Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-02-04
ECLI:NL:RBGEL:2026:1552
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer hoofdzaak: C/05/447334 / HZ ZA 25-34 en zaaknummer vrijwaringszaak: C/05/453600/HZ ZA 25/170 Vonnis van 4 februari 2026 in de hoofdzaak van COSMETIZE B.V. , te Harderwijk, eisende partij, hierna te noemen: Cosmetize, advocaat: mr. M.M.N.C. Schellekens en mr. M.C. Nass, tegen [naam gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak 1] B.V , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] , advocaat: mr. J. Mulder. en in de vrijwaringszaak van [naam gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak 1] B.V , te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] , advocaat: mr. J. Mulder, tegen [naam gedaagde in vrijwaringszaak] b.v. te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde in vrijwaringszaak] , advocaat: mr. Van den Nouwland. 1 De procedure in de hoofdzaak 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 oktober 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 december 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De procedure in de vrijwaringszaak 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 oktober 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 december 2025 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Cosmetize is fabrikant van cosmetica. 3.2. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] en [gedaagde in vrijwaringszaak] zijn transportbedrijven die zich bezig houden met het wegvervoer. 3.3. Cosmetize maakt al geruime tijd veelvuldig gebruik van de transportdienstverlening van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] . Zij heeft daartoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten met [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] (hierna: de samenwerkingsovereenkomst) waarbij zij door middel van een persoonlijke toegang in het digitale portaal van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] opdrachten voor de transport van haar cosmetica producten plaatst. 3.4. Cosmetize heeft [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] via voornoemd portaal opdracht gegeven om twee europallets met mascara en concealers over de weg te vervoeren van een locatie te Lelystad (Nederland) naar de koper van deze partij, RainPharma HQ te Herent (België). De partij moest op woensdag 11 september 2024 worden opgehaald en op vrijdag 13 september 2024 tussen 12:00 en 17:00 worden afgeleverd. De partij had een inkoopwaarde van € 64.652,10 en een winkelwaarde van € 575.209,50. Bij het plaatsen van deze opdracht heeft Cosmetize geen nadere instructies aan [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] gegeven met betrekking tot de uitvoering van het transport anders dan dat de lading op vrijdagmiddag na 12:00 uur moest worden afgeleverd. Op de vrachtbrief wordt geen vermelding gemaakt van de waarde van de lading. 3.5. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] heeft deze opdracht uitbesteed aan [gedaagde in vrijwaringszaak] . [gedaagde in vrijwaringszaak] heeft de partij op 11 september 2024 opgehaald in Lelystad en vervoerd naar haar eigen loods in [vestigingsplaats] . Daar heeft zij de pallets in een schuifzeiltrailer (tautliner) geladen samen met elf andere zendingen, zodat sprake was van zogenoemd ‘groupage transport’. De geladen trailer heeft in de nacht van 11 op 12 september 2024 overgestaan op het terrein van [gedaagde in vrijwaringszaak] . 3.6. Het vervoer vanaf het terrein van [gedaagde in vrijwaringszaak] naar Herent heeft [gedaagde in vrijwaringszaak] verder uitbesteed aan [de chauffeur] te [vestigingsplaats] . Op 12 september 2024 heeft de chauffeur van [de chauffeur] (hierna: de chauffeur) de geladen trailer meegenomen waarna hij delen van zijn lading heeft gelost op diverse adressen in Nederland en België. 3.7. Tussen 12 september 2024 17:47 uur en 13 september 2024 7:43 uur heeft de vrachtwa [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Cosmetize, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Cosmetize, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Cosmetize in de proceskosten en de wettelijke rente over de proceskosten indien Cosmetize deze kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving voldoet. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in de vrijwaringszaak 4.4. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] vordert - samengevat - dat [gedaagde in vrijwaringszaak] wordt veroordeeld om aan [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] te betalen datgene waartoe [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in vrijwaringszaak] in de proceskosten van de vrijwaring, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten indien [gedaagde in vrijwaringszaak] deze betaling niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis verricht. Verder vordert [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] een verklaring voor recht dat [gedaagde in vrijwaringszaak] aansprakelijk is voor alle schade en kosten vanwege de schade vanwege de vermissing van de zending cosmetica. 4.5. [gedaagde in vrijwaringszaak] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] in de proceskosten. 4.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling in de hoofdzaak Toepasselijk recht en bevoegdheid rechtbank 5.1. Omdat sprake is van grensoverschrijdend vervoer over de weg van Nederland naar België is het CMR dwingendrechtelijk van toepassing op de vervoersovereenkomst tussen Cosmetize en [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] (artikel 1 CMR). Dit betekent dat het aansprakelijkheidsregime zoals dit is neergelegd in het CMR de rechtsverhouding tussen partijen beheerst en het toetsingskader vormt voor de beoordeling van de vorderingen van Cosmetize. 