Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-08
ECLI:NL:RBGEL:2026:2609
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
18,522 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 text/xml public 2026-04-28T14:40:00 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-08 C/05/448279 HA ZA 25-91 Uitspraak Bodemzaak Tussenuitspraak NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 text/html public 2026-04-08T15:56:46 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 Rechtbank Gelderland , 08-04-2026 / C/05/448279 HA ZA 25-91 Tussenvonnis. Moet ambtshalve worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken op de grond dat overeenkomst tot in gebruik geven van bestelbussen kwalificeert als huurovereenkomst? (artikel 71 Rv) Nee, want de overeenkomst is geen huurovereenkomst nu geen tegenprestatie is verschuldigd voor het in gebruik geven van de bestelbussen. Afwijzing vordering. Onvoldoende gesteld, mede in het licht van gemotiveerde betwisting, dat is overeengekomen dat gebruikskosten voor het gebruik van bestelbussen moeten worden vergoed. Tweede vordering tot vergoeding van schade, geleden doordat twee bestelbussen beschadigd zijn geraakt, afgewezen. Niet meer gereageerd op gemotiveerde betwisting en stellingen onvoldoende onderbouwd. Voorgenomen beslissing om vordering in reconventie van EUR 3.544,16 te verwijzen naar een kamer voor kantonzaken. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/448279 / HA ZA 25-91 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RED DIENSTVERLENING B.V. , gevestigd te Vught, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Red, advocaat: mr. D.P.M.G. van den Boom, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAMBI DIENSTVERLENING B.V. , gevestigd te Druten, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: Bambi, advocaat: mr. W.G.A. van Hoogstraten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 september 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Red exploiteert een onderneming in het ondersteunen bij verwerking van goederenstromen, in het bijzonder het ontvangen, sorteren en distribueren van pakketten. De chauffeurs die voor Red de pakketten bezorgen werken op afroep en worden per afgeleverd pakket betaald. De chauffeurs rijden in bestelbussen, waarvan er een aantal eigendom zijn van Red en een aantal door haar worden geleased van een derde. Een grote opdrachtgever van Red is DHL. Red is voor DHL werkzaam als ‘subcontractor’, wat betekent dat zij pakketten voor DHL bezorgt. Daarnaast heeft zij voor DHL distributiepunten, genaamd cityhubs, beheerd, wat inhoudt dat zij op bepaalde locaties pakketten ontvangt en sorteert en de ritten indeelt die de chauffeurs van de subcontractors rijden om de pakketten te bezorgen. Red is beheerder geweest van de cityhub van DHL in Nijmegen. Zij is daar ook als subcontractor van DHL werkzaam geweest tot 25 juli 2022. Op 2 juli 2022 heeft Red haar onderneming verplaatst naar Drunen, waar zij de cityhub van DHL is gaan beheren en subcontractor is geworden. Weer later heeft Red haar onderneming verplaatst naar Waalwijk. 2.2. Bambi exploiteert een onderneming in het distribueren van pakketten en is ook een subcontractor van DHL. Zij heeft samen met andere subcontractors van DHL de werkzaamheden overgenomen die Red tot 25 juli 2022 als subcontractor heeft verricht vanuit cityhub Nijmegen. 2.3. Vanaf juli tot september 2022 heeft Bambi een aantal van de bestelbussen van Red gebruikt om pakketten te bezorgen. Ook daarna heeft Bambi nog bestelbussen van Red gebruikt. 2.4. Bij Whatsappbericht van 4 oktober 2022 heeft Red aan Bambi een factuur gedateerd 3 oktober 2022 ten bedrage van € 7.972,02 gezonden. Bambi heeft dat bedrag diezelfde dag betaald onder vermelding van “Huur bussen”. 2.5. Bij brief van 15 april 2024 heeft mr. [advocaat] van [advocatenkantoor] aan Bambi geschreven dat Red een vordering van in totaal € 66.741,54 heeft op Bambi en haar gesommeerd om dit bedrag uiterlijk 17 april 2024 te betalen. Bij die brief is een lijst gevoegd met factuurnummers, -data en -bedragen. 2.6. In reactie daarop heeft Bambi op 15 april 2024 gevraagd om toezending van “de contract van de verhuur” en de facturen en op 16 april 2024 om bewijs van toezending van de facturen aan haar. In reactie daarop heeft de advocaat van Red op 6 november 2024 onder meer geschreven dat de facturen per e-mail en per post aan Bambi zijn toegezonden. 2.7. Bij e-mailbericht van 26 juni 2024 heeft de advocaat van Red aan Bambi geschreven dat Red de “gebruiks- huurovereenkomst” van de bestelbussen ontbindt en verzocht om teruggave van de bestelbussen. 2.8. Red heeft de bestelbussen bij Bambi opgehaald, de laatste twee bussen op 5 juli 2024. 2.9. Bij e-mailbericht van 24 augustus 2024 heeft de advocaat van Red aan Bambi het volgende geschreven: (…) Hierbij zend ik u de factuur van cliënte die verband houden met het gebruik van de bussen met kenteken [kentekennummer] en [kentekennummer] . Verder zend ik u de offerte in verband met het herstel van de bus met kenteken [kentekennummer] en de E-mail in verband met de kosten voor de schades aan de bus met [kentekennummer] Cliënte heeft de schade die verband houdt met de bus met kenteken [kentekennummer] kunnen beperken door de bus niet te laten herstellen maar te verkopen. De verkoopprijs was € 2.000,00. Zonder de schade zou de verkoopprijs voor de bus met 200.000 km, € 5.500 bedragen hebben. Cliënte maakt daarom aanspraak op vergoeding door u van een bedrag van € 3.500, zijnde de vermindering van de waarde van de bus die aan u toerekenbaar is. Voorts maakt zij aanspraak op vergoeding van de kosten voor de schades aan de bus met [kentekennummer] Hierbij verzoek ik u om het bedrag van de factuur binnen de in de factuur genoemde betalingstermijn van 14 dagen over te maken op het rekeningnummer van cliënte. (…) 2.10. In reactie daarop heeft Bambi bij e-mailbericht van 9 september 2024 aan de advocaat van Red onder meer het volgende geschreven: (…) Betreft de schades op de [kentekennummer] , zijn de schades bij Cityhub Beuningen gereden of bij Cityhub Wijchen? (…) 2.11. Bij Whatsappberichten van 3 september 2023 stuurt de bestuurder van Bambi een tweetal foto’s aan de bestuurder van Red waarop een oprijwagen is te zien met daarin een deuk in het spatscherm aan de linker voorzijde. Bij Whatsappberichten van 4 september 2024 schrijft de bestuurder van Red aan de bestuurder van Bambi: [04-09-2023, 10:19:18] [medewerker Bambi] : Even aan [naam] vragen wat het kost westelijke van die deuk [04-09-2023, 10:19:56] [medewerker Bambi] : Goed je gesproken te hebben. Houd je haaks vriend. Je weet mij te vinden als je een keer wil praten boos worden ofzo. 2.12. Bij e-mailbericht van 24 november 2024 heeft Bambi aan de advocaat van Red een offerte gestuurd van Autoschade Beuningen B.V. gedateerd op 2 september 2024 die ziet op kosten voor herstel van een beschadigde oprijwagen, Iveco 40-150. Het totaalbedrag op de offerte is € 3.544,16. 3 Het geschil in conventie 3.1. Red vordert, na vermindering van eis, dat de rechtbank bij zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Bambi veroordeelt tot betaling aan Red van € 49.735,32, vermeerderd met wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over elk factuurbedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van die factuur tot de dag der algehele voldoening, alsmede € 1.352,07 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Bambi in de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag der algehele voldoening. 3.2. Red stelt dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan met betrekking tot de bestelbussen van Red, op grond waarvan de bussen door Red aan Bambi in gebruik werden gegeven en Bambi verplicht was om de kostprijs van het gebruik van de bussen aan Red te vergoeden. Red heeft voor de gebruiksvergoeding in totaal 19 facturen gezonden, maar daar zijn geen betalingen op verricht, met uitzondering van de factuur van 3 oktober 2022. Red vordert betaling van de bedragen van de openstaande facturen.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 text/xml public 2026-04-28T14:40:00 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-08 C/05/448279 HA ZA 25-91 Uitspraak Bodemzaak Tussenuitspraak NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 text/html public 2026-04-08T15:56:46 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2609 Rechtbank Gelderland , 08-04-2026 / C/05/448279 HA ZA 25-91 Tussenvonnis. Moet ambtshalve worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken op de grond dat overeenkomst tot in gebruik geven van bestelbussen kwalificeert als huurovereenkomst? (artikel 71 Rv) Nee, want de overeenkomst is geen huurovereenkomst nu geen tegenprestatie is verschuldigd voor het in gebruik geven van de bestelbussen. Afwijzing vordering. Onvoldoende gesteld, mede in het licht van gemotiveerde betwisting, dat is overeengekomen dat gebruikskosten voor het gebruik van bestelbussen moeten worden vergoed. Tweede vordering tot vergoeding van schade, geleden doordat twee bestelbussen beschadigd zijn geraakt, afgewezen. Niet meer gereageerd op gemotiveerde betwisting en stellingen onvoldoende onderbouwd. Voorgenomen beslissing om vordering in reconventie van EUR 3.544,16 te verwijzen naar een kamer voor kantonzaken. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/448279 / HA ZA 25-91 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RED DIENSTVERLENING B.V. , gevestigd te Vught, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Red, advocaat: mr. D.P.M.G. van den Boom, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAMBI DIENSTVERLENING B.V. , gevestigd te Druten, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: Bambi, advocaat: mr. W.G.A. van Hoogstraten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 september 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Red exploiteert een onderneming in het ondersteunen bij verwerking van goederenstromen, in het bijzonder het ontvangen, sorteren en distribueren van pakketten. De chauffeurs die voor Red de pakketten bezorgen werken op afroep en worden per afgeleverd pakket betaald. De chauffeurs rijden in bestelbussen, waarvan er een aantal eigendom zijn van Red en een aantal door haar worden geleased van een derde. Een grote opdrachtgever van Red is DHL. Red is voor DHL werkzaam als ‘subcontractor’, wat betekent dat zij pakketten voor DHL bezorgt. Daarnaast heeft zij voor DHL distributiepunten, genaamd cityhubs, beheerd, wat inhoudt dat zij op bepaalde locaties pakketten ontvangt en sorteert en de ritten indeelt die de chauffeurs van de subcontractors rijden om de pakketten te bezorgen. Red is beheerder geweest van de cityhub van DHL in Nijmegen. Zij is daar ook als subcontractor van DHL werkzaam geweest tot 25 juli 2022. Op 2 juli 2022 heeft Red haar onderneming verplaatst naar Drunen, waar zij de cityhub van DHL is gaan beheren en subcontractor is geworden. Weer later heeft Red haar onderneming verplaatst naar Waalwijk. 2.2. Bambi exploiteert een onderneming in het distribueren van pakketten en is ook een subcontractor van DHL. Zij heeft samen met andere subcontractors van DHL de werkzaamheden overgenomen die Red tot 25 juli 2022 als subcontractor heeft verricht vanuit cityhub Nijmegen. 2.3. Vanaf juli tot september 2022 heeft Bambi een aantal van de bestelbussen van Red gebruikt om pakketten te bezorgen. Ook daarna heeft Bambi nog bestelbussen van Red gebruikt. 2.4. Bij Whatsappbericht van 4 oktober 2022 heeft Red aan Bambi een factuur gedateerd 3 oktober 2022 ten bedrage van € 7.972,02 gezonden. Bambi heeft dat bedrag diezelfde dag betaald onder vermelding van “Huur bussen”. 2.5. Bij brief van 15 april 2024 heeft mr. [advocaat] van [advocatenkantoor] aan Bambi geschreven dat Red een vordering van in totaal € 66.741,54 heeft op Bambi en haar gesommeerd om dit bedrag uiterlijk 17 april 2024 te betalen. Bij die brief is een lijst gevoegd met factuurnummers, -data en -bedragen. 2.6. In reactie daarop heeft Bambi op 15 april 2024 gevraagd om toezending van “de contract van de verhuur” en de facturen en op 16 april 2024 om bewijs van toezending van de facturen aan haar. In reactie daarop heeft de advocaat van Red op 6 november 2024 onder meer geschreven dat de facturen per e-mail en per post aan Bambi zijn toegezonden. 2.7. Bij e-mailbericht van 26 juni 2024 heeft de advocaat van Red aan Bambi geschreven dat Red de “gebruiks- huurovereenkomst” van de bestelbussen ontbindt en verzocht om teruggave van de bestelbussen. 2.8. Red heeft de bestelbussen bij Bambi opgehaald, de laatste twee bussen op 5 juli 2024. 2.9. Bij e-mailbericht van 24 augustus 2024 heeft de advocaat van Red aan Bambi het volgende geschreven: (…) Hierbij zend ik u de factuur van cliënte die verband houden met het gebruik van de bussen met kenteken [kentekennummer] en [kentekennummer] . Verder zend ik u de offerte in verband met het herstel van de bus met kenteken [kentekennummer] en de E-mail in verband met de kosten voor de schades aan de bus met [kentekennummer] Cliënte heeft de schade die verband houdt met de bus met kenteken [kentekennummer] kunnen beperken door de bus niet te laten herstellen maar te verkopen. De verkoopprijs was € 2.000,00. Zonder de schade zou de verkoopprijs voor de bus met 200.000 km, € 5.500 bedragen hebben. Cliënte maakt daarom aanspraak op vergoeding door u van een bedrag van € 3.500, zijnde de vermindering van de waarde van de bus die aan u toerekenbaar is. Voorts maakt zij aanspraak op vergoeding van de kosten voor de schades aan de bus met [kentekennummer] Hierbij verzoek ik u om het bedrag van de factuur binnen de in de factuur genoemde betalingstermijn van 14 dagen over te maken op het rekeningnummer van cliënte. (…) 2.10. In reactie daarop heeft Bambi bij e-mailbericht van 9 september 2024 aan de advocaat van Red onder meer het volgende geschreven: (…) Betreft de schades op de [kentekennummer] , zijn de schades bij Cityhub Beuningen gereden of bij Cityhub Wijchen? (…) 2.11. Bij Whatsappberichten van 3 september 2023 stuurt de bestuurder van Bambi een tweetal foto’s aan de bestuurder van Red waarop een oprijwagen is te zien met daarin een deuk in het spatscherm aan de linker voorzijde. Bij Whatsappberichten van 4 september 2024 schrijft de bestuurder van Red aan de bestuurder van Bambi: [04-09-2023, 10:19:18] [medewerker Bambi] : Even aan [naam] vragen wat het kost westelijke van die deuk [04-09-2023, 10:19:56] [medewerker Bambi] : Goed je gesproken te hebben. Houd je haaks vriend. Je weet mij te vinden als je een keer wil praten boos worden ofzo. 2.12. Bij e-mailbericht van 24 november 2024 heeft Bambi aan de advocaat van Red een offerte gestuurd van Autoschade Beuningen B.V. gedateerd op 2 september 2024 die ziet op kosten voor herstel van een beschadigde oprijwagen, Iveco 40-150. Het totaalbedrag op de offerte is € 3.544,16. 3 Het geschil in conventie 3.1. Red vordert, na vermindering van eis, dat de rechtbank bij zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Bambi veroordeelt tot betaling aan Red van € 49.735,32, vermeerderd met wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over elk factuurbedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van die factuur tot de dag der algehele voldoening, alsmede € 1.352,07 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Bambi in de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag der algehele voldoening. 3.2. Red stelt dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan met betrekking tot de bestelbussen van Red, op grond waarvan de bussen door Red aan Bambi in gebruik werden gegeven en Bambi verplicht was om de kostprijs van het gebruik van de bussen aan Red te vergoeden. Red heeft voor de gebruiksvergoeding in totaal 19 facturen gezonden, maar daar zijn geen betalingen op verricht, met uitzondering van de factuur van 3 oktober 2022. Red vordert betaling van de bedragen van de openstaande facturen.
