Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-10
ECLI:NL:RBGEL:2026:2683
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,368 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 text/xml public 2026-04-16T17:00:22 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-10 ARN 25/4462 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 text/html public 2026-04-10T14:47:47 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 Rechtbank Gelderland , 10-04-2026 / ARN 25/4462 Hersteloperatie toeslagen. Beroep ongegrond. Eiseres heeft een deel van de afbetalingen op haar schuld gedaan voordat de lichte toets was afgerond. De minister heeft terecht hiervoor geen compensatie verleend. De rechtbank begrijpt dat dit oneerlijk voelt, maar het is een bewuste keuze geweest van de wetgever. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/4462 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres en de minister van Financiën (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de minister om een afbetaalde schuld terug te betalen. Eiseres is het niet eens met de weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de minister om een afbetaalde schuld terug te betalen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht heeft geweigerd de afbetaalde schuld terug te betalen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres is gedupeerde van het toeslagenschandaal. Zij is in eerste instantie bij het besluit van 10 november 2023 over de lichte toets niet aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Later bij de integrale beoordeling op 11 november 2024 is zij wel aangemerkt als gedupeerde. Zij heeft de Sociale Banken Nederland, een uitvoeringsorganisatie van de minister, gevraagd om terugbetaling van een afbetaalde schuld van € 3.180 bij ABN AMRO N.V. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 25 april 2025 afgewezen omdat eiseres de schuld (deels) heeft betaald voordat ze de compensatie ontving. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres heeft de minister het bezwaar deels gegrond verklaard en een bedrag van € 1.672,18 terugbetaald omdat eiseres dit bedrag van de schuld tussen de beschikking lichte toets en de integrale beoordeling heeft afbetaald. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader 3. Onder voorwaarden kunnen gedupeerden van het toeslagenschandaal in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. Een schuld moet aan de volgende vereisten voldoen: de schuld is ontstaan na 31 december 2005; en de schuld was voor 1 juni 2021 opeisbaar; en de schuld is niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. 3.1. Een al afbetaalde schuld wordt alleen terugbetaald als de schuld door de gedupeerde is voldaan ná ontvangst van een forfaitair bedrag of compensatie gebaseerd op een herstelmaatregel van de Wht of als de gedupeerde bij de lichte toets niet is aangemerkt als gedupeerde en bij de integrale beoordeling wel, maar in de tussentijd al schulden heeft afgelost. Heeft de minister terecht geweigerd om het overige deel van de schuld terug te betalen? 4. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte weigert om de hele afbetaalde schuld te vergoeden. Zij heeft de schuld namelijk in januari 2024 afgelost, dat is na ontvangst van de compensatie. De minister moet daarom het bedrag van de hele schuld terugbetalen. 4.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres had een kredietrekening bij ABN AMRO, die zij afloste door overboekingen op haar eigen rekening. Zij heeft het krediet in drie betalingen afgelost: € 750 op 26 september 2023, € 750 op 20 oktober 2023 en € 1.672,18 op 24 januari 2024. Met de laatste betaling is de kredietrekening opgeheven. De minister is terecht uitgegaan van de data van de verschillende aflossingen en niet van het moment dat het krediet volledig was afbetaald. In de wet is namelijk bepaald dat het moment van voldoening van schulden en kosten bepalend is. In dit geval heeft eiseres de schuld in drie betalingen voldaan. Zij heeft de eerste twee betalingen voldaan voordat de lichte toets was afgerond. De aflossing van € 1.672,18 is gedaan na de lichte toets. De minister heeft daarom terecht alleen compensatie verleend voor de laatste aflossing. 4.2. Het is bewonderenswaardig dat het eiseres op eigen kracht is gelukt om de schuld gedeeltelijk af te lossen en de rechtbank begrijpt dat het voor eiseres oneerlijk voelt dat zij niet volledig gecompenseerd wordt, terwijl zij alles op alles heeft gezet om haar schuld zo snel mogelijk af te lossen. De wetgever heeft over deze situatie nagedacht bij het opstellen van de Wht en er bewust voor gekozen in principe alleen te compenseren als gedupeerden de al ontvangen compensatie hebben gebruikt om openstaande schulden af te lossen. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de minister om een afbetaalde schuld volledig terug te betalen, in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toelagen (Wht). Dit volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. Dit volgt uit artikel 4.3, derde lid, van de Wht. Kamerstukken II, 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 131.