Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-25
ECLI:NL:RBGEL:2026:1616
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,004 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:1616 text/xml public 2026-03-24T16:50:06 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-25 C/05/461737 / HA ZA 26-22 Uitspraak Verstek NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1616 text/html public 2026-03-24T16:48:38 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:1616 Rechtbank Gelderland , 25-02-2026 / C/05/461737 / HA ZA 26-22 Verstek. Beoordeling rechtsmacht en toepasselijk recht. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/461737 / HA ZA 26-22 Vonnis van 25 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CRV B.V. , gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen: CRV, advocaat: mr. L. te Linde, tegen de rechtspersoon naar het recht van Colombia INSEMINAR DE COLOMBIA G S COMPAÑIA LIMITADA , gevestigd te Chía (Cundinamarca, Colombia), gedaagde partij, hierna te noemen: Inseminar de Colombia, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen Inseminar de Colombia verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 2.1. Inseminar de Colombia is gevestigd in Colombia. Daardoor is sprake van een geschil met internationale aspecten en ligt de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het geschil van toepassing is. 2.2. CRV beroept zich op een distributieovereenkomst van 2/4 februari 2022. In artikel 19 lid 2 van die overeenkomst is een expliciete forumkeuze voor de rechtbank te Arnhem opgenomen. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) is de rechtbank daarom bevoegd om van dit geschil kennis te nemen. 2.3. Artikel 19 lid 1 van de Distributieovereenkomst bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) is daarom Nederlands recht op deze zaak van toepassing. De vorderingen 2.4. CRV heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.5. De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.6. Inseminar de Colombia is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CRV worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 653,00 (1 punt × € 653,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.696,40 2.7. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart voor recht dat de Distributieovereenkomst kwalificeert als (onbenoemde) distributieovereenkomst (en niet als agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW), 3.2. verklaart voor recht dat de Distributieovereenkomst op 27 februari 2025 met effect per 31 mei 2025 rechtsgeldig door CRV is beëindigd, 3.3. verklaart voor recht dat CRV noch aansprakelijk noch schadeplichtig is jegens Inseminar de Colombia in verband met de op 27 februari 2025 gedane opzegging van de distributieovereenkomst met effect per 31 mei 2025, 3.4. veroordeelt Inseminar de Colombia in de proceskosten van € 1.696,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Inseminar de Colombia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.5. veroordeelt Inseminar de Colombia tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.