Volledig
Daarnaast vordert zij betaling van € 6.376,70 uit hoofde van vergoeding van door Bambi veroorzaakte schade aan twee bussen. Dit bedrag bestaat uit € 4.235,00 voor de bestelbus met kenteken [kentekennummer] , die volgens Red economisch total loss was en daarom is verkocht, en € 2.141,70 aan herstelkosten van de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . 3.3. Bambi voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen en argumenten van partijen zal, voor zover relevant, hierna nader worden ingegaan. 4 Het geschil in reconventie 4.1. Bambi vordert dat de rechtbank, bij zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Red veroordeelt tot betaling aan Bambi van € 3.544,16 inclusief btw, vermeerderd met rente, met veroordeling van Red in de proceskosten vermeerderd met rente. 4.2. Bambi legt aan haar vordering ten grondslag dat Red één van haar oprijwagens heeft gebruikt om een personenauto te vervoeren en dat de oprijwagen daarbij is beschadigd. Red heeft dit volgens Bambi erkend. Het kost € 3.544,16 inclusief btw om de oprijwagen te laten herstellen. Bambi vordert betaling van dit bedrag. 4.3. Red voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen en argumenten van partijen zal, voor zover relevant, hierna nader worden ingegaan. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling in conventie De facturen voor het gebruik van de bussen van Red 5.1. Aan haar vordering tot betaling van de openstaande factuurbedragen legt Red de stelling ten grondslag dat er tussen haar en Bambi een overeenkomst bestaat met betrekking tot het gebruik van haar (deels geleasede) bestelbussen, waaruit voor Bambi een verplichting voortvloeit tot betaling van de gefactureerde bedragen. Bevoegdheid van de rechtbank: huur of geen huur? 5.2. Voordat kan worden toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van dit onderdeel van de vorderingen ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of zij bevoegd is daarvan kennis te nemen. De rechtbank dient namelijk op grond van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve te onderzoeken of zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen of dat de zaak dient te worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken. In de producties van partijen komt met betrekking tot de bestelbussen herhaaldelijk het woord “huur” voor. Bovendien heeft de advocaat van Red het in de hiervoor onder 2.7. geciteerde e-mail van 26 juni 2024 over een “gebruiks- huurovereenkomst”. In de dagvaarding wordt de door Red gestelde overeenkomst tussen partijen echter niet (juridisch) geduid; Red heeft het daar slechts over een afspraak inhoudende dat Bambi bussen van Red zou gaan inzetten voor haar eigen transporten. Indien Red het bestaan van een huurovereenkomst, of van een overeenkomst die (hoewel anders genoemd) juridisch kwalificeert als een huurovereenkomst, ten grondslag legt aan een deel van haar vorderingen, zou de rechtbank (voor dat deel van de vorderingen) onbevoegd zijn om van dit geschil kennis te nemen. Geschillen betreffende huurovereenkomsten behoren namelijk tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter. 5.3. Red heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd duidelijk gemaakt dat zij zich, in weerwil van de in de door haar overgelegde producties gebruikte term “huur”, in het kader van deze procedure niet beroept op het bestaan van een huurovereenkomst. De door haar gestelde overeenkomst tussen partijen kwalificeert volgens haar niet als huurovereenkomst maar veeleer als overeenkomst van bruikleen, omdat er alleen kosten in rekening worden gebracht, er geen einddatum was afgesproken en het gebruik van de bussen vrijblijvend was. Bambi daarentegen heeft zich (eveneens pas tijdens de mondelinge behandeling) op het standpunt gesteld dat indien tussen partijen een overeenkomst als door Red gesteld zou hebben bestaan, hetgeen zij betwist, wel degelijk sprake zou zijn van huur en dat de rechtbank daarom “formeel gezien” niet bevoegd is. 5.4. De rechtbank is op basis van de toelichting door Red van de grondslag van haar vordering en de nadere stellingen van Red van oordeel dat de overeenkomst waarop Red zich beroept niet kwalificeert als huurovereenkomst en dat de vordering met betrekking tot de openstaande facturen dus niet tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort. Daartoe is het volgende van belang. 5.5. Op de vraag wat de door haar gestelde overeenkomst inhield heeft Red (voor zover in het kader van de bevoegdheid relevant) gesteld dat zij met Bambi heeft afgesproken dat als Bambi de bussen zou blijven gebruiken, zij daarvoor alleen de kostprijs zou betalen. Daaraan heeft Red later nog toegevoegd dat de bedragen op de facturen per bus bij de leasebussen zijn opgebouwd uit een bedrag aan leasetermijnen, het eigen risico voor eventueel gereden schade en (verkeers)boetes. Voor de eigen bussen zijn de kosten voor afschrijving, verzekering en motorrijtuigenbelasting aan Bambi doorbelast, aldus Red. 5.6. Daargelaten of op grond van deze stellingen het bestaan van een overeenkomst kan worden aangenomen waaruit voor Bambi in de gegeven omstandigheden een betalingsverplichting volgt (waarover hierna meer), kan een overeenkomst tot gebruik van bestelbussen waarbij alleen een kostenvergoeding in rekening wordt gebracht niet worden aangemerkt als een huurovereenkomst, maar (hooguit) als een overeenkomst van bruikleen. Volgens artikel 7:201 BW is een huurovereenkomst namelijk een overeenkomst waarbij de verhuurder een zaak in gebruik verstrekt en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. De kern van het onderscheid tussen huur en bruikleen ligt in het bestaan van een tegenprestatie voor het gebruik van de zaak als zodanig. De bedragen die Bambi volgens de stellingen van Red op grond van de met haar bestaande afspraak verschuldigd is zijn geen tegenprestatie in de zin van artikel 7:201 BW voor het mogen gebruiken van de bussen als zodanig, maar slechts een vergoeding die niet meer dan de kosten dekt. 5.7. De rechtbank is dus bevoegd om van de vordering in conventie kennis te nemen, (ook) voor zover die ziet op de openstaande facturen. Inhoudelijk oordeel: de vordering wordt afgewezen 5.8. De rechtbank zal de vordering van Red afwijzen voor zover die ziet op het bedrag van de openstaande facturen en komt tot dat oordeel op grond van het volgende. 5.9. Red beroept zich in deze procedure op een rechtsgevolg van de door haar gestelde overeenkomst met Bambi (de verplichting tot betaling van de facturen). Daarom rust op Red de verplichting om - voldoende concreet en voldoende onderbouwd - feiten te stellen waaruit volgt hoe en wanneer die overeenkomst tot stand is gekomen, wat er precies is afgesproken en waarom daaruit in de gegeven omstandigheden een verplichting voortvloeit voor Bambi tot het betalen van de door Red gevorderde bedragen. Aan die stelplicht heeft Red, mede in het licht van het door Bambi gevoerde verweer, niet voldaan. Aanvankelijk (bij dagvaarding) heeft Red slechts gesteld dat Bambi in verband met de tussen partijen gemaakte afspraak dat Bambi bussen van Red zou gaan inzetten voor haar eigen transporten de door Red aan Bambi gefactureerde bedragen verschuldigd is. De betreffende facturen heeft zij aanvankelijk niet overgelegd; Red heeft volstaan met een overzicht van factuurdata en -bedragen. Wat betreft de aanduiding van de volgens haar gebruikte bussen heeft zij gesteld dat het “uiteindelijk” ging om één bus die haar eigendom was en vier bussen die zij had geleased van een derde. Nadat Bambi het bestaan van afspraken die haar tot betaling verplichten gemotiveerd had betwist, heeft Red de gestelde overeenkomst aanvankelijk niet nader toegelicht. Op vragen van de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling heeft Red herhaald dat er tussen partijen een overeenkomst inzake het gebruik van de bussen is gesloten en dat de grondslag van de vordering is dat die overeenkomst moet worden nagekomen. Verder heeft de bestuurder van Red verklaard dat hij in september 2022 een gesprek heeft gehad met de bestuurder van Bambi en dat daarbij is afgesproken dat hij voor de periode juli-september drie bussen kon factureren aan Bambi, omdat Bambi niet alle bussen van Red had kunnen inzetten.
Volledig
Daarnaast vordert zij betaling van € 6.376,70 uit hoofde van vergoeding van door Bambi veroorzaakte schade aan twee bussen. Dit bedrag bestaat uit € 4.235,00 voor de bestelbus met kenteken [kentekennummer] , die volgens Red economisch total loss was en daarom is verkocht, en € 2.141,70 aan herstelkosten van de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . 3.3. Bambi voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen en argumenten van partijen zal, voor zover relevant, hierna nader worden ingegaan. 4 Het geschil in reconventie 4.1. Bambi vordert dat de rechtbank, bij zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Red veroordeelt tot betaling aan Bambi van € 3.544,16 inclusief btw, vermeerderd met rente, met veroordeling van Red in de proceskosten vermeerderd met rente. 4.2. Bambi legt aan haar vordering ten grondslag dat Red één van haar oprijwagens heeft gebruikt om een personenauto te vervoeren en dat de oprijwagen daarbij is beschadigd. Red heeft dit volgens Bambi erkend. Het kost € 3.544,16 inclusief btw om de oprijwagen te laten herstellen. Bambi vordert betaling van dit bedrag. 4.3. Red voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen en argumenten van partijen zal, voor zover relevant, hierna nader worden ingegaan. