Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-03-02
ECLI:NL:RBGEL:2026:1545
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/545 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser] en [eiseres], uit [plaats], eisers (gemachtigde: mr. D. Pool), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen (gemachtigde: mr. J.W. Meelkop, F. van Gestel) Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij 1] en [derde-partij 2] (derde-partij). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woning met bijgebouw en het realiseren van een inrit. Eisers zijn het niet eens met dit besluit. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2. Op 23 januari 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met bijgebouw en het realiseren van een inrit. In de beslissing op bezwaar van 17 december 2024 is het college bij dit besluit gebleven. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van het college en de derde-partij. Plattegrond ter illustratie. Totstandkoming bestreden besluit 3. Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de raad het bestemmingsplan “[naam bestemmingsplan 1]” (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de nieuwbouw van een levensloopbestendige woning op het perceel [locatie 1] [huisnummer 1] in [plaats]. De woning is voorzien op gronden met onder meer de bestemming “Wonen” en de functieaanduiding “specifieke vorm van wonen, levensloopbestendige woning”. Op grond van het vorige bestemmingsplan “[naam bestemmingsplan 2]” was de bouw van de levensloopbestendige woning op het perceel niet toegestaan. Het plangebied ligt net binnen de bebouwde kom, aan een doodlopende zijtak van de [locatie 1]. De noordzijde van het perceel grenst aan deze zijtak van de [locatie 1]. Aan de oostzijde van het perceel staat de huidige woning met huisnummer [huisnummer 1]. Deze woning krijgt het adres [locatie 2] [huisnummer 2b]. De voorziene woning wordt het nieuwe adres [locatie 1] [huisnummer 1]. De zuidzijde van het perceel grenst aan de tuin van [locatie 2] [huisnummer 2a]. De westzijde grenst aan de achtertuinen van [locatie 1] [huisnummer 3] tot en met [huisnummer 4]. Eisers wonen aan de [locatie 1] [huisnummer 5], in de directe nabijheid van het perceel. Zij hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan. In de uitspraak van 11 juni 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het beroep van eisers tegen het bestemmingsplan ongegrond verklaard. 3.1. Inmiddels had het college op 23 januari 2024 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met bijgebouw , het afwijken van het bestemmingsplan wegens overschrijding van de toegestane bouwhoogte en het realiseren van een inrit op het perceel [locatie 1] [huisnummer 1] te [plaats]. Eisers hebben tegen deze beslissing bezwaar gemaakt, omdat volgens hen niet wordt voldaan aan artikel 6.37 en 6.38 van het Bouwbesluit wat betreft de vereiste breedte van de verbindingsweg met de [locatie 2] en de eisen voor de opstelplaats. Ook stellen eisers dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering, waardoor de omgevingsvergunning had m Eisers hebben het rapport “Beoordeling bereikbaarheid hulpdienstenverlening bouwplan [locatie 1] [huisnummer 1] te [plaats]” laten opstellen, waaruit zou blijken dat de weg niet voldoet aan de vereiste minimale breedte. Daarnaast stellen eisers dat is aangetoond dat bij het blussen vanaf het toegangspad niet aan de minimale afstand van 40 meter wordt voldaan; dit zou slechts het geval zijn vanaf de opstelplaats bij [locatie 2] [huisnummer 2b]. De brandweer moet dan echter doorgang hebben tussen de percelen. Dat achten eisers onwaarschijnlijk, omdat er vanzelfsprekend een (vergunningsvrije) erfafscheiding zal worden geplaatst tussen [locatie 2] [huisnummer 2b] en de nieuwe woning. 7.1. De beroepsgrond slaagt niet. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 11 juni 2025 geoordeeld dat de raad zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de voorziene woning goed bereikbaar zal zijn voor hulpdiensten. De gronden die eisers in deze procedure naar voren hebben gebracht geven geen aanleiding om daar anders over te oordelen. Op grond van het Bouwbesluit moet de verbindingsweg een minimale breedte hebben van 4,5 meter en verhard zijn over een breedte van 3,25 meter. In reactie op het aangeleverde rapport “Beoordeling bereikbaarheid hulpdienstenverlening bouwplan [locatie 1] [huisnummer 1] te [plaats]” heeft het college ook eigen metingen uitgevoerd. Uit deze metingen blijkt dat over de gehele lengte van de toegangsweg wordt voldaan aan de vereiste breedte; hierbij is gemeten van hek tot hek. Het college heeft op basis van het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en de zelf uitgevoerde metingen kunnen concluderen dat aan de vereiste breedte wordt voldaan. Dat de naastgelegen haag door het hek kan groeien, doet hier niet aan af, nu de haag regelmatig wordt gesnoeid waardoor een goede doorgang gewaarborgd blijft. Ten aanzien van hetgeen eisers aanvoeren over de opstelplaats voor de brandweer geldt dat op advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid is voorzien in een opstelplaats op het perceel [locatie 2] [huisnummer 2b]. Hierdoor is de woning in geval van brand goed bereikbaar. Verder is op de situatietekening een doorgang tussen de percelen opgenomen, waarmee de doorgang is geborgd. Beleidsregels uitwegen 8. Eisers stellen dat de uitweg niet voldoet aan de Beleidsregels uitwegen gemeente Wijchen 2023 (beleidsregels). De uitweg zou, bezien vanaf de openbare weg, niet duidelijk en herkenbaar naar een woning leiden. De zijtak van de [locatie 1] zou geen enkele aanwijzing geven dat aan dit pad een woning is gelegen. Indien dit pad als openbare weg moet worden aangemerkt, levert dit volgens eisers bovendien het probleem op dat de nieuwe woning “in de tweede lijn” wordt gebouwd, hetgeen in strijd zou zijn met het gemeentelijke beleid voor kleinschalige particuliere initiatieven. Daarnaast zou dit een praktisch probleem opleveren, omdat het smalle pad volgens eisers niet toegankelijk is voor zwaar bouwverkeer, wat de bouw van de woning bemoeilijkt. 8.1. De beroepsgrond slaagt niet. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 11 juni 2025 geoordeeld dat de zijtak van de [locatie 1] de bestaande ontsluitingsweg voor het perceel is en zodanig breed is dat ook brede voertuigen de woning kunnen bereiken. Dat sprake is van een openbare weg blijkt onder meer uit het verkeersbord dat een doodlopende weg aanduidt. Daarnaast vormt het gemeentelijke beleid voor kleinschalige particuliere initiatieven geen toetsingskader voor de verlening van de onderhavige omgevingsvergunning. Aan de hand van de daarin opgenomen toetsingscriteria beoordeelt het college of in beginsel medewerking kan worden verleend aan kleinschalige bouwinitiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan. Het bouwen van een levensloopbestendige woning past binnen het bestemmingsplan. Bovendien is geen sprake van bouwen in de tweede lijn in de zin van het KPI, nu dit slechts aan de orde is indien een recht van overpad nodig is om de nieuwe woning te bereiken. In dit geval ligt