Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-03-18
ECLI:NL:RBGEL:2026:2174
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
816 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:2174 text/xml public 2026-03-24T17:00:14 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-18 AWB 26/766 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2174 text/html public 2026-03-19T13:03:36 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2174 Rechtbank Gelderland , 18-03-2026 / AWB 26/766 voorlopige voorziening, geen connexiteit. RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 26/766 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen de vader van minderjarige [naam minderjarige], uit [plaats], verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst, het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college aan de moeder van [naam minderjarige] huisvesting biedt dan wel dat de voorzieningenrechter het college verbiedt om eerder verleende huisvesting aan de moeder van [naam minderjarige] te beëindigen. 2.1. Het college heeft in reactie op het verzoek aangegeven dat er twee besluiten in de zin van de Awb zijn genomen. Het gaat om een besluit tot beëindiging van de jeugdhulp en een besluit tot tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. 2.2. De griffier van de rechtbank heeft verzoeker per brief van 19 februari 2026 gevraagd om een toelichting op zijn verzoek. Er is gevraagd naar een wettelijke grondslag voor het verzoek om huisvesting, om een afschrift van een melding en/of aanvraag voor huisvesting en of er bezwaar of beroep is ingesteld tegen een beslissing van het college tot weigering of beëindiging van huisvesting. Verzoeker heeft niet op deze brief gereageerd. 3. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat een betrokkene een voorlopige voorziening kan vragen indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld. In de zaak van verzoeker is niet gebleken dat er sprake is van een bezwaar- of beroepsprocedure waar het verzoek mee samenhangt. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het verzoek niet inhoudelijk behandeld kan worden en dus niet-ontvankelijk is. Conclusie en gevolgen 4. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Verzoeker krijgt zijn griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier. Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.