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling in conventie De facturen voor het gebruik van de bussen van Red 5.1. Aan haar vordering tot betaling van de openstaande factuurbedragen legt Red de stelling ten grondslag dat er tussen haar en Bambi een overeenkomst bestaat met betrekking tot het gebruik van haar (deels geleasede) bestelbussen, waaruit voor Bambi een verplichting voortvloeit tot betaling van de gefactureerde bedragen. Bevoegdheid van de rechtbank: huur of geen huur? 5.2. Voordat kan worden toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van dit onderdeel van de vorderingen ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of zij bevoegd is daarvan kennis te nemen. De rechtbank dient namelijk op grond van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve te onderzoeken of zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen of dat de zaak dient te worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken. In de producties van partijen komt met betrekking tot de bestelbussen herhaaldelijk het woord “huur” voor. Bovendien heeft de advocaat van Red het in de hiervoor onder 2.7. geciteerde e-mail van 26 juni 2024 over een “gebruiks- huurovereenkomst”. In de dagvaarding wordt de door Red gestelde overeenkomst tussen partijen echter niet (juridisch) geduid; Red heeft het daar slechts over een afspraak inhoudende dat Bambi bussen van Red zou gaan inzetten voor haar eigen transporten. Indien Red het bestaan van een huurovereenkomst, of van een overeenkomst die (hoewel anders genoemd) juridisch kwalificeert als een huurovereenkomst, ten grondslag legt aan een deel van haar vorderingen, zou de rechtbank (voor dat deel van de vorderingen) onbevoegd zijn om van dit geschil kennis te nemen. Geschillen betreffende huurovereenkomsten behoren namelijk tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter. 5.3. Red heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd duidelijk gemaakt dat zij zich, in weerwil van de in de door haar overgelegde producties gebruikte term “huur”, in het kader van deze procedure niet beroept op het bestaan van een huurovereenkomst. De door haar gestelde overeenkomst tussen partijen kwalificeert volgens haar niet als huurovereenkomst maar veeleer als overeenkomst van bruikleen, omdat er alleen kosten in rekening worden gebracht, er geen einddatum was afgesproken en het gebruik van de bussen vrijblijvend was. Bambi daarentegen heeft zich (eveneens pas tijdens de mondelinge behandeling) op het standpunt gesteld dat indien tussen partijen een overeenkomst als door Red gesteld zou hebben bestaan, hetgeen zij betwist, wel degelijk sprake zou zijn van huur en dat de rechtbank daarom “formeel gezien” niet bevoegd is. 5.4. De rechtbank is op basis van de toelichting door Red van de grondslag van haar vordering en de nadere stellingen van Red van oordeel dat de overeenkomst waarop Red zich beroept niet kwalificeert als huurovereenkomst en dat de vordering met betrekking tot de openstaande facturen dus niet tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort. Daartoe is het volgende van belang. 5.5. Op de vraag wat de door haar gestelde overeenkomst inhield heeft Red (voor zover in het kader van de bevoegdheid relevant) gesteld dat zij met Bambi heeft afgesproken dat als Bambi de bussen zou blijven gebruiken, zij daarvoor alleen de kostprijs zou betalen. Daaraan heeft Red later nog toegevoegd dat de bedragen op de facturen per bus bij de leasebussen zijn opgebouwd uit een bedrag aan leasetermijnen, het eigen risico voor eventueel gereden schade en (verkeers)boetes. Voor de eigen bussen zijn de kosten voor afschrijving, verzekering en motorrijtuigenbelasting aan Bambi doorbelast, aldus Red. 5.6. Daargelaten of op grond van deze stellingen het bestaan van een overeenkomst kan worden aangenomen waaruit voor Bambi in de gegeven omstandigheden een betalingsverplichting volgt (waarover hierna meer), kan een overeenkomst tot gebruik van bestelbussen waarbij alleen een kostenvergoeding in rekening wordt gebracht niet worden aangemerkt als een huurovereenkomst, maar (hooguit) als een overeenkomst van bruikleen. Volgens artikel 7:201 BW is een huurovereenkomst namelijk een overeenkomst waarbij de verhuurder een zaak in gebruik verstrekt en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. De kern van het onderscheid tussen huur en bruikleen ligt in het bestaan van een tegenprestatie voor het gebruik van de zaak als zodanig. De bedragen die Bambi volgens de stellingen van Red op grond van de met haar bestaande afspraak verschuldigd is zijn geen tegenprestatie in de zin van artikel 7:201 BW voor het mogen gebruiken van de bussen als zodanig, maar slechts een vergoeding die niet meer dan de kosten dekt. 5.7. De rechtbank is dus bevoegd om van de vordering in conventie kennis te nemen, (ook) voor zover die ziet op de openstaande facturen. Inhoudelijk oordeel: de vordering wordt afgewezen 5.8. De rechtbank zal de vordering van Red afwijzen voor zover die ziet op het bedrag van de openstaande facturen en komt tot dat oordeel op grond van het volgende. 5.9. Red beroept zich in deze procedure op een rechtsgevolg van de door haar gestelde overeenkomst met Bambi (de verplichting tot betaling van de facturen). Daarom rust op Red de verplichting om - voldoende concreet en voldoende onderbouwd - feiten te stellen waaruit volgt hoe en wanneer die overeenkomst tot stand is gekomen, wat er precies is afgesproken en waarom daaruit in de gegeven omstandigheden een verplichting voortvloeit voor Bambi tot het betalen van de door Red gevorderde bedragen. Aan die stelplicht heeft Red, mede in het licht van het door Bambi gevoerde verweer, niet voldaan. Aanvankelijk (bij dagvaarding) heeft Red slechts gesteld dat Bambi in verband met de tussen partijen gemaakte afspraak dat Bambi bussen van Red zou gaan inzetten voor haar eigen transporten de door Red aan Bambi gefactureerde bedragen verschuldigd is. De betreffende facturen heeft zij aanvankelijk niet overgelegd; Red heeft volstaan met een overzicht van factuurdata en -bedragen. Wat betreft de aanduiding van de volgens haar gebruikte bussen heeft zij gesteld dat het “uiteindelijk” ging om één bus die haar eigendom was en vier bussen die zij had geleased van een derde. Nadat Bambi het bestaan van afspraken die haar tot betaling verplichten gemotiveerd had betwist, heeft Red de gestelde overeenkomst aanvankelijk niet nader toegelicht. Op vragen van de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling heeft Red herhaald dat er tussen partijen een overeenkomst inzake het gebruik van de bussen is gesloten en dat de grondslag van de vordering is dat die overeenkomst moet worden nagekomen. Verder heeft de bestuurder van Red verklaard dat hij in september 2022 een gesprek heeft gehad met de bestuurder van Bambi en dat daarbij is afgesproken dat hij voor de periode juli-september drie bussen kon factureren aan Bambi, omdat Bambi niet alle bussen van Red had kunnen inzetten.
Volledig
Ook is volgens hem toen afgesproken dat als Bambi de bussen zou blijven gebruiken, zij alleen de kostprijs zou betalen totdat Red de bussen zelf zou kunnen gaan gebruiken in Drunen. Vervolgens zijn er een aantal bussen door haar teruggehaald en een aantal bussen bij Bambi gebleven en is zij de kostprijs gaan factureren, aldus Red. Meer dan dit heeft Red met betrekking tot de gemaakte afspraken en het (daadwerkelijke) gebruik van de bussen niet gesteld. 5.10. Bambi betwist niet dat tussen haar en Red is afgesproken dat zij bepaalde bestelbussen van Red mocht gebruiken. Volgens Bambi is dit aanvankelijk afgesproken omdat zij op verzoek van Red de ritten als subcontractor voor DHL vanuit de Cityhub Nijmegen van Red heeft overgenomen in de periode juli-september 2022. Dit spraken partijen af zodat Red, die na overname van de Cityhub Nijmegen door een derde niet meer over voldoende chauffeurs kon beschikken om de ritten uit te voeren, niet door DHL zou worden aangesproken op het niet nakomen van haar (sub)contract met DHL. Volgens Bambi zijn over een door haar te betalen vergoeding voor het gebruik van de bussen in die periode aanvankelijk geen afspraken gemaakt en mocht zij de bussen dus gebruiken om niet. Bambi heeft echter tijdens een gesprek tussen partijen op 30 september 2022 achteraf aan Red aangeboden om voor (de afgelopen) drie maanden de leasekosten van drie (van de zeven) bussen te vergoeden; door het overnemen van de ritten van Red had Bambi immers ook omzet gemaakt. Ter uitvoering van die afspraak heeft Red bij whatsappbericht van 4 oktober 2022 een factuur gestuurd aan Bambi, die door Bambi dezelfde dag nog is betaald. Bambi betwist dat tijdens het gesprek op 30 september 2022 afspraken zijn gemaakt over een vergoeding voor het gebruik van bussen van Red in de periode daarna. Na september 2022 stonden de bussen van Red die nog niet door haar waren opgehaald ongebruikt op het terrein van Bambi (volgens haar omdat Red daarvoor in Drunen geen plaats had, hetgeen Red betwist). Red heeft per whatsapp aan Bambi laten weten dat zij, wanneer zij een bestelbus nodig had, een bus van Red zou mogen gebruiken, aldus Bambi. 5.11. Van Red had, zeker in het licht van deze uitvoerig gemotiveerde betwisting door Bambi, mogen worden verwacht dat zei de totstandkoming en inhoud van de door haar gestelde mondelinge overeenkomst nader had toegelicht, door feiten te stellen waaruit blijkt dat tussen partijen wilsovereenstemming bestond, zowel wat betreft het überhaupt verschuldigd zijn van een vergoeding als wat betreft de soort te vergoeden kosten als wat betreft de vraag wanneer en waardoor de kosten verschuldigd zouden worden: reeds op grond van het beschikbaar stellen van de bussen of alleen indien ze ook daadwerkelijk door Bambi werden gebruikt. Dit had Red behoren te relateren aan de door haar overgelegde facturen en de daarop vermelde posten. Daarbij had zij ook duidelijk moeten maken welke bussen precies gedurende welke periode werden gebruikt door Bambi. Dit alles geldt temeer nu Bambi onbetwist heeft gesteld dat Red met de (wel betaalde) factuur van 3 oktober 2022 alleen de leasekosten van een drietal bussen in rekening heeft gebracht en dus kennelijk geen boetes of vergoedingen voor schades, en evenmin de kosten voor de overige in de relevante periode door Bambi gebruikte, althans ter beschikking van Bambi gestelde, vier bussen van Red. Aangezien niet in geschil is dat partijen over de met de factuur van 3 oktober 2022 in rekening te brengen bedragen op 30 september 2022 specifiek en met terugwerkende kracht over de voorgaande drie maanden overeenstemming hebben bereikt, kan uit de betaling van die factuur door Bambi, anders dan door Red is betoogd, bovendien niet het bestaan van de door Red gestelde overeenkomst met betrekking tot het gebruik van bussen gedurende de periode daarna worden afgeleid. 