Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-03-25
ECLI:NL:RBGEL:2026:2383
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
942 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:2383 text/xml public 2026-03-31T17:00:24 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-25 AWB 25/6554 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2383 text/html public 2026-03-26T13:27:52 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2383 Rechtbank Gelderland , 25-03-2026 / AWB 25/6554 Voorlopige voorziening; griffierecht niet betaald. RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/6554 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit om hem een tijdelijk pandverbod te geven voor het pand van [naam bedrijf] aan de [locatie] in [plaats]. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Beoordeling door de voorzieningenrechter Toetsingskader 2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In deze een zaak is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Heeft verzoeker het griffierecht tijdig betaald? 2.1. Van verzoeker zijn geen adresgegevens bekend. Uit raadpleging van de Basisregistratie Personen is gebleken dat hij is verhuisd naar Spanje en dat zijn persoonslijst wordt bijgehouden in het Register Niet-Ingezetenen. De griffier heeft verzoeker daarom bij e-mail van 30 januari 2026, gericht aan het bij de rechtbank bekende e-mailadres waarmee hij met de rechtbank correspondeert, in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 2.2. Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit is geregeld in artikel 8:82 van de Awb in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.