Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-03-30
ECLI:NL:RBGEL:2026:2414
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,044 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:2414 text/xml public 2026-04-03T17:00:11 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-30 ARN 25/3853 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2414 text/html public 2026-03-27T13:25:57 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2414 Rechtbank Gelderland , 30-03-2026 / ARN 25/3853 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om woonurgentie. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om woonurgentie heeft kunnen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/3853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats 1], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde]), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (gemachtigde: M. Koning). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om woonurgentie. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om woonurgentie heeft kunnen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om woonurgentie. De Urgentiecommissie woonruimteverdeling (urgentiecommissie) heeft namens het college deze aanvraag met het besluit van 1 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college bijgestaan door [persoon A]. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres woont in [plaats 1]. Zij heeft in 2023 haar huidige woning moeten accepteren omdat zij na bijna 40 jaar huwelijk in scheiding lag en zo snel mogelijk weg moest bij haar toenmalige echtgenoot. In [plaats 1] voelt eiseres zich structureel eenzaam. Zij ervaart depressieve klachten die leiden tot sociaal isolement en somberheid en haar regelmatig in een kwetsbare mentale staat brengen. Zij heeft in [plaats 1] niemand in de buurt en niemand die naar haar omkijkt. Eiseres wil graag naar [plaats 2] verhuizen omdat zij zich daar prettig voelt in de hindoetempel waar zij al 20 jaar komt en in een omgeving is met familie. 3.1. Naar aanleiding van de aanvraag om woonurgentie heeft de urgentiecommissie advies gevraagd aan Bureau Leijten & Van Hoek (Leijten). Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de urgentiecommissie de aanvraag, met overname van het advies van Leijten, afgewezen, omdat niet is gebleken van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost. De woning is geschikt voor eiseres. Er is onvoldoende aangetoond dat een verhuizing naar een andere woning of woonomgeving dringend noodzakelijk is. De urgentiecommissie vindt het redelijk dat eiseres eerst probeert haar medische klachten te verbeteren vanuit de huidige woonsituatie omdat haar medische toestand niet alleen afhankelijk is van een verhuizing naar [plaats 2]. 3.2. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Het college is met het bestreden besluit van 21 juli 2025 op het bezwaar van eiseres bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het beoordelingskader 4. Er is in de regio Arnhem - Nijmegen schaarste aan sociale huurwoningen en er zijn veel mensen die met spoed op zoek zijn naar een woning. Die mensen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een urgentieverklaring. Omdat woningen schaars zijn, zijn de voorwaarden voor een urgentieverklaring streng: als een woningzoekende voorrang krijgt, betekent dat immers dat anderen langer moeten wachten. De voorwaarden voor een urgentieverklaring zijn opgenomen in de Huisvestingsverordening Gemeente Nijmegen 2024 en het Reglement aanvragen urgentie woonruimteverdeling Groene Metropoolregio 2024. 4.1. Het college kan een noodurgentieverklaring afgeven aan iemand die een woning zoekt en die in een persoonlijke noodsituatie zit, als deze noodsituatie: a. niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen, en b. niet door betrokkene zelf kan worden opgelost, en c. zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze langer dan vier maanden, vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring, te laten voortbestaan. 4.2. Er is sprake van een persoonlijke noodsituatie als: - het probleem een directe relatie heeft met de woning of de woonomgeving. Een (andere) woning in de woningmarktregio moet een oplossing zijn voor de huidige noodsituatie, - de huidige woning niet geschikt is (te maken) om het probleem, waarin het huishouden verkeert, te verhelpen, en - de noodsituatie zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze langer dan vier maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van behandeling van de aanvraag om een noodurgentieverklaring. Is sprake van een persoonlijke noodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost? 5. Eiseres voert aan dat een verhuizing naar de regio Arnhem/Nijmegen medisch noodzakelijk is. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres recente brieven van medisch specialisten overgelegd. Eiseres stelt in haar eigen woning geen leven te hebben en dat het elke dag een strijd is om te overleven. Haar eenzaamheid en isolement worden met de dag ondraaglijker en medische behandelingen dragen niet bij aan haar herstel. Eiseres smeekt de rechtbank om de ernst van haar kwetsbare gezondheid in te zien en haar huidige situatie als een woonnoodsituatie te zien die zo snel mogelijk moet worden opgelost. 5.1. Volgens het college is er geen sprake van een persoonlijke noodsituatie. Eiseres woont in een 55+ portiekflat in [plaats 1] die geschikt is voor bewoning door eiseres. Hierdoor is er volgens het college geen sprake van een woonnoodsituatie. Vervolgens is bekeken of er op basis van de medische problematiek van eiseres sprake is van een woonnoodsituatie. Het college baseert zich hierbij onder meer op het advies van Leijten van 14 april 2025. Hierin wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost. Eiseres is sterk gericht op de hindoetempel in [plaats 2], maar heeft nog niet onderzocht of andere hindoeïstische tempels dichterbij [plaats 1] mogelijk iets voor haar kunnen betekenen. Ook is volgens Leijten een alternatief voor verhuizen dat eiseres actief op zoek gaat naar een zinvolle invulling van haar dagen om te onderzoeken of dit haar klachten kan verminderen. Daarnaast kan worden gekeken of het contact met haar dochter kan worden hersteld. 5.2. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag het college op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van deze wet voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het college niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. 5.3. De medewerkers van Leijten beschikken over deskundigheid op medisch, psychiatrisch en psychosociaal gebied en zijn te beschouwen als een externe met specifieke deskundigheid.