5.12. Met betrekking tot de soort te vergoeden kosten stelt de rechtbank vast dat Red weliswaar (in algemene zin) heeft gesteld welk soort kosten zij voor leasebussen en voor eigen bussen heeft gefactureerd, maar niet feitelijk heeft onderbouwd dat, en wanneer en hoe, dit ook zo met Bambi was afgesproken, terwijl dat door Bambi gemotiveerd is betwist. Een meer gedetailleerde betwisting van de facturen had ook niet van Bambi kunnen worden verwacht, gelet op het feit dat de facturen door Red pas op de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht en door haar niet zijn toegelicht. 5.13. Daarbij komt dat Red geen overtuigende verklaring heeft gegeven voor het feit dat in de door Bambi overgelegde whatsappconversatie tussen partijen, die de periode van 4 oktober 2022 tot en met 31 januari 2024 beslaat en waarin regelmatig over (het ophalen van) de bussen wordt gesproken, met geen enkel woord wordt gerept over een gebruiksvergoeding of over onbetaalde facturen, terwijl de overgelegde facturen volgens Red vanaf oktober 2022 maandelijks aan Bambi zouden zijn verstuurd en het openstaande factuurbedrag tegen het einde van die whatsappconversatie - uitgaande van de stellingen van Red - tienduizenden euro’s zou moeten hebben bedragen. Red heeft in dat verband aangevoerd dat de relatie tussen de bestuurders van partijen vriendschappelijk was, maar dat verklaart niet waarom er in de whatsappconversatie zelfs niet wordt gerefereerd aan openstaande facturen terwijl Bambi in deze conversatie wel reeds vanaf februari 2023 (in toenemende mate dringend) wordt aangesproken op het niet retourneren van de bestelbussen. 5.14. Red heeft tijdens de mondelinge behandeling een tweetal stukken overgelegd die volgens haar afschriften zijn van door haar aan Bambi verzonden e-mails, gedateerd respectievelijk 21 maart 2023 en 17 november 2023, waarin Bambi wordt gewezen op onbetaalde facturen voor “de huur” van bussen. Ook heeft zij tijdens de mondelinge behandeling stukken overgelegd die volgens haar afschriften zijn van de e-mails waarbij de facturen destijds maandelijks aan Bambi zijn toegezonden. Bambi heeft de ontvangst en de echtheid betwist van al deze e-mails, die volgens Red niet eerder in het geding konden worden gebracht omdat zij vanwege haar verhuizingen lange tijd geen toegang had tot de externe server vanwaar de mails verstuurd werden. Bambi heeft er ter onderbouwing van haar betwisting onder meer op gewezen dat in de headers van de e-mails (waarbij een deel van het document onzichtbaar is gemaakt zodat niet zichtbaar is vanaf welk adres ze eventueel zijn doorgestuurd) een mengeling van Nederlandse en Engelse woorden voorkomt (enerzijds “Van” (en niet “From”) maar anderzijds in dezelfde headers meteen daaronder ook “Date”, “Subject” en “To”). Ook wijst zij erop dat bij de mails waarbij volgens Red de facturen zijn toegezonden geen bijlagen zijn vermeld in de headers en onderaan de e-mails, terwijl het op ten minste één van die plaatsen wel zichtbaar pleegt te zijn wanneer een e-mail daadwerkelijk een bijlage bevat. Red heeft desgevraagd meegedeeld hiervoor geen verklaring te kunnen geven. Daarmee heeft zij de betwisting van de authenticiteit van de e-mails naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weersproken. 5.15. Bambi ontkent vóór de aanmaning tot betaling van 15 april 2024 enige andere factuur met betrekking tot het gebruik van de bussen van Red te hebben ontvangen dan de op 4 oktober 2022 ontvangen en direct door haar betaalde factuur. Ook betwist zij dat zij ooit op het niet betalen van facturen door Red is aangesproken tot het moment waarop zij door de advocaat van Red op 15 april 2024 tot betaling van beweerdelijk openstaande facturen werd aangemaand. 5.16. Uit de overgelegde facturen kan naar het oordeel van de rechtbank gelet op het voorgaande evenmin (indirect) het bestaan van de gestelde overeenkomst worden afgeleid; indien niet vaststaat dat Bambi die facturen (destijds) heeft ontvangen kan uit het feit dat zij daartegen niet (eerder) heeft geprotesteerd immers, anders dan Red stelt, niet worden opgemaakt dat ook Bambi meende de in rekening gebrachte kosten verschuldigd te zijn. 5.17.
Volledig
Ook is volgens hem toen afgesproken dat als Bambi de bussen zou blijven gebruiken, zij alleen de kostprijs zou betalen totdat Red de bussen zelf zou kunnen gaan gebruiken in Drunen. Vervolgens zijn er een aantal bussen door haar teruggehaald en een aantal bussen bij Bambi gebleven en is zij de kostprijs gaan factureren, aldus Red. Meer dan dit heeft Red met betrekking tot de gemaakte afspraken en het (daadwerkelijke) gebruik van de bussen niet gesteld. 5.10. Bambi betwist niet dat tussen haar en Red is afgesproken dat zij bepaalde bestelbussen van Red mocht gebruiken. Volgens Bambi is dit aanvankelijk afgesproken omdat zij op verzoek van Red de ritten als subcontractor voor DHL vanuit de Cityhub Nijmegen van Red heeft overgenomen in de periode juli-september 2022. Dit spraken partijen af zodat Red, die na overname van de Cityhub Nijmegen door een derde niet meer over voldoende chauffeurs kon beschikken om de ritten uit te voeren, niet door DHL zou worden aangesproken op het niet nakomen van haar (sub)contract met DHL. Volgens Bambi zijn over een door haar te betalen vergoeding voor het gebruik van de bussen in die periode aanvankelijk geen afspraken gemaakt en mocht zij de bussen dus gebruiken om niet. Bambi heeft echter tijdens een gesprek tussen partijen op 30 september 2022 achteraf aan Red aangeboden om voor (de afgelopen) drie maanden de leasekosten van drie (van de zeven) bussen te vergoeden; door het overnemen van de ritten van Red had Bambi immers ook omzet gemaakt. Ter uitvoering van die afspraak heeft Red bij whatsappbericht van 4 oktober 2022 een factuur gestuurd aan Bambi, die door Bambi dezelfde dag nog is betaald. Bambi betwist dat tijdens het gesprek op 30 september 2022 afspraken zijn gemaakt over een vergoeding voor het gebruik van bussen van Red in de periode daarna. Na september 2022 stonden de bussen van Red die nog niet door haar waren opgehaald ongebruikt op het terrein van Bambi (volgens haar omdat Red daarvoor in Drunen geen plaats had, hetgeen Red betwist). Red heeft per whatsapp aan Bambi laten weten dat zij, wanneer zij een bestelbus nodig had, een bus van Red zou mogen gebruiken, aldus Bambi. 5.11. Van Red had, zeker in het licht van deze uitvoerig gemotiveerde betwisting door Bambi, mogen worden verwacht dat zei de totstandkoming en inhoud van de door haar gestelde mondelinge overeenkomst nader had toegelicht, door feiten te stellen waaruit blijkt dat tussen partijen wilsovereenstemming bestond, zowel wat betreft het überhaupt verschuldigd zijn van een vergoeding als wat betreft de soort te vergoeden kosten als wat betreft de vraag wanneer en waardoor de kosten verschuldigd zouden worden: reeds op grond van het beschikbaar stellen van de bussen of alleen indien ze ook daadwerkelijk door Bambi werden gebruikt. Dit had Red behoren te relateren aan de door haar overgelegde facturen en de daarop vermelde posten. Daarbij had zij ook duidelijk moeten maken welke bussen precies gedurende welke periode werden gebruikt door Bambi. Dit alles geldt temeer nu Bambi onbetwist heeft gesteld dat Red met de (wel betaalde) factuur van 3 oktober 2022 alleen de leasekosten van een drietal bussen in rekening heeft gebracht en dus kennelijk geen boetes of vergoedingen voor schades, en evenmin de kosten voor de overige in de relevante periode door Bambi gebruikte, althans ter beschikking van Bambi gestelde, vier bussen van Red. Aangezien niet in geschil is dat partijen over de met de factuur van 3 oktober 2022 in rekening te brengen bedragen op 30 september 2022 specifiek en met terugwerkende kracht over de voorgaande drie maanden overeenstemming hebben bereikt, kan uit de betaling van die factuur door Bambi, anders dan door Red is betoogd, bovendien niet het bestaan van de door Red gestelde overeenkomst met betrekking tot het gebruik van bussen gedurende de periode daarna worden afgeleid. 5.12. Met betrekking tot de soort te vergoeden kosten stelt de rechtbank vast dat Red weliswaar (in algemene zin) heeft gesteld welk soort kosten zij voor leasebussen en voor eigen bussen heeft gefactureerd, maar niet feitelijk heeft onderbouwd dat, en wanneer en hoe, dit ook zo met Bambi was afgesproken, terwijl dat door Bambi gemotiveerd is betwist. Een meer gedetailleerde betwisting van de facturen had ook niet van Bambi kunnen worden verwacht, gelet op het feit dat de facturen door Red pas op de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht en door haar niet zijn toegelicht. 5.13. Daarbij komt dat Red geen overtuigende verklaring heeft gegeven voor het feit dat in de door Bambi overgelegde whatsappconversatie tussen partijen, die de periode van 4 oktober 2022 tot en met 31 januari 2024 beslaat en waarin regelmatig over (het ophalen van) de bussen wordt gesproken, met geen enkel woord wordt gerept over een gebruiksvergoeding of over onbetaalde facturen, terwijl de overgelegde facturen volgens Red vanaf oktober 2022 maandelijks aan Bambi zouden zijn verstuurd en het openstaande factuurbedrag tegen het einde van die whatsappconversatie - uitgaande van de stellingen van Red - tienduizenden euro’s zou moeten hebben bedragen. Red heeft in dat verband aangevoerd dat de relatie tussen de bestuurders van partijen vriendschappelijk was, maar dat verklaart niet waarom er in de whatsappconversatie zelfs niet wordt gerefereerd aan openstaande facturen terwijl Bambi in deze conversatie wel reeds vanaf februari 2023 (in toenemende mate dringend) wordt aangesproken op het niet retourneren van de bestelbussen. 