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 text/xml public 2026-04-16T17:00:22 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-10 ARN 25/4462 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 text/html public 2026-04-10T14:47:47 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2683 Rechtbank Gelderland , 10-04-2026 / ARN 25/4462 Hersteloperatie toeslagen. Beroep ongegrond. Eiseres heeft een deel van de afbetalingen op haar schuld gedaan voordat de lichte toets was afgerond. De minister heeft terecht hiervoor geen compensatie verleend. De rechtbank begrijpt dat dit oneerlijk voelt, maar het is een bewuste keuze geweest van de wetgever. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/4462 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres en de minister van Financiën (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de minister om een afbetaalde schuld terug te betalen. Eiseres is het niet eens met de weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de minister om een afbetaalde schuld terug te betalen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht heeft geweigerd de afbetaalde schuld terug te betalen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres is gedupeerde van het toeslagenschandaal. Zij is in eerste instantie bij het besluit van 10 november 2023 over de lichte toets niet aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Later bij de integrale beoordeling op 11 november 2024 is zij wel aangemerkt als gedupeerde. Zij heeft de Sociale Banken Nederland, een uitvoeringsorganisatie van de minister, gevraagd om terugbetaling van een afbetaalde schuld van € 3.180 bij ABN AMRO N.V. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 25 april 2025 afgewezen omdat eiseres de schuld (deels) heeft betaald voordat ze de compensatie ontving. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres heeft de minister het bezwaar deels gegrond verklaard en een bedrag van € 1.672,18 terugbetaald omdat eiseres dit bedrag van de schuld tussen de beschikking lichte toets en de integrale beoordeling heeft afbetaald. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader 3. Onder voorwaarden kunnen gedupeerden van het toeslagenschandaal in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. Een schuld moet aan de volgende vereisten voldoen: de schuld is ontstaan na 31 december 2005; en de schuld was voor 1 juni 2021 opeisbaar; en de schuld is niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. 3.1. Een al afbetaalde schuld wordt alleen terugbetaald als de schuld door de gedupeerde is voldaan ná ontvangst van een forfaitair bedrag of compensatie gebaseerd op een herstelmaatregel van de Wht of als de gedupeerde bij de lichte toets niet is aangemerkt als gedupeerde en bij de integrale beoordeling wel, maar in de tussentijd al schulden heeft afgelost. Heeft de minister terecht geweigerd om het overige deel van de schuld terug te betalen? 4. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte weigert om de hele afbetaalde schuld te vergoeden. Zij heeft de schuld namelijk in januari 2024 afgelost, dat is na ontvangst van de compensatie. De minister moet daarom het bedrag van de hele schuld terugbetalen. 4.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres had een kredietrekening bij ABN AMRO, die zij afloste door overboekingen op haar eigen rekening. Zij heeft het krediet in drie betalingen afgelost: € 750 op 26 september 2023, € 750 op 20 oktober 2023 en € 1.672,18 op 24 januari 2024. Met de laatste betaling is de kredietrekening opgeheven. De minister is terecht uitgegaan van de data van de verschillende aflossingen en niet van het moment dat het krediet volledig was afbetaald. In de wet is namelijk bepaald dat het moment van voldoening van schulden en kosten bepalend is. In dit geval heeft eiseres de schuld in drie betalingen voldaan. Zij heeft de eerste twee betalingen voldaan voordat de lichte toets was afgerond. De aflossing van € 1.672,18 is gedaan na de lichte toets. De minister heeft daarom terecht alleen compensatie verleend voor de laatste aflossing. 4.2. Het is bewonderenswaardig dat het eiseres op eigen kracht is gelukt om de schuld gedeeltelijk af te lossen en de rechtbank begrijpt dat het voor eiseres oneerlijk voelt dat zij niet volledig gecompenseerd wordt, terwijl zij alles op alles heeft gezet om haar schuld zo snel mogelijk af te lossen. De wetgever heeft over deze situatie nagedacht bij het opstellen van de Wht en er bewust voor gekozen in principe alleen te compenseren als gedupeerden de al ontvangen compensatie hebben gebruikt om openstaande schulden af te lossen. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de minister om een afbetaalde schuld volledig terug te betalen, in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toelagen (Wht). Dit volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. Dit volgt uit artikel 4.3, derde lid, van de Wht. Kamerstukken II, 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 131.