Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-03-27
ECLI:NL:RBGEL:2026:2404
Strafrecht
Beschikking
2,034 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:2404 text/xml public 2026-03-27T14:00:11 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-27 05/208732-21 Uitspraak Beschikking NL Zutphen Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2404 text/html public 2026-03-26T14:15:39 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2404 Rechtbank Gelderland , 27-03-2026 / 05/208732-21 De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Nu de delictanalyse niet is afgerond, de behandeling nog niet is gestart en er nog een grote hoeveelheid stappen moet worden gezet is het aannemelijk dat de behandeling langer dan één jaar in beslag zal nemen. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Zutphen Parketnummer: 05/208732-21 Datum uitspraak: 27 maart 2026 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [de kliniek] , (hierna: de kliniek). Raadsman: mr. W. Fleuren, advocaat te Apeldoorn. Procedure Betrokkene is op 4 februari 2022 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 7 maart 2024. Bij vordering van 3 februari 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken: - het adviesrapport van de kliniek van 23 december 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; - een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 23 juli 2024 tot en met 1 juli 2025. Ter zitting van 13 maart 2026 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsman mr. W. Fleuren; - de deskundige MSc, L. van der Kaaij, GZ-psycholoog, behandelcoördinator van [de kliniek] en; - de officier van justitie, mr. E. Hooydonk. De standpunten De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat het dossier duidelijk maakt dat er nog veel stappen gemaakt moeten worden. Daarom is een verlenging met twee jaar noodzakelijk. De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. De raadsman heeft aangevoerd dat zijn cliënt aan therapie meewerkt. Ook heeft hij zelfinzicht en is hij open. Hij wil graag weten wat er mis is gegaan. Indien de behandeling snel tot stand kan komen is verlenging van één jaar voldoende, er zijn geen signalen dat dit met twee jaar verlengd zou moeten worden. De beoordeling Indexdelict De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege meerdere keren personen, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen; meerdere keren schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd; meerdere keren met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken vervaardigen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd; wederspannigheid . Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is niet gemaximeerd. Stoornis Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis, van het niet exclusieve type, waarbij hij zich seksueel aangetrokken voelt tot meisjes. De stoornis is nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel Betrokkene is op 23 juli 2024 opgenomen op afdeling [afdeling] . Bij de vaardigheidstraining geeft patiënt aan dat de seksuele aantrekkingskracht naar minderjarige meisjes inderdaad bestaat, naast dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot volwassen vrouwen. Het behandelteam beschouwt zijn openheid hierover als een opvallende,positieve, stap, die erop wijst dat hij zijn proceshouding wat heeft kunnen loslaten. Hij stelt echter ook veel vragen niet, om vervolgens verontwaardigd te zijn dat sociotherapie of anderen hier niet zelf het initiatief toe nemen. Betrokkene krijgt echter in een korte tijd een herhaaldelijke wisseling van persoonlijk begeleiders te verwerken. Hij heeft hier (invoelbaar) last van; hij vindt de kliniek tekortschieten in personeelsbeleid. Zijn zelfzorg en zorg voor de leefomgeving is goed en hij houdt zich aan de regels en afspraken. Van incidenten of grensoverschrijdend gedrag is geen sprake. Vanaf oktober 2024 gaat het minder goed met betrokkene. Hij heeft er last van dat de opstart van hetassessment en een arbeidsprogramma traag verloopt, dat er al tweemaal een wisseling van persoonlijk begeleider heeft plaatsgevonden, en dat hij naar zijn mening teveel urinecontroles krijgt voor de vastgestelde frequentie. In de kliniek voelt betrokkene zich als een kind of nummer behandeld, omdat het ontbreekt aan de ruimte om zelfstandig acties en beslissingen te nemen. Zijn onvrede en last worden merkbaar in een sarcastische en koppige houding, het aangaan van discussies en dit niet willen loslaten, met een negatieve sfeer tot gevolg. Betrokkene wil graag meer regie over zijn eigen traject en geeft aan dat het tbs-systeem niet aansluit bij wat hij nodig heeft. Deze houding is ook zichtbaar bij de dagbesteding en therapie die hij volgt, waarbij hij de focus legt bij het proces/randzaken (zoals welke oefeningen, tijden en therapeuten hij wel of niet wil) en het daardoor beperkt kan gaan over de daadwerkelijk gewenste inhoud. Hij houdt het bespreken van seksualiteit in de gesprekken met zijn persoonlijk begeleider af, die hij niet als gekwalificeerd genoeg ziet om gesprekken op inhoud mee te voeren. Met betrokkene is besproken dat nu de delictanalyse nagenoeg is afgerond, en er meer zicht is gekomen op zijn problematiek en benodigde behandeling, de koers van het resocialisatietraject en uitstroomdoel op korte termijn in het Traject Expertise Team (TET) in de kliniek zal worden besproken en vastgesteld. Tevens zal begeleid verlof als eerste stap worden aangevraagd.Op de zitting is echter gebleken dat de delictanalyse op initiatief van betrokkene “on hold” is gezet en dus niet kan worden afgerond totdat betrokkene besluit om daar weer aan mee te werken. Zolang de delictanalyse niet is afgerond kunnen geen stappen worden gezet op het gebied van verlof. Recidivegevaar In geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Er moet nog worden gestart met bewerking van de kernproblematiek/ delictfactoren en een voorwaardelijke beëindiging zal onvoldoende kaders bieden voor adequaat risicomanagement. Binnen het huidige kader laat betrokkene al zien dat hij zich niet altijd begeleidbaar opstelt en gevoelig is voor behoud van autonomie en regie. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is. Conclusie De raadsman heeft verzocht de maatregel met één jaar te verlengen. In de jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd moet worden met twee jaar. Nu de delictanalyse nog niet is afgerond, behandeling nog niet gestart is en er nog een grote hoeveelheid stappen te zetten is voordat de maatregel op verantwoorde wijze opgeheven kan worden, is het aannemelijk dat de behandeling langer dan één jaar in beslag zal nemen.