5.14. Red heeft tijdens de mondelinge behandeling een tweetal stukken overgelegd die volgens haar afschriften zijn van door haar aan Bambi verzonden e-mails, gedateerd respectievelijk 21 maart 2023 en 17 november 2023, waarin Bambi wordt gewezen op onbetaalde facturen voor “de huur” van bussen. Ook heeft zij tijdens de mondelinge behandeling stukken overgelegd die volgens haar afschriften zijn van de e-mails waarbij de facturen destijds maandelijks aan Bambi zijn toegezonden. Bambi heeft de ontvangst en de echtheid betwist van al deze e-mails, die volgens Red niet eerder in het geding konden worden gebracht omdat zij vanwege haar verhuizingen lange tijd geen toegang had tot de externe server vanwaar de mails verstuurd werden. Bambi heeft er ter onderbouwing van haar betwisting onder meer op gewezen dat in de headers van de e-mails (waarbij een deel van het document onzichtbaar is gemaakt zodat niet zichtbaar is vanaf welk adres ze eventueel zijn doorgestuurd) een mengeling van Nederlandse en Engelse woorden voorkomt (enerzijds “Van” (en niet “From”) maar anderzijds in dezelfde headers meteen daaronder ook “Date”, “Subject” en “To”). Ook wijst zij erop dat bij de mails waarbij volgens Red de facturen zijn toegezonden geen bijlagen zijn vermeld in de headers en onderaan de e-mails, terwijl het op ten minste één van die plaatsen wel zichtbaar pleegt te zijn wanneer een e-mail daadwerkelijk een bijlage bevat. Red heeft desgevraagd meegedeeld hiervoor geen verklaring te kunnen geven. Daarmee heeft zij de betwisting van de authenticiteit van de e-mails naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weersproken. 5.15. Bambi ontkent vóór de aanmaning tot betaling van 15 april 2024 enige andere factuur met betrekking tot het gebruik van de bussen van Red te hebben ontvangen dan de op 4 oktober 2022 ontvangen en direct door haar betaalde factuur. Ook betwist zij dat zij ooit op het niet betalen van facturen door Red is aangesproken tot het moment waarop zij door de advocaat van Red op 15 april 2024 tot betaling van beweerdelijk openstaande facturen werd aangemaand. 5.16. Uit de overgelegde facturen kan naar het oordeel van de rechtbank gelet op het voorgaande evenmin (indirect) het bestaan van de gestelde overeenkomst worden afgeleid; indien niet vaststaat dat Bambi die facturen (destijds) heeft ontvangen kan uit het feit dat zij daartegen niet (eerder) heeft geprotesteerd immers, anders dan Red stelt, niet worden opgemaakt dat ook Bambi meende de in rekening gebrachte kosten verschuldigd te zijn. 5.17.
Volledig
Uit het voorgaande volgt dat Red onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit, indien bewezen, het bestaan van de door haar gestelde mondelinge overeenkomst voortvloeit. Dat betekent dat aan bewijslevering op dit punt niet wordt toegekomen, de authenticiteit en aanmaakdatum van de facturen zelf (eveneens door Bambi betwist) in het midden kan blijven en de vordering niet op grondslag van nakoming kan worden toegewezen. 5.18. Dit alles nog daargelaten dat Red heeft gesteld, en tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd heeft bevestigd, dat zij de gestelde overeenkomst bij e-mail van 26 juni 2024 heeft ontbonden. Van een ontbonden overeenkomst kan geen nakoming worden gevorderd (artikel 6:271 BW). Red heeft aan haar vordering geen voldoende onderbouwd beroep op het bestaan van ongedaanmakingsverplichtingen ten grondslag gelegd en heeft geen stellingen ingenomen over de waarde van de door haar geleverde prestatie, waarop de rechtbank (ambtshalve de rechtsgronden aanvullend) op grond van het bepaalde in artikel 6:272 BW een vergoedingsplicht aan de zijde van Bambi zou kunnen baseren. Dat betekent, ten overvloede, dat zelfs indien het bestaan van de gestelde overeenkomst wel zou zijn komen vast te staan de vordering van Red niet op grondslag van die overeenkomst kan worden toegewezen. 5.19. Verder ziet de rechtbank geen grond voor het toewijzen van dit onderdeel van de vordering op enige andere juridische grondslag (zoals ongerechtvaardigde verrijking van Bambi of onrechtmatige daad), ook niet voor zover het de (eventuele) schade aan gebruikte bussen en (door werknemers of hulppersonen van Red) daarmee begane verkeersovertredingen betreft. Daarvoor heeft Red de feitelijke grondslag van haar vordering onvoldoende toegelicht, door (aanvankelijk) slechts aanspraak te maken op een niet nader uitgesplitst factuurbedrag en de op de (uiteindelijk) overgelegde facturen opgevoerde kosten niet van een toelichting te voorzien. Vergoeding van schade door beschadiging van twee specifieke bussen 5.20. Met betrekking tot het onderdeel van de vordering van Red dat ziet op schade aan twee specifiek genoemde bussen, waarvoor Red Bambi op 24 augustus 2024 een factuur heeft gezonden, overweegt de rechtbank als volgt. 5.21. Red heeft de bestelbussen opgehaald bij Bambi, de laatste twee op 5 juli 2024. Red stelt dat zij bij het ophalen van de bussen heeft geconstateerd dat er twee bussen, met kentekens [kentekennummer] en [kentekennummer] , beschadigd zijn geraakt door toedoen van Bambi. Daarom vordert Red dat Bambi de door haar geleden schade vergoedt op grond van onrechtmatige daad. De schade begroot Red op € 6.376,70 inclusief btw. De bestelbus met kenteken [kentekennummer] was schadevrij voor ingebruikname door Bambi en moet voor een bedrag van € 2.141,70 worden hersteld. De bestelbus met kenteken [kentekennummer] is zelfs zodanig ernstig beschadigd geraakt dat deze economisch total loss was, om welke reden deze bus is verkocht voor € 2.000,00, terwijl de waarde van een vergelijkbare bus zonder beschadigingen tussen de € 5.500,00 en € 6.000,00 is gelegen. De door Red geleden schade is daarom (rekening houdende met een reeds voor ingebruikname door Bambi bestaande beschadiging) € 4.235,00 inclusief btw, aldus Red. 5.22. Bambi erkent een bedrag van € 450,00 verschuldigd te zijn. Zij heeft namelijk een beschadiging veroorzaakt aan de voorzijde van de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . De schade van Red beperkt zich volgens Bambi echter tot een bedrag gelijk aan het eigen risico dat Red aan de leasemaatschappij is verschuldigd. Bambi betwist dat zij de beschadigingen aan de bus met kenteken [kentekennummer] heeft veroorzaakt; die schade dateert volgens haar van vóór juli 2022, het moment dat de bus aan haar ter beschikking werd gesteld. 5.23. Omdat Bambi erkent een bedrag van € 450,00 verschuldigd te zijn, komt de vordering van Red in zoverre voor toewijzing in aanmerking. Voor het overige zullen de vorderingen tot vergoeding van schade aan de twee bussen worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 5.24. De vordering zal worden afgewezen voor zover deze ziet op de overige herstelkosten voor de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . Red heeft namelijk de stelling van Bambi dat Red alleen het eigen risico van € 450,00 heeft hoeven betalen aan de leasemaatschappij, niet weersproken. Daarmee heeft zij haar eigen stelling dat haar schade € 2.141,70 bedraagt in het licht van de gemotiveerde betwisting door Bambi onvoldoende onderbouwd, zodat ervan moet worden uitgegaan dat haar schade niet meer dan € 450,00 heeft bedragen. 5.25. Met betrekking tot de schade aan de bus met kenteken [kentekennummer] stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat Red niet heeft toegelicht waaruit deze schade bestaat. Zij heeft wel een herstelofferte overgelegd, maar heeft die niet toegelicht, terwijl zij (ter weerlegging van een buiten rechte gevoerd verweer van Bambi) wel stelt dat de bus vóór de ingebruikname door Bambi reeds schade had, maar dat die schade door haar niet wordt doorbelast aan Bambi. Zij verwijst daarbij naar haar eigen factuur, waarop echter slechts een algemene verwijzing staat naar de herstelofferte ten bedrage van totaal € 7.944,65 inclusief btw (die dus kennelijk ook volgens Red mede niet door Bambi veroorzaakte schade omvat). In de factuur van Red wordt een bedrag van € 3.500,00 exclusief btw in rekening gebracht voor deze schade, dat volgens de stellingen van Red is gebaseerd op het verschil tussen de waarde van de bus zonder (de door Bambi veroorzaakte?) schade en de prijs die zij bij verkoop van de bus heeft ontvangen. Welk deel van de schade op de offerte door Bambi zou zijn veroorzaakt en waarom het juist die schade is (en niet de overige aanwezige schade) die heeft veroorzaakt dat de bus “economisch total loss” was heeft Red niet toegelicht. 5.26. Hier staat tegenover dat Bambi gemotiveerd heeft betwist dat de schade aan deze bus waarvan Red de vergoeding vordert is veroorzaakt in de periode dat de bus bij haar in gebruik was. Ter onderbouwing van die betwisting heeft zij een schriftelijke verklaring overgelegd van de heer [betrokkene] , die schrijft dat hij in de periode van juli 2022 tot en met september 2022 gebruik heeft gemaakt van de betreffende bus. [betrokkene] schrijft dat bij het in gebruik nemen van de bus al meerdere schades aan de carrosserie aanwezig waren en dat die dus dateren van vóór juli 2022. 5.27. Red heeft op deze betwisting door Bambi niet meer gereageerd. Op de vraag van de rechter tijdens de mondelinge behandeling waarom Bambi deze schade moet vergoeden heeft Red slechts geantwoord dat de bussen onder Bambi waren en de schades toen zijn gereden. 5.28. Naar het oordeel van de rechtbank kon Red in het licht van de gemotiveerde betwisting door Bambi niet volstaan met de herhaling van haar algemene stelling dat Bambi “de schades” heeft veroorzaakt. Zij had dienen te preciseren om welke schade (aan de bus) het precies gaat, feiten moeten stellen waaruit blijkt dat die niet reeds aanwezig was op het moment dat Bambi de bus ging gebruiken en (gelet op de door haar erkende aanwezigheid van niet door Bambi veroorzaakte schade) een nadere toelichting moeten geven over de relatie tussen deze schade en het bedrag van de door haar gevorderde schadevergoeding. Nu Red dit allemaal heeft nagelaten heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd, wordt aan bewijslevering op dit punt niet toegekomen en is niet komen vast te staan dat Bambi de door Red gestelde schade heeft veroorzaakt. Ook dit deel van de vordering wordt dus afgewezen. 5.29. Iedere verdere beslissing in conventie zal worden aangehouden gelet op hetgeen hierna in reconventie zal worden beslist. 6 De beoordeling in reconventie 6.1. Ook in reconventie geldt dat de rechtbank ambtshalve dient te onderzoeken of zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen of dat de zaak dient te worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken.
