Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2026-02-19
ECLI:NL:RBGEL:2026:1218
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/5792 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. E.W.J. van Asseldonk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: mr. B. Rijkse). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering om aan eiseres een verklaring van geen bezwaar af te geven voor de plaatsing van een pleegkind bij eiseres. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris de verklaring van geen bezwaar heeft kunnen weigeren. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De staatssecretaris heeft de aanvraag van eiseres met het besluit van 19 april 2024 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 11 juli 2024 is de staatssecretaris bij deze afwijzing gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3. Eiseres heeft zich bij Entrea Lindenhout (Entrea) aangemeld als (aspirant) pleegmoeder. Entrea heeft namens eiseres een verzoek ingediend voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het opvangen van pleegkinderen. 3.1. De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) heeft, namens de staatsecretaris, onderzoek gedaan naar de vraag of een verklaring van geen bezwaar kan worden afgegeven aan eiseres. Hiervoor heeft de Raad informatie ingewonnen uit de Basisregistratie personen (BRP), het Justitiële Documentatie Systeem (JDS) en het eigen archief van de Raad: fysieke en elektronische dossiergegevens in het Kinderbescherming Bedrijfs Processen Systeem (KBPS). Daarnaast heeft de Raad een gesprek met eiseres gevoerd en contact gehad met de huisarts van eiseres. De Raad is tot de conclusie gekomen dat uit het KBPS en het gesprek met eiseres risico’s zijn gebleken die (mogelijk) gevaar opleveren voor het welzijn van een eventueel te plaatsen pleegkind. De Raad heeft om die reden geen verklaring van geen bezwaar afgegeven. Deze afwijzing is in de beslissing op bezwaar in stand gebleven. Toetsingskader 4. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, van de Jeugdwet sluit de pleegzorgaanbieder een pleegcontract met een pleegouder indien deze beschikt over een verklaring van geen bezwaar die is afgegeven door de Raad. Uit de verklaring blijkt dat er geen bezwarende feiten en omstandigheden zijn voor de plaatsing van een jeugdige. Deze voorwaarde is van overeenkomstige toepassing op alle personen van twaalf jaar en ouder die als inwonenden op het adres van de pleegouder staan ingeschreven. De verklaring is vereist voorafgaand aan de plaatsing van een eerste jeugdige, bij een wisseling van pleegzorgaanbieder, bij de komst van nieuwe inwonenden en indien de pleegouder gedurende twee jaren geen pleegouder is geweest. 4.1. De Raad hanteert beleidsregels over hoe getoetst moet worden of er bezwarende feiten en omstandigheden zijn voor de plaatsing van een jeugdige. Deze zijn opgenomen in het protocol Afstand, Screening, adoptie en Afstammingsvragen (het ASAA) van december 2021, paragraaf 2.2 en 2.3. Hierin staat dat een justitiële screening plaatsvindt, waarbij gekeken wordt in de BRP, het JDS en het eigen archief van de Raad. De verklaring wordt afgegeven, tenzij de ingewonnen informatie duidt op zodanige gedragingen, mentaliteit of omstandigheden van (een van) de aspirant-pleegouders, andere gezinsleden of bewoners, dat plaatsing van een pleegkind een gevaar