zij in de kosten worden veroordeeld, aan de zijde van Het Bijenhuis worden die begroot op € 1.221,00 (€ 1.086,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten). 5 De beslissing De kantonrechter, 5.1. stelt [de verzoeker] in de gelegenheid haar verzoek uiterlijk 2 februari 2026 in te trekken middels een brief of e-mail aan de griffie van het team kanton en handel van de rechtbank Gelderland onder vermelding van zaaknummer (in kopie naar de gemachtigde van Het Bijenhuis); In geval [de verzoeker] het verzoek niet uiterlijk op 2 februari 2026 intrekt : 5.2. ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2026; 5.3. veroordeelt Het Bijenhuis om aan [de verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 4.190,95 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.4. veroordeelt Het Bijenhuis om aan [de verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 25.000,00 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden tot aan de dag van gehele betaling; 5.5. veroordeelt Het Bijenhuis in de proceskosten van € 1.311,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 5.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 5.7. wijst het meer of anders verzochte af; In geval [de verzoeker] het verzoek uiterlijk op 2 februari 2026 intrekt 5.8. veroordeelt [de verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Het Bijenhuis begroot op € 1.221,00; 5.9. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026. Zo volgt onder meer uit het advies van de bedrijfsarts van 9 december 2025. Zie artikel 7:673 lid 1 sub b onder 2 BW. Zie artikel 7:671c lid 2 onder b BW. Zie onder meer HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle) en HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:955 (Wn/Blue Circle HRM). Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Volledig
Hoeveel jaar dat het geval geweest zou zijn is niet of nauwelijks in te schatten. Maar voor de begroting van de billijke vergoeding is niet alleen bepalend hoe lang het dienstverband nog geduurd zou hebben als het ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van de werkgever wordt weggedacht, maar is ook mede bepalend hoe snel [de verzoeker] naar verwachting ander werk zal kunnen vinden. Uit de stukken is duidelijk dat [de verzoeker] nog arbeidsongeschikt is wegens ziekte en geadviseerd is nog een behandeling te ondergaan. Hoelang herstel naar verwachting zal duren is niet bekend. Dat maakt ook een inschatting naar van het moment waarop [de verzoeker] ander werk zal kunnen vinden weinig objectief bepaalbaar. Mede indachtig de ernst van de gedragingen van [betrokkene] en de omstandigheid dat Het Bijenhuis bij aanhoudende ziekte als het dienstverband zou zijn doorgelopen loon zou hebben moeten doorbetalen, maar ook rekening houdend met de omstandigheid dat [de verzoeker] op enig moment via het tweede spoor met loonwaarde elders zou hebben kunnen re-integreren maakt dat de kantonrechter de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding begroot op € 25.000,00, bruto. Dat is een bedrag om en nabij een jaarsalaris van [de verzoeker] . Hierbij is geen rekening gehouden met een eventuele uitkering op grond van de Ziektewet, omdat het niet zeker is of zij daar recht op heeft. Ook spelen de leeftijd, arbeidspositie en persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] een rol. 4.14. Het Bijenhuis zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 25.000,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Voor zover [de verzoeker] een hoger bedrag heeft verzocht wordt haar verzoek afgewezen. Intrekkingsbevoegdheid 4.15. Omdat [de verzoeker] een lagere billijke vergoeding toegekend krijgt dan ze heeft verzocht, wordt zij in de gelegenheid gesteld om haar verzoek in te trekken als hierna gemeld. Proceskosten 4.16. De proceskosten komen voor rekening van Het Bijenhuis omdat zij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen en nalaten van Het Bijenhuis. De proceskosten aan de zijde van [de verzoeker] worden begroot op € 1.311,00 (€ 1.086,00 aan salaris gemachtigde, € 135,00 nakosten en € 90,00 aan griffierecht). In geval [de verzoeker] haar verzoek intrekt zal zij in de kosten worden veroordeeld, aan de zijde van Het Bijenhuis worden die begroot op € 1.221,00 (€ 1.086,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten). 5 De beslissing De kantonrechter, 5.1. stelt [de verzoeker] in de gelegenheid haar verzoek uiterlijk 2 februari 2026 in te trekken middels een brief of e-mail aan de griffie van het team kanton en handel van de rechtbank Gelderland onder vermelding van zaaknummer (in kopie naar de gemachtigde van Het Bijenhuis); In geval [de verzoeker] het verzoek niet uiterlijk op 2 februari 2026 intrekt : 5.2. ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2026; 5.3. veroordeelt Het Bijenhuis om aan [de verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 4.190,95 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.4. veroordeelt Het Bijenhuis om aan [de verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 25.000,00 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden tot aan de dag van gehele betaling; 5.5. veroordeelt Het Bijenhuis in de proceskosten van € 1.311,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 5.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 5.7. wijst het meer of anders verzochte af; In geval [de verzoeker] het verzoek uiterlijk op 2 februari 2026 intrekt 5.8. veroordeelt [de verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Het Bijenhuis begroot op € 1.221,00; 5.9. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026. Zo volgt onder meer uit het advies van de bedrijfsarts van 9 december 2025. Zie artikel 7:673 lid 1 sub b onder 2 BW. Zie artikel 7:671c lid 2 onder b BW. Zie onder meer HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle) en HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:955 (Wn/Blue Circle HRM). Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.