Volledig
Uit het voorgaande volgt dat Red onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit, indien bewezen, het bestaan van de door haar gestelde mondelinge overeenkomst voortvloeit. Dat betekent dat aan bewijslevering op dit punt niet wordt toegekomen, de authenticiteit en aanmaakdatum van de facturen zelf (eveneens door Bambi betwist) in het midden kan blijven en de vordering niet op grondslag van nakoming kan worden toegewezen. 5.18. Dit alles nog daargelaten dat Red heeft gesteld, en tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd heeft bevestigd, dat zij de gestelde overeenkomst bij e-mail van 26 juni 2024 heeft ontbonden. Van een ontbonden overeenkomst kan geen nakoming worden gevorderd (artikel 6:271 BW). Red heeft aan haar vordering geen voldoende onderbouwd beroep op het bestaan van ongedaanmakingsverplichtingen ten grondslag gelegd en heeft geen stellingen ingenomen over de waarde van de door haar geleverde prestatie, waarop de rechtbank (ambtshalve de rechtsgronden aanvullend) op grond van het bepaalde in artikel 6:272 BW een vergoedingsplicht aan de zijde van Bambi zou kunnen baseren. Dat betekent, ten overvloede, dat zelfs indien het bestaan van de gestelde overeenkomst wel zou zijn komen vast te staan de vordering van Red niet op grondslag van die overeenkomst kan worden toegewezen. 5.19. Verder ziet de rechtbank geen grond voor het toewijzen van dit onderdeel van de vordering op enige andere juridische grondslag (zoals ongerechtvaardigde verrijking van Bambi of onrechtmatige daad), ook niet voor zover het de (eventuele) schade aan gebruikte bussen en (door werknemers of hulppersonen van Red) daarmee begane verkeersovertredingen betreft. Daarvoor heeft Red de feitelijke grondslag van haar vordering onvoldoende toegelicht, door (aanvankelijk) slechts aanspraak te maken op een niet nader uitgesplitst factuurbedrag en de op de (uiteindelijk) overgelegde facturen opgevoerde kosten niet van een toelichting te voorzien. Vergoeding van schade door beschadiging van twee specifieke bussen 5.20. Met betrekking tot het onderdeel van de vordering van Red dat ziet op schade aan twee specifiek genoemde bussen, waarvoor Red Bambi op 24 augustus 2024 een factuur heeft gezonden, overweegt de rechtbank als volgt. 5.21. Red heeft de bestelbussen opgehaald bij Bambi, de laatste twee op 5 juli 2024. Red stelt dat zij bij het ophalen van de bussen heeft geconstateerd dat er twee bussen, met kentekens [kentekennummer] en [kentekennummer] , beschadigd zijn geraakt door toedoen van Bambi. Daarom vordert Red dat Bambi de door haar geleden schade vergoedt op grond van onrechtmatige daad. De schade begroot Red op € 6.376,70 inclusief btw. De bestelbus met kenteken [kentekennummer] was schadevrij voor ingebruikname door Bambi en moet voor een bedrag van € 2.141,70 worden hersteld. De bestelbus met kenteken [kentekennummer] is zelfs zodanig ernstig beschadigd geraakt dat deze economisch total loss was, om welke reden deze bus is verkocht voor € 2.000,00, terwijl de waarde van een vergelijkbare bus zonder beschadigingen tussen de € 5.500,00 en € 6.000,00 is gelegen. De door Red geleden schade is daarom (rekening houdende met een reeds voor ingebruikname door Bambi bestaande beschadiging) € 4.235,00 inclusief btw, aldus Red. 5.22. Bambi erkent een bedrag van € 450,00 verschuldigd te zijn. Zij heeft namelijk een beschadiging veroorzaakt aan de voorzijde van de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . De schade van Red beperkt zich volgens Bambi echter tot een bedrag gelijk aan het eigen risico dat Red aan de leasemaatschappij is verschuldigd. Bambi betwist dat zij de beschadigingen aan de bus met kenteken [kentekennummer] heeft veroorzaakt; die schade dateert volgens haar van vóór juli 2022, het moment dat de bus aan haar ter beschikking werd gesteld. 5.23. Omdat Bambi erkent een bedrag van € 450,00 verschuldigd te zijn, komt de vordering van Red in zoverre voor toewijzing in aanmerking. Voor het overige zullen de vorderingen tot vergoeding van schade aan de twee bussen worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 5.24. De vordering zal worden afgewezen voor zover deze ziet op de overige herstelkosten voor de bestelbus met kenteken [kentekennummer] . Red heeft namelijk de stelling van Bambi dat Red alleen het eigen risico van € 450,00 heeft hoeven betalen aan de leasemaatschappij, niet weersproken. Daarmee heeft zij haar eigen stelling dat haar schade € 2.141,70 bedraagt in het licht van de gemotiveerde betwisting door Bambi onvoldoende onderbouwd, zodat ervan moet worden uitgegaan dat haar schade niet meer dan € 450,00 heeft bedragen. 5.25. Met betrekking tot de schade aan de bus met kenteken [kentekennummer] stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat Red niet heeft toegelicht waaruit deze schade bestaat. Zij heeft wel een herstelofferte overgelegd, maar heeft die niet toegelicht, terwijl zij (ter weerlegging van een buiten rechte gevoerd verweer van Bambi) wel stelt dat de bus vóór de ingebruikname door Bambi reeds schade had, maar dat die schade door haar niet wordt doorbelast aan Bambi. Zij verwijst daarbij naar haar eigen factuur, waarop echter slechts een algemene verwijzing staat naar de herstelofferte ten bedrage van totaal € 7.944,65 inclusief btw (die dus kennelijk ook volgens Red mede niet door Bambi veroorzaakte schade omvat). In de factuur van Red wordt een bedrag van € 3.500,00 exclusief btw in rekening gebracht voor deze schade, dat volgens de stellingen van Red is gebaseerd op het verschil tussen de waarde van de bus zonder (de door Bambi veroorzaakte?) schade en de prijs die zij bij verkoop van de bus heeft ontvangen. Welk deel van de schade op de offerte door Bambi zou zijn veroorzaakt en waarom het juist die schade is (en niet de overige aanwezige schade) die heeft veroorzaakt dat de bus “economisch total loss” was heeft Red niet toegelicht. 5.26. Hier staat tegenover dat Bambi gemotiveerd heeft betwist dat de schade aan deze bus waarvan Red de vergoeding vordert is veroorzaakt in de periode dat de bus bij haar in gebruik was. Ter onderbouwing van die betwisting heeft zij een schriftelijke verklaring overgelegd van de heer [betrokkene] , die schrijft dat hij in de periode van juli 2022 tot en met september 2022 gebruik heeft gemaakt van de betreffende bus. [betrokkene] schrijft dat bij het in gebruik nemen van de bus al meerdere schades aan de carrosserie aanwezig waren en dat die dus dateren van vóór juli 2022. 5.27. Red heeft op deze betwisting door Bambi niet meer gereageerd. Op de vraag van de rechter tijdens de mondelinge behandeling waarom Bambi deze schade moet vergoeden heeft Red slechts geantwoord dat de bussen onder Bambi waren en de schades toen zijn gereden. 5.28. Naar het oordeel van de rechtbank kon Red in het licht van de gemotiveerde betwisting door Bambi niet volstaan met de herhaling van haar algemene stelling dat Bambi “de schades” heeft veroorzaakt. Zij had dienen te preciseren om welke schade (aan de bus) het precies gaat, feiten moeten stellen waaruit blijkt dat die niet reeds aanwezig was op het moment dat Bambi de bus ging gebruiken en (gelet op de door haar erkende aanwezigheid van niet door Bambi veroorzaakte schade) een nadere toelichting moeten geven over de relatie tussen deze schade en het bedrag van de door haar gevorderde schadevergoeding. Nu Red dit allemaal heeft nagelaten heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd, wordt aan bewijslevering op dit punt niet toegekomen en is niet komen vast te staan dat Bambi de door Red gestelde schade heeft veroorzaakt. Ook dit deel van de vordering wordt dus afgewezen. 5.29. Iedere verdere beslissing in conventie zal worden aangehouden gelet op hetgeen hierna in reconventie zal worden beslist. 6 De beoordeling in reconventie 6.1. Ook in reconventie geldt dat de rechtbank ambtshalve dient te onderzoeken of zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen of dat de zaak dient te worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken.
