Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-02-03
ECLI:NL:RBGEL:2026:1279
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/460951 / KZ ZA 25-210 Vonnis in kort geding van 3 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss, tegen BAKKERIJ SCHULD B.V. , te Oldebroek, gedaagde partij, hierna te noemen: Bakkerij Schuld, advocaat: mr. J. Smit 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de producties 1 tot en met 4 van [eiser]- de producties 1 en 2 van Bakkerij Schuld- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026- de pleitnota van Bakkerij Schuld 2 De feiten 2.1. [eiser] was sinds 1 juni 2024 in dienst bij Bakkerij Schuld in de functie van commercieel manager. 2.2. [eiser] voerde daarnaast bemiddelingswerkzaamheden uit voor Bakkerij Schuld op basis van een overeenkomst van opdracht. Deze werkzaamheden werden al uitgevoerd voordat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten. De bemiddelingswerkzaamheden werden door [eiser] uitgevoerd via zijn besloten vennootschap, [bedrijf 1] , en al dan niet via zijn eenmanszaak [bedrijf 2] (hierna: de eenmanszaak). Dat laatste staat tussen partijen ter discussie. 2.3. [eiser] bemiddelde onder andere bij het tot stand brengen van overeenkomsten met leveranciers en afnemers van Bakkerij Schuld. [eiser] bemiddelde daarnaast ook ten behoeve van overname van andere bakkerijen door Bakkerij Schuld. 2.4. In een door [eiser] opgesteld concept van de overeenkomst van opdracht, door Bakkerij Schuld ingediend als bijlage 6 bij het beslagrekest ingediend als productie 1, staat het volgende: “ Overeenkomst De ondergetekenden: Bakkerij Schuld (…) Partij 1 en [bedrijf 1] [kvk-nummer] , [bedrijf 2] Rechtsgeldig vertegenwoordigd door: [naam 1] Partij 2 Verklaren een overeenkomst te zijn aangegaan onder de navolgende bepalingen en bedingen. Partij 2 verzorgt voor Schuld invulling en begeleiding van bakkerswinkels en bakkerijen. (…) Partij 2 heeft naast het begeleiden een provisie overeenkomst met Schuld bakkerij en winkels van 5% Afgesproken van de inkoopwaarde die door [bedrijf 1] / [bedrijf 2] is verworven. Om verwarring te voorkomen worden de bestaande bedrijven waar de provisie voor geldt hieronder benoemd. De provisie geldt niet voor bedrijven waar “Schuld” al afspraken mee heeft lopen zoals AH of Plus Supermarkten die op datum van ondertekening worden geleverd. Maar wel voor nieuwe bedrijven die [bedrijf 1] / [bedrijf 2] binnenhaald zoals Best Backery Company/ van Looijengoed of Jumbo winkels of bijvoorbeeld Horecabedrijven die zich via [bedrijf 1] hebben gemeld. (…) Partij 1 is er mee bekend dat partij voor meerdere bedrijven werkzaam is. 2.5. [eiser] heeft op enig moment tijdens de overleggen over de (voortzetting van) de overeenkomst van opdracht per e-mail een prijslijst naar Bakkerij Schuld gestuurd. In de prijslijst staat de volgende regel: “ Bemiddeling tot stand komen levering derden / betaling door zowel leverancier als wederverkoper (detailhandel) ”. 2.6. [eiser] voerde ook bemiddelingswerkzaamheden uit voor HVB B.V., een zustermaatschappij van Best Bakery. In een schriftelijke overeenkomst afgesloten op 5 november 2024 staat, voor zover in deze zaak van belang, het volgende; “ Partijen: [bedrijf 1] / [bedrijf 2] (…), hierna te noemen intermediair” en HVB BV , (…) hierna te noemen ‘ opdrachtgever ; (…) Zijn overeengekomen: Artikel 1 – Aanvang, duur en opzegging De opdrachtgevers heeft met ingang van 16-10-2024 een opdracht gegeven aan de intermediair, die deze opdracht aanvaardt, voor het onderzoeken de haalbaarheid voor het realiseren van overeenkomsten betreffende levering tussen retailers en mogelijke verkoop van de vennootschap. De overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, deze is gekoppeld voor de duur van levering tussen partijen. Artikel 2 – Bemiddeling en gebied 1. De intermediair zal voor de opdrachtgever bemiddelen met partijen in de tot stand koming van een overeenkomst voor de opdrachtgever; Dienst(en): Be Bakkerij Schuld concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.4. Bakkerij Schuld voert het volgende aan. Door de Hoge Raad is bepaald dat ook voor eigenbeslag als uitgangspunt geldt dat in beginsel beslag ter verzekering van het verhaal van een vordering mogelijk is op alle goederen van de schuldenaar. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan beslag misbruik van recht opleveren. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is geen sprake. De door [eiser] aangehaalde uitspraken zien op de situatie dat in eerste aanleg was beslist op de vordering die ook aan het eigenbeslag ten grondslag lag. Daarvan is in dit geval geen sprake. De vordering van Bakkerij Schuld heeft niet veel van doen met de arbeidsrechtelijke vordering. Er is geen sprake van misbruik van recht. Bakkerij Schuld vreest dat [eiser] geen verhaal gaat bieden. De woning waar [eiser] woont staat op naam van zijn vrouw. [bedrijf 1] is één van de negen (klein)dochterondernemingen van een stichting waarvan [eiser] enig bestuurder is. Omdat sprake is van een stichting, en [eiser] dus geen aandeelhouder is, is niet uit te sluiten dat [eiser] deze boom aan ondernemingen gebruikt om verhaal te voorkomen. Er is geen sprake van een ondeugdelijke vordering. Bakkerij Schuld huurde [bedrijf 1] en de eenmanszaak gezamenlijk in voor de bemiddelingswerkzaamheden. Dat blijkt uit de conceptovereenkomst die partijen hebben gewisseld. Daar staat de eenmanszaak ook als partij genoemd. Daarnaast handelen de eenmanszaak en [bedrijf 1] nagenoeg altijd als één, dat blijkt ook uit de overeenkomst met HVB B.V., waarbij ook beide vennootschappen partij zijn. Op de prijslijst wordt verder verwezen naar de algemene voorwaarden van beide vennootschappen. Er was feitelijk geen verschil tussen [bedrijf 1] en de eenmanszaak. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Daarnaast dient er altijd een belangenafweging gemaakt te worden. 4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van misbruik van recht of een summierlijk ondeugdelijke vordering. Een belangenafweging brengt echter mee dat de vordering tot opheffing van het beslag wordt toegewezen. Hieronder wordt dit nader toegelicht. er is geen sprake van misbruik van recht 4.3. Als uitgangspunt geldt op grond van artikel 3:276 BW in beginsel beslag ter verzekering van het verhaal van een vordering mogelijk is op alle goederen van de schuldenaar. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het leggen van beslag misbruik van recht opleveren (vgl. Hoge Raad 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ8836 r.o. 3.4. Ook in die zaak lag de vraag voor of de beslaglegger eigenbeslag mocht leggen op een vordering van de gerekwestreerde op de beslaglegger voortvloeiend uit een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis). Het enkele feit dat door het beslag de executie van een vonnis wordt gefrustreerd, maakt dus niet dat sprake is van misbruik van recht. [eiser] heeft geen andere feiten ten grondslag gelegd aan zijn vordering dat sprake is van misbruik van recht. de vordering is niet summierlijk ondeugdelijk 4.4. Evenmin is sprake van een summierlijk ondeugdelijke vordering. [eiser] erkent dat hij ook voor andere partijen zoals Best Backery heeft bemiddeld. Volgens [eiser] wist Bakkerij Schuld hiervan en waren partijen dit expliciet overeen gekomen. Dit is een bevrijdend verweer waarvoor [eiser] in de bodemprocedure de stelplicht en bewijslast draagt. Uit geen van de producties blijkt een expliciet