Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-25
ECLI:NL:RBGEL:2026:1384
Civiel recht
Kort geding
1,956 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 text/xml public 2026-03-23T15:00:53 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-25 462014 Uitspraak Kort geding NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 text/html public 2026-03-19T10:33:59 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 Rechtbank Gelderland , 25-02-2026 / 462014 Kort geding. vordering strekkende tot verwijdering van camerabeelden meegenomen door de Arbeidsinspectie. Wegens de onomkeerbare gevolgen bij toewijzing van de vordering, alsmede het beperkte (en indirecte) belang van eiseres daarbij, wordt de vordering afgewezen. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/462014 / KG ZA 26-35 Vonnis in kort geding van 25 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam eisend bedrijf] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: “ [eiser] ”, advocaat: mr. M. Hendriks en mr. N. ten Donkelaar, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon DE STAAT DER NEDERLANDEN , zetelend in 's-Gravenhage, gedaagde partij, hierna te noemen: “De Staat”, advocaat: mr. T. Gillhaus. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met bijlagen 1 tot en met 5; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 13; - de mondelinge behandeling van 11 februari 2026; - de pleitnota van [eiser] met een daaraan gehechte bijlage; - de pleitnota van De Staat. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] is een onderneming die een supermarkt exploiteert in [vestigingsplaats] . 2.2. Op 5 december 2025 heeft de Arbeidsinspectie een controle in de winkel van [eiser] uitgevoerd op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet arbeidsvreemdelingen en de Arbeidstijdenwet. Tijdens de controle heeft de Arbeidsinspectie meerdere harde schijven van [eiser] meegenomen. Op deze harde schijven waren (onder andere) camerabeelden opgeslagen van camera’s die zich bevinden in de supermarkt van [eiser] . 2.3. Bij brief van 8 december 2025 heeft [eiser] De Staat verzocht om de harde schijven te retourneren en om eventueel door haar gemaakte kopieën van de bestanden die daarop zijn opgeslagen te verwijderen. 2.4. Nadat De Staat kopieën had gemaakt van de op de harde schijven opgeslagen camerabeelden, heeft zij op 19 december 2025 de harde schijven geretourneerd aan [eiser] . 2.5. Een aantal medewerkers van [eiser] heeft haar en De Staat schriftelijk verzocht de camerabeelden te vernietigen op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: de AVG). 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad De Staat te bevelen om de camerabeelden onmiddellijk na dit vonnis definitief te verwijderen met veroordeling van De Staat in de proceskosten. 3.2. [eiser] heeft de voorzieningenrechter nog verzocht De Staat tevens te veroordelen tot het verwijderen van eventuele “vervolgacties” op basis van de camerabeelden. Dit verzoek wordt afgewezen. Naast dat niet duidelijk is wat [eiser] met vervolgacties bedoelt, dient de voorzieningenrechter al dan niet een voorziening te treffen aan de hand van de vorderingen in het petitum. Hoewel die vorderingen moeten worden gelezen in context van de gehele dagvaarding, heeft [eiser] daarin slechts verwijdering van de camerabeelden gevorderd en valt daarin niet meer dan dat te lezen. 3.3. De Staat voert verweer. De Staat concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Met De Staat is de voorzieningenrechter van oordeel dat toewijzing van het gevorderde leidt tot onomkeerbare gevolgen, hetgeen maakt dat toewijzing van de vordering van [eiser] niet aan de orde kan zijn. Toewijzing zou immers leiden tot verlies van bewijsmateriaal, waarmee het door de Arbeidsinspectie gestarte onderzoek naar [eiser] onherstelbare schade oploopt. De camerabeelden kunnen na verwijdering namelijk niet meer worden gebruikt ter onderbouwing van een eventueel door de Arbeidsinspectie aan [eiser] op te leggen bestuursrechtelijke sanctie. [eiser] heeft nog wel gesteld dat zij de camerabeelden niet zal verwijderen en dat De Staat dus nog altijd op een later moment de camerabeelden weer van haar kan verzoeken, maar uit deze toezegging geeft geen enkele zekerheid aan De Staat en leidt daarom niet tot een ander oordeel. 4.2. Bovendien geldt dat als de Arbeidsinspectie [eiser] uiteindelijk een bestuursrechtelijke sanctie op zou leggen wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet arbeidsvreemdelingen en/of de Arbeidstijdenwet tegen dit besluit voor [eiser] een rechtsgang openstaat bij de bestuursrechter waarin zij de rechtmatigheid van de door de Arbeidsinspectie ingezette bevoegdheid op grond van artikel 5:17 Awb tot het meenemen/de inbeslagname van de harde schijven met daarop de camerabeelden, en het maken van kopieën daarvan, kan laten toetsen door de bestuursrechter. In het verlengde daarvan kan zij ook laten toetsen of deze camerabeelden ten grondslag kunnen worden gelegd aan dat eventuele besluit. Dit is een met voldoende waarborgen omkleden rechtsgang. [eiser] heeft daarbij betoogd dat het achteraf onmogelijk is om nog van koers te wijzigen binnen een onderzoeksdossier gebaseerd op de camerabeelden, maar dat blijkt nergens uit. Bovendien is deze stelling van [eiser] door De Staat gemotiveerd betwist en dus niet komen vast te staan. 4.3. Naast het voorgaande geldt dat het in onderhavig geval om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening gaat. Of een vordering in kort geding kan worden toegewezen hangt mede af van een afweging van de belangen van partijen. [eiser] heeft gesteld dat haar belang erin is gelegen dat de privacy van haar medewerkers en klanten blijvend wordt geschaad doordat zij op de camerabeelden staan en daarnaast dat [eiser] in rechte kan worden aangesproken door haar werknemers en klanten, omdat de beelden nog niet zijn vernietigd en zelfs tegen haar wil zijn verspreid. Het was de medewerkers van [eiser] niet bekend dat deze camerabeelden door [eiser] bewaard werden. De medewerkers van [eiser] hebben volgens haar een verzoek tot vernietiging van de camerabeelden op grond van de AVG ingediend bij De Staat en [eiser] is ook door diverse werknemers aangeschreven met de eis de beelden te verwijderen. 4.4. Met betrekking tot de privacy van de medewerkers van [eiser] geldt dat dit geen direct eigen belang van [eiser] is. Zij hebben op grond van de AVG een eigen rechtsgang om de camerabeelden in het bezit van de Arbeidsinspectie te laten vernietigen en dus ter behartiging van hun belang. De medewerkers van [eiser] hebben, zoals zij zelf heeft gesteld, inmiddels ook al een dergelijk vernietigingsverzoek op grond van de AVG bij de Arbeidsinspectie gedaan. Met betrekking tot de privacy van de klanten van [eiser] geldt dat het niet aan [eiser] is om deze belangen te behartigen, en zij dus verder hier ook zelf geen belang aan kan ontlenen. [eiser] stelt voorts dat zij door haar medewerkers en klanten in rechte kan worden aangesproken omdat de camerabeelden niet vernietigd zijn en zelfs tegen haar wil in zijn verspreid. Dit belang van [eiser] , wat daarvan ook zij, weegt niet op tegen het belang van De Staat bij behoud van bewijsmateriaal met betrekking tot het door de Arbeidsinspectie ingestelde onderzoek, te meer omdat [eiser] verder niet heeft onderbouwd dat zij al in rechte is aangesproken door haar medewerkers of klanten of dat ter zake een concrete dreiging bestaat.