Volledig
Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dient de zaak in reconventie te worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken op grond van het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder a Rv, waar staat dat de kantonrechter bevoegd is om zaken te behandelen en te beslissen betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist. 6.2. Bambi vordert namelijk veroordeling van Red tot betaling van € 3.544,16, welk bedrag ruim minder bedraagt dan het drempelbedrag van € 25.000,00. 6.3. Bovendien is naar het voorlopig oordeel van de rechtbank, ook op grond van de tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting, geen sprake van een samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie die zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, zodat de rechtbank ook niet op grond van artikel 97 lid 1 Rv bevoegd is over de vordering in reconventie te oordelen. Dit geldt temeer nu Red (pas) tijdens de mondelinge behandeling heeft aangevoerd dat de oprijwagen waarop de vordering in reconventie betrekking heeft door haar bestuurder is gebruikt voor het vervoer van diens privé-auto, hetgeen door Bambi niet is betwist. Dat betekent dat voorshands niet duidelijk is op grond waarvan het hier zou gaan om een vordering van Bambi op Red (en niet om een vordering van Bambi op de bestuurder van Red). 6.4. De rechtbank is dan ook voornemens om de zaak in reconventie op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank te verwijzen. Voordat de rechtbank tot verwijzing overgaat, zal zij partijen in de gelegenheid stellen zich hierover bij akte uit te laten. 6.5. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat het niet de bedoeling is dat partijen in de nog door hen te nemen aktes het partijdebat over de vorderingen in conventie heropenen of de in conventie reeds gegeven eindbeslissingen ter discussie stellen. De aktes mogen alleen worden genomen in de zaak in reconventie. 6.6. Gelet op de in conventie reeds gegeven eindbeslissingen, het voornemen tot verwijzing van de zaak in reconventie, het hiervoor onder 6.3. genoemde feit dat de oprijwagen is gebruikt door de bestuurder van Red in privé en het relatief geringe financiële belang van de vordering in reconventie, geeft de rechtbank partijen in overweging nog een schikkingspoging te ondernemen. Indien partijen, al dan niet alleen in reconventie, een (deel)schikking bereiken, kunnen zij desgewenst een tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst op de hierna te noemen roldatum aan de rechtbank doen toekomen, met het oog op de opname daarvan in een schikkingsproces-verbaal, en (in het geval van een algehele schikking) doorhaling van de zaak verzoeken. 7 De beslissing De rechtbank in conventie 7.1. houdt iedere verdere beslissing aan, in reconventie 7.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 22 april 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over het voornemen tot ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, 7.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026. 943 / 1496 Kortheidshalve duidt de rechtbank zowel door Red geleasede bussen als de eigen bus(sen) van Red in dit vonnis aan als “de bussen van Red”, behalve waar dat onderscheid ertoe doet. Het als productie 1 bij dagvaarding overgelegde bankafschrift, de als productie 9 door Red overgelegde stukken, door haar aangeduid als e-mails, gedateerd 21 maart 2023 en 17 november 2023 en de als productie 10 door Red overgelegde facturen en bijbehorende (gestelde) e-mails. Artikel 93 onder c Rv. Die factuur is overigens (nog steeds) niet in het geding gebracht, terwijl Red, tot haar eisvermindering tijdens de mondelinge behandeling, wel de betaling daarvan vorderde. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Red gesteld dat zij de overeenkomst “voor zover nodig” heeft ontbonden, maar niet duidelijk gemaakt voor welk deel. Met uitzondering van (een deel van) de hierna te bespreken schadevordering met betrekking tot twee specifieke bussen, waarvoor Red aan Bambi een afzonderlijke factuur heeft gestuurd. Anders dan voor de e-mails heeft Red voor het niet eerder overleggen van de facturen geen reden gegeven, anders dan dat Bambi die volgens haar al had ontvangen in het buitengerechtelijke traject. Wat daarvan ook zij, het is aan Red om de stukken waarop zich wenst te beroepen tijdig in het geding te brengen. Waarmee kennelijk wordt bedoeld dat reparatie van de bus meer zou kosten dan de totale (rest)waarde van de bus na reparatie.
Volledig
Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dient de zaak in reconventie te worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken op grond van het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder a Rv, waar staat dat de kantonrechter bevoegd is om zaken te behandelen en te beslissen betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist. 6.2. Bambi vordert namelijk veroordeling van Red tot betaling van € 3.544,16, welk bedrag ruim minder bedraagt dan het drempelbedrag van € 25.000,00. 6.3. Bovendien is naar het voorlopig oordeel van de rechtbank, ook op grond van de tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting, geen sprake van een samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie die zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, zodat de rechtbank ook niet op grond van artikel 97 lid 1 Rv bevoegd is over de vordering in reconventie te oordelen. Dit geldt temeer nu Red (pas) tijdens de mondelinge behandeling heeft aangevoerd dat de oprijwagen waarop de vordering in reconventie betrekking heeft door haar bestuurder is gebruikt voor het vervoer van diens privé-auto, hetgeen door Bambi niet is betwist. Dat betekent dat voorshands niet duidelijk is op grond waarvan het hier zou gaan om een vordering van Bambi op Red (en niet om een vordering van Bambi op de bestuurder van Red). 6.4. De rechtbank is dan ook voornemens om de zaak in reconventie op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank te verwijzen. Voordat de rechtbank tot verwijzing overgaat, zal zij partijen in de gelegenheid stellen zich hierover bij akte uit te laten. 6.5. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat het niet de bedoeling is dat partijen in de nog door hen te nemen aktes het partijdebat over de vorderingen in conventie heropenen of de in conventie reeds gegeven eindbeslissingen ter discussie stellen. De aktes mogen alleen worden genomen in de zaak in reconventie. 6.6. Gelet op de in conventie reeds gegeven eindbeslissingen, het voornemen tot verwijzing van de zaak in reconventie, het hiervoor onder 6.3. genoemde feit dat de oprijwagen is gebruikt door de bestuurder van Red in privé en het relatief geringe financiële belang van de vordering in reconventie, geeft de rechtbank partijen in overweging nog een schikkingspoging te ondernemen. Indien partijen, al dan niet alleen in reconventie, een (deel)schikking bereiken, kunnen zij desgewenst een tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst op de hierna te noemen roldatum aan de rechtbank doen toekomen, met het oog op de opname daarvan in een schikkingsproces-verbaal, en (in het geval van een algehele schikking) doorhaling van de zaak verzoeken. 7 De beslissing De rechtbank in conventie 7.1. houdt iedere verdere beslissing aan, in reconventie 7.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 22 april 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over het voornemen tot ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, 7.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026. 943 / 1496 Kortheidshalve duidt de rechtbank zowel door Red geleasede bussen als de eigen bus(sen) van Red in dit vonnis aan als “de bussen van Red”, behalve waar dat onderscheid ertoe doet. Het als productie 1 bij dagvaarding overgelegde bankafschrift, de als productie 9 door Red overgelegde stukken, door haar aangeduid als e-mails, gedateerd 21 maart 2023 en 17 november 2023 en de als productie 10 door Red overgelegde facturen en bijbehorende (gestelde) e-mails. Artikel 93 onder c Rv. Die factuur is overigens (nog steeds) niet in het geding gebracht, terwijl Red, tot haar eisvermindering tijdens de mondelinge behandeling, wel de betaling daarvan vorderde. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Red gesteld dat zij de overeenkomst “voor zover nodig” heeft ontbonden, maar niet duidelijk gemaakt voor welk deel. Met uitzondering van (een deel van) de hierna te bespreken schadevordering met betrekking tot twee specifieke bussen, waarvoor Red aan Bambi een afzonderlijke factuur heeft gestuurd. Anders dan voor de e-mails heeft Red voor het niet eerder overleggen van de facturen geen reden gegeven, anders dan dat Bambi die volgens haar al had ontvangen in het buitengerechtelijke traject. Wat daarvan ook zij, het is aan Red om de stukken waarop zich wenst te beroepen tijdig in het geding te brengen. Waarmee kennelijk wordt bedoeld dat reparatie van de bus meer zou kosten dan de totale (rest)waarde van de bus na reparatie.