Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-03-17
ECLI:NL:RBGEL:2026:2098
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummers: 05.036694.25 en 05.080012.24 (tul) Datum uitspraak : 17 maart 2026 Tegenspraak verkort vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op in of omstreeks de periode van 7 januari 2025 tot en met 3 februari 2025 te Arnhem en/of Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] . welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2025 tot en met 3 februari 2025 te Arnhem en/of Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, - een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of - een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ( in totaal) ongeveer 2,70 gram van een materiaal bevattende cocaïne (verdeeld over 8 voorverpakte envelopjes) en/of - ( in totaal) ongeveer 1,55 gram van een materiaal bevattende heroïne (verdeeld over 8 voorverpakte 8 gripzakjes), zijnde cocaïne en/of heroïne, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4. hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd gaspistool, van het merk/type Blow, TR 34, kaliber 9x17 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of - ( bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 5 kogelpatronen van het kaliber 9x17 mm (.380 auto), voorhanden heeft gehad; 5. hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprint pistool van het merk/type DB Alloy 34, kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer en/of pistool en/of - ( bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 9 kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad. 2 Procesafspraken Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) en de raadsman van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht tot het maken van procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. De rechtbank heeft een ondertekende overeenkomst procesafspraken ontvangen. In deze overeenkomst zijn de door het OM, de verdachte en zijn raadsman gemaakte procesafspraken, waaronder een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel, opgenomen. Partijen beogen daarmee de strafzaak op korte termijn tot een einde te laten komen. In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: De verdediging Door of namens de verdachte zullen geen (nieuwe) onderzoekswensen word Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, die gedurende het proces van het maken van procesafspraken en tijdens de terechtzitting is bijgestaan door zijn raadsman, vrijwillig, op basis van voldoende duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling op 3 maart 2026 van vergewist dat verdachte nog steeds achter de gemaakte afspraken staat. Daarnaast heeft de rechtbank getoetst of de procesafspraken, gelet op wat is bepaald in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering, stand kunnen houden. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op het voornoemde afdoeningsvoorstel. De rechtbank zal daarom beslissen zoals hieronder weergegeven. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten ten laste gelegde onder nummers 1, 2, 3 en 5 heeft begaan, te weten dat: 1. hij op in of omstreeks de periode van 7 januari 2025 tot en met 3 februari 2025 te Arnhem en /of Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en /of [medeverdachte 2] en /of [medeverdachte 3] . welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en /of 10a eerste lid Opiumwet; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2025 tot en met 3 februari 2025 te Arnhem en /of Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ( telkens ) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en /of afgeleverd en /of verstrekt en /of vervoerd, - een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en /of - een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en /of heroïne, ( telkens ) middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ; 3. hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander en , althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ( in totaal ) ongeveer 2,70 gram van een materiaal bevattende cocaïne ( verdeeld over 8 voorverpakte envelopjes ) en /of - ( in totaal ) ongeveer 1,55 gram van een materiaal bevattende heroïne ( verdeeld over 8 voorverpakte 8 gripzakjes ) , zijnde cocaïne en /of heroïne, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ; 5. hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Velp (gemeente Rheden), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprint pistool van het merk/type DB Alloy 34, kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer en/of pistool en /of - ( bijbehorende ) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 9 kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank past de bewijsmiddelen toe zoals die zullen worden opgenomen in de eventueel later op te maken aanvulling van dit vonnis. Deze bewijsmiddelen bevatten de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. 4 De Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak. Nu de rechtbank in lijn met de overeenkomst procesafspraken oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de daarover gemaakte procesafspraken. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De overeenkomst procesafspraken doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij. De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf, inclusief de bijzondere voorwaarden, zoals vastgelegd in de overeenkomst procesafspraken tussen het OM, de raadsman en de verdachte, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting en dus in de gegeven omstandigheden een passende straf is. Zij zal die straf dan ook aan verdachte opleggen. In de overeenkomst procesafspraken wordt overeengekomen tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 134 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest van 106 dagen. De rechtbank komt bij de berekening van de duur van het voorarrest uit op 107 dagen. Verdachte is in verzekering gesteld op 4 februari 2025 en zijn voorlopige hechtenis is met ingang van 21 mei 2025 geschorst. Omdat in de overeenkomst procesafspraken specifiek benoemd wordt dat het de bedoeling van het OM, de raadsman en de verdachte is dat het onvoorwaardelijk strafdeel gelijk is aan het voorarrest, zal de rechtbank dit aanpassen. De rechtbank komt uit op een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 133 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest (107 dagen). 8 De beoordeling van het beslag De rechtbank zal geen beslissing nemen over de in beslag genomen goederen nu verdachte afstand van die goederen heeft gedaan en de schriftelijke afstandsverklaring is gevoegd bij de procesafspraken. 9 De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05.080012.24) De politierechter te Arnhem heeft verdachte op 25 juni 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Overeenkomstig de procesafspraken zal de rechtbank de bij die eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met twee jaar te verlengen. 10 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 2, 10 en 11b van de Opiumwet; - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 11 De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder feit 4 ten laste gelegde; verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen ; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 133 dagen , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak