Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-03-04
ECLI:NL:RBGEL:2026:1607
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Zutphen Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/3313 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker (gemachtigde: mr. M.F. van den Brink), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: E. van den Brink). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het schadeverzoek van verzoeker. Verzoeker is het niet eens met de afwijzing van zijn schadeverzoek. Hij voert daartoe een aantal gronden aan. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV het verzoek om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot [naam bedrijf] oordeel komt en welke gevolgen [naam bedrijf] oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 25 april 2024 (het bestreden besluit) heeft het UWV het verzoek van verzoeker om schadevergoeding afgewezen. 2.1. Op 17 mei 2024 heeft verzoeker de gronden van het verzoekschrift aangevuld. Het UWV heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het verzoek op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het UWV. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Verzoeker is werkzaam geweest bij [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf]). [naam bedrijf] was van 17 augustus 2008 tot en met 31 december 2013 en van 1 januari 2017 tot en met 2 januari 2021 eigenrisicodrager (ERD) voor de Ziektewet (ZW). [naam bedrijf] was van 1 juli 2007 tot en met 31 december 2016 eigenrisicodrager voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). 3.1. Met het besluit van 24 maart 2009 heeft het UWV aan verzoeker per 16 februari 2009 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toegekend. 3.2. Met het besluit van 13 april 2010 heeft het UWV aan verzoeker per 16 februari 2009 ziekengeld op grond van de ZW toegekend. 3.3. Met het besluit van 24 augustus 2010 heeft het UWV het ziekengeld van verzoeker per 23 augustus 2010 beëindigd, omdat hij door de eigenrisicodrager hersteld is gemeld. 3.4. Op 1 februari 2021 heeft verzoeker het UWV verzocht om terug te komen van - de rechtbank begrijpt - het besluit van 24 augustus 2010. 3.5. Met het besluit van 10 december 2021 heeft het UWV vervolgens aan verzoeker per 10 februari 2020 een IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) toegekend op grond van de Wet WIA. Aan dit besluit ligt een rapport van de verzekeringsarts [persoon A] van 18 november 2021 ten grondslag. 3.6. Op 13 maart 2024 heeft verzoeker het UWV schriftelijk om vergoeding van schade gevraagd. 3.7. Het UWV is hierna overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”. Volgens het UWV is het besluit van 24 augustus 2010 onrechtmatig, omdat er teruggekomen wordt op de eerdere hersteldmelding. Dit kan het UWV echter niet worden toegerekend, omdat [naam bedrijf] in die tijd eigenrisicodrager was. De uitvoering van de ZW, inclusief verzuimbegeleiding en medische controles, vindt plaats door of onder verantwoording van [naam bedrijf]. Gedurende de periode van oktober 2010 tot januari 2021 is verzoeker niet meer in beeld bij het UWV. Dat betekent dat de gevolgen van het achteraf onrechtmatig gebleken besluit het UWV niet kunnen worden toegerekend. Standpunt partijen 4. Tijdens de zitting heeft verzoeker verduidelijkt dat het besluit van 24 augustus 2010 het onrechtmatige besluit is. Als gevolg van dit besluit is het ziekengeld van verzoeker ten onrechte per 23 augustus 2010 beëindigd. Het UWV heeft dit besluit herzien en verzoeker per 10 februari 2020 alsnog in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering. De schade is het gevolg van drie nabetalingen van het UWV op 4, 11 en 27 januari 2022 die zien op de periode 10 februari 2020 tot 1 januari 2022. De schade bestaat uit het betalen van meer inkomstenbelasting, een lager bedrag aan huur- en zorgtoeslag, het terugbetalen van bijst