5.2. Op grond van artikel 31 lid 1 sub a CMR jo 99 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het geschil tussen partijen, omdat de vestigingsplaats van gedaagde binnen het arrondissement van deze rechtbank is gelegen en gesteld noch gebleken is dat partijen een afwijkende forumkeuze hebben gemaakt. Aansprakelijkheid [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] 5.3. Cosmetize stelt dat [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] aansprakelijk is voor het verlies van de lading tijdens het uitgevoerde transport. 5.4. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] erkent dat de lading cosmetica tijdens het transport verloren is gegaan als gevolg van diefstal, maar betwist aansprakelijk te zijn voor de ontstane schade. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] wijst daarbij op de keuze van Cosmetize om de lading voor een goedkoop tarief te laten meegaan met groupagezending in plaats van exclusief vervoer. Verder had Cosmetize volgens [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] melding moeten maken van de hoge waarde van de lading en nadere instructies moeten verstrekken ten behoeve van het vervoer, zoals bijvoorbeeld bewaakt parkeren bij overnachting en het gebruik van een kastenwagen in plaats van een huifoplegger. Dit had volgens [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] wel op de weg gelegen van Cosmetize, gelet op de hoge (markt)waarde van de lading en vanwege het feit dat deze van woensdag tot vrijdag op transport zou zijn. Verder betwist zij dat Cosmetize schade in eigen vermogen heeft geleden. 5.5. Het CMR kent een abstract vorderingsrecht toe aan de afzender, z Deze richtlijn is ontwikkeld vanuit het Verbond van Verzekeraars in de transportverzekeringsbranche en daarin is het vervoer van cosmetica opgenomen in de hoogste risicocategorie voor diefstal. Daar komt volgens Cosmetize nog bij dat vaststaat dat de chauffeur de vrachtwagencombinatie in ieder geval voor meer dan 2,5 uur in de avond heeft achtergelaten op de onbewaakte parkeerplaats en gedurende de nacht aldaar heeft laten overstaan zonder dat hij de trailer met een slot heeft afgesloten. 5.11. [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] betwist dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. 5.12. De Hoge Raad heeft in de zogenaamde 5 januari arresten bepaald dat sprake is van bewuste roekeloosheid wanneer de vervoerder het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden. 5.13. Uit deze maatstaf blijkt dat in de eerste plaats als drempelvoorwaarde geldt dat moet komen vast te staan dat aan het overstaan van de vrachtwagencombinatie op het betreffende parkeerterrein in de gegeven omstandigheden gevaar voor diefstal was verbonden en dat de objectief vast te stellen kans dat de lading zou worden gestolen aanzienlijk groter was dan de kans dat dit niet zou gebeuren. 5.14. Cosmetize stelt dat aan voornoemd criterium wordt voldaan en dat de kans op diefstal objectief kan worden vastgesteld op groter dan 50%, maar heeft dit niet met objectief verifieerbare cijfers onderbouwd. Cosmetize heeft ter zitting verklaard dat zij voor het vervoer van haar cosmeticaproducten al zes of zeven jaar gebruik maakt van de transportdiensten van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] en [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] heeft onweersproken gesteld dat dit transport meerdere partijen per week omvat. Dat zou met zich brengen dat er pas sprake zou zijn van een objectief vast te stellen kans als in ieder geval zes van de tien keer dat het transport op die manier wordt uitgevoerd, sprake is van diefstal. Nu [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] onweersproken heeft gesteld dat er nooit eerder een lading is gestolen, is reeds op die grond geen sprake van doorbreking van de aansprakelijkheidsbeperking. Overigens is ook helemaal niet onderbouwd gesteld dat de chauffeur zich, wetende dat de kans op diefstal groot is, niet van zijn gedrag heeft laten weerhouden. 5.15. Omdat [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] de vergoeding ex artikel 23 lid 3 CMR reeds aan Cosmetize heeft voldaan, heeft Cosmetize geen vordering meer op [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] uit hoofde van diens aansprakelijkheid als vervoerder voor de gestolen lading. Dit betekent dat Cosmetize geen belang meer heeft bij de door haar onder 4.1 onder I gevorderde verklaring voor recht en dat ook haar overige vorderingen zullen worden afgewezen. Proceskosten 5.16. Cosmetize is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] worden begroot op: - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × € 1.290,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 5.764,00 5.17. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in de vrijwaringszaak 5.18. Nu de vorderingen in de hoofdzaak zijn afgewezen, moeten de vorderingen in de vrijwaringszaak worden afgewezen zonder dat deze nog bespreking behoeven. 5.19. Omdat [gedaagde in hoofdzaak / eiser in vrijwaringszaak] zelfstandig het risico draagt van de proceskosten van de in vrijwaring opgeroepen partij , zal zij de proceskosten van [gedaagde in vrijwaringszaak] moeten betalen. De proceskosten van [gedaagde in vrijwaringszaak] worden begroot op: - griffierecht € 714,00 - salaris advo